• Aan de grenzen van het meetbare - De methodologische kwaliteit van internationale studies naar de omvang van aan prostitutie gerelateerde mensenhandel met nadruk op Noordwest Europa

      Lensvelt-Mulders, G.; Lugtig, P.; Bos, P.; Elevelt, A.; Helms, A. (Universiteit voor Humanistiek (UvH), 2016)
      De aanleiding voor deze literatuurstudie was een motie van Segers/van der Staaij, waarin gevraagd werd om een wetenschappelijke vergelijking te maken van het prostitutiebeleid tussen landen in Noordwest-Europa en het effect van dat beleid op de omvang van mensenhandel in de betreffende landen. De onderzoeksvraag in deze studie luidt: Wat is er bekend over de relatie tussen prostitutiebeleid in Noordwest-Europa en de omvang van mensenhandel en wat valt er vanuit wetenschappelijk oogpunt te zeggen over de kwaliteit van de bestaande onderzoeken waarop de conclusies over deze relatie zijn gebaseerd? Om een zo goed mogelijk inzicht in bovengenoemde relatie(s) te krijgen, is dit onderzoek specifiek gericht op landen in Noordwest-Europa: Nederland, België, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Duitsland en Groot Brittannië. Deze landen dekken samen de belangrijkste, voor vergelijkend onderzoek relevante, vormen van prostitutiebeleid, en hebben een infrastructuur die in principe het best mogelijke onderzoek naar de omvang van mensenhandel mogelijk maakt. INHOUD: 1. Inleiding in de probleemstelling 2. Internationale beleidscontext 3. Methodologie van het onderzoek 4. Resultaten 5. Conclusies en methodologisch advies
    • De aard en effecten van prostitutiebeleid

      Bleeker, Y.; Mulder, E.; Korf, W. (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-12-30)
      Tweede Kamerleden constateerden in september 2020 tijdens een plenair debat dat er veel onduidelijkheid is over de effecten van beleidskeuzes gericht op sekswerk. In dit debat verzochten meerdere Kamerleden de staatssecretaris om een onderzoek uit te laten voeren. Uit het onderzoek moest duidelijk worden welke prostitutiebeleidsvarianten er zijn en wat bekend is over de effecten van die beleidsvarianten. Daarnaast is gevraagd om het maatschappelijk veld te betrekken bij dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Prostitutiebeleidsvarianten 3. Effecten van criminalisering 4. Effecten van regulering 5. Effecten van decriminalisering
    • Evaluatie Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen - Voor de publieke waarde van informatie

      Struiksma, N.; Cazemier, J.; Diekema, M.; Floor, T.; Ridder, J. de (Pro Facto, 2022-04-26)
      Sinds 1 april 2000 heeft Nederland als eerste EU-lidstaat een Nationaal Irapporteur op het gebied van mensenhandel. Op grond van art. 9 van de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen (wet van 15 november 2013) en daaraan voorafgaande regelingen dient het instituut elke vier jaar geëvalueerd te worden. Dit evaluatieonderzoek heeft vier hoofdvragen: 1. Hoe heeft de Nationaal rapporteur in de periode 2017-2020 zijn taken uitgevoerd? 2. Welke financiële middelen had de Nationaal rapporteur in de periode 2017-2020 beschikbaar en hoe zijn die besteed? Hoe verhoudt zich dat tot de middelen en besteding daarvan door de nationaal rapporteurs in drie andere EU-lidstaten? 3. Wat was de externe waardering voor de taakuitvoering van de Nationaal rapporteur in de periode 2017-2020? 4. In hoeverre is – de antwoorden op de eerste drie hoofdvragen en de deelvragen overziend – een wijziging van de taken, werkwijze en/of bevoegdheden van de Nationaal rapporteur gewenst en hoe kijkt de Nationaal rapporteur aan tegen deze eventuele wijzigingen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. De taak van de Nationaal rapporteur 4. Bestuurlijke inbedding 5. Organisatie en financiën 6. Taakopvatting Nationaal rapporteur 7. Activiteiten 2017-2020 8. Externe waardering 9. Landenvergelijking 10. Integrale analyse
    • Evaluatie Regeling Uitstapprogramma's Prostitutie (RUPS II)

      Timmermans, M.; Kuin, M.; Leerdam, J. van; Groot, J. (medew.); Duysak, S. (medew.); Verbeek, E. (medew.); Born, M. (medew.) (Regioplan Beleidsonderzoek, 2019)
      De Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees II is erop gericht om een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s te realiseren waar sekswerkers uit heel Nederland terechtkunnen. Het doel van de evaluatie is om te onderzoeken in hoeverre dit bereikt is. Daarnaast moet het onderzoek leiden tot advies over de wijze waarop de aangekondigde structurele gelden voor uitstapprogramma’s verdeeld en beheerd kunnen worden. Het derde doel van het onderzoek is het in kaart brengen van het bereik en de resultaten van uitstapprogramma’s die (deels) uit RUPS II zijn bekostigd.De hoofdvragen van de evaluatie zijn:Is er een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s?Op welke manier kunnen de financiële middelen die in het regeerakkoord beschikbaar zijn gesteld het beste worden verdeeld en beheerd?Wat is bekend over de effecten van de verschillende RUPS-programma’s? INHOUD: 1. Inleiding 2. Landelijke dekking uitstapprogramma's 3. Toekomstige financiële systematiek 4. Resultaten RUPS II 5. Conclusie
    • Evaluatie uitstapprogramma's prostitutie - Deelrapport Landelijke dekking en toekomstige financiële regeling

      Timmermans, M.; Kuin, M.; Leerdam, J. van; Groot, J. (medew.); Duysak, S. (medew.); Verbeek, E. (medew.); Born, M. (medew.) (Regionplan beleidsonderzoek, 2018)
      Uit zowel de praktijk als de wetenschappelijke literatuur is bekend dat uitstappen uit de prostitutie allerlei belemmeringen kent en dus zeer complex kan zijn. In 2008 werd de eerste Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees (RUPS) door het Rijk ingevoerd. Het betrof een subsidieregeling om ontwikkeling en uitvoering van uitstapprogramma’s mogelijk te maken. Met RUPS II wordt beoogd een landelijk dekkend netwerk aan uitstapprogramma’s te bieden. Dit rapport is een verslag van de evaluatie van de landelijke dekkingsgraad van uitstapprogramma’s en de verkenning van de verdeling en het beheer van de toekomstige structurele gelden voor uitstapprogramma’s.
    • Evaluatie van de pilot 'Categorale Opvang voor Slachtoffers van Mensenhandel'

      Londen, M. van; Hagen, L. (WODC, 2012)
      De pilot 'Categorale Opvang voor Slachtoffers van Mensenhandel' (COSM) is op 15 juni 2010 officieel van start gegaan op drie locaties in Nederland (voor de duur van twee jaar). Het primaire doel van de pilot was om slachtoffers, inclusief eventuele meegekomen kinderen, snel en veilig op te vangen en op die manier de uitbuiting te stoppen. In deze evalutie wordt nagegaan in hoeverre de pilot COSM beantwoordt aan de doelen die daaraan gesteld werden. De probleemstelling van het onderzoek luidt: In hoeverre zijn de aan de COSM gestelde doelen bereikt, en in hoeverre zijn er verschillen in opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel tussen COSM en reguliere opvang? INHOUD: 1. Inleiding 2. Aanmelding, toelatingscriteria en instroom in de opvang 3. Begeleiding van slachtoffers in de opvang 4. Doorstroom, uitstroom en aangiftebereidheid 5. Conclusies en discussie
    • Government policies and sex work realities - Human trafficking in the regulated sex industry

      Verhoeven, M.A. (Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2017)
      In the Netherlands selling sexual services for money is accepted by law under certain conditions. Some sex workers, however, are tricked out of their money by people using manipulation, fraud or coercion. This crime, the exploitation of sex workers, constitutes human trafficking.Several government agencies deal with the prevention and prosecution of human trafficking in the sex industry, and with the protection of victims. However, people who are identified as victims often decline the assistance that is offered to them. How can this be explained? Does it mean that the way in which human trafficking is dealt with fails to meet the needs and problems of sex workers?This dissertation explores these questions by zooming in on the red-light district in Amsterdam and reveals the relationships between pimps and sex workers, the informal economy and the criminal investigation of human trafficking. It shows that the perspective of sex workers on exploitation and on government policy is relevant for a better understanding of effective anti-trafficking policy. CONTENT: 1. General introduction 2. Between visibility and invisibility: sex workers and informal services in Amsterdam 3. Relationships between suspects and victims of human trafficking: exploitation of sex workers in Dutch trafficking cases and parallels to domestic violence 4. Human trafficking and criminal investigation strategies in the Amsterdam red-light district 5. Criminal investigation of human trafficking in the Netherlands 6. Sex work realities versus government policies: meanings of anti-trafficking initiatives for sex workers 7. General discussion
    • Grenzeloos!? - Een verkennend onderzoek in relatie tot (veroordeelde) plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik

      Wolsink, J.; Boer, H. de; Wijk, A. van; Swart, L. de; Hoog, G. op 't (Bureau Beke, 2021-12-30)
      Naar aanleiding van een artikel in De Telegraaf over de zaak van de Nederlander Hans V., worden in maart 2019 Kamervragen gesteld over de beschikbare maatregelen voor veroordeelde plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik. Ook worden twee moties ingediend waarin de regering verzocht wordt om te onderzoeken op welke wijze de reisbewegingen van plegers verder beperkt kunnen worden. In zijn reactie concludeert de minister voor Rechtsbescherming dat de huidige maatregelen beter benut kunnen worden. De doelstelling in dit onderzoek is tweeledig: 1) meer inzicht krijgen in de profielen van plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik en 2) nagaan of er in het buitenland maatregelen bestaan gericht op het voorkomen van transnationaal seksueel kindermisbruik die ook in Nederland van toegevoegde waarde zouden kunnen zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Transnationaal seksueel kindermisbruik in de wetenschappelijke literatuur 3. Inventarisatie van het instrumentarium 4. Introductie internationaal onderzoek 5. Landenstudie Zweden 6. Landenstudie Duitsland 7. Landenstudie Ierland 8. Landenstudie Australië 9. Landenstudie Verenigde Staten 10. Beantwoording onderzoeksvragen en conclusies
    • Herinvoering van een pooierverbod? - Een inventarisatie van opvattingen in het juridisch werkveld over eventuele herinvoering van een strafrechtelijk pooierverbod

      Lindenberg, K. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2014)
      In 2000 werden het bordeelverbod en het souteneursverbod als zodanig afgeschaft. Sindsdien hebben sommigen zich voorstander getoond van de herinvoering van het souteneursverbod, ook wel het pooierverbod genoemd. Om een beter beeld te krijgen van de manier waarop in het juridisch werkveld over eventuele herinvoering van een pooierverbod zoal wordt gedacht en van de argumenten die daarbij worden gehanteerd, zijn zeventien juristen, allen werkzaam op strafrechtelijk terrein, over hun zienswijze bevraagd. Bij deze interviews zijn de opvattingen van Peter Lemaire, raadsheer bij het gerechtshof Arnhem_Leeuwarden en een van de voorstanders van herinvoering van het pooierverbod, als uitgangspunt genomen. In de voorliggende inventarisatie wordt verslag gedaan van zowel de opvattingen van Lemaire, als de reacties daarop van de zeventien respondenten. Het rapport 'Herziening van de zedendelicten' is in 2016 gepubliceerd (zie link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Het oude pooierverbod en art. 273f Sr 3. Het voorstel van Lemaire 4. Reacties op het voorstel 5. Conclusie
    • Informele economie, uitbuiting en illegaliteit

      Slot, B.M.J.; Rensman, M.; Bruil, A.; Steeg, A. van de; Kazemier, B.; Staring, R.; Aarts, J.; Krimpen, L. van; Bogaerts, A.; Plooij, P.; et al. (WODC, 2010)
      ARTIKELEN: 1. B.M.J. Slot - Informele economie: oorsprong, oorzaak en ontwikkeling 2. M. Rensman, A. Bruil, A. van de Steeg en B. Kazemier - Het aandeel van de drugssector in het nationaal inkomen 3. R. Staring en J. Aarts - Werken in de marge; illegaal verblijvende jongeren in Nederland 4. L. van Krimpen - Mensenhandel en arbeidsuitbuiting; recente ontwikkelingen in de jurisprudentie 5. A. Bogaerts, P. Plooij en R. Zoetekouw - De bestrijding van arbeidsuitbuiting; werkwijzen en bevindingen van de SIOD 6. Boekrecensie: J.P. van der Leun over 'Economic sociology: a systematic inquiry' - Alejandro Portes 7. Internetsites. SAMENVATTING: Over de omvang en de functie van de informele economie wordt al sinds de jaren 1960 gediscussieerd. Met dit themanummer wordt beoogd in de eerste plaats inzicht te bieden in de belangrijkste kenmerken van de informele economie. Ingegaan wordt op de vraag in hoeverre deze is vervlochten met de formele en de criminele economie. Ook is er aandacht voor de positie van migranten en de functie van de informele economie als 'kraamkamer' voor nieuwe bedrijven. Ook is er aandacht voor de uitwassen van de informele economie, met name voor de mensen die voor hun overleven aangewezen zijn op de informele sector, zoals mensen zonder verblijfsstatus, die slachtoffer worden van uitbuiting. Actuele ontwikkelingen in de opsporing en jurisprudentie komen uitgebreid aan bod.
    • Mensenhandel

      Smit, M.; Boot, M.; Rijken, C.; Dijk, J. van; Siegel, D.; Staring, R.; Daalder, A.L.; Bunt, H.G. van de; Bovenkerk, F.; Pronk, G.J.; et al. (WODC, 2007)
      ARTIKLEN: 1. M. Smit en M. Boot - het begrip mensenhandel in de Nederlandse context; achtergronden en reikwijdte 2. C. Rijken en J. van Dijk - Hulpverlening aan slachtoffers van mensenhandel; mensenrecht of beloning? 3. D. Siegel - Nigeriaanse madams in de mensenhandel in Nederland 4. R. Staring - Handelaars in vrouwen; achtergronden en werkwijze 5. A.L. Daalder - De opheffing van het bordeelverbod; gevolgen voor mensenhandel? 6. H.G. van de Bunt - In het hart van de vergunde sector 7. F. Bovenkerk en G.J. Pronk - Over de bestrijding van loverboymethoden 8. J. Kiemel en W. ten Kate - De programmatische aanpak van mensenhandel en mensensmokkel; een verkenning aan de hand van Sneep 9. H. de Jonge van Ellemeet - Slecht werkgeverschap of 'moderne slavernij'; handhaving van een nader af te bakenen verbod 10. Boekrecencie: M.A. Verhoeven over 'Reizende sekswerkers; Latijns-Amerikaanse vrouwen in de Europese prostitutie' van Marie-Louise Janssen, 11. Internetsites. SAMENVATTING: De bestrijding van mensenhandel is in de afgelopen jaren hoog op de politieke en opsporingsagenda komen te staan. Het verschijnsel mensenhandel is nauw verbonden met de prostitutiesector, en in dat opzicht zou het wellicht meer voor de hand liggen om te spreken van vrouwenhandel. Een van de redenen om dit themanummer de titel Mensenhandel te geven is dat met de invoering van een nieuwe mensenhandelbepaling in het Wetboek van Strafrecht nu ook uitbuiting in andere sectoren dan de seksindustrie onder het delict Mensenhandel vallen, zoals industrie, glas- en tuinbouw en de horeca.
    • Multiple Systems Estimation Slachtoffers Mensenhandel Nederland 2016-2019

      Dijk, J. van; Cruyff, M.; Heijden, P. van der (Tilburg University, 2021-11-29)
      De probleemstelling van het onderzoek is in de opdrachtverlening als volgt omschreven: 1. ‘Schat het aantal slachtoffers van mensenhandel in Nederland in de jaren 2016 tot en met 2019, uitgesplitst naar type mensenhandel, sekse, minderjarige of meerderjarige leeftijd en herkomst uit Nederland of daarbuiten. 2. Maak daarbij gebruik van de Multiple Systems Estimation methode en de databronnen die ook bij de eerdere mensenhandel schattingen uit 2017 zijn toegepast. Geef aan welke onzekerheden aan de schattingen zijn verbonden en ga in op eventuele mogelijkheden voor verbetering van de schatting. 3. Breng door vergelijking van de nieuwe schattingen met de eerdere schattingen de ontwikkeling van het slachtofferschap van mensenhandel in beeld. Probeer het verloop van de schattingen over de jaren 2010-2019 te verklaren en een indicatie te geven van de te verwachten ontwikkeling.’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Het CoMensha-bestand 3. De MSE-analyse 4. Uitkomsten: de geschatte aantallen slachtoffers mensenhandel 5. Discussie en aanbevelingen
    • Nederlandse Antillen en Aruba

      Oostindie, G.J.; Hulst, J.F. van; Haan, E.; Munneke, H.; Reijntjes, J.M.; San, M. van; Schrils, J. (WODC, 2002)
      ARTIKELEN: 1. G.J. Oostindie - Een antwoord op de Curaçaose exodus? 2. J.F. van Hulst - Burgudu; postkoloniale strijd omwaardigheid 3. E. Haan - Over emigratie en welvaart; de economische ontwikkelingen van Curaçao en Aruba vanaf 1986 4. H. Munneke - Staatsrecht in de Cariben; van lokaal speelterrein naar aanpassing aan de internationale orde 5. J.M. Reijntjes - Bestraffing op de Antillen; hoge strafmaat, harde strafexecutie 6. M. van San - ‘Mijn vader is ook geen engeltje’; Curaçaose jeugdige delinquenten en hun opvoeders 7. J. Schrils - Nèt loke falta; Rapport Adviescommissie Antilliaans medeburgerschap SAMENVATTING: Dit nummer is gewijd aan de Antillen en Aruba, met veel aandacht voor de Antilliaanse problematiek van migratie, armoede, criminaliteit en postkoloniale sentimenten.
    • Ouderenmishandeling

      Plaisier, I.; Klerk, M. de; Pattiwael, J.; Brons, I.; Lindenberg, J.; Mysyuk, Y.; Westendorp, R.G.J.; Royers, T.; Engelbertink, C.G.C.; Cremers, L.M.; et al. (WODC, 2015)
      ARTIKELEN: 1. I. Plaisier en M. de Klerk - Ouderenmishandeling: Een verkenning naar aard en omvang 2. J. Pattiwael en I. Brons - Ouderen in veilige handen: Een overzicht van het beleid ter bestrijding van ouderenmishandeling 3. J. Lindenberg, Y. Mysyuk en R.G.J. Westendorp - Systeemmishandeling: Recht doen aan de zienswijzen van ouderen zelf 4. T. Royers - Ontspoorde zorg, gehechtheid en interactie 5. C.G.C. Engelbertink - Het levenstestament 6. L.M. Cremers en E.J.H. de Kluijs - Een kwestie van integraal slim slaan? 7. B. Rovers en S. Mesu - Woningovervallen op ouderen: Een zeldzaam, maar heftig fenomeen 8. M. Akkermans - Ouderen als slachtoffer van criminaliteit: Een kwantitatief beeld van de Nederlandse situatie SAMENVATTING: Ouderenmishandeling staat sinds 2010 op de politieke agenda en krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) stelde in 2011 het Actieplan ‘Ouderen in veilige handen’ op, waarna er verschillende initiatieven, voorlichtingscampagnes en scholingen van de grond kwamen om hulpverleners, artsen, familieleden van ouderen en ouderen zelf nader te informeren over dit probleem. Het laatste onderzoek naar de prevalentie van ouderenmishandeling in Nederland dateert uit 1996. Hierin gaf 5,6% van de geïnterviewde ouderen aan slachtoffer te zijn van fysiek of verbaal geweld, verwaarlozing of financiële uitbuiting. Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS kondigde afgelopen zomer aan dat er op korte termijn een groot onderzoek zal plaatsvinden naar aard en omvang van ouderenmishandeling. Het is niet eenvoudig daar een goed beeld van te krijgen. Onderschatting van het probleem dreigt bijvoorbeeld als een methode wordt gekozen die de meer kwetsbare en afhankelijke ouderen niet of moeilijk bereikt. Daar staat tegenover dat de meest in zwang zijnde en zeer ruime definitie van ouderenmishandeling zou kunnen leiden tot een overschatting van de prevalentie. Deze luidt: ‘al het handelen en het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid’. In de praktijk kunnen hier zowel zware mishandeling onder vallen als situaties waarin – al dan niet opzettelijk – (mantel)zorgers steken laten vallen. Psychische mishandeling is soms eveneens moeilijk aan te tonen, zeker als er sprake is van familierelaties die al jarenlang worden gekenmerkt door conflicten en/of onaangename interactiepatronen. Ouderenmishandeling wordt nogal eens in verband gebracht met ‘ontspoorde’ mantelzorg. O.a. vanuit oppositiepartijen is erop gewezen dat mantelzorgers overbelast raken als onbedoeld effect van het huidige beleid om veel verzorgings- en verpleeghuizen te sluiten en ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Het is de bedoeling dat gemeenten ervoor zorgen dat hulpverleners tijdig misstanden signaleren en adequate maatregelen nemen, maar de praktijk wijst uit dat dit in de ene gemeente beter lukt dan in de andere. In dit themanummer komen diverse aspecten van ouderenmishandeling evenals het gevoerde beleid van VWS aan de orde. Daarnaast is er enige aandacht voor ouderen als slachtoffer van criminaliteit.
    • Schieten op een bewegend doel - Evaluatie Instituut Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen

      Ridder, J. de; Struiksma, N.; Bloemhoff, C.; Boxum, Ch. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2017)
      Sinds 1 april 2000 heeft Nederland als eerste Europese natie een Nationaal rapporteur op het gebied van mensenhandel. Op grond van artikel 9 van de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen dient het instituut elke vier jaar geëvalueerd te worden. De centrale onderzoeksvraag van deze evaluatie luidt als volgt: Wat zijn de ambities, doelstellingen en taken van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, hoe worden de taken uitgevoerd, welke middelen zijn voorhanden, hoe worden deze besteed, wat is de (externe) waardering van de taakuitvoering en is er aanleiding om de taakuitvoering of bevoegdheden te wijzigen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Ontstaansgeschiedenis, taken en doelen 3. Staatsrechtelijke positie van de Nationaal rapporteur 4. Middelen 5. Taakuitvoering 6. Waardering door externen 7. Nadere analyse en waardering van de taakuitvoering 8. Resumé van bevindingen
    • Seksueel geweld en grensoverschrijding - Ontwikkeling van een vragenlijst voor de bevolking van 16 jaar en ouder

      Graaf, H. de; Marra, E. (Rutgers Kenniscentrum seksualiteit, 2019)
      Het WODC heeft Rutgers gevraagd om de module te ontwikkelen voor het deel over seksueel geweld: een set vragen waarmee eens in de twee jaar de aard en omvang van online en offline slachtofferschap van seksuele intimidatie en geweld onder de bevolking van 16 jaar en ouder kan worden gemeten. In dit rapport volgt een gedetailleerd verslag van het ontwikkelproces van deze module. De probleemstelling is als volgt geformuleerd: Hoe kunnen aard en omvang van (online en offline) slachtofferschap van seksuele intimidatie en geweld onder de 16 bevolking zo valide mogelijk worden gemeten? De te ontwikkelen module moet ervaringen met verschillende vormen van grensoverschrijding en de context hiervan uitvragen en passen bij de in de andere module (huiselijk geweld) voorgestelde methodiek.
    • Straffen seksueel misbruik minderjarigen - Strafeisen, strafoplegging en strafmotivering ter zake van betaalde en onbetaalde seksuele handelingen bij minderjarige slachtoffers in Nederland, Duitsland, Zwitserland, Ierland en Schotland

      Koppen, V. van; Wijkman, M.; Wilde, B. de (Vrije Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid - Afdeling Strafrecht en Criminologie, 2021-12-30)
      In dit onderzoek staan de strafvordering en strafoplegging inzake hands-on seksueel misbruik met minderjarigen centraal. Seksueel misbruik van minderjarigen wordt in dit onderzoek gedefinieerd als gedrag zoals omschreven in artikel 244 (seksueel binnendringen van iemand onder de 12 jaar), 245 (seksueel binnendringen van iemand tussen de 12 en 16 jaar), 247 (ontuchtige handelingen met een bewusteloze, onmachtige of gestoorde of een kind onder de 16 jaar), 248b (gebruikmaken van seksuele diensten van een 16- of 17-jarige tegen betaling) en 249 lid 1 (seksueel misbruik in afhankelijkheidsrelaties) van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn 713 vonnissen bestudeerd waarin tussen 2015 en 2019 een mannelijke, meerderjarige dader werd veroordeeld voor seksueel misbruik met een of meerdere minderjarigen. Voor deze 713 zaken is onderzocht hoe de feitelijke strafeisen luiden. Voor een gestratificeerde steekproef van 180 zaken is tevens onderzocht in hoeverre de strafeis afwijkt van de richtlijn van het OM en welke motivering hieraan ten grondslag ligt. Ook is onderzocht in hoeverre de straffen die door de rechter worden opgelegd, afwijken van de strafeis van de officier van justitie en de strafvorderingsrichtlijnen die het OM hanteert. Tevens is onderzocht hoe de strafbedreigingen en opgelegde straffen inzake seksueel misbruik van minderjarigen in Nederland zich verhouden tot die in Duitsland, Zwitserland, Ierland en Schotland. Ten slotte is onderzocht wat de kenmerken van daders van jeugdprostitutie (art. 248b Sr) in Nederlandse strafzaken zijn en hoe de strafeisen en opgelegde straffen in dergelijke zaken luiden. Hiertoe zijn de strafdossiers van 60 veroordeelde daders van betaald seksueel misbruik met een 16- of 17-jarige bestudeerd. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Juridisch kader, 3. Literatuuronderzoek: Seksueel misbruik van minderjarigen, 4. Strafvordering en straftoemeting bij seksueel misbruik van minderjarigen, 5. Rechtsvergelijking, 6. Betaalde seks met minderjarigen, 7. Conclusie en discussie
    • Uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit in Nederland - Onderzoek naar de signalering, aanpak en samenwerking door professionals

      Bos, A.; Loyens, K.; Nagy, V.; Oude Breuil, B. (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2016)
      In 2011 is   het landelijke programma Aanpak uitbuiting Roma kinderen in een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gestart. In 2014 is het programma verlengd tot eind 2016. Gedurende de programmaperiode komt naar voren dat de integrale aanpak van criminele uitbuiting van minderjarigen moeilijk lijkt. Vanuit dit programma wil men meer inzicht krijgen in de aard en de omvang van criminele uitbuiting van (Roma) kinderen. De onderzoeksvraag is verbreed naar alle kinderen die zich in Nederland bevinden. Dit onderzoekrapport gaat over uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit in Nederland. Het rapport beschrijft het fenomeen en gaat in op de praktijk van professionals in de zorg- en veiligheidsketen, die met de problematiek te maken krijgen. Op basis van casusstudies en onderzoek in gemeenten laat het rapport zien in hoeverre professionals uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit signaleren, of zij voldoende toegerust zijn om het probleem aan te pakken en wat zij er in de praktijk aan doen. Verder gaat het rapport in op de samenwerking tussen betrokken professionals. INHOUD: 1. Aanleiding, vraagstelling en methoden van onderzoek 2. Aard, omvang en achtergronden 3. Overzicht betrokken partijen 4. Signalering en 'framing' 5. Handelingsperspectief: beschikbare middelen en expertise 6. Handelingskracht: de praktijk 7. Samenwerking tussen betrokken organisaties 8. Conclusies en aanknopingspunten voor beleid