• Hoe werken gedragsmaatregelen woonoverlast? - Evaluatie gedragsaanwijzing woonoverlast

      Homburg, G.; Oude Ophuis, R.; Smit, W. (Regioplan beleidsonderzoek, 2015)
      Door de bedenkers en aanjagers van de pilot gedragsaanwijzing woonoverlast wordt in een visiedocument de gedragsaanwijzing als volgt beschreven. Een huurrechtelijke gedragsaanwijzing is een voor een huurder die woonoverlast veroorzaakt geldend gebod of verbod. Een gebod is een verplichting voor de huurder tot het doen van iets, zoals het gebod om hulpverlening te aanvaarden. Een verbod houdt voor een huurder de verplichting in tot het nalaten van iets, zoals een verbod om ’s nachts harde muziek te draaien. Er kunnen twee soorten gedragsaanwijzingen worden onderscheiden: een vrijwillige en een onvrijwillige gedragsaanwijzing. De evaluatie van de pilot gedragsaanwijzing woonoverlast omvat twee onderdelen, namelijk een plan- en procesevaluatie. De doelstelling van de evaluatie is tweeledig: Het verkrijgen van inzicht in de theoretische en empirische onderbouwing die aan de ‘gedragsaanwijzing woonoverlast’ ten grondslag ligt. Het verkrijgen van kennis over hoe de ‘gedragsaanwijzing woonoverlast’ in de praktijk wordt opgelegd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Reconstructie van de beleidstheorie 3. Toetsen van de beleidstheorie 4. Aanpak procesevaluatie 5. Het verloop van een gedragsaanwijzing 6. Indicaties voor kosten en baten 7. De bevindingen nader beschouwd 8. Conclusie
    • Strafrechtelijke dading

      Wemmers, J.M.; Hecke, T. van (WODC, 1992)
      Op 1 december 1989 is het project Strafrechtelijke dading van start gegaan. In het project werd geprobeerd civielrechtelijke overeenkomsten tussen verdachten en slachtoffers van strafbare feiten te sluiten. De resultaten van het evaluatie-onderzoek worden bezien tegen de achtergrond van het oordeel dat het strafrecht 'ultimum remedium' behoort te zijn. De algemene onderzoeksvraag luidt: leiden de activiteiten van het experiment om tot een schaderegeling te komen tussen verdachte en benadeelde tot een dadings- c.q. arbitrage-overeenkomst; welke factoren kunnen een rol spelen bij de totstandkoming van de overeenkomst? INHOUD: 1. Achtergrond en opzet van het onderzoek 2. Overzicht van de zaken opgenomen in het onderzoek 3. De bereidheid om mee te werken aan een dading 4. De onderhandelingen 5. De overeenkomsten 6. De gevolgen van de overeenkomst 7. Het verloop van het project 8. Slotbeschouwing.
    • The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law - aspecten van internationaal privaatrecht in de WCAM

      Lith, H. van (Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2010)
      This report analyses the relationship between private international law and collective settlements concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). The principal object of the research was to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. CONTENT: 1. Introduction 2. International jurisdiction and 'collective settlements' under the WCAM 3. Notification of foreign interested parties 4. Representation of foreign interested parties 5. International recognition 6. Applicable law 7. Conclusions and recommendations