• Beroepsethiek en marktwerking

      Niemeijer, E.; Voert, M. ter; Lankhorst, F.; Nelen, J.M.; Laclé, Z.D.; Jongbloed, A.W.,; Schilder, A.; Nuijts, W.H.J.M.; Grotenhuis, A.L.J. (WODC, 2005)
      ARTIKELEN: 1. - E. Niemeijer en M. ter Voert - Vertrouwen onder druk; vrije juridische beroepen tussen professie en commercie 2. F. Lankhorst en J.M. Nelen - Integriteitsproblemen van advocaten en notarissen in relatie tot georganiseerde criminaliteit 3. Z.D. Laclé - Notariaat, ethiek en marktwerking 4. A.W. Jongbloed - De gerechtsdeurwaarder; zakenman of functionaris? 5. A. Schilder en W.H.J.M. Nuijts - De accountant; Onafhankelijkheid in een meervoudig spanningsveld 6. A.L.J. Grotenhuis -Belastingadviseurs in de knel tussen twee loyaliteiten 7. Internetsites: Beroepsethiek SAMENVATTING: In deze aflevering staat de vraag centraal of en hoe de beroepsethiek onder invloed van marktwerking aan het veranderen is. Naast de advocaat, de notaris en de gerechtsdeurwaarder krijgen ook de accountant en de belastingadviseur aandacht. Ook dit zijn particuliere ondernemers die geacht worden zich in hun werk zodanig onafhankelijk op te stellen, dat zij in hun dienstverlening aan de cliënt het publieke belang meewegen.
    • Ervaringen met elementen uit de tijdelijke COVID-19-wetgeving Justitie en Veiligheid

      Riddrbos-Hovingh, Ch.; Beukers, M.; Bergen, E. van; Krol, E.; Winter, H. (Pro Facto, 2022-09-14)
      Op 24 april 2020 trad de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid (Tijdelijke wet) in wer-king.1 Deze spoedwet treft enkele voorzieningen op het terrein van Justitie en Veiligheid (JenV) die noodzakelijk geacht werden in verband met de uitbraak van corona. Daarna zijn er nog aanvullingen gekomen in de Verzamelspoedwet COVID-19, in de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 en in de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV. In deze wetgeving worden voor alle rechtsgebieden (strafrecht, bestuursrecht, privaatrecht) voorzieningen getroffen, veelal voor het waarborgen van de continuïteit van het rechtsverkeer tijdens de coronacrisis. Deze tijdelijke voorzieningen gelden tot het vervallen van de wet. Dit was in beginsel op 1 september 2020, maar de wet bevat mogelijkheden om de werkingsduur (van onderdelen) om de twee maanden te verlengen. De hoofdvraag in dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre en onder welke (juridische en praktische) condities kunnen (onderdelen van) voorzieningen van de tijdelijke COVID-19-wetgeving JenV omgezet worden in permanente regelingen? Doel van het onderzoek is inzichtelijk maken in hoeverre het juridisch mogelijk en volgens betrokkenen wenselijk is om (onderdelen van) voorzieningen van de tijdelijke COVID-19-wetgeving JenV in de rechtspleging en het notariaat om te zetten in permanente regelingen. INHOUD: Inleiding Mondelinge digitale behandeling in burgerlijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures Elektronisch horen penitentiair beklag/beroep Mondelinge digitale behandeling in tuchtzaken Herstel verzuim hoger beroep in vreemdelingenzaken Verlenging termijn tenuitvoerlegging taakstraf Verlijden van akten Uitreiken van exploten Slotbeschouwing
    • Evaluatie tuchtrechtelijke handhaving Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme en haar voorlopers

      Faure, M.; Nelen, H.; Philipsen, N. (WODC, 2009)
      De Wet MOT en de Wid zijn in september 2003 van toepassing verklaard op bepaalde dienstverlening van onder meer de advocatuur, het notariaat en de accountancy. Destijds is gemeend dat de nakoming van voorschriften uit hoofde van de Wet MOT en de Wid deel uitmaakt van het beroepshandelen van de advocaten en notarissen. In dit onderzoek is nagegaan of met het stelsel van deels tuchtrechtelijke handhaving zoals dat is vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) bij de dienstverleners uit aan tuchtrechtelijk onderworpen beroepen (advocaten, notarissen en accountants) een effectieve handhaving kan worden bereikt.
    • Evaluatie van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG)

      Winter, H.B.; Krol, E.; Geertsema, J.B.; Beukers, M.; Boxum, C. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro facto, 2021-12-30)
      Met de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) in 2001 is het beroep van de gerechtsdeurwaarder opnieuw vorm gegeven. Gerechtsdeurwaarders hebben een bijzondere positie in het Nederlandse rechtsbestel. Zij zijn als openbaar ambtenaar bevoegd taken uit te voeren die op grond van de Gdw aan hen zijn opgedragen en zijn tegelijkertijd ondernemer. De Gdw introduceerde een stelsel van vrije vestiging in plaats van het toenmalige standplaatsenstelsel en van een landelijke bevoegdheid voor gerechtsdeurwaarders. Deze wijzigingen beoogden meer marktwerking in het stelsel te introduceren. Tegelijkertijd koos de wetgever ervoor de Koninklijke Vereniging voor Gerechtsdeurwaarders (KVG) om te zetten in de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). De taak van de KBvG is wettelijk vastgelegd in artikel 57 Gdw dat bepaalt dat de KBvG een goede beroepsuitoefening door de leden en hun vakbekwaamheid dient te bevorderen. Daartoe heeft deze organisatie de vorm van een Publiekrechtelijke Beroepsorganisatie (PBO) gekregen, met daarbij een verordenende bevoegdheid. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van drie thema’s: een beleidsreconstructie, waarin de totstandkoming van de KBvG als PBO en de beleidstheorie die daaraan ten grondslag ligt is beschreven, het functioneren van de KBvG in de praktijk en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de KBvG. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie van de Gerechtsdeurwaarderswet 3. Beleid en verordeningen van de KBvG 4. Organisatie van de KBvG: governance 5. Taakuitoefening KBvG 6. Perspectief van de gerechtsdeurwaarder 7. Slotbeschouwing
    • Griffierecht bij beklag in detentie

      Cazemier, J.; Bergen, E. van; Woestenburg, N.; Wolf, M. van der; Winter, H. (Pro Facto, 2022-07-05)
      De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, afdeling advisering (RSJ) constateert in het advies ‘Spanning in detentie’ dat het aantal beklag- en beroepszaken van gedetineerden gestaag toeneemt. De RSJ heeft aanbevolen een pilot uit te voeren met griffierecht bij beklag in detentie. In de beleidsreactie op het advies van de RSJ heeft de minister voor Rechtsbescherming aangegeven te willen laten verkennen of het heffen van een griffierecht van toegevoegde waarde kan zijn ‘om de instroom van (futiele) zaken in het dichtgeslibde stelsel van beklag en beroep te doen verminderen.’ In dit onderzoek wordt gekeken of het heffen van een griffierecht mogelijk is en wat de te verwachten positieve en/of negatieve effecten van het invoeren van deze financiële prikkel zijn. INHOUD: Inleiding 2. Achtergrond beklagrecht 3. Invoering van griffierecht in het buitenland 4. Vergelijking griffierecht in het tuchtrecht 5. Mogelijkheden voor het invoeren van een griffierecht 6. Analyse en conclusie
    • Herziening Rechterlijke Organisatie 3e fase - Onderzoek cijfermatige gegevens

      Amersfoort, P. van; Barlingen, M. van; Heerwaarden, Y. van; Hoek, A. van; Slump, G.J.; Wenum-Kroon, E. van (medew.); Schoof, N. (medew.); Gelinck, H. (medew.) (WODC, 2001)
      Met de derde fase herziening rechterlijke organisatie wordt beoogd de herstructurering van de bestuursrechtspraak, zoals aangevangen op 1 januari 1994 tegelijk met de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht, af te ronden. In deze fase staat een eental aspecten centraal: in welke gevallen moet beroep worden opengesteld, aan welke en hoeveel colleges wordt dit beroep opgedragen, en welke voorzieningen zijn nodig met het oog op de rechtseenheid. Om deze vraagstukken te kunnen uitwerken is in dit rapport cijfermateriaal weergegeven rond instroom, uitstroom en doorlooptijden teneinde een inschatting te maken van mogelijke gevolgen voor de bedrijfsprocessen, kosten, werkbelasting en doorlooptijden voor de met bestuursrechtspraak belaste colleges. Daarnaast gaat het in dit onderzoek om formatie en feitelijke bezetting van deze colleges.
    • Omvang wettelijk niet-hiërarchisch tuchtrecht 2001-2006 - Eindrapport

      Schol, M.J.; Middelkamp, A.; Winter, H.B. (WODC, 2007)
      Deze inventarisatie is een vervolg op het rapport ‘Beleidsuitgangspunten wettelijk geregeld tuchtrecht’ (2006) dat in opdracht van het Ministerie van Justitie is vervaardigd en is uitgevoerd in het kader van het programma Bruikbare rechtsorde. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is de feitelijke aard en de omvang van de wettelijke, niet-hiërarchische tuchtrechtelijke procedures in de periode 2001-2006 voor de advocaten, accountants, beroepsbeoefenaren in de individuel gezondheidszorg, gerechtsdeurwaarders, notarissen, octrooigemachtigden, loodsen, diergeneeskundigen, zeevarenden en de beroepen van het economisch tuchtrecht?
    • Over accountants

      Unknown author (WODC, 1998)
      Met de bevindingen van de commissie Van Traa in het achterhoofd hecht Justitie er groot belang aan dat de vrije beroepen een steentje bijdragen aan de bestrijding van financiele criminaliteit. Net als van notarissen wordt van accountants verwacht dat ze zich opstellen als onafhankelijke vertrouwenspersonen. Decennia-lang werd er op aangedrongen dat accountants misstanden bij de politie zouden moeten melden. Na moeizame discussies is in 1994 de Verordening op fraudemelding tot stand gekomen. Het standpunt dat accountants aan publieke belangen dienen te beantwoorden, is onlangs ook verwoord door een werkgroep die deel uit maakt van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) die door het kabinet in 1994 in gang is gezet. De werkgroep oordeelde onder andere dat er een strikte scheiding diende te komen tussen controleren en adviseren door openbare accountants. Verder zou de wettelijke regeling van het beroep beperkt dienen te worden tot de verplichte controle. De aanbevelingen van de MDW-werkgroep zijn door de landelijke beroepsorganisaties, het Nivra en de NOvAA, niet in dank afgenomen. De keuzevrijheid van accountants zou worden beperkt en efficiënte marktwerking zou juist worden belemmerd. Deze reacties roepen een aantal vragen op. Is het beeld van de accountant als een vertrouwenspersoon met een sterk publieke orientatie wel reeel? Is het wel reeel te verwachten dat openbare accountants afzien van het lucratieve advieswerk? De feitelijke ontwikkelingen van de beroepsgroep wijzen in ieder geval in een andere richting. Accountantskantoren werpen zich op de vrije markt en leggen zich steeds minder toe op hun eigen vak, het controlewerk. Bij de grote kantoren groeit de omzet van organisatie- en fiscale advieswerk ieder jaar sneller. Dat doet op zijn beurt de vraag rijzen in welke mate het predicaat 'onafhankelijkheid' accountants nog toevalt. In hoeverre is de onafhankelijke status waarop de koopman-accountant zich beroept een holle frase aan het worden?
    • Rechtshandhaving in de schaduw van Justitie

      Unknown author (WODC, 1990)
      Een medicus amputeert het verkeerde been; een toerist meldt ten onrechte het verlies van een fototoestel bij de verzekering; een zwartwerker vraagt om een uitkering; een boekhouder maakt geld over naar zijn eigen girorekening; een verdacht sujet bevindt zich onrechtmatig op bedrijfsterrein. Vijf voorbeelden van strafwaardig gedrag, dat zelden bij de strafrechter wordt aangemeld. Het is dit type gedrag, of beter gezegd de reactie erop, dat in dit themanummer centraal staat: het recht dat zich afspeelt in de marge van de justitiele bemoeienis. Deze marginale positie heeft twee consequenties. Enerzijds `ontlase dit type normhandhaving het justitiele apparaat; het filtert, zeeft, en kanaliseert het justitiele voortraject, zodat het (strafrecht zich met de 'echte' zaken kan gaan bezighouden. Anderzijds onttrekt deze marge zich aan juridische en maatschappelijke controle: wie bepaalt de norm; wat bepaalt de sanctie? In dit verband kan worden gewezen op een tegenstelling tussen mogelijke efficientie-verbetering en het gevaar van 'private justice'.
    • Rechtspleging Civiel en Bestuur 2012 - ontwikkelingen en samenhangen

      Heer-de Lange, N.E. de (red.); Diephuis, B.J. (red.); Eshuis, R.J.J. (red.) (WODC, 2013)
      Deze derde volledige editie in boekvorm van Rechtspleging Civiel en Bestuur (C&B) - eerder verscheen online een update van het tabellenpakket - geeft een overzichtelijk beeld van de cijfermatige ontwikkelingen op het terrein van civiel en bestuursrecht die over het algemeen de periode 2002-2012 beslaan. De ontwikkeling van het aantal civiele en bestuursrechtelijke rechtszaken wordt in kaart gebracht, maar ook het gebruik van buitengerechtelijke geschilbeslechting en ontwikkeling van juridische beroepen, zoals advocaten, notarissen en deurwaarders, komen aan bod. Ook is, evenals in de vorige editie, informatie toegevoegd over de overheidsuitgaven aan de civiele en bestuursrechtspleging. Voor de eerste keer verschijnt C&B in de op zichzelf staande reeks (Justitie in statistiek). INHOUD: 1. Inleiding - R.J.J. Eshuis, B.J. Diephuis en N.E. de Heer-de Lange 2. Het Nederlandse civiele en bestuursrechtssysteem - N.E. de Heer-de Lange en M.J. ter Voert 3. Rechtshulp en buitengerechtelijke geschilprocedures - M.J. ter Voert, C.M. Klein Haarhuis en H. Goudriaan 4. Civiele rechtspraak - R.J.J. Eshuis, A.H. Sprangers en B.J. Diephuis 5. Bestuursrechtspraak - M.M. van Rosmalen en N.E. de Heer-de Lange 6. Personeel - B.J. Diephuis, R.J.J. Eshuis en F.P. van Tulder 7. Uitgaven - F.P. van Tulder, M.J. ter Voert en B.J. Diephuis 8. Waardering en kwaliteit - B.J. Diepenhuis, M.J. ter Voert en R.J.J. Eshuis
    • Sport en criminaliteit

      Stokvis, R.; Heere, B.; Boer, J. de; Staveren, H.T. van; Bos, W.; Doelder, H. de; Theeboom, M. (WODC, 2002)
      ARTIKLEN: 1. R. Stokvis - Sport en corruptie 2. B. Heere - Malversaties in de voetbalwereld; amateurisme, verdeeldheid en de schimmige transfermarkt 3. J. de Boer - Scoren met kinderen; handel in jeugdige voetballers 4. H.T. van Staveren - De juridische basis van het 'dopingverbod' in de sport 5. W. Bos, H. de Doelder - Berechting van 'sportief' wangedrag; aspecten van straf- en tuchtrecht in de sport 6. M. Theeboom - Vechtsporten; leren vechten of ... leren niet te vechten? SAMENVATTING: Met de toenemende verzakelijking van de sport komen steeds meer zaken aan het licht die moeilijk anders dan crimineel genoemd kunnen worden. Dit themanummer van Justitiële verkenningen werpt vanuit verschillende invalshoeken nader licht op de combinatie sport en criminaliteit.
    • Toezicht op strafvorderlijk overheidsoptreden

      Devroe, E.; Malsch, M.; Matthys, J.; Minderman, G. (Universiteit van Leiden - Faculteit Governance and Global Affairs, 2017)
      In de nota die de contouren schetst van de voorgenomen modernisering van het Wetboek van Strafvordering in het kader van het programma Versterking Prestaties Strafrechtketen (VPS) (de Contourennota) is een paragraaf opgenomen over toezicht op strafvorderlijk optreden. In deze Contourennota heeft de minister van Veiligheid en Justitie de vraag gesteld of met het huidig samenstel van rechterlijk, intern en extern toezicht de naleving van de geldende wettelijke voorschriften binnen de strafrechtsketen adequaat en systematisch wordt gecontroleerd en gestimuleerd. De centrale onderzoeksvraag in dit onderzoek luidt: ‘Welke vormen van toezicht bestaan thans op het strafvorderlijk overheidsoptreden en welke mogelijke lacunes kunnen hierin worden geconstateerd in de wettelijke en praktische context?’. Hierdoor moeten de termen ‘toezicht’ en ‘strafvorderlijk overheidsoptreden’ initieel afgebakend worden. Dit onderzoek beperkt zich tot toezichtverhoudingen over de kwaliteit van strafvorderlijk overheidsoptreden, wat betekent dat de bevoegdheden ten aanzien van bedrijfsvoering en bedrijfsprocessen niet in dit onderzoek aan bod komen. Verder wordt een opsplitsing gemaakt tussen ‘intern’ en ‘extern’ toezicht. Met intern toezicht wordt bedoeld het toezicht dat binnen een actor zelf wordt georganiseerd, terwijl extern toezicht het toezicht is dat buiten de actor door andere toezichthoudende instanties wordt georganiseerd. INHOUD: 1. Algemene uitgangspunten 2. Theoretisch kader 3. Methodologische uitgangspunten 4. Inventarisatie toezichtmogelijkheden op strafvorderlijk overheidsoptreden in Nederland 5. Inventarisatie toezichtmogelijkheden op strafvorderlijk overheidsoptreden in België 6. Verslag van een rondetafelgesprek 7. Analyse 8. Conclusie
    • Trendrapportage gerechtsdeurwaarders 2006 - Toegankelijkheid, continuïteit en kwaliteit van de ambtelijke dienstverlening

      Voert, M. ter; Ewijk, M.D. van (WODC, 2006)
      De minister van Justitie dient de toegankelijkheid en kwaliteit van de diensten van gerechtsdeurwaarders te waarborgen. Daarom is het nodig zicht te houden op de ontwikkelingen in de praktijk van de beroepsbeoefening. De trendrapportage heeft tot doel een beeld te geven van de staat van de dienstverlening van gerechtsdeurwaarders. Tweejaarlijks worden de ontwikkeling op de volgende terreinen in kaart worden gebracht: (a) toegankelijkheid van de diensten (tarieven en spreiding vraag en aanbod), (b) de continuïteit (bedrijfseconomisch en in- en uitstroom gerechtsdeurwaarders) en (c) de kwaliteit en integriteit. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Toegankelijkheid ambtelijke dienstverlening 4. Continuïteit ambtelijke dienstverlening 5. Kwaliteit ambtelijke dienstverlening 6. Conclusie
    • Varianummer

      Unknown author (WODC, 1977)
      Vijf onderwerpen komen aan de orde in dit Varianummer. Mack en Kerner vergelijken de professionele en georganiseerde misdaad in Amerika met die in Europa. Wilks en Martinson zetten uiteen, waarom een behandeling van delinquenten volgens hun vaak niet nodig is. Uit een onderzoek van Neal e.a. blijkt, dat de duur van het verblijf in de gevangenis niet positief samenhangt met de mate van vervreemding. Twee artikelen worden gewijd aan het actuele onderwerp van agressie op het voetbalveld. Mr. L.J.M. d'Anjou onderscheidt verschillende vormen van agressie en geweld en vraagt zich af, hoe geweld op het voetbalveld verklaard kan worden. Het artikel van prof. dr. G.P. Hoefnagels uit Rotterdam betreft vooral het straffen van spelers die overtredingen begaan. Tot slot een artikel van mr. J.J. van der Kaaden, waarin wordt gewezen op de noodzaak van meer onderzoek naar drugsverslaving in ons land. Terwijl veel mensen zich zorgen maken over het gebruik van hard drugs, zijn er eigenlijk maar weinigen echt met het probleem bekend.