• Identiteitsfraude

      Prins, J.E.J.; Meulen, N.S. van der; Grijpink, J.H.A.M.; Barensen, J.; Eijkelenboom, J.A.; Ruifrok, A.C.C. (WODC, 2006)
      ARTIKELEN: 1. J.E.J. Prins en N.S. van der Meulen - Identiteitsdiefstal: lessen uit het buitenland 2. N.S. van der Meulen - Achter de schermen: de ervaringen van slachtoffers van identiteitsroof 3. J.H.A.M. Grijpink - Identiteitsfraude en overheid 4. J. Barensen en J.A. Eijkelenboom - Identiteitsfraude op de arbeidsmarkt en in de sociale zekerheid 5. A.C.C. Ruifrok - Biometrie: wondermiddelen bestaan niet 6. Internetsites SAMENVATTING: Identiteitsfraude en -diefstal worden nogal eens beschouwd als een probleem dat vooral in de Verenigde Staten speelt en - in mindere mate - in Groot-Brittannië. Er zijn echter steeds meer aanwijzingen dat identiteitsfraude onder invloed van globalisering en digitalisering in heel Europa in opkomst is. Vervalsing van paspoorten is lang niet altijd nodig om zich een andere identiteit aan te meten. Het is vooral lookalike-fraude die de afgelopen jaren een hoge vlucht heeft genomen en die een belangrijke aanleiding vormt voor de invoering van het biometrische paspoort. Op allerlei maatschappelijke terreinen (arbeidsmarkt, sociale zekerheid) zijn identiteitsfraude en -diefstal een realiteit aan het worden. De voortschreidende digitalisering biedt identiteitsdieven nieuwe kansen om computergebruikers vertrouwelijke gegevens te ontfutselen, zoals rekeningnummers en passwords. Dit themanummer tracht zowel inzicht te bieden in het delict identiteitsfraude en -diefstal als in de verschillende strategieën om het fenomeen te bestrijden.
    • Identiteitsfraude: een afbakening - Een internationale begripsvergelijking en analyse van nationale strafbepalingen

      Vries, U.R.M.Th. de; Tigchelaar, H.; Linden, M. van der; Hol, A.M. (Universiteit Utrecht - Departement Rechtsgeleerdheid, Disciplinegroep Rechtstheorie, 2007)
      De probleemstelling van dit onderzoek luidt: Wat is de werkbare afbakening van het begrip identiteitsfraude', gelet op nationaal en internationaal gehanteerde begrippen en bestaande delictsomschrijvingen? Op grond van de probleemstelling is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd met betrekking tot een inventarisatie en analyse van de begripsvorming omtrent identiteitsfraude en de strafbaarheid van identiteitsfraude in Nederland, België, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
    • Misleidende handelspraktijken - een onderzoek naar de aard, achtergronden en aanpak van acquisitiefraude in Nederland

      Huisman, K.; Bunt, H.G. van de; Eeren, H. van (medew.); Kwaspen, I.J.J. (medew.); Boer, I.M. (medew.) (WODC, 2009)
      Nederlandse ondernemers worden geregeld geconfronteerd met misleidende aanbiedingen voor advertenties in een tijdschrift of naamsvermeldingen op een website. Ook worden massaal spookfacturen gestuurd met betrekking tot diensten die niet verricht zijn. In dit onderzoek naar deze vormen van acquisitiefraude staan drie vragen centraal: Wat kan worden verstaan onder acquisitiefraude?Wat is de aard en ernst van acquisitiefraude? Wat is er bekend over de omvang?Welke knelpunten doen zich in de praktijk voor bij de preventieve en repressieve aanpak van acquisitiefraude, en wat zijn de mogelijkheden om deze aanpak te verbeteren?
    • Onderzoek naar strafmaxima in het wetboek van strafrecht

      Hoevenaars, J.; Hullu, J. de; Koopmans, I.M.; Oosten, M. van (Katholieke Universiteit Brabant, 1999)
      In dit onderzoek ging het in de kern om de volgende vragen:Welke uitgangspunten heeft de wetgever gehanteerd sinds 1886 bij het vaststellen van strafmaxima,Welke verschuivingen zijn daarbij eventueel waarneembaar in de loop der tijd,Is ter zake een verschil waarneembaar tussen commune misdrijven en delicten uit bijzondere strafwetten, enKunnen er door de veranderingen in de loop der tijd inconsistenties worden aangewezen in het stelsel van wettelijke strafmaxima?