• Aanscherpingen glijdende schaal - Geschatte resultaten van recente en voorgenomen aanscherpingen

      Berdowski, Z.; Vennekens, A. (Panteia, 2014)
      Ter beoordeling van de vraag of de verblijfsvergunning van een vreemdeling, aansluitend op strafrechtelijke maatregelen bij misdrijven, moet worden ingetrokken is een ‘glijdende schaal’ (GS) opgesteld. Deze schaal relateert de hoogte van de opgelegde straf aan de duur van het rechtmatige verblijf in Nederland (tot het moment van het plegen of de aanvang van het misdrijf). Indien het onvoorwaardelijke strafdeel langer is dan de GS ‘toelaat’ is intrekking van de verblijfsvergunning mogelijk. De toepassing van de GS maakt deel uit van het vreemdelingenrechtelijk openbare ordebeleid (Staatsblad 2000, 497, 23 november 2000 en 2002, 371, 5 juli 2002). In verband met het ontbreken van voldoende inzicht in de resultaten van de eerdere aanscherpingen van de GS, beoogt dit onderzoek een cijfermatige bijdrage te leveren aan het beleidsproces ten aanzien van de beslissing over het wel of niet verder aanscherpen van de GS. De volgende onderzoeksvraag staat centraal: Wat zijn de geschatte resultaten van de aanscherpingen van de GS in het vreemdelingenbeleid in de jaren 2010 en 2012, en de voorgenomen aanscherping in 2013 in termen van het aantal verblijfsbeëindigingen?
    • Evaluatie van de Wet toelating en uitzetting BES

      Winter, H.; Beukers, M.; Blekkenhorst, G.; Struiksma, N. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2018)
      De staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden is sinds 10 oktober 2010 (10- 10-‘10) gewijzigd, waarbij Curaçao en Sint Maarten zelfstandige landen binnen het Koninkrijk zijn geworden en het land Nederlandse Antillen is opgeheven. Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn als openbare lichamen deel gaan uitmaken van Nederland. De drie laatstgenoemde eilanden worden ook wel gezamenlijk aangeduid als Caribisch Nederland. Het vreemdelingenrecht van de Nederlandse Antillen was vastgelegd in de Landsverordening toelating en uitzetting en het bijbehorende Toelatingsbesluit. De LTU vormde de basis voor de nieuwe Wet toelating en uitzetting BES (WTU-BES), die per 10 oktober 2010 in werking trad. De WTU-BES is tevens op onderdelen aangepast aan de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Hoe functioneert de WTU-BES gelet op de rond 10-10-‘10 geformuleerde uitgangspunten, welke knelpunten zijn te onderscheiden en hoe kunnen die worden opgelost? INHOUD: 1. Inleiding 2. Caribisch Nederland in het Nederlandse staatsbestel 3. Doelen, uitgangspunten en instrumentarium WTU-BES 4. Kwantitatieve gegevens 5. Uitvoering en ervaringen WTU-BES 6. Wet arbeid vreemdelingen BES 7. Beantwoording onderzoeksvragen
    • Het lot van het inreisverbod - Een onderzoek naar de uitvoeringspraktijk en gepercipieerde effecten van de Terugkeerrichtlijn in Nederland

      Leerkes, A.; Boersema, E.; Chotkowski, M. (medew.) (WODC, 2014)
      In verband met de implementatie van de Europese terugkeerrichtlijn (nr. 2008/115/EG) heeft Nederland eind 2011 het zogeheten inreisverbod ingevoerd. Het inreisverbod is bedoeld om uitzetbare migranten in grotere mate zelfstandig te laten terugkeren naar het land van herkomst. De voormalige Minister van Immigratie en Asiel heeft in 2011 aan de Eerste Kamer toegezegd om drie jaar na de invoering van het zogeheten inreisverbod onderzoek te doen naar de uitvoeringspraktijk en werking van de maatregel (Handelingen Eerste Kamer, Vergaderjaar 2011-2012, 32420, nr. 10, p. 78-98). In dit onderzoek staat ten eerste de vraag centraal hoe relevante partijen in de Vreemdelingenketen (IND, vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee) en Strafrechtsketen (CJIB, OM en strafrechters) gebruik maken van de mogelijkheid om terugkeerbesluiten uit te vaardigen, inreisverboden op te leggen en de eventuele overtreding van inreisverboden te bestraffen. Ten tweede is nagegaan wat volgens de sleutelinformanten de effecten zijn van de Terugkeerrichtlijn en met name het inreisverbod. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodologische verantwoording 3. Beschrijvende statististische analyses 4. Kwalitatief deel: bevindingen focusgroepen 5. Samenvatting en conclusie
    • Illegale vreemdelingen in Nederland - Omvang, overkomst, verblijf en uitzetting

      Engbersen, G.; Staring, R.; Leun, J. van der; Boom, J. de; Heijden, P. van der; Cruijff, M. (WODC, 2002)
      In Nederland bevinden zich ‘illegale vreemdelingen’, d.w.z. mensen die geen geldige verblijfstitel in Nederland hebben. Een deel van hen heeft in het verleden een geldige verblijfsvergunning gehad, van een deel is het asielverzoek afgewezen en een deel is zonder geldige verblijfstitel binnengekomen. De onbekendheid van/ met deze groep en de marginale positie ervan werken speculaties in de hand over criminaliteit door illegalen. Ook wordt een relatie verondersteld tussen illegale binnenkomst en mensensmokkel. Voor de kwantitatieve analyse is gebruik gemaakt van politieregistraties van illegale vreemdelingen die werden staandegehouden in de periode 1997-2000. De gegevens werden aangeleverd door de 25 politieregio’s en zijn de beste beschikbare bron. Deze cijfers zijn ook de basis voor de schatting van het totaal aantal illegale vreemdelingen in Nederland. Voor het kwalitatief onderzoek werd gesproken met 156 illegale vreemdelingen uit acht belangrijke herkomstlanden van arbeids- en/ of asielmigranten: China, Iran, Marokko, Somalië, Sri Lanka, Turkije, voormalig Joegoslavië en voormalige Sovjet Unie. Nieuwe groepen illegale vreemdelingen, die niet kunnen terugvallen op legale landgenoten in Nederland, verkeren in een zeer kwetsbare positie op de huisvestings- en arbeidsmarkt. Zij lijken daardoor vatbaarder voor vormen van ‘overlevingscriminaliteit’. In deze studie worden geen definitieve gegevens gepresenteerd omtrent aard en omvang van illegale vreemdelingen in Nederland. Wel vindt men onderbouwde schattingen over aantallen illegale vreemdelingen, evenals relevante gegevens over de problematiek van uitzetting en over het vraagstuk van illegaliteit en criminaliteit. Ook worden kwalitatieve analyses gegeven van strategiën van overkomst en verblijf.
    • Interpretatie en implementatie van de Terugkeerrichtlijn

      Klaassen, M.; Rodrigues, P. (Universiteit Leiden - Europa Instituut, 2021-05)
      Het onderzoek betreft een analyse van zowel de Europese regelgeving en jurisprudentie met betrekking tot de Terugkeerrichtlijn, als de Nederlandse wetgeving en rechtspraak. Er tevens is een beschrijvende analyse van de beschikbare data van DT&V gemaakt. De hoofdvraag hierbij is welke invloed heeft de implementatie van de Terugkeerrichtlijn en de interpretatie van bijhorende jurisprudentie met focus op de inbewaringstelling van derdelanders in Nederland gehad? Daarnaast is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de implementatie van de Terugkeerrichtlijn in België, Denemarken, Duitsland, en Noorwegen. INHOUD: 1. Inleiding, 2. De Terugkeerrichtlijn en de jurisprudentie van het HvJ, 3. Implementatie van de Terugkeerrichtlijn in het Nederlandse vreemdelingenrecht, 4. De data en de observaties van respondenten, 5. Implementatie van de Terugkeerrichtlijn in andere Europese staten, 6. Conclusies
    • Ongewenst verklaarde vreemdelingen in de tbs

      Brink, M.; Desain, E.J.P.; Koning, C.C. (WODC, 2008)
      Om de kennis te bundelen en de repatriëring te bevorderen is op FPC Veldzicht een voorziening gecreëerd voor ongewenst verklaarde vreemdelingen met een tbs-maatregel. Onderzocht is hoe deze voorziening functioneert. Hierbij is gekeken in hoeverre de verzorging en behandeling adequaat zijn met het oog op repatriëring, in hoeverre langdurig verblijf mogelijk is en of de terugkeer naar het land van herkomst wordt bevorderd. Daarnaast is gekeken naar het proces van ongewenstverklaren.
    • Operationeel vreemdelingentoezicht in Nederland

      Aalberts, M.M.J. (WODC, 1989)
      De probleemstelling van dit onderzoek luidt als volgt:Op welke wijze is het operationeel toezicht op vreemdelingen ingebed in het formele beleid?Op welke wijze wordt het operationeel vreemdelingentoezicht uitgevoerd?Welke factoren bieden een verklaring voor de eerste onderdelen van de probleemstelling?Het verslag geeft u vanuit verschillende optieken een beeld van dit toezicht in de jaren van 1983 tot en met 1988.
    • Toepassing en aanscherping van de glijdende schaal

      Berdowski, Z.; Eshuis, P.; Vennekens, A. (WODC, 2009)
      De Tweede Kamer heeft gesproken over het al dan niet aanscherpen van de ‘glijdende schaal’, aan de hand waarvan wordt besloten over de verblijfsvergunning van rechtmatig verblijvende vreemdelingen die een strafbaar feit hebben gepleegd. Met de resultaten van dit onderzoek wil de Staatssecretaris van Justitie beoordelen of de aanscherping van de ‘glijdende schaal’ gewenst is.
    • Van bejegening tot vertrek - Een onderzoek naar de werking van vreemdelingenbewaring

      Alphen, B. van; Molleman, T.; Leerkes, A.; Hoek, J. van (WODC, 2013)
      Deze studie omvat twee delen. In het eerste deel wordt onderzocht hoe de vreemdelingen de detentieomstandigheden waarderen en wat daarin de bijdrage kan zijn van het personeel. In het tweede deel wordt gekeken of er een verband bestaat tussen de blootstelling aan vreemdelingenbewaring en de wijze waarop de detentieomstandigheden worden ervaren enerzijds en de mate waarin vreemdelingen medewerking verlenen aan hun terugkeer anderzijds. INHOUD: 1. De tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring 2. De veronderstelde relatie tussen personele factoren en de detentiebeleving van gedetineerden 3. Methoden met betrekking tot deel 1 van het onderzoek 4. Veronderstelde determinanten van de bejegeningstijlen en de detentiebeleving getoetst 5. De relatie tussen het verblijf in de vreemdelingenbewaring en de vertrekbereidheid van gedetineerde vreemdelingen 6. Methoden met betrekking tot deel 2 van het onderzoek 7. Determinanten van de ontwikkeling van de vertrekbereidheid van ingeslotenen getoetst 8. Conclusie en aanbevelingen
    • Verbanning en nieuwe vormen van uitsluiting

      Rooij, M. van; Schuilenburg, M.; Vorm, B. van der; Schilder, J.; De Koster, M.; Brouwer, Jan; Brouwer, Jelmer; Dael, M. van; Klaas, J.; Vaars, L.; et al. (WODC, 2018)
      ARTIKELEN: 1. Mandy van Rooij - Verbanning uit het semipublieke domein: Toegangsverboden in juridisch perspectief 2. M. Schuilenburg - Opgeruimd staat netjes: Over de sociologie van gebiedsverboden en de praktijk van het Collectief Winkelverbod 3. Benny van der Vorm - Rechtsbescherming tegen de cumulatie van privaatrechtelijke en strafrechtelijke gebiedsverboden 4. Jan Brouwer en Jon Schilder - Het gebiedsverbod als wapen tegen verspreiding van jihadistisch gedachtegoed 5. Margo De Koster - Verbanning en uitzetting in Noordwest-Europa sinds de vroegmoderne periode 6. Jelmer Brouwer - Crimmigratie en het uitzetten van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen 7. Marlotte van Dael, Jelle Klaas en Loïs Vaars - Staatloosheid als moderne vorm van uitsluiting: Naar een duurzame oplossing voor staatlozen in Nederland 8. Elina van ’t Zand-Kurtovic - Ruim baan? Uitsluiting en zelfuitsluiting van de arbeidsmarkt SAMENVATTING: Op tal van plaatsen in Nederland zijn eeuwenoude zogeheten banpalen te vinden. Ze markeren de oude grenzen van de banne, het rechtsgebied van de stad. Wie in vroeger tijden werd gestraft met verbanning, werd tot voorbij de banpaal gebracht en geacht zich niet meer binnen de stadsgrenzen te begeven. Maar verbanning en uitsluiting zijn niet enkele fenomenen uit het verleden. Nieuwe vormen daarvan zijn in de afgelopen decennia steeds populairder geworden in Nederland. Het gaat dan om gebiedsontzeggingen, openbaar-vervoerverboden, stadionverboden en (collectieve) toegangsverboden tot winkels en horeca. Het bijzondere van deze maatregelen is dat ze vaak niet strafrechtelijk van aard zijn, maar door de bestuursrechter of door private partijen worden opgelegd, al dan niet in samenwerking met de politie. Bij het binnengaan van een café, stadion, winkel(centrum), trein of tram gelden namelijk huisregels en gaan mensen stilzwijgend een contract aan dat zij zich naar behoren zullen gedragen. Het overtreden van de huisregels, en de contractbreuk die daarmee gepaard gaat, leidt zo tot een overtreding in bestuursrechtelijke of in civielrechtelijke zin. In de afgelopen decennia zijn publieke taken en verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid steeds meer bij andere partijen dan de overheid komen te liggen. Dit biedt private partijen – horecaondernemers, bioscoopeigenaren, winkeliersverenigingen, ov-bedrijven – een concrete mogelijkheid om bezoekers die zich hebben misdragen voor langere tijd te weren uit een bepaalde omgeving. Tegelijkertijd zien we dat een ruimtelijke benadering van veiligheid en veiligheidsbeleving meer invloed heeft gekregen. De focus is meer gericht op specifieke plekken die worden gezien als (potentiële) pleeglocatie van criminaliteit en overlast, zoals bepaalde buurten/straten, maar ook winkelcentra, voetbalstadions of het openbaar vervoer. Uitgangspunt hierbij is dat de gelegenheid de dader maakt en dat bepaalde plekken relatief eenvoudig zijn te beschermen tegen personen die ‘kwaad’ in de zin hebben. De overheid ziet gebiedsverboden als een manier om gebieden veiliger te maken. Er gaat ook een preventief effect van uit: mensen worden aangespoord om niet voor overlast of uitgaansproblemen te zorgen. In dit themanummer wordt in vier artikelen ingegaan op allerlei vragen die deze maatregelen oproepen. Zo is voor het uitvaardigen van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke verboden minder bewijslast nodig dan in het strafrecht. De rechts_bescherming is daarmee kleiner dan bij strafrechtelijke maatregelen. Ook is er de kwestie van proportionaliteit: hoe verhoudt de zwaarte van de genomen maatregelen zich tot de ernst van het delict? In de overige vier artikelen is er aandacht voor drie andere vormen van moderne uitsluiting, namelijk op het terrein van vreemdelingen, staatlozen en de arbeidsmarkt. Ook de historische achtergronden van verbanning komen aan bod, in het bijzonder de wijze waarop deze straf werd toegepast van de achttiende tot de twintigste eeuw in Noordwest-Europa.
    • Vreemdelingen

      Unknown author (WODC, 1992)
      Sinds het begin van de jaren tachtig is het aantal vreemdelingen dat toegang zoekt tot de landen van West-Europa, sterk in omvang toegenomen. De oorzaken daarvan zijn gelegen in de politieke aardverschuiving in Oost-Europa, in de voortdurende toestand van ellende in veel landen van de Derde Wereld, in de grotere kennis van de rijkdom en veiligheid van het westen en in de toegenomen bereikbaarheid daarvan. Aangezien de fysieke en sociale mogelijkheden die West-Europa heeft om de immigratiestroom in goede banen te leiden, niet onbeperkt zijn, acht men in het algemeen een beperkt toelatingsbeleid noodzakelijk. Een onbeperkte toelating zou bovendien op den duur ten koste gaan van de vreemdelingen van wie de toegang om humanitaire redenen absolute voorrang verdient. Uit de discussies die worden gevoerd over het vreemdelingenvraagstuk, blijkt vaak dat over veel aspecten van het probleem onvoldoende kennis bestaat. Ook bestaat er weinig inzicht in de wet- en regelgeving rond vreemdelingen. Dit themanummer van vormt een poging althans ten dele te voorzien in de leemtes in de kennis betreffende het vreemdelingenvraagstuk. Voor deze aflevering van JV is dr. M.M.J. Aalberts opgetreden als themaredacteur.