• Allochtone jongeren en de kinderbescherming

      Unknown author (WODC, 1985)
      Dit kinderbeschermingsnummer van Justitiële verkenningen is in z'n geheel gewijd aan het thema `Allochtone jongeren en de kinderbescherrning'. Er zijn een viertal artikelen opgenomen, die gezien kunnen worden als het resultaat van ruim drie jaar onderzoek op dit terrein van het onderzoekteam Jeugdbescherming en Jeugddelinquentie van de CoOrdinatiecommissie Wetenschappelijk Onderzoek Kinderbescherming.
    • Bescherming bekeken - een onderzoek naar ontwikkelingen en regionale verschillen in het aantal ondertoezichtstellingen en machtigingen uithuisplaatsingen

      Berends, I.E.; Campbell, E.E.; Wijgergangs, E.; Bijl, B. (PI Research, 2010)
      Op 1 januari 2005 is de Wet op de jeugdzorg (Wjz) in werking getreden, die ook de (voorlopige) ondertoezichtstelling (OTS) en de tijdelijke uithuisplaatsingen (UHP) raakt. In deze wet is een bepaling opgenomen dat de wet binnen 5 jaar na inwerkingtreding dient te worden geëvalueerd. Op 2 november 2009 is de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg opgeleverd. Op verzoek van de Vaste Kamercommissie voor Jeugd en Gezin is in dit onderzoek een beeld geschetst van de ontwikkelingen in de aantallen OTS-maatregelen en de machtigingen voor UHP'en, en mogelijke regionale verschillen sinds 2005. INHOUD: 1. Inleiding 2. Opzet van het onderzoek 3. Ontwikkelingen in het aantal OTS-maatregelen en MUHP'en sinds 2005 4. Factoren die de landelijke ontwikkelingen mogelijk verklaren 5. Regionale verschillen in het aantal OTS-maatregelen en MUHP'en 6. Factoren die de regionale verschillen mogelijk verklaren 7. Conclusies en opmerkingen
    • Bescherming in ontwikkeling: het vervolg - Vervolgonderzoek in het kader van het 'Deltaplan Kwaliteitsverbetering Gezinsvoogdij'

      Lunenburg, P.; Bijl, B.; Slot, N.W. (WODC, 2006)
      Tussen ca. juni 2002 en januari 2005 is in het project Deltaplan Gezinsvoogdij een nieuwe werkwijze voor de uitvoering van ondertoezichtstellingen ontwikkeld. Gedurende de projectperiode zijn de effecten van deze werkwijze op een aantal punten geëvalueerd door VU/PI Research. Hiervan is verslag gedaan in het rapport ‘Bescherming in ontwikkeling’ d.d. december 2004. Om het beeld van het Deltaplan te completeren is dit vervolgonderzoek gedaan naar de duur van de ondertoezichtstelling, het aantal uithuisplaatsingen in het kader van de ondertoezichtstelling en de duur van deze uithuisplaatsingen.
    • De inzet van familienetwerkberaden in de jeugdbescherming

      Dijkstra, S.; Creemers, H.E.; Asscher, J.J.; Stams, G.J.J.M. (Universiteit van Amsterdam - Forensische orthopedagogiek, 2016)
      In het afgelopen decennium worden familienetwerkberaden, zoals Eigen Kracht conferenties (EK-C) en familienetwerkberaden ontwikkeld vanuit de Sociale Netwerk Strategieën (SoNeStra) in toenemende mate ingezet als besluitvormingsmodel in de jeugdzorg en jeugdbescherming in Nederland. Waar doorgaans de jeugdhulpverlener of de gezinsvoogdijwerker de leiding neemt bij het opstellen van een plan om de (opvoedings)problemen in het gezin aan te pakken, wordt binnen het model van familienetwerkberaden de verantwoordelijkheid voor het plan neergelegd bij het gezin. Het doel van familienetwerkberaden is om het gezin met haar netwerk, onder leiding van een al dan niet onafhankelijke coördinator, zelf een plan (familiegroepsplan) te laten maken voor de aanpak van problemen op een manier dat zelf regie gehouden wordt, maar onder voorwaarde dat de veiligheid van de in het gezin aanwezige kinderen gewaarborgd is. Sinds 1 januari 2015 is in de Jeugdwet vastgelegd dat de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling ouders als eerste de mogelijkheid moet bieden om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen (Jeugdwet, artikel 4.1.2). Dit geldt voor zowel de (vrijwillige) jeugdhulp als voor de (gedwongen) jeugdbescherming. Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd om antwoord te geven op de vraag Zorgt de inzet van familienetwerkberaden voor een betere bescherming van kinderen en jongeren die onder toezicht gesteld zijn en door welke kenmerken wordt dit beïnvloed? INHOUD: Deelstudie I - Een systematische review en meta-analyse van de uitkomsten van studies naar de effectiviteit van familienetwerkberaden. Deelstudie II - Een kwalitatief onderzoek naar de praktijkervaringen van familienetwerkberaden bij gezinnen in de jeugdbescherming. Deelstudie III - Een kwalitatief onderzoek naar de inhoud van familiegroepsplannen. Deelstudie IV - Een kwantitatief onderzoek naar de korte termijn resultaten van familienetwerkberaden in de jeugdbescherming. Deelstudie V - Een kwantitatief onderzoek naar de lange termijn resultaten van familienetwerkberaden in de jeugdbescherming
    • De inzet van familienetwerkberaden in de jeugdzorg - Een systematische review en meta-analyse van de uitkomsten van studies naar de effectiviteit van familienetwerkberaden

      Dijkstra, S.; Creemers, H.E.; Asscher, J.J.; Stams, G.J.J.M. (Universiteit van Amsterdam - Forensische orthopedagogiek, 2014)
      De doelen van het voorliggende onderzoek zijn om middels een literatuur review en meta-analyses: In kaart te brengen welke vormen van familienetwerkberaden in de jeugdzorg zijn beschreven in de nationale en internationale literatuur; Inzicht te geven in de indicatoren waarin de uitkomsten van familienetwerkberaden worden uitgedrukt; Vast te stellen of de inzet van familienetwerkberaden leidt tot positieve uitkomsten voor de bescherming van kinderen en jongeren; Te onderzoeken welke kenmerken van de methoden, gezinnen en studies van invloed zijn op de effectiviteit van familienetwerkberaden.
    • Feiten op een rij: een tussenstand - Tussenevaluatie Actieplan feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen

      Abraham, M.; Dijk, B. van; Hofstra, D. (DSP-groep, 2020)
      Het Actieplan verbetering feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen; Respect voor kind, ouder en professional, 2018-2021, heeft tot doel te komen tot goed feitenonderzoek en onderbouwde besluiten in de jeugdbeschermingsketen, met betrokkenheid van kinderen en ouders. Het Actieplan is aangeboden aan de Tweede Kamer in 2018 en de uitvoering van het plan loop van 2019 tot en met 2021. De minister heeft bij de aanbieding van het plan aan de Tweede Kamer toegezegd na twee jaar de balans te willen opmaken.De probleemstelling van het onderzoek is vervat in de volgende hoofdvragen: A. Kunnen met het Actieplan de gestelde doelen worden bereikt? B. Wat zijn de (tussentijdse) resultaten van het Actieplan? C. In hoeverre ontwikkelen deze zich in de richting van de nagestreefde doelen? D. Zijn aanpassingen/verbeteringen ten aanzien van het Actieplan mogelijk/wenselijk? Zo ja, welke?De probleemstelling is vertaald naar verschillende onderzoeksvragen, waarin wordt gekeken naar achtereenvolgens het potentieel doelbereik, de uitvoering en eerste resultaten van de verschillende acties, hoe verder en het betrekken van kinderen en ouders bij eindevaluatie.
    • Gescheiden plaatsing van broers en zussen bij gezamenlijke uithuisplaatsing - Onderzoek naar de prevalentie ven onderliggende oorzaken

      Stolwijk, I.J.; Put, C.E. van der; Defoe, I.N. (Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen, 2021-12-30)
      ls het thuis in een gezin niet goed gaat, kan een uithuisplaatsing van één of meerdere kinderen nodig zijn. Uithuisplaatsing is een ingrijpend laatste redmiddel om ervoor te zorgen dat het kind veilig is en zich goed kan ontwikkelen, of om een kind een behandeling te geven die anders niet mogelijk is. In de Richtlijn Uithuisplaatsing voor jeugdhulp en jeugdbescherming wordt geadviseerd om broers en zussen waar mogelijk samen te plaatsen tenzij dat om bepaalde redenen niet mogelijk of wenselijk is. Het doel van het huidige onderzoek was om tot een valide en betrouwbare schatting te komen van het percentage broers en zussen dat na gezamenlijke uithuisplaatsing gescheiden wordt geplaatst, en om te achterhalen welke redenen hieraan ten grondslag liggen. Voor beantwoording van de onderzoeksvraag is gebruik gemaakt van een multi-method, multi-informant onderzoek bestaande uit dossieronderzoek en interviews.
    • Implementatie en doelmatigheid van de Deltamethode Gezinsvoogdij - onderzoek naar de invloed van de Deltamethode Gezinsvoogdij op het verloop van de ondertoezichtstelling

      Stams, G.J.J.M.; Top-van der Eem, M.; Limburg, S.; Vugt, E.S. van; Laan, P.H. van der (WODC, 2010)
      Vanaf 2002 is gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe werkwijze voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling (OTS), de Deltamethode Gezinsvoogdij. Het doel van dit onderzoek was het in kaart brengen van de vordering van de landelijke implementatie van de Deltamethode Gezinsvoogdij en de effecten van de 'werkwijze Delta' op de duur van de ondertoezichtstellingen en het aantal en de duur van uithuisplaatsingen tijdens de OTS.
    • In het belang van het kind

      Unknown author (WODC, 1984)
      In dit inmiddels traditioneel geworden kinderbeschermingsnummer van Justitiele Verkenningen vier speciaal voor deze aflevering geschreven attikelen. Vanuit verschillende invalshoeken wordt door de auteurs gekeken hoe het belang van het kind in de loop van de tijd historisch, juridisch en psychologisch gestalte heeft gekregen.
    • Jonge uithuisgeplaatste kinderen nader bekeken - Een follow-up onderzoek naar hun ontwikkeling

      Ooyen-Houben, M. van; Schiewold, A.; Schneider, S.; Smeets, R. (WODC, 1990)
      Het onderzoek wil de ontwikkeling van kinderen gedurende twee jaar volgend op hun uithuisplaatsing beschrijven en de samenhang nagaan tussen de ontwikkeling en een aantal factoren die betrekking hebben op het kind, zijn achtergrond en de plaatsing. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan verschillen en overeenkomsten tussen kinderen in pleeggezinsettings en kinderen in tehuissettings. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het begrip 'ontwikkeling' 3. Methoden van onderzoek 4. Kenmerken van kinderen en van de plaatsingen 5. Hoe zijn de kinderen in de begintijd van de plaatsing 6. Instroom in pleeggezinnen en tehuizen 7. De ontwikkeling in de eerste negen maanden na plaatsing 8. De situatie twee jaar na plaatsing 9. De ontwikkeling van kinderen in verschillende settings 10. Voorspellers van het gedrag na twee jaar 11. Voorkeurspersonen en hechtingsgedrag 12. Samenvatting en conclusies
    • Kinderbescherming: van gerechtelijk model naar welzijnsmodel

      Unknown author (WODC, 1981)
      Dit nummer van JV is gewijd aan veranderingen binnen het kinderbeschermingssysteem. Die veranderingen zijn niet uniek voor ons land: ze vinden plaats in vele van de ons omringende landen en in Noord-Amerika. De vragen waar we in dit nummer op in willen gaan betreffen het meer algemene karakter van die ontwikkelingen: hoe zijn ze te verklaren, waar komen ze vandaan en wat is de achterliggende filosofie ervan?
    • Meer jonge kinderen in pleeggezinnen - Evaluatie van een beleidsexperiment

      Ooyen-Houben, M. van; Kort, H. de; Stolp-Keuzenkamp, I.; Strijbos-Schellekens, M. (medew.); Smeets, R. (medew.) (WODC, 1987)
      Dit rapport bevat een samenvatting van de resultaten van het evaluatie-onderzoek van het beleidsexperiment pleeggezinplaatsingen. Het onderzoek is uitgevoerd onder auspicien van het CWOK. In het onderzoek is een groot aantal gegevens verzameld. De resultaten zijn uitvoerig vervat in twee eindrapporten: een deel 1, waarin met name gekeken wordt naar de kwantitatieve effecten van het beleidsexperiment, en een deel 2, waarin beschreven wordt hoe het experiment is verlopen, wat de ervaringen zijn van de direct betrokkenen en waarin tevens aandacht geschonken wordt aan aspecten van de besluitvorming en de begeleiding van plaatsingen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het evaluatie-onderzoek 3. Kenmerken van kinderen en van de plaatsingen in het beleidsexperiment 4. Verkenning van de kwantitatieve effecten van het experiment 5. Argumenten en overwegingen bij de besluitvorming 6. De begeleiding van plaatsingen in het experiment 7.Het verloop van het beleidsexperiment 8. De bemiddeling van pleeggezinnen 9. Ervaringen van betrokkenen 10. Conclusies en aanbevelingen
    • Met recht onder toezicht gesteld - Evaluatie herziene OTS-wetgeving

      Savornin Lohman, J. de; Bruning, M.R.; Goderie, M.J.H.; Nieborg, S.M.A.; Steketee, M.J.; Graaf, P. de (medew.); Huntjens, K. (medew.) (Verwey-Jonker Instituut, 2000)
      Bij ondertoezichtstelling wordt het ouderlijk gezag beperkt en blijft het kind, in beginsel, in het gezin. De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht als deze zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd. Met de herziening van de wetgeving werd beoogd om de rechtswaarborgen van belanghebbenden te verduidelijken en te verbeteren. Vóór november 1995 had de kinderrechter een dubbelfunctie. Hij stelde onder toezicht en was verantwoordelijk voor de uitvoering van de OTS. Om de rol van de rechter te verduidelijken en de onafhankelijkheid te verzekeren is in de nieuwe wet de rechtspraak en uitvoering gescheiden. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de OTS is bij de gezinsvoogdij-instelling (GVI) komen te liggen.
    • Misdrijven in kinderschoenen - Een onderzoek naar de aanpak van 12- en 13-jarige misdrijfverdachten binnen en buiten het strafrecht

      Kuppens, J.; Boer, H. de; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2021-05)
      In 2017 heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming het advies gegeven om de strafrechtelijke minimumleeftijd te verhogen van 12 naar 14 jaar (Raad voor de Strafrechtstoepassing, 2017). De minister voor Rechtsbescherming heeft aangeven aan de Tweede Kamer dat de strafrechtelijke minimumleeftijd niet verhoogd wordt, maar dat hij, indien noodzakelijk, bereid is om verder te investeren in de aanpak van 12- en 13-jarigen buiten het strafrecht. De aanname hierbij was, dat zaken van 12- en 13-jarige misdrijfverdachten in de meeste gevallen al buiten het strafrecht worden afgedaan. Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de behoefte bij het ministerie van Justitie en Veiligheid om meer inzicht te krijgen in de aanpak voor deze doelgroep. De wens vertaalt zich in de volgende centrale onderzoeksvragen: Welke strafrechtelijke en niet-strafrechtelijke1 aanpakken voor 12- en 13-jarige misdrijfverdachten bestonden er in 2017 en 2018 en hoe vaak werd voor elke aanpak gekozen? Waarom werd voor een bepaalde aanpak gekozen? Wat hielden de verschillende aanpakken in de praktijk in? Hoe effectief menen betrokken organisaties dat de verschillende aanpakken waren om recidive te voorkomen? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Bevindingen uit de literatuur, 3. Analyse van misdrijven en aanpakken, 4. Effectiviteit en werkzame bestanddelen, 5. Alternatieve (niet-)strafrechtelijke aanpakken, 6. Aandachtspunten in de aanpak, 7. Beantwoording onderzoeksvragen en beschouwing.
    • Residentiële hulpverlening aan Surinaamse, Turkse en Marokkaanse jongeren - Een onderzoek naar het verblijf in en het vertrek uit internaten en de situatie gedurende het eerste half jaar na dat vertrek van allochtone jongeren, vergeleken met autochtone jongeren

      Laan, P.H. van der; Essers, A. (medew.); Hoeffnagel, M. (medew.) (WODC, 1985)
      Dit onderzoek heeft ten doel een beschrijving te geven van (de laatste fase van) het tehuisverblijf, het eventuele uitplaatsingsproces (uit het tehuis) en wat er na dit verblijf gebeurt, voor Surinaamse, Turkse en Marokkaanse jongeren van 12 jaar en ouder. Door dit ook te doen voor Nederlandse jongeren hopen de auteurs inzicht te krijgen in voor jongeren uit minderheidsgroepen mogelijk specifieke aspecten en problemen, verbonden aan het tehuisverblijf en de beëindiging daarvan. INHOUD: 1. Opzet en kader van het onderzoek 2. Opnameredenen 3. Doelen 4. Het vertrek uit het internaat 5. De situatie na vertrek uit het internaat 6. Samenvatting, discussie en aanbevelingen
    • Tussenevaluatie Wet Herziening Kinderbeschermingsmaatregelen

      Lünnemann, K.; Huijer, J.; Bel, K.; Lünnemann, M.; Steketee, M.; Weijers, I. (Verwey-Jonker Instituut, 2018)
      De nieuwe kinderbeschermingswetgeving werd van kracht op 1 januari 2015, gelijktijdig met de Jeugdwet. Het onderzoek naar de uitvoering van de gewijzigde jeugdbeschermingswetgeving is een tussenevaluatie. Regioplan heeft in 2015 een evaluatie kader vastgesteld inclusief een indicatorenset, en er is een nulmeting en een stand van zaken meting verricht (zie link bij: Meer informatie). Deze tussenevaluatie bouwt hierop voort. In 2020 zal de eindevaluatie plaatsvinden. Het onderzoek is gericht op het beantwoorden van de probleemstelling: Hoe verloopt de uitvoering van de kinderbeschermingswetgeving, zijn er knel- of aandachtspunten, wat zijn de (tussentijdse) resultaten van de kinderbeschermingswetgeving en in hoeverre ontwikkelen deze zich in de richting van de nagestreefde doelen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Het ontwikkelingsperspectief van het kind 3. Transparantie, doelgerichtheid en toegang tot de rechter 4. Uitvoering van de wet: overige aspecten 5. Doelbereik en uitvoering van de wet
    • Uithuisplaatsing

      Unknown author (WODC, 1978)
      Soms is een justitieel ingrijpen in gezinsverhoudingen onvermijdelijk, en dit kan betekenen dat een minderjarige vanuit het oorspronkelijke milieu wordt overgeplaatst naar een tehuis of pleeggezin. Aan het thema uithuisplaatsing is dit nummer gewijd, en de nadruk zal daarbij vallen op de verschillende keuzemogelijkheden welke de plaatsende instanties ter beschikking staan. In het inleidende artikel wordt vooral stilgestaan bij de vraag, op grond van welke criteria men kiest voor een (bepaald type) tehuis dan wel voor een (bepaald type) pleeggezin. In aansluiting daarop is een aantal 3 al dan niet verkort weergegeven publikaties opgenomen over verschillende mogelijkheden tot uithuisplaatsing in ons land, waarbij tevens onderlinge vergelijkingen worden gemaakt. Verder wordt aandacht besteed aan de rechtspositie van minderjarigen in tehuizen, en tot slot is opgenomen een samenvatting van een onderzoek aangaande het plaatsen van jeugdigen in tehuizen.
    • Uithuisplaatsing van kinderen

      Unknown author (WODC, 1982)
      Hoewel ook het pleeggezin ter sprake komt, heeft de inleidende auteur zich in hoofdzaak beperkt tot de plaatsing in tehuizen (justitiële en niet justiiële plaatsingen). Beantwoord wordt de vraag wat voor kinderen in een tehuis geplaatst worden en uit welke gezinnen zij komen. Andere vragen die aan de orde komen betreffen het gehele plaatsingsingsproces. Tenslotte wordt aandacht geschonken 3 aan de effecten die de uithuisplaatsing heeft op de ouders van de geplaatste kinderen. Naast het inleidende artikel is een drietal bewerkingen van buitenlandse artikelen opgenomen.