• Aanpak van de voorraad openstaande vrijheidsstraffen

      Winter, H.; Geertsema, B.; Krol, E.; Beukers, M.; Hoving, R. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2020)
      Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de constatering dat er in 2018 ongeveer 11.000 personen waren die in Nederland zijn veroordeeld voor een vrijheidsstraf maar bij wie deze straf nog niet (volledig) ten uitvoer is gelegd. Omdat deze personen zich niet zelf hebben gemeld voor tenuitvoerlegging van hun straf en/of omdat de opsporingsinstanties deze personen niet kunnen oppakken, zijn zij aangemerkt als ‘onvindbare veroordeelden’. De Minister voor Rechtsbescherming heeft uitgesproken dat dit een onwenselijke situatie is en dat er maatregelen getroffen dienen te worden om ervoor te zorgen dat de vrijheidsstraffen van deze personen alsnog ten uitvoer worden gelegd. In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: In welke mate hebben andere landen te maken met het probleem van onvindbare veroordeelden? Welke maatregelen nemen zij om onvindbare veroordeelden op te sporen en alsnog de opgelegde vrijheidsstraf ten uitvoer te leggen? Welke mogelijkheden tot internationale samenwerking zijn er inzake de opsporing en aanhouding van onvindbare veroordeelden die zich in een ander land bevinden en inzake de overdracht van deze personen naar Nederland of de overdracht van de straf naar een ander land? Welke knelpunten belemmeren de internationale samenwerking en welke mogelijkheden bestaan er om deze te vergemakkelijken? INHOUD: 1. Inleiding 2. Veroordeling, opsporing en tenuitvoerlegging straffen in Nederland 3. Veroordeling, opsporing en tenuitvoerlegging straffen in het buitenland vergeleken met Nederland 4. Mogelijkheden tot afname van de voorraad
    • De strafkamer van de Hoge Raad in cijfers 1988-1989

      Barendse-Hoornweg, E.J.M.; Duyne, P.C. van (WODC, 1991)
      Ten behoeve van zijn jaarverslag besloot de Hoge Raad in de herfst van 1988 om de tot dan toe handmatige cijferverzameling stelselmatiger op te zetten door een geautomatiseerd statistiekbestand te doen opbouwen. Hiertoe werden in overleg met het WODC de benodigde instrument en ontwikkeld. Deze bestaan voor 1988 en 1989 uit vier formulieren, waarin kernvariabelen voor vier soorten zaken zijn opgenomen: gewone strafzaken, uitleveringen, rekestzaken (beschikkingen) en aanvragen tot herziening van arresten en vonnissen die in kracht van gewijsde zijn gegaan. In dit verslag wordt een statistische beschrijving gegeven van het bestand van de door de strafkamer van de Hoge Raad in 1988 en 1989 afgedane zaken. INHOUD: 1. Inleiding 2. De opbouw van het bestand 3. Enkele kenmerken van de cassatieberoepen 4. Verzoeker, middelen, afloop en beslissingsinformatie in alle door de Hoge Raad afgedane gewone strafzaken 5. Uitleveringen, rekestzaken en aanvragen tot herziening 6. De behandelingsduur van de zaken afgedaan in 1988 7. Besluit.
    • Internationale straftribunalen

      Sluiter, G.; Herik, L.J. van den; Nollkaemper. A.; Nouwen, S.M.H.; Vlaming, F. de; Knoops, J.A.; Verrijn Stuart, H.; Pouligny, B. (WODC, 2006)
      ARTIKELEN: 1. G. Sluiter - Het Joegoslavië Tribunaal; een voorlopige balans 2. L.J. van den Herik - Het Rwanda Tribunaal: waardevolle exercitie of weggegooid geld? 3. A. Nollkaemper en S.M.H. Nouwen - 'Gemengde' tribunalen en hooggespannen verwachtingen 4. F. de Vlaming - Het geweld in voormalig Joegoslavië; tussen traditie, grote omwentelingen en kleine afrekeningen 5. J.A. Knoops - De medewerking van staten aan internationale straftribunalen en het beginsel van 'equality of arms' 6. H. Verrijn Stuart - Het Internationale Strafhof en de rol van slachtoffers 7. B. Pouligny - De vergeten aspecten van transnationale rechtspleging; over percepties van de overlevenden 8. Internetsites SAMENVATTING: Het internationaal strafrecht heeft zich de afgelopen tien jaar razendsnel ontwikkeld. In dit themanummers staat een onderdeel daarvan centraal: de berechting van oorlogsmisdrijven, genocide en misdrijven tegen de menselijkheid door internationale en geïnternationaliseerde straftribunalen. De oprichting van het Joegoslavië Tribunaal in 1993 blijkt achteraf het begin te zijn van een nieuwe trend. Andere ad hoc-tribunalen volgden. Er is kritiek op de hoge kosten, op de selectiviteit van vervolgingen, er bestaan twijfels over de effectiviteit van de rechtspleging en zorgen over de geringe betrokkenheid uit de landen die het strijdtoneel vormden. In de artikelen komen deze kwesties ruimschoots aan de orde.