• Bestuurlijke preventie van criminaliteit (speciale editie)

      Unknown author (WODC, 1986)
      Op 16 april 1986 werd in Orfeus te Apeldoorn een informatiebijeenkomst gehouden, onder de titel: 'Bestuurlijk Preventiebeleid'. Op deze bijeenkomst, georganiseerd door de Stuurgroep bestuurlijke preventie van criminaliteit, in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waren zo'n zeshonderd gemeentelijke- en provinciale bestuurders aanwezig. Voor de redactie van Justitiële Verkenningen was dit gebeuren aanleiding een speciale editie uit te brengen, waarin de inleidingen die op deze dag werden gehouden, zijn opgenomen.
    • Bestuurlijke preventie van veel voorkomende criminaliteit - een enquête onder gemeenten, parketten en provincies

      Polder, W.; Willemse, H.M. (WODC, 1989)
      Bij het samenstellen van de enquête is uitgegaan van de volgende algemene vragen:Hebben de gemeenten een actief preventiebeleid, ook buiten de projecten van de Stuurgroep Bestuurlijke Preventie Criminaliteit (SBPC)?Verlopen de SBPC-projecten naar wens?Bestaat er al een eerste indruk van de resultaten?
    • Criminaliteitsbestrijding op langere termijn - de effecten van projectsurveillance en voorkoming misdrijven

      Nuijten-Edelbroek, E.G.M. (WODC, 1983)
      Vanaf 1980 is het WODC in een aantal gemeenten gestart met evaluatiestudies naar de effecten van methodieken die de politie bij wijze van experiment ter hand heeft genomen teneinde de kleine criminaliteit beter te kunnen bestrijden. Een van deze gemeenten is Hoogeveen, waar de politie - naast de repressieve aanpak middels opsporingsonderzoek - meer preventief is gaan werken aan de bestrijding van vernieling, inbraak en diefstal. Dit gebeurt enerzijds in de vorm van tijd- en plaatsgerichte surveillances op vernieling en anderzijds in de vorm van een breed terrein van activiteiten door een daartoe uit de recherche vrijgemaakte ambtenaar Voorkoming Misdrijven (VM), gericht op de preventie van inbraak, diefstal en vernieling.
    • Experimenten opsporings- en verbaliseringsbeleid - achtergrond, doelstellingen en opzet van de experimenten: een nadere uitwerking

      Unknown author (WODC, 1980)
      Het onderzoeksproject experimenten opsporings- en verbaliseringsbeleid heeft tot doel na te gaan wat de effecten zijn van nieuwe experimentele methodieken van politie-activiteiten op de omvang en de bestrijding van de kleine criminaliteit.
    • Het winkelcentraproject - Preventie van kleine criminaliteit

      Colder, J.C.; Nuijten-Edelbroek, E.G.M. (medew.) (WODC, 1988)
      Dit rapport bevat de evaluatie van een aantal maatregelen die op een tweetal winkelcentra in de gemeente Utrecht zijn genomen. Deze maatregelen zijn te zien als een concretisering van het lokale bestuurlijke preventiebeleid zoals dat is neergelegd in het beleidsplan Samenleving en Criminaliteit. Doel van het winkelcentraproject was om door middel van maatregelen in de lijn van dit bestuurlijk preventiebeleid te komen tot een vermindering en/of tot het beheersbaar maken van de in de winkelcentra gepleegde kleine criminaliteit. Voor het meten van de effecten van deze maatregelen is een quasi-experimenteel onderzoekdesign opgezet, zonder controlegroep, maar met voor- en nametingen. In dit proefproject is het projectmanagement gecombineerd met het projectonderzoek.
    • Integratie van preventie

      Unknown author (WODC, 1992)
      Criminaliteitspreventie is gegroeid van een experiment naar structureel beleid, preventie is `gewoon' geworden. Bij deze ontwikkeling dient te worden aangetekend dat justitie niet voorop heeft gelopen; in de gezondheidszorg en het welzijnswerk werd de preventiegedachte reeds in de jaren zeventig gelanceerd. De `normalisering' van preventie is daarentegen wel relatief snel verlopen, wellicht juist door haar late start. Ondanks de succesvolle introductie van de justitiele preventiegedachte in de Nederlandse samenleving, kan de vraag worden gesteld of het preventiebeleid ook daadwerkelijk een reductie van het criminaliteitsprobleem heeft opgeleverd. Wat heeft het `allemaal' opgeleverd en hoe verder? In dit themanummer wordt de stand van zaken van het preventiebeleid opgemaakt. Aanleiding hiervoor is de verschijning van de wetenschappelijke evaluatie van de vijf jaren experimenteel beleid (1986 tot en met 1990).
    • Kleine criminaliteit in Utrecht

      Hesseling, R. (WODC, 1986)
      In het kader van de werkzaamheden van de Commissie kleine criminaliteit zijn in de gemeente Utrecht enkele proefprojecten gestart ter voorkoming van kleine criminaliteit. Tevens is onderhavige studie uitgevoerd met als doel de kleine criminaliteitsproblematiek op buurtniveau voor Utrecht in kaart te brengen. De resultaten van deze studie dienen ten eerste als een algemeen referentiekader van de proefprojecten in Utrecht, ten tweede kunnen de resultaten van deze studie in het algemeen model staan voor de kleine criminaliteitsproblematiek in grote steden.
    • Ouderenmishandeling

      Plaisier, I.; Klerk, M. de; Pattiwael, J.; Brons, I.; Lindenberg, J.; Mysyuk, Y.; Westendorp, R.G.J.; Royers, T.; Engelbertink, C.G.C.; Cremers, L.M.; et al. (WODC, 2015)
      ARTIKELEN: 1. I. Plaisier en M. de Klerk - Ouderenmishandeling: Een verkenning naar aard en omvang 2. J. Pattiwael en I. Brons - Ouderen in veilige handen: Een overzicht van het beleid ter bestrijding van ouderenmishandeling 3. J. Lindenberg, Y. Mysyuk en R.G.J. Westendorp - Systeemmishandeling: Recht doen aan de zienswijzen van ouderen zelf 4. T. Royers - Ontspoorde zorg, gehechtheid en interactie 5. C.G.C. Engelbertink - Het levenstestament 6. L.M. Cremers en E.J.H. de Kluijs - Een kwestie van integraal slim slaan? 7. B. Rovers en S. Mesu - Woningovervallen op ouderen: Een zeldzaam, maar heftig fenomeen 8. M. Akkermans - Ouderen als slachtoffer van criminaliteit: Een kwantitatief beeld van de Nederlandse situatie SAMENVATTING: Ouderenmishandeling staat sinds 2010 op de politieke agenda en krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) stelde in 2011 het Actieplan ‘Ouderen in veilige handen’ op, waarna er verschillende initiatieven, voorlichtingscampagnes en scholingen van de grond kwamen om hulpverleners, artsen, familieleden van ouderen en ouderen zelf nader te informeren over dit probleem. Het laatste onderzoek naar de prevalentie van ouderenmishandeling in Nederland dateert uit 1996. Hierin gaf 5,6% van de geïnterviewde ouderen aan slachtoffer te zijn van fysiek of verbaal geweld, verwaarlozing of financiële uitbuiting. Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS kondigde afgelopen zomer aan dat er op korte termijn een groot onderzoek zal plaatsvinden naar aard en omvang van ouderenmishandeling. Het is niet eenvoudig daar een goed beeld van te krijgen. Onderschatting van het probleem dreigt bijvoorbeeld als een methode wordt gekozen die de meer kwetsbare en afhankelijke ouderen niet of moeilijk bereikt. Daar staat tegenover dat de meest in zwang zijnde en zeer ruime definitie van ouderenmishandeling zou kunnen leiden tot een overschatting van de prevalentie. Deze luidt: ‘al het handelen en het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid’. In de praktijk kunnen hier zowel zware mishandeling onder vallen als situaties waarin – al dan niet opzettelijk – (mantel)zorgers steken laten vallen. Psychische mishandeling is soms eveneens moeilijk aan te tonen, zeker als er sprake is van familierelaties die al jarenlang worden gekenmerkt door conflicten en/of onaangename interactiepatronen. Ouderenmishandeling wordt nogal eens in verband gebracht met ‘ontspoorde’ mantelzorg. O.a. vanuit oppositiepartijen is erop gewezen dat mantelzorgers overbelast raken als onbedoeld effect van het huidige beleid om veel verzorgings- en verpleeghuizen te sluiten en ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Het is de bedoeling dat gemeenten ervoor zorgen dat hulpverleners tijdig misstanden signaleren en adequate maatregelen nemen, maar de praktijk wijst uit dat dit in de ene gemeente beter lukt dan in de andere. In dit themanummer komen diverse aspecten van ouderenmishandeling evenals het gevoerde beleid van VWS aan de orde. Daarnaast is er enige aandacht voor ouderen als slachtoffer van criminaliteit.
    • Politie en kleine criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1982)
      Politie en criminaliteit is een thema dat nogal wat gelederen binnen de Nederlandse samen leving bezighoudt. Politici, beleidsvoerders en politiefunctionarissen zoeken elk via hun eigen invalshoek antwoorden op de vraag hoe het politie-apparaat beter zou kunnen functioneren en op welke wijze aan de problematiek van de stijgende criminaliteit het hoofd geboden kan worden. Oplossingen worden gezocht in uit breiding van de sterkte, herverdeling van man kracht en andere veranderingen binnen de politie-organisatie. Organisatie-adviesbureaus worden ingehuurd en onderzoekinstituten evalueren de effecten van (experimentele).
    • Preventie en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1980)
      Dit themanummer dat gewijd is aan Preventie en criminaliteit, wordt geopend met een inleidend artikel van Carl. H. D. Steinmetz. In dit artikel worden verbanden gelegd tussen preventie en de ontwikkelingen van de kleine criminaliteit. In dit themanummer zijn voorts vier bewerkingen opgenomen; een Canadees artikel, twee Engelse artikelen en één Amerikaans artikel.
    • Rechtshandhaving in de schaduw van Justitie

      Unknown author (WODC, 1990)
      Een medicus amputeert het verkeerde been; een toerist meldt ten onrechte het verlies van een fototoestel bij de verzekering; een zwartwerker vraagt om een uitkering; een boekhouder maakt geld over naar zijn eigen girorekening; een verdacht sujet bevindt zich onrechtmatig op bedrijfsterrein. Vijf voorbeelden van strafwaardig gedrag, dat zelden bij de strafrechter wordt aangemeld. Het is dit type gedrag, of beter gezegd de reactie erop, dat in dit themanummer centraal staat: het recht dat zich afspeelt in de marge van de justitiele bemoeienis. Deze marginale positie heeft twee consequenties. Enerzijds `ontlase dit type normhandhaving het justitiele apparaat; het filtert, zeeft, en kanaliseert het justitiele voortraject, zodat het (strafrecht zich met de 'echte' zaken kan gaan bezighouden. Anderzijds onttrekt deze marge zich aan juridische en maatschappelijke controle: wie bepaalt de norm; wat bepaalt de sanctie? In dit verband kan worden gewezen op een tegenstelling tussen mogelijke efficientie-verbetering en het gevaar van 'private justice'.
    • Resultaten van de Nationale Veiligheidsindices 2014

      Cuyper, R.H. de; Weijters, G.; Jennissen, R.P.W. (WODC, 2015)
      In deze factsheet wordt een actualisering gegeven van de vorig jaar verschenen cijfers van de Nationale Veiligheidsindices (NVI) en inzicht gegeven in de ontwikkeling van de sociale veiligheid in de jaren 2005-2014. De NVI is om meerdere redenen een toevoeging aan de reeds bestaande cijfers over de sociale veiligheid in Nederland, zoals de politiecijfers en cijfers van de Veiligheidsmonitor. Zo zijn alle indicatoren van sociale veiligheid meegenomen in de NVI. Deze indicatoren omvatten criminaliteit, overlast en onveiligheidsbeleving. Voor het beschrijven van de ontwikkeling van criminaliteit wordt bovendien in de NVI onderscheid gemaakt tussen verschillende typen criminaliteit en is per type delict gekeken welke databron het meest geschikt is om de ontwikkeling in het delicttype te duiden. Hierdoor wordt de ontwikkeling in criminaliteit op een zo betrouwbaar mogelijke manier weergegeven. Verder is voor de NVI een methode ontwikkeld waarbij rekening wordt gehouden met de ernst en het relatieve omvang van delicten. Op deze manier kunnen de verschillende delicttypen worden samengevoegd om inzicht te kunnen geven in de ontwikkeling van criminaliteit in het algemeen.
    • Snel, betekenisvol en zorgvuldig - Een tussenevaluatie van de ZSM-werkwijze

      Simon Thomas, M.; Kampen, P. van; Lent, L. van; Schiffelers, M.-J.; Langbroek, P.; Erp, J. van (Universiteit Utrecht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2016)
      Het achterliggende idee van de ZSM-werkwijze was dat met een snelle(re) afhandeling doelmatiger en effectiever zou kunnen worden opgetreden tegen veelvoorkomende criminaliteit. De afkorting ZSM staat oorspronkelijk voor Zo Snel, Slim, Selectief, Simpel, Samen en Samenlevingsgericht Mogelijk. Dat palet aan ambities is vervolgens gebundeld in drie doelstellingen ‘Snel’, ‘Betekenisvol’ en ‘Zorgvuldig’. Dit rapport betreft een tussenevaluatie van de ZSM-werkwijze. Het onderliggende onderzoek heeft tot doel om te analyseren (a) hoever de implementatie van de ZSM-werkwijze in de strafrechtketen is gevorderd en (b) welke resultaten deze werkwijze oplevert in relatie tot de drie doelstellingen ‘Snel’, ‘Betekenisvol’ en ‘Zorgvuldig’. Aangezien voor aanvang van dit onderzoek een heldere en ondubbelzinnige definiëring van deze drie doelstellingen ontbrak, heeft dit onderzoek zich in eerste instantie gericht op een nadere betekenisverlening aan de doelstellingen ‘Snel’, ‘Betekenisvol’ en ‘Zorgvuldig’. Hun onderlinge samenhang is geoperationaliseerd tegen de achtergrond van de plaats en functie van de ZSM-werkwijze in de strafrechtketen en binnen het strafprocesrecht. Vervolgens is de aandacht uitgegaan naar het spanningsveld dat ontstaat tussen de rechtsstatelijke eisen die aan de ZSM-werkwijze worden gesteld enerzijds en de beoogde maatschappijgerichte effecten van de ZSM-werkwijze anderzijds. INHOUD: 1. Inleiding 2. De ontwikkeling van de ZSM-werkwijze; een terugblik 3. 'Snel', 'Betekenisvol' en 'Zorgvuldig' 4. ZSM-werkwijze in uitvoering 5. Conclusie
    • Veel voorkomende criminaliteit op de Nederlandse Antillen

      Nelen, J.M.; Essers, J.J.A. (WODC, 1993)
      Op verzoek van de door de Antilliaanse minister van Justitie ingestelde 'Commissie van onderzoek naar het vermeend onrechtmatig optreden van de politie' hebben de auteurs een bevolkingsonderzoek uitgevoerd op Curacao, Bonaire en Sint Maaren. Het doel van dit onderzoek was tweeledig. In de eerste plaats diende in kaart gebracht te worden hoe de burgers van de drie genoemde eilanden eventueele contacten met het Korps Politie Nederlandse Antillen hebben ervaren en welke indruk er bij de bevolking bestaat van het optreden van de politie in het algemeen. Drie vragen staan in het onderzoek centraal: 1. In welke mate bestaan er bij de bevolking angst- en onrustgevoelens met betrekking tot criminaliteit?; 2. Wat is de omvang van de 'veel voorkomende criminaliteit' op Curacao, Bonaire en Sint Maarten?; 3. Hoeveel slachtoffers melden een misdrijf bij de politie, welke motieven worden aangedragen om geen aangifte te doen en hoe tevreden tonen de slachtoffers die wel aangifte doen, zich over de inspanningen van de politie?
    • Vier politiestrategieën tegen veel voorkomende criminaliteit - effectiviteit en werkzame mechanismen

      Onrust, S.; Voorham, L. (Trimbos-instituut, 2013)
      In deze researchsynthese is gezocht naar resultaten uit empirisch onderzoek over de effectiviteit van vier verschillende politiestrategieën, alsmede de omstandigheden waaronder deze strategieën effectief zijn. De volgende onderzoeksvragen komen in deze studie aan de orde: Wat is de actuele stand van de kennis over de effectiviteit van Comunity Policing? Wat is de actuele stand van de kennis over de effectiviteit van Third Party Policing? Wat is de actuele stand van de kennis over de effectiviteit van Hotspot policing? Wat is de actuele stand van de kennis over de effectiviteit van Problem Oriented Policing? Onder welke omstandigheden (of in welke context) worden de resultaten van effectieve politiestrategieën bereikt? Onder welke omstandigheden (of in welke context) blijft het effect van effectieve politiestrategieën uit? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Evidente politiestrategieën 4. Omstandigheden 5. Conclusies en suggesties voor vervolgonderzoek