• Computercriminaliteit

      Unknown author (WODC, 1987)
      De moderne informatietechnieken geven op allerlei manieren gelegenheid tot misbruik ervan en nieuwe vormen van misdaad. In dat verband wordt dan gesproken van computercriminaliteit. Aandacht voor deze nieuwe vorm van ctiminaliteit bestaat reeds sinds enige tijd in de landen (met name de VS) waar de computer eerder dan in Nederland een grote verspreiding kende. Ook in Nederland staat computercriminaliteit echter in toenemende mate in de belangstelling. De instelling van de Commissie Computercriminaliteit door de Minister van Justitie in november 1985 kan in dit kader als een mijlpaal worden gezien. De commissie kreeg tot taak — zonodig — voorstellen te doen tot aanpassing van het strafrecht op dit punt. Op 8 april 1987 bood mr. H. Franken, de voorzitter van de commissie, haar rapport aan aan de Minister van Justitie. In dit themanummer van Justitiele Verkenningen is een samenvatting van de voorstellen van deze commissie opgenomen. Deze samenvatting wordt gevolgd door een verslag van een kort daarop gehouden Euroforum-studiedag, waarop leden van de Commissie Computercriminaliteit de voorstellen hebben toegelicht en waar reacties op deze voorstellen zijn gegeven. Deze reacties vormen de eerste in een te verwachten reeks van beschouwingen, die te zamen met de commissievoorstellen aanleiding voor de wetgever zullen vormen om een wetsontwerp in te dienen.
    • Copycat - een fenomeenonderzoek

      Bos, J.G.H.; Es, A.M.D. van; Vasterman, P. (COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, 2011)
      Het Copycat-effect is het effect dat plaatsheeft als er sprake is van een handeling die is uitgevoerd naar aanleiding van berichtgeving in de media over een eerdere soortgelijke handeling. Doelstelling van dit onderzoek is het inzichtelijk maken of het fenomeen Copycat bestaat en inzicht verkrijgen in de communicatieve consequenties van het fenomeen Copycat. Er is ook onderzoek gedaan naar het Cry Wolf-effect (zie link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Het fenomeen Copycat 3. Casuïstiek 4. Analysekader: besmettingsgevaar 5. Communicatieve implicaties van het Copycat-effect
    • Crime prevention that works - the care of public transport in the Netherlands

      Andel, H. van (WODC, 1988)
      An experiment has been carried out in the Dutch public transport system to tackle fare-dodging, vandalism and aggression. On the trams and metro system the level of inspection has been increased by employing about 1.200 young people. On buses the boarding procedure has been changed. This report will briefly assess the extent to which the goals of the project have been realised in the first two years of its operation.
    • De kosten van criminaliteit - Een onderzoek naar de kosten van criminaliteit voor tien verschillende delicttypen

      Groot, I.; Hoop, Th. de; Houkes, A.; Sikkel, D. (WODC, 2007)
      In dit onderzoek staan de volgende twee vragen centraal:Hoe kan de verhouding tussen de omvang van de geregistreerde tegenover de niet geregistreerde criminaliteit voor een aantal delicttypen worden vastgesteld en wat is deze verhouding?Hoe kunnen de kosten van criminaliteit voor deze delicttypen worden bepaald en wat zijn de kosten?
    • De transactie in misdrijfzaken - een beleidsevaluatie

      Kommer, M.M.; Essers, J.J.A.; Damen, W.A.F. (WODC, 1986)
      Op 1 mei 1983 verkreeg de officier van justitie de bevoegdheid om in gewone misdrijfzaken (met ten hoogste een strafmaximum van 6 jaar gevangenisstraf) een transactie aan te bieden, d.w.z. de verdachte mede te delen bij voldoening aan een of meer transactievoorwaarden bereid te zijn van verdere strafvervolging af te zien. Op verzoek van de vergadering van procureurs-generaal bij de Gerechtshoven is door het WODC een onderzoek uitgevoerd naar de toepassing van deze transactiebevoegdheid. Van dit onderzoek wordt hier verslag gedaan. Onderzoeksvragen waren:in welke gevallen (soort delict, ernst, persoon verdachte) wordt een transactie-aanbod gedaan;hoe vaak wordt hieraan (per delictscategorie) voorwaarden verbonden, in het bijzonder die van schadeloosstelling van de gedupeerde; in welke mate worden de transactievoorstellen (inclusief de voorwaarden) aanvaard;welke afdoening krijgen de niet-aanvaarde transactievoorstellen en op welke termijn gebeurt dit?
    • Eerste meting slachtoffermonitor - Ervaringen van slachtoffers met justitiële slachtofferondersteuning: Deel 1: politie

      Timmermans, M.; Tillaart, J. van den; Homburg, G. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2012)
      Met de slachtoffermonitor zal periodiek worden gemeten wat de ervaringen zijn van slachtoffers die te maken hebben gehad met justitiële instanties. In dit deelrapport wordt verslag gedaan van de ervaringen van slachtoffers met betrekking tot de ontvangen slachtofferondersteuning van de politie. In het volgende deelrapport is de justitiële slachtofferondersteuning door het Openbaar Ministerie, de Rechtspraak en Slachtofferhulp Nederland onderzocht (Zie link hiernaast) INHOUD: 1. Inleiding 2. Ervaringen met slachtoffers 3. Ervaringen met persoons- en zaakskenmerken 4. Conclusie
    • Evaluatie PPP-projecten

      Sabee, V.; Bedem, R. van den (WODC, 1995)
      In 1993 en 1994 heeft het WODC een aantal haalbaarheidsstudies naar publiek-private en preventieve samenwerkingsverbanden (PPP) op bedrijventerreinen (of industrieterreinen) uitgevoerd. In deze notitie wordt een vergelijking gemaakt op het niveau van (clusters van) bedrijventerreinen ten aanzien van slachtofferschap en perceptie van het criminaliteitsniveau op bedrijventerreinen.
    • Halt: een alternatieve aanpak van vandalisme - Eindrapport van een evaluatie-onderzoek naar Halt-projecten

      Kruissink, M.; Verwers, C. (WODC, 1989)
      Doel: HALT-projecten hebben tot doel het vandalisme te bestrijden. Deze projecten zijn ontstaan uit een samenwerking van gemeente, politie en justitie. Strafrechtelijk minderjarigen die wegens vandalisme zijn aangehouden kunnen door de politie of de Officier van Justitie naar HALT verwezen worden. Via HALT kunnen deze vandalen de door hen aangerichte schade zelf herstellen. Indien de werkzaamheden naar behoren verricht zijn blijft justitiele vervolging achterwege. Met deze aanpak wordt beoogd genoegdoening aan de benadeelden te verschaffen, aan de straf een zekere opvoedende werking te geven en tegelijkertijd de negatieve neveneffecten van een justitiecontact te voorkomen. Daarnaast ontplooien de HALT-projecten activiteiten in de preventieve sfeer. De HALT-aanpak sluit goed aan bij het huidige bestuurlijke preventie-beleid. Over de effecten en de organisatorische omstandigheden waaronder HALT de beste resultaten oplevert is echter nog niets bekend. Doel van dit onderzoek is daar inzicht in te krijgen. Probleemstelling: Het onderzoek behelst een procesbeschrijving, een aantal effectmetingen en een kosten-batenanalyse. In de procesbeschrijving gaat het erom inzicht te verkrijgen in de organisatorische vormgeving van de projecten en de doelgroep van HALT: hoeveel en welke jongeren worden naar HALT verwezen, welke delicten hebben zij gepleegd en soortgelijke vragen. De effectmetingen dienen ertoe inzicht te verkrijgen in het effect van HALT op het vandalisme op gemeentelijk niveau en het effect op de 'clienten'van HALT o.a. in termen van recidive. Opzet: Het betreft een empirisch onderzoek waarin van verschillende databronnen gebruik gemaakt wordt. Publikaties: Reeds verschenen: Kruissink, M. (1987) 'HALT: een alternatieve aanpak van vandalisme'. Interimrapport van een evaluatie-onderzoek naar vandalisme-projecten, WODC.
    • Het effect van voorlichting op school - Een literatuurverkenning

      Baas, N.J. (WODC, 1997)
      Bij deze literatuurverkenning is onderzoek gedaan naar de resultaten van evaluaties van (in bepaalde opzichten) vergelijkbare projecten in binnen- en buitenland. Het gaat daarbij om projecten op scholen voor het basis- en/of voortgezet onderwijs, waarbij werd gestreefd naar veranderingen in kennis, attitude en gedrag bij de leerlingen ten aanzien van (minstens één van) de onderwerpen die bij het Schooladoptieproject aan de orde komen. Hier vallen ook projecten onder waarbij de politie niet (direct) is betrokken. Informatie wordt gegeven over geëvalueerde projecten die zich met de volgende onderwerpen bezig houden: verslavingen (sigaretten, alcohol en drugs), criminaliteit, vandalisme, pesten en vuurwerk. De andere onderwerpen die bij het Schooladoptieproject aan de orde komen, ontbreken in dit overzicht. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de invloed van enkele projecten op het imago van de politie bij jeugdigen. Daarna komt een aantal methodologische problemen aan de orde waarop men bij (sommige van) deze effectevaluaties is gestuit. Tenslotte wordt, naar aanleiding van de ervaringen elders, een aantal aanbevelingen gedaan voor de opzet en uitvoering van voorlichtingsprojecten op scholen. Deze kunnen als zodanig ook van betekenis zijn voor het Schooladoptieproject in Rotterdam-Rijnmond. INHOUD: 1. Inleiding 2. Voorlichtingsprojecten op school 3. Imago van de politie 4. Mogelijke vertekeningen van de resultaten van evaluatieonderzoek 5. Mogelijkheden en beperkingen van voorlichting 6. Andere vormen van preventie op school en een integrale aanpak bij de preventie 7. Aanbevelingen voor de opzet en uitvoering van voorlichtingsprojecten op scholen
    • Huismeesters in problematische woningcomplexen - Het effect van huismeesters op criminaliteit en verhuurbaarheid in de na-oorlogse etagebouw

      Hesseling, R.B.P.; Wees, E.H.M. van; Dalen, B.M. van; Maas, R.A.W.M. (WODC, 1991)
      In dit evaluatierapport wordt antwoord gegeven op de vraag welke effecten de inzet van een huismeester heeft gehad op vervuiling, vandalisme, overlast, criminaliteit, de woonwaardering van bewoners en de verhuurbaarheid. Tevens worden de knelpunten in de projecten en de financiering van de huismeester behandeld.
    • Ik zal eens even vragen naar zijn naam - Voor- en nadelen van een legitimatieplicht

      Veerman, G.J.; Paulides, G.; Hofstee, E.J. (WODC, 1989)
      In dit onderzoek is gepoogd een indruk te krijgen van de praktische voordelenen nadelen die samenhangen met een invoering van een identificatie- of legitimatieplicht. Onder identificatie- of legitimatieplicht wordt in dit verslag verstaan: de plicht desgevraagd gegevens over de eigen identiteit (zoals naam, geboortedatum, geboorteplaats) kenbaar te maken door het tonen van een legitimatiebewijs, waarin de gevraagde identiteitsgegevens en een pasfoto van de drager zijn opgenomen.
    • In Enschede verdacht - De werking van een prioriteitenprocedure bij politie en justitie

      Linckens, P.J.; Spickenheuer, J.L.P. (WODC, 1989)
      In dit rapport worden de resultaten weergegeven van een dossieronderzoek naar de werking van een prioriteitenprocedure bij justitie en politie in de gemeente Enschede. Deze procedure vormt onderdeel van een groter scala van activiteiten dat op basis van het Beleidsplan Criminaliteitsbeheersing Enschede is ontwikkeld. Dit plan kent prioriteit toe aan vier misdrijfcategorieën. Er wordt door politie, justitie en gemeentebestuur extra aandacht geschonken aan geweld tegen personen, geweld tegen goederen, woninginbraken en diefstal en heling van fietsen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode van onderzoek 3. De tenlastelegging door de politie 4. Geweld tegen personen 5. Geweld tegen goederen 6. Woninginbraken 7. Diefstal en heling van fietsen 8. Enkele daderkenmerken 9. De opsporingsfase 10. De justitiële afdoening 11. De P-procedure nader bezien
    • Jeugd-varianummer

      Unknown author (WODC, 1986)
      Dit Jeugd-varianummer van Justitiele Verkenningen wordt geopend met een bijdrage — gebaseerd op een reisverslag — van drs. P.H. van der Laan. Reeds in 1983 werd een themanummer gewijd aan alternatieve sancties voor minderjarigen waarin onder meer aandacht werd besteed aan de leerprojecten. Het artikel kan als een soort vervolg daarop beschouwd worden. Het artikel in bewerkte te vorm van G. Zwier en G.M. Vaughan behandelt drie ideologische benaderingen in het onderzoek naar schoolvandalisme. De bewerking van het artikel van Blagg gaat over genoegdoening in de vorm van schadevergoeding, excuses of werkzaamheden ten behoeve van het slachtoffer. In het laatste artikel doen dr. C.H.C. van Nijnatten en B.J. van Ommeren verslag van een experiment waarbij binnen kinderbeschermings- en residentiele jeugdhulpverleningsinstellingen wordt gewerkt met een nieuwe wijze van rapporteren, het zogenaamde Werkplan.
    • Jeugdpolitie

      Unknown author (WODC, 1986)
      Dit nummer van Justitiele Verkenningen is gewijd aan het thema jeugdpolitie'. Het functioneren van deze specialisatie binnen het politieapparaat wordt vanuit diverse invalshoeken belicht.
    • Kleine criminaliteit in Utrecht

      Hesseling, R. (WODC, 1986)
      In het kader van de werkzaamheden van de Commissie kleine criminaliteit zijn in de gemeente Utrecht enkele proefprojecten gestart ter voorkoming van kleine criminaliteit. Tevens is onderhavige studie uitgevoerd met als doel de kleine criminaliteitsproblematiek op buurtniveau voor Utrecht in kaart te brengen. De resultaten van deze studie dienen ten eerste als een algemeen referentiekader van de proefprojecten in Utrecht, ten tweede kunnen de resultaten van deze studie in het algemeen model staan voor de kleine criminaliteitsproblematiek in grote steden.
    • Kriminaliteit bij de detailhandel

      Steenhuis, D.W.; Coenen, A.W. (WODC, 1976)
      Doel van dit onderzoek was primair een overzicht te bieden van wat er op dit terrein werkelijk aan de hand was teneinde op die manier te kunnen vaststellen of extra aandacht van de overheid voor dit probleem op zijn plaats is. Bij de technische aspekten van het onderzoek, met name ten aanzien van steekproeftrekking, is de medewerking verkregen van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf en van het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht. Dit overleg heeft ertoe geleid dat in de enquete de volgende vraaggebieden zijn opgenomen:Wat is de omvang van het probleem? In welke mate hebben detailhandelaren last van diverse vormen van kriminaliteit? Welke delikten komen relatief veel voor, welke zijn betrekkelijk zeldzaam? Wat is de aard van het probleem? Aan deze vraag ziin 3 aspekten te onderscheiden t.w.: a. Wat is de toedracht van de delikten? Wordt er geweld gebruikt, wordt de politie gewaarschuwd, wordt er aangifte gedaan etc.? b. Zijn er bepaalde bedrijven of groepen van bedrijven, die meer hinder van kriminaliteit ondervinden dan andere? Zo ja, waardoor worden deze bedrijven dan gekenmerkt? c. Is het probleem seizoengebonden, d.w.z. heeft men in bepaalde perioden van het jaar meer last dan in andere?
    • Kunst en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1997)
      De hoge prijzen die tegenwoordig betaald worden voor kunst maken het aantrekkelijk om er illegaal in te handelen. Volgens Interpol gaan er miljarden dollars om in de illegale verhandeling en roof van kunstwerken. Na verdovende middelen en wapens komt de illegale kunsthandel qua omvang op de derde plaats. De minister van Justitie vreest dat Nederland een slecht imago begint te krijgen op het gebied van Wegale handel in cultuurgoederen. Mede hierom heeft Nederland op 27 juni 1996 het Unidroit-verdrag inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen ondertekend. Een tweede onderwerp dat in dit themamunmer wordt besproken is kunstvandalisme. Ook dit verschijnsel is regelmatig in het nieuws. Meestal gaat het om vernieling van beeldhouwwerken in het openbaar domein. De meer spectaculaire gevallen hebben betrelcking op vernieling van kostbare en soms roemrijke kunstwerken in musea.
    • Minder ernstig Vaker gestraft - een onderzoek naar de aard en kwalificatie van jeugdcriminaliteit

      Korf, D.J.; Benschop, A.; Blom, T.; Steen, M.; Doekhie, J. (medew.); Everartz, M. (medew.); Büller, N. (medew.) (Universiteit van Amsterdam - Criminologisch Instituut Bonger, 2012)
      Het onderhavige onderzoek is in de WODC onderzoeksprogrammering opgenomen als deel I van het onderzoek naar de ‘hedendaagse jeugdcriminaliteit en het dark number jeugdcriminaliteit’. De probleemstelling van dit onderzoek luidt: Welke concrete handelingen - binnen de delictscategorieën openbare ordedelicten en geweldsdelicten - plegen jeugdigen? Zijn dat andere handelingen dan tien jaar geleden? Worden vergelijkbare incidenten nu anders gekwalificeerd en/of bestraft dan tien jaar geleden? Naast dit onderzoek wordt (separaat) nog een tweede onderzoek uitgevoerd, deel II (project 2034). Dit onderzoek behelst een koppeling van gegevens uit de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (MZJ) - waarin ruim 3.000 jongeren zijn bevraagd over delicten die ze hebben gepleegd - aan gegevens van het CBS, waaronder politieregistraties. (zie link hiernaast ) INHOUD: 1. Inleiding 2. Methode 3. Verdachten 4. Concrete handelingen 5. Kwalificatie 6. Afdoening, vonnis en sanctie 7. Continuïteit en verandering 8. Samenvatting en conclusie
    • Monitor bedrijven en instellingen - Sector bouwnijverheid

      Hermans, E.; Frederikse, R.; Korpel, J.; Meurs, C. van (NIPO Consult, 2000)
      De ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben opdracht gegeven een 'Monitor Bedrijven en Instellingen' (MBI) te ontwikkelen. Deze rapportage bevat de resultaten van een eerste meting (nulmeting) voor de sector bouwnijverheid. Binnen de sector bouwnijverheid worden vijf categorieën of branches onderscheiden:burgerlijke en utiliteitsbouw;grond, water, wegenbouw;afwerking (schilders, stukadoors, etc.);installatiebedrijven;klusbedrijven.Aan de orde komen o.a. preventiemaatregelen, inbraak, diefstal, vernieling, brandstichting en graffiti, fraude, overige criminaliteit, tevredenheid over de politie bij melding van criminaliteit, adviseren over criminaliteit en veiligheid en participatie in projecten.
    • Monitor bedrijven en instellingen - Sector vervoer, opslag en communicatie

      Hermans, E.; Frederikse, R.; Korpel, J.; Meurs, C. van (NIPO Consult, 2000)
      De ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben opdracht gegeven een 'Monitor Bedrijven en Instellingen' (MBI) te ontwikkelen. Deze rapportage bevat resultaten van een eerste meting (nulmeting) voor de sector vervoer, opslag en communicatie. Binnen deze sector worden vier categorieën of branches onderscheiden:vervoer over land;vervoer over water/door de lucht;dienstverlening ten behoeve van het vervoer;post en telecommunicatie.Aan de orde komen o.a. preventiemaatregelen in of bij gebouwen, inbraak, diefstal, vernieling, brandstichting en graffiti, fraude, overige criminaliteit, tevredenheid over de politie bij melding van criminaliteit, advisering over criminaliteit en veiligheid en participatie in projecten.