• Decision making on the Balkan Route and the EU-Turkey Statement

      Kuschminder, K.; Dubow, T.; Üstübici, A.; Kirisçioglu, E.; Engbersen, G.; Mitrovic, O.; Içduygu, A. (Maastricht University - Maastricht Graduate School of Governance (MGSoG), 2019)
      In 2015, there were higher than normal migration flows from Turkey to Greece and then via the Western Balkans to other European Union (EU) countries, leading to what has been termed Europe’s ‘refugee crisis’. The primary research question guiding this study is: How can the fluctuations in migration flows on the Balkans route from January 2015-December 2018 be explained? The core sub-questions guiding this research are: What explanations are there for the sharp decrease in the number of refugees and migrants on the Balkans route even before the EU-Turkey Statement came into effect? What are the decision making factors of refugees and migrants when choosing to leave Turkey before and after the EU-Turkey Statement? To what extent do policy interventions impact refugees and migrants’ decision-making regarding routes and destination choices? CONTENT: 1. Introduction 2. The Western Balkans Route to Europe and the EU-Turkey Statement 3. Conceptual framework for examining refugees and migrants' decision making 4. Methodology 5. Afghans' and Syrians' decision making in Turkey and on the Western Balkans Route 6. The interaction of policies and decision making 7. Conclusion
    • Eergerelateerd geweld in Groot-Brittannië, Duitsland en Turkije - Een overzicht van informatie inzake aard, omvang en aanpak

      Kromhout, M.H.C. (red); Rijn, A.S. van; Beenakkers, E.M.Th.; Kulu-Glasgow, I. (WODC, 2007)
      In 2006 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een beleidsprogramma ‘eergerelateerd geweld’ naar de Tweede Kamer gestuurd, dat zich richt op ‘een verdere ontwikkeling van maatschappelijke preventie, het vergroten van de mogelijkheden (mogelijk) eergerelateerd geweld te signaleren bij de juiste instanties, het adequaat bieden van hulp en opvang van slachtoffers en een strafrechtelijke aanpak van de daders’. Om hierbij te kunnen leren van inzichten en ervaringen die in het buitenland zijn opgedaan heeft het WODC een inventariserend literatuuronderzoek uitgevoerd, gericht op Groot-Brittannië, Duitsland en Turkije. Het blijkt dat in deze landen, net als in Nederland, de aandacht voor eergerelateerd geweld van betrekkelijk recente datum is en dat nog slechts in beperkte mate sprake is van overheidsbeleid op dit terrein. Overheidsmaatregelen, maar bijvoorbeeld ook activiteiten van hulpverleningsinstanties, zijn nog nauwelijks wetenschappelijk geëvalueerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Eergerelateerd geweld in Groot-Britannië 3. Eergerelateerd geweld in Duitsland 4. Eergerelateerd geweld in Turkije 5. Conclusies en discussie
    • Internationaal immigratierecht - Verdragen, besluiten van internationale organisaties en internationale jurisprudentie van belang voor het Nederlands immigratierecht

      Steenbergen, J.D.M.; Spijkerboer, T.P.; Vermeulen, B.P.; Fernhout, R. (Instituut voor Immigratierecht, 1999)
      Dit onderzoek betreft de verdragsbepalingen en bindende besluiten van internationale organisaties die van belang zijn met het oog op de vreemdelingenwet, alsmede de internationale jurisprudentie daarover. Het gaat daarbij om bepalingen en besluiten die gevolgen hebben voor grensbewaking, toegang, toelating, asiel, voortgezet verblijf, verblijfsbeëindiging, uitzetting, ongewenstverklaring, vrijheidsbeneming en procedure. Het accent van het onderzoek ligt primair op de inhoud van de verdragsverplichtingen, maar er is ook onderzocht hoe deze verplichtingen geïmplementeerd zijn in wetgeving en jurisprudentie. Het feit dat de vreemdelingenwet het kader bepaalt, maakt dat er getracht is zich te beperken ten aanzien van het beleid. Dat was niet altijd mogelijk, omdat vele verplichtingen slechts in het beleid geïmplementeerd zijn en niet in de wetgeving. Naarmate een verdrag of bepaling in Nederland uitgebreider wordt toegepast, beperkt het onderzoek zich meer tot de hoofdlijnen en het bespreken van eventuele twistpunten. het onderzoek is gestructureerd door eerst te onderscheiden naar organisatie waarbinnen een verdrag tot stand gekomen is, dan naar verdrag en binnen een verdrag naar bepaling.
    • Knelpunten in de internationale samenwerking in ontnemingszaken

      Moors, J.A.; Borgers, M.J.; Haaf, J. van (medew.); Poppel, J.W.M.J. van (medew.); Abu Ghazaleh, N. (medew.); Simmelink, J.B.H.M. (medew.); Alderliesten, F.H.N. (medew.) (WODC, 2006)
      Dit onderzoek biedt inzicht in de aard, oorzaken en redenen van de knelpunten in de samenwerking tussen Nederland, België, Turkije, Spanje en het Verenigd Koninkrijk bij het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarnaast is het internationale en Europese juridische kader voor ontnemingszaken beschreven. Uit het onderzoek blijkt dat de afgelopen tien jaar er maar weinig is verbeterd op het vlak van samenwerking in internationale ontnemingszaken. Dat is volgens de onderzoekers toe te schrijven aan de nationale organisatie van het samenwerkingsproces, alsmede aan het nog steeds bestaande gebrek aan kennis van en ervaring met de rechtsstelsels en ontnemingspraktijk van andere landen. Bovendien ontbreekt een duidelijke visie op het belang van ontneming in de strijd tegen de internationaal georganiseerde misdaad. Hierdoor krijgen internationale ontnemingszaken weinig prioriteit.
    • Mondiaal met man en macht - Een evaluatie van het opsporingsonderzoek 4M

      Nelen, H.; Barendse, E.; Schaaf, J. van der (WODC, 1998)
      In de afgelopen jaren is binnen het beleid en de opsporingspraktijk de overtuiging ontstaan dat evaluaties van grootschalige opsporingsonderzoeken ertoe bij kunnen dragen dat het leervermogen met betrekking tot de aanpak van dergelijke zaken wordt vergroot.De onderhavige studie beperkt zich tot het verloop van het rechercheproces in één specifieke zaak, te weten het 4M-onderzoek. De probleemstelling luidt als volgt: Welke leerpunten kunnen worden gedestilleerd uit het rechercheproces in de 4M-zaak, die bruikbaar zijn voor toekomstige rechercheonderzoeken van vergelijkbare aard?De evaluatie heeft plaatsgevonden met behulp van het instrument 'Leren door middel van het Evalueren van Grootschalige Opsporingsonderzoeken' (L.E.G.O.). Dit standaardinstrument is door het WODC ontwikkeld teneinde de bij de opsporing en vervolging van ernstige vormen van criminaliteit betrokken instanties in staat te stellen hun eigen inspanningen te evalueren.NB Dit onderzoeksrapport was niet eerder gepubliceerd. Het belangrijkste argument voor vertrouwelijkheid destijds was het risico op 'disclosure' van zowel de criminelen als van de ambtshalve betrokken personen. Dat risico is door publicaties nadien niet meer aanwezig waardoor het rapport nu wel openbaar kan worden.
    • Toelatings- en verblijfsvoorwaarden onderdanen Turkije

      Oosterom-Staples, H.; Woltjer, A. (WODC, 2009)
      Van de zijde van de Europese Commissie wordt Nederland met enige regelmaat geconfronteerd met vragen naar de verschillende behandeling van EU-onderdanen en onderdanen uit Turkije die rechten ontlenen aan de Associatie-overeenkomst met Turkije en Besluit 1/80. De vragen hebben onder andere betrekking op de verplichte machtiging tot voorlopig verblijf, het verschil in de hoogte van legesheffing en gelijke behandeling (bijv toegang tot de arbeidsmarkt) in relatie tot de standstill-bepalingen. Bovendien is er in de jurisprudentie – zowel nationaal als internationaal - een tendens zichtbaar dat onder andere de latere verhoging van de legesbedragen en de invoering van het mvv-vereiste in strijd zijn met de zogenoemde ‘standstill’-bepalingen. Dit onderzoek richt zich op de toenmalige regels en de uitvoering daarvan. Inzichtelijk is gemaakt welke onderdelen wel en welke onderdelen geen daadwerkelijke aanscherping van het beleid behelzen en welke zijn verboden door de standstill-bepalingen.
    • Turkije

      Landman, N.; Yesilkagit, A.K.; Bruinessen, M.M. van; Akinbingöl, Ö.F.; Yesilgöz, Y.; Eck, C.M. van; Os, N.A.N.M. van; Akgündüz, A. (WODC, 2000)
      ARTIKELEN: 1. Dr. N. Landman - Alles weer onder controle? Turkije en zijn islam 2. Drs.A.K. Yesilkagit - Militairen, islam en secularisme; identiteitspolitiek in Turkije 3. Prof. dr. M.M. van Bruinessen - Homogene natie of multi-etnische samenleving? Turkije en de Koerdische kwestie 4. Dr. Ö.F. Akinbingöl - De Zwarte Driehoek; politie, politici en de drugsmaffia in Turkije 5. Dr. Y. Yesilgöz - Strafrechtelijk bedrijf en criminaliteit in Turkije; enkele indrukken en observaties 6. Delegatie Joseph R. Crowley Programma / Raad van mensenrechtenadvocaten - Staatsveiligheidsrechtbanken in Turkije; eerlijke procesvoering ondermijnd 7.. Dr. C.M. van Eck - Eerwraak in Turkije; protest tegen de ‘traditiemoorden’ 8.. Dr. N.A.N.M. van Os - Vrouwenstrijd in Turkije; van het late Osmaanse Rijk tot heden 9.. Dr. A. Akgündüz;- Turkije en internationale migratie sinds 1923 SAMENVATTING: Dit nummer wil niet de integratieproblematiek onder de aandacht brengen. Veeleer wil het zicht bieden op de politieke en religieuze ontwikkelingen in Turkije zelf en de eventuele repercussies daarvan op de Turkse bevolking elders in Europa. Is er een Turks fundamentalisme in opkomst zoals velen beweren? Is Turkije de narcostaat waarvoor velen haar houden? Hoe zit het rechtssysteem in elkaar? In hoeverre worden de mensenrechten met voeten getreden, met name in de omgang met de Koerden? Welke spanningen tussen traditie (eerwraak bijvoorbeeld) en moderniteit (vrouwenemancipatie bijvoorbeeld) treden op de voorgrond? Dat zijn de vragen die in dit nummer uitvoerig aan de orde worden gesteld.
    • Victims of crime in 22 European criminal justice systems - The implementation of Recommendation (85) 11 of the Council of Europe on the position of the victim in the framework of criminal law and procedure

      Brienen, M.E.I.; Hoegen, E.H. (Katholiek Universiteit Brabant, 2000)
      This study is an analysis of the position of the victim of crime in 22 European criminal justice systems. The guiding light throughout the study is Recommendation (85) 11 of the Council of Europe on the position of the victim in the framework of criminal law and procedure. This Recommendation contains guidelines on the way the victim of crime should be treated by the criminal justice authorities in the course of criminal proceedings against the offender. It focuses on three key issues, namely information, compensation, and treatment and protection. The study examines the implementation of the body of thought contained in the Recommendation in 22 jurisdictions that were all a member of the Council of Europe when the Recommendation was first adopted in 1985.