• Aansprakelijkheid van toezichthouders - Een analyse van de aansprakelijkheidsrisico's voor toezichthouders wegens inadequaat handhavingstoezicht en enige aanbevelingen voor toekomstig beleid

      Dam, C.C. van (WODC, 2006)
      In de afgelopen decennia zijn er steeds meer toezichthouders gekomen (NMA, OPTA etc.). Zij houden vaak in het algemeen belang toezicht op activiteiten waar grote financiële belangen in het spel zijn. Het is daarom niet denkbeeldig dat deze toezichthouders voor grote bedragen aansprakelijk worden gesteld indien zij bijvoorbeeld een bepaalde activiteit verbieden. Denk bijvoorbeeld aan een overname of fusie. Verder wordt de overheid bij rampen naast de directe veroorzaker(s) steeds vaker mede aansprakelijk gesteld voor de schade (Enschede, Bovenkarspel). De reden daarvoor is dat de overheid, anders dan de directe veroorzaker, voldoende verhaal biedt. De aansprakelijkheid van de overheid wordt dan veelal gebaseerd op onvoldoende toezicht en handhaving. Het onderzoek inventariseert de voor- en nadelen van diverse vormen van aansprakelijkheid van toezichthouders en onderzoekt of er redenen zijn de aansprakelijkheid van toezichthouders en overheid bij onvoldoende toezicht en handhaving in het algemeen te beperken of te limiteren.
    • Beleid bestrijding terrorismefinanciering - Effectiviteit en effecten (2013-2016)

      Wesseling, M.; Goede, M. de (Universiteit van Amsterdam - Amsterdam Institute for Social Science Research, 2018)
      Het Nederlandse beleid dat terrorismefinanciering tegengaat is gebaseerd op de veertig aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en op EU regelgeving die Nederland verplicht risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren. De Beleidsmonitor terrorismefinanciering vormt onderdeel van een beleidscyclus waarin aan de hand van de risico’s van terrorismefinanciering het beleid tegen terrorismefinanciering wordt vastgesteld dat vervolgens op effectiviteit wordt geëvalueerd.De doelstelling van het rapport is om een breed overzicht te geven van de activiteiten, initiatieven en samenwerkingsverbanden in het Nederlandse landschap van de bestrijding van terrorismefinanciering. Daarbij geven we een overzicht van aantallen van meldingen, rechtszaken, bevriezing, aanwijzingen etc. De centrale vraagstelling van dit rapport is: Welke activiteiten hebben de actoren in het opsporings- en handhavingsnetwerk voor het bestrijden van terrorismefinanciering ontplooid in de periode 2013-2016, en hoe verhouden deze activiteiten zich tot de doelstellingen op dit gebied van de FATF? INHOUD: 1. Terrorismefinanciering en effectiviteit: een analyse van het FAFT raamwerk 2. Van effectiviteit naar effecten: een analyse van de wetenschappelijke literatuur 3. Onderzoeksmethoden en vertrouwelijkheid 4. Ministeries en toezichthouders in de strijd tegen TF 5. Operationele actoren in de strijd tegen TF 6. Informatie delen en samenwerkingsplatformen 7. Risico gericht werken in de praktijk 8. Opsporingsmethoden: typologieën versus namen delen
    • Buitengewoon veilig - Onderzoek naar taken en arbeidsomstandigheden van boa's en de samenwerking met politie

      Abraham, M.; Soomeren, P. van (DSP-groep, 2020)
      Voor toezichts- en handhavingstaken, evenals voor het opsporen van (bepaalde) strafbare feiten, worden naast de politie (algemene opsporingsambtenaren) ook buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) ingezet. Deze boa’ s vervullen een steeds belangrijker rol: de afgelopen decennia heeft zich een verschuiving voorgedaan waarbij veiligheidszorg in de openbare ruimte niet langer het exclusieve domein is van de politie. Gemeenten zetten in toenemende mate en met steeds meer taken gemeentelijke boa’s in voor toezicht en handhaving. Ook in andere gebieden vervult de boa een belangrijke rol. In bijvoorbeeld natuurgebieden en het openbaar vervoer zien we de inzet van boa’s voor toezicht en handhaving. Het gaat ondertussen om meer dan 24.000 boa’s die in zes verschillende domeinen actief zijn. Deze ontwikkeling is niet uniek voor Nederland en is eigenlijk in heel Europa zichtbaar. De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt:Wat zijn de taken en de inzet van de boa’s in de praktijk, hoe verloopt de samenwerking met de politie en met andere partijen (taakafbakening en –verdeling) en wat zijn de arbeidsomstandigheden van de boa’s (met name wat betreft veiligheid) tijdens hun taakuitoefening?In hoeverre zit de huidige toepassing van het leefbaarheidscriterium en het uitvoeringscriterium6 effectief toezicht en handhaving in de weg? INHOUD: 1. Onderzoek naar boa's 2. Wettelijk kader en landelijke afspraken - Intermezzo: landelijke spelers in het boa-landschap 3. Aantallen boa's 4. Taken en samenwerking 5. Arbeidsomstandigheden en ondersteuning door politie 6. Bijzondere omstandigheden: coronacrisis 7. Gevolgen voor de toekomst 8. Conclusie
    • Burgers in veiligheid - Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid

      Land, M. van der; Stokkom, B. van; Boutellier, H. (Vrije Universiteit - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2014)
      In dit rapport staat de vraag centraal welke vormen van burgerparticipatie in Nederland in het (sociale) veiligheidsdomein voorkomen, in het bijzonder gerelateerd aan de politie, welke problemen zich daarbij voordoen en wat de opbrengsten er van zijn voor overheid, samenleving en burgers. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is een state-of-the-art gemaakt van inzichten uit beschikbare rapporten en literatuur over burgerparticipatie in Nederland op het gebied van sociale veiligheid en is tevens een breed samengesteld overzicht opgesteld van praktijkervaringen. Om die praktijkervaringen in kaart te brengen is deskresearch gedaan m.b.v. via internet beschikbare databestanden. Daarnaast is een korte survey gehouden onder (vrijwel) alle Nederlandse gemeenten en onder de leden van het Accountmanagersoverleg Gebiedsgebonden Politie. Dit heeft geresulteerd in een longlist van praktijkvoorbeelden. Van die lijst zijn vervolgens met vertegenwoordigers van een deel van de projecten interviews afgenomen. INHOUD: 1. Introductie 2. Inzichten in de literatuur 3. Actuele praktijken van burgerparticipatie in veiligheid 4. Conclusie en reflectie
    • De juiste snaar - professionals met een publieke taak en de omgang met overlast, agressie en geweld als gevolg van alcohol- en/of drugsgebruik

      Ferwerda, H.; Hasselt, N. van; Ham, T. van; Voorham, L. (Bureau Beke, 2012)
      Werknemers met een publieke taak worden regelmatig geconfronteerd met agressie onder invloed van alchol en drugs. Over de rol van middelen hierin en hoe hier het beste mee zou kunnen worden omgegaan, is echter weinig bekend. De volgende vraagstelling ligt ten grondslag aan dit onderzoek: 'Wat zijn (meest) effectieve manieren voor toezichthouders, portiers, politie en andere personen met een publieke taak om door alchol en/of drugs veroorzaakte overlast, agressie, geweld te voorkomen, in te dammen en te beëindigen?' Ter beantwoording is een literatuuronderzoek uitgevoerd, zijn experts (uit wetenschap en praktijk) geraadpleegd, zijn zes jongeren die frequent uitgaan, geïnterviewd en is een expertmeeting gehouden omtrent de toekomstige aanpak van geweld onder invloed. INHOUD: 1. Een onderzoek naar geweld onder invloed 2. De literatuur over geweld onder invloed 3. Experts over geweld onder invloed 4. Geweld onder invloed te beïnvloeden?
    • De stand van het boa-bestel - Eindrapport over het stelsel waarbinnen buitengewoon opsporingsambtenaren functioneren

      Mein, A.G.; Hartmann, A.R. (Verwey-Jonker Instituut, 2013)
      Naast politieambtenaren zijn er andere personen belast met handhavende en toezichthoudende taken. Een belangrijke groep daarvan zijn de buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s). Boa’s beschikken over een beperkte opsporingsbevoegdheid en over politiebevoegdheden (art. 8 Politiewet) gericht op de handhaving van specifiek omschreven regelgeving op een bepaald domein. Het gehele stelsel van bepalingen dat de boa’s reguleert is gebaseerd op het Wetboek van Strafvordering, het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar en de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar. Om op een efficiënte en verantwoorde manier de boa’s in te zetten is een adequaat Boa bestel noodzakelijk. Bij brief van 5 maart 2012 heeft de Minister van V&J toegezegd dat hij wil komen tot een evaluatie van het huidige boa-bestel (Tweede Kamer, Vergaderjaar 2011-2012, 28684, nr. 340). Het onderzoek betreft de werking van het zogenoemde boa-bestel, het stelsel waarbinnen buitengewoon opsporingsambtenaren functioneren. Het onderzoek is uitgevoerd in de eerste helft van 2013 aan de hand van beleidsstukken en vraaggesprekken met belanghebbenden. INHOUD: 1. Inleiding 2. De doelstelling en uitvoering van het onderzoek 3. Het wettelijk- en beleidskader 4. Het boa-bestel: stand van zaken 5. Analyse en conclusies
    • Een evenwichtig bestuurde politie? - Onderzoek naar de juridische status van de Nationale Politie

      Kruijf, J.A.M. de; Resodihardjo, S.L.; Winter, H.B. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2017)
      Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verschaffen in bestaande en mogelijke knelpunten in de besturingsstructuur voor het beheer van de politie in relatie tot de gezagsverhoudingen die bestaan tussen de korpschef als ‘hoofd van dienst’ en de minister respectievelijk de burgemeester en de officier van justitie en de gevolgen die dat heeft voor de effectiviteit van de inzet van de politie. De hoofdvraag van dit onderzoek is dan als volgt: Draagt de toezichts- en besturingsstructuur van de rechtspersoon politie bij aan de eenduidige aansturing van de korpsleiding, in het bijzonder de korpschef, op het terrein van de beheertaken van de politie? Dit is deelonderzoek 1 ten behoeven van het eindrapport Evaluatie Politiewet 2012 (zie: link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. De rechtspersoon politie 3. Aanwijzingsbevoegdheid 4. Positie korpschef
    • Gegevensuitwisseling door Toezichthouders

      Moor-van Vugt, A.J.C. de; Engers, T.M. van; Groenewegen, F.T.; Haaften, W.F. van; Klap, A.P.; Nieuwenhuis, A.J.; Schouten, L.M. (medew.); Wessel, M.W. (medew.) (Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2012)
      Dit onderzoek is gericht op het beantwoorden van de vraag met welke belangen rekening moet worden gehouden bij de verstrekking van toezichtgegevens tussen toezichthouders onderling en tussen toezichthouders enerzijds en het Openbaar Ministerie, de politie en de buitengewoon opsporingsambtenaren anderzijds. Daarnaast wordt de vraag onderzocht in hoeverre het gewenst en juridisch mogelijk is om voor het verstrekken van toezichtgegevens tussen genoemde partijen een algemene regeling in de Algemene Wet bestuursrecht en/of eventuele andere wetten op te nemen. INHOUD: 1. Inleiding en probleemstelling 2. Het juridisch kader bij gegevensuitwisseling 3. Inventarisatie en weging van belangen 4. Naar een algemene regeling? 5. Conclusies en aanbevelingen 6. Geraadpleegde bronnen 7. Bijlagen
    • Het winkelcentraproject - Preventie van kleine criminaliteit

      Colder, J.C.; Nuijten-Edelbroek, E.G.M. (medew.) (WODC, 1988)
      Dit rapport bevat de evaluatie van een aantal maatregelen die op een tweetal winkelcentra in de gemeente Utrecht zijn genomen. Deze maatregelen zijn te zien als een concretisering van het lokale bestuurlijke preventiebeleid zoals dat is neergelegd in het beleidsplan Samenleving en Criminaliteit. Doel van het winkelcentraproject was om door middel van maatregelen in de lijn van dit bestuurlijk preventiebeleid te komen tot een vermindering en/of tot het beheersbaar maken van de in de winkelcentra gepleegde kleine criminaliteit. Voor het meten van de effecten van deze maatregelen is een quasi-experimenteel onderzoekdesign opgezet, zonder controlegroep, maar met voor- en nametingen. In dit proefproject is het projectmanagement gecombineerd met het projectonderzoek.
    • Ik zal handhaven - Verkenning pluralisering van de politiefunctie (Plural policing)

      Lakerveld, J. van; Zoete, J. de; Matthys, J.; Akerboom, M. (Universiteit Leiden - Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), 2019)
      De algemene onderzoeksvraag voor dit onderzoek luidt: “Hoe beïnvloedt de pluralisering van de politiefunctie het huidige en toekomstige functioneren van de Nederlandse politie?” Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, is gekeken naar de huidige wet- en regelgeving in Nederland, naar de algemene praktische context in Nederland en in Europa (om van daaruit te extrapoleren hoe het toekomstige functioneren van de politie beïnvloed kan worden), en naar het lokale niveau. De vragen zijn samengebracht in de onderstaande hoofdvragen.Wet- en regelgeving 1. Wat is de huidige wettelijke context inzake de pluralisering van de politiefunctie in Nederland? Nederlandse en Europese varianten en trends 2. Welke varianten en ontwikkelingen kunnen in de afgelopen jaren in Nederland worden geobserveerd inzake de pluralisering van de politiefunctie? 3. Welke varianten en ontwikkelingen kunnen in de afgelopen jaren in Europa en in het bijzonder in de buurlanden (België, Duitsland, Engeland) worden geobserveerd inzake de pluralisering van de politiefunctie? Lokale praktijken 4. Wat is de rol van lokale overheden (Rotterdam, Ede en Maastricht) wat betreft de pluralisering van de politiefunctie? 5. Hoe verloopt de samenwerking tussen de politie en deze andere veiligheidsactoren op het lokale niveau?
    • Professionalisering milieuboa's - Evaluatie van het opleidingsprogramma voor buitengewoon opsporings-ambtenaren milieu, werkzaam in domein 2

      Mein, A.G.; Berg, B.A.M. van den (Verwey-Jonker Instituut, 2015)
      Het onderzoek heeft tot doel inzicht te verschaffen in het functioneren van het nieuwe opleidingsprogramma en, meer in het algemeen, de beoogde professionalisering van milieuboa’s. De hoofdonderzoeksvraag luidt als volgt: Hoe functioneert het opleidingsprogramma voor milieuboa’s en in hoeverre kan dit bijdragen aan de beoogde professionalisering van de milieuboa? Het onderzoek is uitgevoerd in het najaar van 2014 aan de hand van documentstudie en ruim twintig vraaggesprekken met vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie, de opleidingsinstituten en werkgevers. Het opleidingsprogramma is geanalyseerd aan de hand van het lesmateriaal, docentinstructies en examens, daarnaast zijn lessen bijgewoond en is gesproken met docenten en cursisten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelstelling en uitvoering onderzoek 3. De professionalisering van de milieuboa's 4. Het opleidingsprogramma 5. Analyse en conclusie
    • Restorative Justice and Mediation

      Boutellier, J.C.J.; Marshall, T.F.; Dinkel, F.; Walgrave, L.; Aertsen, I.; Dullum, J.; Zandbergen, A.; Lopez, M.J.J.; Bequai, A. (WODC, 1996)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. J.C.J.Boutellier - Beyond the criminal justice paradox; Alternatives between law and morality 3. T.F. Marshall - The evolution of restorative justice in Britain 4. F. Dinkel - Töter-Opfer-Ausgleich; German experiences with mediation in a European perspective 5. L. Walgrave and I. Aertsen - Reintegrative shaming and restorative justice; Interchangeable, complementary or different? 6. J. Dullum - The Norwegian mediation boards 7. A. Zandbergen - Shaming in a Dutch diversion project 8. Manuel J.J. Lopez - Crime prevention within metro systems; 9. A. Bequai Cyber crime: the US experience; 10. Penal justice information from France (CESDIP) 11. Crime institute profile: Institute of Justice, Warsaw, Poland
    • Social caretakers and preventing crime on public housing estates

      Hesseling, R.B.P. (WODC, 1992)
      The Dutch government stimulated the employment of social caretakers on public housing estates. Besides other measures, they should contribute to the prevention of crime and the improvement of the living conditions on these estates. The WODC has studied the effects of the introduction of social caretakers on vandalism, crime and the rental position of the estate.
    • Spanningen tussen Rijk en gemeenten

      Raijmakers, L.; Staring, R.; Terpstra, J.; Stokkom, B. van; Ooyen-Houben, M. van; Mein, A. (WODC, 2015)
      ARTIKELEN: 1. L. Raijmakers - Motieven voor decentralisatie; schipperen tussen normativiteit en pragmatiek 2. R. Staring - Niemand slaapt bij ons op straat? Over de noodopvang van onrechtmatig verblijvende vreemdelingen en het steekspel tussen centrale overheid en gemeenten 3. J. Terpstra en B. van Stokkom - Politie in tweevoud: centraal en decentraal; een analyse van enkele achtergronden en spanningen 4. M. van Ooyen-Houben en A. Mein - Wie heeft hier de regie? Coffeeshops tussen lokaal, nationaal en internationaal drugsbeleid SAMENVATTING: Op meerdere beleidsterreinen gaapt er een kloof tussen 'de Haagse werkelijkheid' en gemeenten, zo laat dit themanummer van Justitiële verkenningen zien met artikelen over de noodopvang voor vluchtelingen, de politie en het drugsbeleid, aangevuld met een historisch getinte bijdrage. Het beeld dat blijft hangen, is dat wetten en maatregelen op nationaal niveau genomen niet goed aansluiten op maatschappelijke problemen zoals deze daadwerkelijk op lokaal niveau tot uiting komen. Het beleidsvormingsproces op nationaal niveau wordt sterk bepaald door compromissen tussen de kopstukken van politieke partijen en de debatten zijn soms ook meer ideologisch, principieel van aard. De gemeenten daarentegen staan 'met hun voeten in de modder' en hebben doorgaans een meer pragmatische benadering van maatschappelijke problemen. Ook krijgen het gemeentelijk beleid en beleidsuitvoering vaak vorm in direct overleg met allerhande maatschappelijke organisaties, private partijen en burgers. In de literatuur wordt deze op samenwerking gerichte stijl van besturen wel aangeduid als governance, dit in tegenstelling tot het meer verticale, dirigistische government Tot op zekere hoogte is dat governancemodel ook van toepassing op het nationale etgevingsproces, maar dan toch meer in het voortraject wanneer informatie wordt ingewonnen bij stakeholders.In de laatste fase (de coalitiestrijd, de onderhandelingen met de 'constructieve oppositie', de definitieve formulering van wetsvoorstellen en de behandeling in het parlement) lijkt 'de samenleving' buiten spel te staan en domineren soms andere belangen, zoals doorregeren en politiek wisselgeld op een ander beleidsdossier, die weinig te maken hebben met de inhoud of uitvoerbaarheid.
    • Stadshandhavers - Bouwstenen voor de inrichting van handhaving in de openbare ruimte

      Stokkom, B. van; Foekens, P. (Radboud Universiteit Nijmegen - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2015)
      De formule van operationele regie van de politie over gemeentelijke toezichthouders en handhavers brengt onduidelijkheden met zich mee. Ook de bevoegdheden en werkvelden van bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) worden vaak als onduidelijk ervaren. Om deze redenen is het zinvol nader te reflecteren op een toekomstbestendige inrichting van handhaving in de openbare ruimte.Dit onderzoek beoogt bouwstenen aan te reiken voor een weloverwogen inrichting van handhaving in de openbare ruimte en de plaats van de operationele regie daarin. De centrale vraag van het onderzoek luidt: Welke ontwikkelingen doen zich voor met betrekking tot de (operationele regie van) handhaving in de openbare ruimte en welke oplossingsrichtingen zijn denkbaar voor een toekomstbestendige inrichting van handhaving in de openbare ruimte. Om betekenisvolle kennis over die inrichting te verzamelen worden in het eerste deel van dit rapport enkele ontwikkelingen met betrekking tot samenwerking tussen de politie en gemeentelijke handhavers en de uitoefening van de operationele regie nader onderzocht. De focus is ook gericht op de knelpunten die zich bij die samenwerking voor kunnen doen. Daartoe wordt het handhavingswerk in een drietal (deel)gemeenten onderzocht: Amsterdam Centrum, Den Haag Centrum en Ede. In het tweede deel wordt door middel van twee scenario’s – een politieel scenario en een ‘duale regie’-scenario – nagegaan hoe vorm kan worden gegeven aan de toekomstige inrichting van handhaving in de openbare ruimte, alsmede enkele belangrijke randvoorwaarden die daarmee samenhangen. INHOUD: 1. De regiefunctie: verkenning van inzichten en bevindingen 2. Twee scenario's 3. Vraagstelling en onderzoeksopzet 4. Operationele regie en samenwerking: drie casussen 5. Respondenten over de inrichting van handhaving 6. Conclusies en discussie
    • Tien jaar samenleving en criminaliteit

      Unknown author (WODC, 1995)
      De nota Sarnenleving en criminaliteit (SeC) was het eerste grote beleidsplan dat door Justitie went vervaardigd. Veel van de daarin geschetste maatregelen kwamen uit het kort daarvoor gepresenteerde interimrapport van de Commissie kleine criminaliteit waarvan Hein Roethof voorzitter was. Dat rapport voelde de tijdgeest goed aan want het wist direct een opmerkelijle consensus te bewerkstelligen. Met name het idee dat criminaliteitspreventie een zaak zou moeten zijn van heel de samenleving, en niet alleen van justitie en politie, werd met instemming begroet. Tien jaar later kan men met anders zeggen dat de SeC-plannen zijn aangeslagen. Besturen van gemeenten en maatschappelijke instanties zijn alert gemaakt, preventieprogramma's worden alom gebruikt.
    • Toezicht door Inspectie Justitie en Veiligheid bij toenemende maatschappelijke complexiteit - Een verkennend onderzoek

      Wein, B.; Willems, R.; Helderman, J.-K.; Rouwette, E. (Bestuurs- en Beleidslab, 2020)
      Onder het motto ‘Toezicht dat ertoe doet’ wil de Inspectie Justitie en Veiligheid bijdragen aan een rechtvaardige en veilige samenleving. Daarbij is niet alleen de Inspectie zelf in beweging, maar ook de omgeving waarin de Inspectie haar toezichtsrol uitoefent. De Inspectie wil weten hoe goed toezicht te houden te midden van toenemende maatschappelijke complexiteit. Meer concreet is de vraag die centraal staat in dit onderzoek: ‘Of en zo ja, hoe de Inspectie Justitie en Veiligheid haar toezichtsaanpak en governancestructuur verder kan ontwikkelen zodanig dat meer recht wordt gedaan aan de toenemende maatschappelijke complexiteit en het functioneren in ketens en netwerken’.Het onderzoek is kwalitatief van aard en heeft daarnaast een verkennend karakter; uiteindelijk wordt gezocht naar manieren waarop de Inspectie haar toezichtsaanpak (nog) beter gestalte kan geven. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. Resultaten huidige omgang krachtenvelden 4. Resultaten verdieping en kleuring a.d.h.v. dialogen met relevante actoren 5. Resultaten synthese 6. Conclusie en reflectie
    • Toezicht op markt en mededinging

      Erp, J.G. van; Amador Sanchez, P.; Lamboo, E.; Smits, R.; Brosens, T.; Bijkerk, W.O.; Gevaert, J.; Vos, E.L.M.; Ammerlaan, S.W.; Faure, M.G. (WODC, 2008)
      ARTIKELEN: 1. J.G. van Erp - Lessen voor toezicht in de 21e eeuw; actuele inzichten van Braithwaite en Sparrow 2. P. Amador Sanchez, M.N. Dijkman, E. Lamboo en R. Smits - De ontmanteling van kartelparadijs Nederland; tien jaar Mededingingswet en NMa 3. T. Brosens, W.O. Bijkerk en J. Gevaert - Keuzes in gedragstoezicht: de casus kredietverstrekking 4. E.L.M. Vos en S.W. Ammerlaan - De Consumentenautoriteit: nieuwkomer op druk speelveld 5. M.G. Faure - Onbegrensd toezicht? 6. Internetsites SAMENVATTING: Toezicht is een (machts)factor van betekenis geworden in de samenleving. Gelet op het arsenaal aan opsporingsbevoegdheden en sanctiemaatregelen waarover toezichthouders kunnen beschikken, is de behoefte aan toezicht op toezicht actueel geworden en eventuele wettelijke aansprakelijkheid. De 'moderne' marktmeesters staan in dit themanummer centraal. Medewerkers van respectievelijk de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Consumentautoriteit geven inzicht in de wijze waarop de toezichthouder de relevante wetgeving toepast en voor welke strategische keuzen deze staat.
    • Toezichthouders en handhavers in de (semi)publieke ruimte - Een internationale vergelijking

      Terpstra, J.; Stokkom, B. van; Spreeuwers, R. (Radboud Universiteit Nijmegen - Faculteit der rechtsgeleerdheid, 2013)
      Naast de politie kunnen in Nederland buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s) – bijvoorbeeld in dienst van gemeenten – met opsporingsbevoegdheden en (een beperkt aantal) geweldsmiddelen worden uitgerust. In het kader van toezicht en handhaving in het (semi)publieke domein zijn de laatste tijd geluiden hoorbaar om de bevoegdheden van BOA’s op te rekken en om ook aan particuliere beveiligers opsporingsbevoegdheden en (beperkte) geweldsmiddelen toe te kennen. Zo wordt er gesproken over de figuur ‘winkelboa’: een particuliere beveiliger, ingehuurd door een winkelbedrijf, en in onbezoldigde dienst van de gemeente, die een proces-verbaal kan uitschrijven voor winkeldieven. In deze studie zijn de toezichthoudende en handhavende functies met betrekking tot de openbare ruimte in vier verschillende landen (Engeland en Wales, Oostenrijk, België en Canada) onderzocht. Daarbij heeft een vergelijking plaatsgevonden met functionarissen als stadswachten en Boa's in het (semi)publieke domein in Nederland. In het onderzoek wordt nagegaan wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen deze landen, en welke ontwikkelingen op dit terrein de komende jaren denkbaar zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Nederland 3. Engeland en Wales 4. Oostenrijk 5. België 6. Canada - Ontario 7. Slot
    • Winkelboa's nader beschouwd - Evaluatie van een pilot rond inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren bij winkeldiefstal

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno, 2013)
      Om toezicht en handhaving in winkelgebieden te versterken en de afhandeling van winkeldiefstal bij ontdekking op heterdaad te versnellen heeft de Minister van Veiligheid en Justitie besloten tot een experiment met de inzet van een buitengewoon opsporingsambtenaar voor winkelgebieden (‘winkelboa’). Aan de Tweede Kamer is toegezegd dat de ervaringen en bevindingen zullen worden gemonitord. Bij een positief oordeel op basis van de gegevens uit de pilot-gemeenten kan besloten worden tot landelijke invoering. De evaluatie van de pilot met de winkelboa vindt plaats aan de hand van een planevaluatie, een procesevaluatie en een effectevaluatie. De probleemstelling omvat deze drie elementen en luidt als volgt: Op welke wijze is de pilot met de winkelboa vormgegeven in de betrokken gemeenten? Welke ervaringen hebben de betrokken organisaties en ondernemers opgedaan tijdens de pilot? En, welke resultaten zijn behaald? INHOUD: 1. Inleiding 2. Planevaluatie 3. Winkelboa's in Roermond 4. Winkelboa's in Vlaardingen 5. Conclusies