• Achtergronden van delinquent gedrag onder jongens uit etnische minderheden II

      Junger, M.; Polder, W. (WODC, 1991)
      Dit rapport is het tweede dat verschijnt op basis van onderzoek naar de betrokkenheid van jongens uit etnische minderheden bij delinquent gedrag. Een eerste verslag verscheen een jaar eerder (Junger en Zeilstra, 1989). In dit tweede rapport wordt nagegaan welke factoren same nhangen met delinquent gedrag onder jongens van Nederlandse, Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de sociale controletheorie. De opzet van de studie is een verklaring te vinden voor verschillen in delinquentie voor de vier etnische groepen. Gekeken is naar gezinsomstandigheden, godsdienst en traditionalisme, schoolintegratie, subcultuur, vrijetijdsbesteding, de band met vrienden, en socio-demografische factoren.
    • Allochtone en autochtone verdachten van verschillende delicttypen nader bekeken

      Jennissen, R.P.W.; Blom, M. (WODC, 2007)
      De doelstelling van dit rapport is om de verschillen in de aard en omvang van de geregistreerde criminaliteit tussen de verschillende in Nederland verblijvende herkomstgroepen in kaart te brengen. De volgende onderzoeksvragen komen aan de orde:In welke mate zijn de verschillende herkomstgroeperingen vertegenwoordigd in verschillende soorten delicten?Hoet ziet het patroon van de leeftijdsspecifieke criminaliteitscijfers van de verschillende herkomstgroeperingen eruit voor de verschillende soorten delicten?In welke mate kan de kans op het verdacht zijn van bepaalde delicttypen worden verklaard door de etnische herkomst van de persoon in kwestie? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beschrijvende statistieken 3. Multivariate analyses 4. Slotbeschouwing
    • Allochtonen en strafbeleving - Een onderzoek naar de strafbeleving van Antilliaanse, Surinaamse, Marokkaanse en Turkse jongens

      Klooster, E.M.; Hoek, A.J.E. van; Hoff, C.A. van 't (WODC, 1999)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de strafbeleving van Antilliaanse, Surinaamse, Marokkaanse en Turkse jongens tussen 12 en 25 jaar. De volgende vragen kwamen aan de orde: hoe ervaren allochtone jongens de hen opgelegde sancties; hoe kunnen instanties in de strafrechtsketen in de praktijk beter aansluiten bij de beleving van deze groepen. Behalve literatuuronderzoek is een groot aantal interviews afgenomen met sleutelpersonen uit de betreffende allochtone groepen en deskundigen uit de praktijk van het strafrecht. Ook is een kleine groep delinquente jongens geinterviewd. Voor de vier verschillende groepen wordt ingegaan op: achtergrond; specifieke factoren; oordelen over straffen; oordelen over strafsoorten; oordelen over de bejegening.
    • Allochtonen in detentie

      Brand-Koolen, M.J.M. (WODC, 1985)
      Als gevolg van migratiestromen wordt het justitiële apparaat in toenemende mate met grotere aantallen allochtonen geconfronteerd. Dit geldt in het bijzonder voor de penitentiaire inrichtingen, die in onevenredige grote mate bevolkt worden door diverse allochtone groeperingen. Dit stelt zowel de inrichitngen als de gedetineerden voor belangrijke problemen in het alledaagse leven in de gevangenis.
    • Criminaliteit en etnische minderheden - Een criminologische analyse

      Leuw, Ed. (WODC, 1997)
      Allereerst wordt een overzicht gegeven van de (schaarse) gegevens over de allochtone herkomst van plegers van delicten. Daarnaast wordt bezien in hoeverre voor de criminaliteit binnen etnische minderheden criminologische verklaringen mogelijk zijn die evenzeer van toepassing zijn op criminaliteit van autochtone groepen in vergelijkbare maatschappelijke omstandigheden. Vervolgens komen specifieke verklaringen aan de orde die samenhangen met specifieke kenmerken en achtergronden van de verschillende etnische minderheidsgroeperingen (Marokkanen, Turken, Surinamers en Antillianen). Het begrip 'cultuurconflict' speelt hierbij een belangrijke rol. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de vraag wat kan worden verwacht van beleidsmaatregelen om het probleem van (onevenredige) criminaliteit binnen etnische minderheden te beheersen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Criminaliteitspatronen in etnische minderheidsgroepen 3. Verklaringen 4. Oplossingen en beheersmogelijkheden
    • Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren - een cijfermatige verkenning op grond van een selectie uit bestaande gegevens

      Brouwers, M.; Laan, P. van der (WODC, 1997)
      Van autochtone jongeren is bekend dat verreweg de meesten het wat betreft het plegen van delicten ergens tussen hun twintigste en dertigste voor gezien houden. Is dat ook het geval bij allochtone jongeren? Of is er wellicht sprake van een verschuiving van betrokkenheid bij commune criminaliteit naar andere vormen van criminaliteit? In deze notitie wordt een eerste poging gedaan de criminele carrière van allochtone groepen in kaart te brengen aan de hand van informatie over ingestuurde processen-verbaal.
    • De dunne draad tussen doorgaan en stoppen - Een kwalitatief oriënterend onderzoek naar criminaliteitsbevorderende en -remmende factoren bij allochtone jongeren

      Beke, B.M.W.A.; Ferwerda, H.B.; Wijk, A.Ph. van (medew.); Gerretsen, N.M. (medew.) (Advies- en Onderzoeksgroep Beke, 1997)
      In dit onderzoek zijn vijftien jongeren in de leeftijdscategorie van 25 tot en met 35 jaar die vanaf hun vroege adolescentie actief zijn in criminele activiteiten (zogenaamde 'carrière-criminelen') vergeleken met evenveel jongeren uit een vergelijkbare leeftijdsgroep die na hun 20-ste jaar hun criminele activiteiten hebben gestaakt (zogenaamde 'stoppers'). Daarbij is tevens als onderverdeling gekeken naar diverse etnische groepen (Marokkanen, Turken, Surinamers, Antillianen en Nederlanders). Het blijkt dat de levensgeschiedenissen van praktisch alle respondenten worden gemarkeerd door een veelheid aan zogenaamde criminaliteitsbevorderende factoren. Deze strekken zich uit tot praktisch alle onderzochte gebieden (gezinsachtergrond, mate van integratie, opvoedingspatronen, schoolfunctioneren en schoolloopbaan, vriendenkring èn - 'last but not east' - criminele carrière).
    • De tweede generatie gastarbeiders

      Unknown author (WODC, 1979)
      Op dit moment verblijven in ons land circa 50.000 Turkse en Maroldcaanse gastarbeiderskinderen. Het is deze tweede generatie' die in het hiernavolgende centraal zal staan. Niet onvermeld blijven gegevens van de situatie van deze kinderen in andere Europese landen. Vooral wordt nagegaan wat de oorzaken zijn die ertoe kunnen leiden dat de toekomst er voor hen weinig veelbelovend uitziet.
    • Deviant gedrag en slachtofferschap onder jongens uit etnische minderheden I

      Junger, M.; Zeilstra, M. (WODC, 1989)
      Uit het onderzoek komt naar voren dat de delinquentie onder allochtonen wat hoger is dan onder Nederlandse jongens van dezelfde leeftijd en met dezelfde socio-economische achtergrond. Twee zaken lijken van belang: Er zijn duidelijke verschillen tussen de allochtonen onderling. Onder Marokkaanse jongens is deze vertegenwoordiging - in vergelijking met Nederlandse jongens - groter dan onder Turkse en Surinaamse jongens. Men dient zich te realiseren dat de omvang van de problemen niet dezelfde is in alle etnische groepen. De relatief hoge percentages allochtone jongens met politiecontacten kunnen slechts gedeeltelijk verklaard worden uit hun relatief slechte socio-economische positie. Dit lijkt erop te wijzen dat andere factoren een rol spelen bij het al dan niet plegen van misdrijven. Dit zal in een volgend rapport aan de orde komen.
    • Een partner van verre - De cijfers

      Schoorl, J.J.; Klundert, M. van de; Bedem, R.F.A. van den (WODC, 1994)
      Dit rapport bevat een korte studie naar de omvang van de gezinsgeherenigende en gezinsvormende migratie in Nederland. De nadruk daarbij ligt op beschikbare statistische en onderzoeksgegevens. Drie numeriek belangrijke bevolkingsgroepen zijn bij het onderzoek betrokken: Turken, Marokkanen en Surinamers. Naast bestaande gegevens wordt ook gekeken naar (mogelijke) ontwikkelingen in partnerkeuze en huwelijkssluiting. Nadrukkelijk wordt ingegaan op de mogelijkheden die geautomatiseerde gegevensbestanden in de toekomst zullen bieden om studies op dit terrein te verbeteren.
    • Emancipatie van de tweede generatie - Keuzen en kansen in de levensloop van jonge moeders van Marokkaanse en Turkse afkomst

      Pels, T. (red.); Gruijter, M. de (red.); Dogan, G.; Hoek, J. van der (WODC, 2006)
      De probleemstelling van dit onderzoek luidt als volgt. Voor het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen is inzicht van belang in de (keuze)processen die spelen tijdens hun levensloop en in de sociale, culturele en religieuze processen die daarop van invloed zijn. Hierbij is een vergelijking relevant tussen vrouwen die wel en geen succes hebben naar de maatstaven van het emancipatiebeleid, evenals tussen de allochtone vrouwen en autochtoon-Nederlandse vrouwen van vergelijkbare sociaal-economische afkomst.
    • Ervaringen van vreemdelingen met vreemdelingendiensten - een onderzoek naar de ervaringen van Turken, Marokkanen en Surinamers

      Cairo, R.A.; Smink, P.W.M. (WODC, 1982)
      De volgende probleemstelling is in dit onderzoek bekeken: Hoe ervaren de geïnterviewde Turken, Marokkanen en Surinamers de Nederlandse vreemdelingendiensten en hoe ervaren zij de behandeling door de ambtenaren van de vreemdelingendiensten in de plaatsen waar zij woon- of verblijfplaats hebben?
    • Geschilbeslechting (niet-westerse) allochtonen en autochtonen vergeleken - Een theoretisch-empirische verkenning

      Peters, S.L.; Voert, M. ter (WODC, 2006)
      Als vervolg op en uitbereiding van het onderzoek ‘geschilbeslechtingsdelta 2003’ is een kwalitatief vooronderzoek gedaan naar de (potentieel) civielrechtelijke en bestuursrechtelijke problemen die voorkomen bij (niet-westerse) allochtonen en de wegen die zij bewandelen om die problemen op te lossen. Binnen deze groep allochtonen is onderzoek verricht onder Turken, Surinamers, Marokkanen en Antillianen/Arubanen, aangezien zij de vier grootste groepen allochtonen vormen in Nederland. Doel van deze studie is vanuit een theoretische verkenning en bestaande empirische gegevens verwachtingen te formuleren over de aard en omvang van (potentieel) juridische geschillen van allochtonen in vergelijking tot autochtonen en hun geschilbeslechtingsgedrag. Uit deze verkennende analyse kunnen relevante kenmerken worden gedestilleerd voor toekomstig onderzoek, die kunnen bijdragen aan het verder ontwikkelen van onderzoek en theorie naar geschilbeslechting. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kans op problemen: aard en omvang 3. Oplossingsstrategieën 4. Conclusies en aanbevelingen
    • Gezinshereninging - De overkomst van gezinsleden van migranten en Nederlanders

      Naborn, E. (WODC, 1992)
      Onderzoek naar de vormen en mate van gezinshereniging. De huidige praktijk inzake gezinshereniging is in kaart gebracht, waarbij de belangstelling voornamelijk is uitgegaan naar de vraag hoe en in welke mate de diverse varianten van gezinshereniging voorkomen. Daarnaast is bekeken welke nationaliteit en welke verblijfstitel de betrokkenen bij gezinshereniging hebben. Tevens komen verblijfsrechtelijke zaken en enkele relevante achtergrondgegevens van de betrokkenen bij gezinshereniging aan de orde. INHOUD: 1. Inleiding 2. Reeds in Nederland verblijvende gezinsleden 3. Naar Nederland emigrerende gezinsleden 4. Marokkaanse en Turkse gezinshereniging apart bezien.
    • Godsdienst en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1990)
      Dit thema, dat overigens voor de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse criminologie (o.a. Bonger en Kempe) sterk bezighield, is met name interessant vanuit de vraag of de sterk gestegen criminaliteit te maken heeft met de ontzuiling Van de Nederlandse samenleving. In het verlengde daarvan ligt de vraag of religieuze bewegingen in deze tijd (nog) een bijdrage (kunnen) leveren aan het criminaliteitsprobleem. Hoewel sprake is van een voortgaande ontkerkelijking lijkt het zinvol om vast te stellen dat nog ongeveer twee derde van de bevolking zich wel rekent tot een kerkelijke gezindte. In de tweede plaats is door de komst van immigranten de varieteit van religieuze stromingen toegenomen. Het hoofdstuk religie valt in de Nederlandse samenleving anno 1990 niet langer samen met het hoofdstuk christendom. Het seculariseringsproces is dus op zijn minst minder eenduidig dan wel wordt aangenomen.
    • Huiselijk geweld onder Surinamers, Antillianen en Arubanen, Marokkanen en Turken in Nederland - Aard, omvang en hulpverlening

      Dijk, T. van; Oppenhuis, E.; Abrahamse, A. (medew.); Meier, A. (medew.) (Intomart Beleidsonderzoek, 2002)
      In het rapport Huiselijk geweld (1997) worden de onderzoeksvragen beschreven die in het uitgevoerde onderzoek centraal stonden, evenals de wijze waarop deze zijn beantwoord. Dezelfde vragen moeten door allochtone groeperingen beantwoord worden. Het gaat om vragen in de volgende categorieen: Persoonlijk slachtofferschap; de relatie tussen slachtoffer en dader; de hulpverlening; de gevolgen van slachtofferschap; bekendheid met slachtoffers van huiselijk geweld.
    • Jaarrapport Integratie 2005

      Unknown author (WODC, 2005)
      Aan de orde komen onder meer de inburgering, opleiding, arbeidsmarktpositie en woonomstandigheden van allochtonen, de positie van allochtone vrouwen, de relatie tussen allochtone jongeren en criminaliteit en, tot slot, de opvattingen van allochtonen en autochtonen over de multi-etnische samenleving. De aandacht richt zich op de allochtone groepen die al langer in Nederland verblijven (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen) en op de grote vluchtelingengroepen.
    • Kansspelen in andere aarde - Een onderzoek naar kansspelproblematiek onder allochtone Nederlanders

      Bruin, D. de; Fris, M.; Braam, R.; Verbraeck, H. (WODC, 2008)
      De probleemstelling van dit onderzoek is: Wat is de aard en omvang van kansspelproblematiek onder Surinamers, Antillianen, Marokkanen, Turken en Chinezen in Nederland?Welk bereik heeft het gevoerde preventiebeleid in de kansspelmarkt op deze groepen allochtonen?Op welke wijze kan dit beleid verbeterd worden?
    • Leden van etnische minderheden in detentie - Een onderzoek naar Turkse, Marokkaanse en Surinaamse gedetineerden

      Immerzeel, G. van; Berghuis, A.C. (WODC, 1983)
      Inhoud: De faciliteiten in de inrichtingen; resultaten van het onderzoek directie, staf en executief personeel; resultaten van het onderzoek onder gedetineerden: Turken, Marokkanen en Surinamers.
    • Liquidaties in Nederland

      Gestel, B. van; Verhoeven, M.A.; Korte, L.R. de; Slot, E.; Vugts, P.; Kras, H.; Roks, R.A.; Leistra, G.; Scheepmaker, M.P.C. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. B. van Gestel en M.A. Verhoeven - Liquidaties nieuwe stijl: Verruwing en professionalisering bij liquidaties in Nederland 2. L.R. de Korte - ‘Hitman, at your service’: Een crime-scriptanalyse van liquidaties in Nederland 3. E. Slot - Liquidaties in Nederland in historisch perspectief 4. P. Vugts en H. Kras - Hoe de criminele ladder naar de ondergang leidt: De verschillende types slachtoffers van liquidaties in de Amsterdamse onderwereld 5. R.A. Roks - Liquidatie van een Solid Soldier? Het ‘niet-zeker-weten’ en de ‘realness’ rondom de dood van Sin 6. G. Leistra - Spreken is lood: Kan de overheid bedreigde getuigen beschermen? 7. M.P.C. Scheepmaker - Op de grens van ideeën en daden: Over de vervolging van het voorbereiden van liquidaties - Een interview met OvJ Koos Plooij en advocaat Christian Flokstra SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen is gewijd aan het fenomeen liquidaties. Als het om moord en doodslag gaat lopen de emoties in de samenleving vaak hoog op. Liquidaties vormen echter een aparte categorie. Deze gaan doorgaans gepaard met bruut geweld en vinden vaak in de openbare ruimte plaats, wat de nodige opschudding en verontwaardiging oproept. Tegelijkertijd is er minder mededogen met de slachtoffers, omdat dit veelal zelf criminelen zijn (de tragische ‘vergismoorden’ even buiten beschouwing latend). Maar wie zijn eigenlijk de slachtoffers van liquidaties? En welke achtergronden hebben deze liquidaties? Op deze vragen proberen we in dit themanummer antwoord te geven. Daarnaast is er aandacht voor de vraag hoe politie en justitie moeten omgaan met liquidaties. De belangrijkste getuigen zijn vaak dood en de uitvoerders proberen geen sporen achter te laten. Soms is een liquidatie ook onderdeel van een groter geheel, waarbij criminelen doelbewust anderen inzetten om potentiële getuigen om te brengen en hun omgeving angst aan te jagen. In die zin is een liquidatie dan ook een doelbewuste aanslag op de waarheidsvinding. Omdat het zo moeilijk is liquidatiezaken op te lossen worden soms bijzondere opsporingsmethoden gebruikt, zoals de inzet van meewerkende getuigen die strafvermindering krijgen toegezegd. Ook liggen aan een geslaagde liquidatie verschillende voorbereidingshandelingen ten grondslag, zoals het stelen en ‘koud zetten’ van auto’s en het aanschaffen van (automatische) wapens en volgapparatuur, waarmee vervolgens de gangen van het beoogde slachtoffer zo goed mogelijk in kaart kunnen worden gebracht. Deze ‘logistiek’ van liquidaties biedt enerzijds veel mogelijkheden voor de vroegtijdige opsporing van liquidaties en dus voor het voorkomen daarvan. Anderzijds wordt door vroegtijdig in te grijpen het bewijs vernietigd van het misdrijf dat ophanden is. Het voorkomen van het misdrijf betekent daarom dat soms ook de voorbereiding voor de betrokken daders minder zware strafrechtelijke consequenties heeft. Deze en andere juridische dilemma’s komen ook aan de orde in dit themanummer.