• Aantrekkelijkheid van Nederland voor kennismigranten - Een onderzoek naar hoe aantrekkelijk kennismigranten Nederland vinden als potentieel vestigings- en carrièreland

      Buers, C.; Klaver, J.; Witkamp, B.; Duysak, S. (medew.); Verbeek, E. (medew.); Bouterse, M. (medew.); Mack, A. (medew.) (Regioplan Beleidsonderzoek, 2018)
      Doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in wat het vreemdelingenbeleid kan doen om Nederland aantrekkelijk(er) te maken voor kennismigranten en meer in het bijzonder wat de IND en andere betrokken partijen kunnen doen om de dienstverlening richting kennismigranten te verbeteren. Het onderzoek geeft inzicht in de redenen van kennismigranten om voor Nederland te kiezen en hun ervaringen met het Nederlandse toelatingsbeleid en de dienstverlening. Onder kennismigranten verstaan we alle hooggekwalificeerde arbeidsmigranten van buiten de EU/EER die in Nederland aan de slag zijn als kennismigrant. Dit zijn bijvoorbeeld hoogopgeleide managers of ICT-specialisten, maar ook wetenschappelijk personeel zoals aio’s, onderzoekers of docenten rekenen we tot deze groep. Naast inzicht in de keuzes en ervaringen van kennismigranten zijn in dit onderzoek concrete aanknopingspunten geformuleerd voor het verbeteren van de dienstverlening aan kennismigranten, wat uiteindelijk de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigings- en carrièreland ten goede kan komen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Van aanvraag naar verblijf 3. Ervaringen van kennismigranten 4. Knel- en verbeterpunten 5. Ervaringen uit het buitenland 6. Conclusie en verbetersuggesties 7. Literatuurlijst
    • Evaluatie van de Wet toelating en uitzetting BES

      Winter, H.; Beukers, M.; Blekkenhorst, G.; Struiksma, N. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2018)
      De staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden is sinds 10 oktober 2010 (10- 10-‘10) gewijzigd, waarbij Curaçao en Sint Maarten zelfstandige landen binnen het Koninkrijk zijn geworden en het land Nederlandse Antillen is opgeheven. Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn als openbare lichamen deel gaan uitmaken van Nederland. De drie laatstgenoemde eilanden worden ook wel gezamenlijk aangeduid als Caribisch Nederland. Het vreemdelingenrecht van de Nederlandse Antillen was vastgelegd in de Landsverordening toelating en uitzetting en het bijbehorende Toelatingsbesluit. De LTU vormde de basis voor de nieuwe Wet toelating en uitzetting BES (WTU-BES), die per 10 oktober 2010 in werking trad. De WTU-BES is tevens op onderdelen aangepast aan de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Hoe functioneert de WTU-BES gelet op de rond 10-10-‘10 geformuleerde uitgangspunten, welke knelpunten zijn te onderscheiden en hoe kunnen die worden opgelost? INHOUD: 1. Inleiding 2. Caribisch Nederland in het Nederlandse staatsbestel 3. Doelen, uitgangspunten en instrumentarium WTU-BES 4. Kwantitatieve gegevens 5. Uitvoering en ervaringen WTU-BES 6. Wet arbeid vreemdelingen BES 7. Beantwoording onderzoeksvragen
    • Gezinsvorming door jonge migranten - verslag van een evaluatiestudie

      Aalberts, M.M.J. (WODC, 1985)
      Centraal in deze studie staat de beleidsmaatregel dat vanaf oktober 1983 voor secundaire migranten - migranten die in het kader van gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen of in Nederland zijn geboren uit een migrantenechtpaar die over een vergunning tot vestiging beschikken geen uitzondering meer wordt gemaakt op het algemene vereiste dat over voldoende middelen van bestaan moet worden beschikt indien zij hun huwelijkspartner naar Nederland willen laten komen.
    • Internationaal immigratierecht - Verdragen, besluiten van internationale organisaties en internationale jurisprudentie van belang voor het Nederlands immigratierecht

      Steenbergen, J.D.M.; Spijkerboer, T.P.; Vermeulen, B.P.; Fernhout, R. (Instituut voor Immigratierecht, 1999)
      Dit onderzoek betreft de verdragsbepalingen en bindende besluiten van internationale organisaties die van belang zijn met het oog op de vreemdelingenwet, alsmede de internationale jurisprudentie daarover. Het gaat daarbij om bepalingen en besluiten die gevolgen hebben voor grensbewaking, toegang, toelating, asiel, voortgezet verblijf, verblijfsbeëindiging, uitzetting, ongewenstverklaring, vrijheidsbeneming en procedure. Het accent van het onderzoek ligt primair op de inhoud van de verdragsverplichtingen, maar er is ook onderzocht hoe deze verplichtingen geïmplementeerd zijn in wetgeving en jurisprudentie. Het feit dat de vreemdelingenwet het kader bepaalt, maakt dat er getracht is zich te beperken ten aanzien van het beleid. Dat was niet altijd mogelijk, omdat vele verplichtingen slechts in het beleid geïmplementeerd zijn en niet in de wetgeving. Naarmate een verdrag of bepaling in Nederland uitgebreider wordt toegepast, beperkt het onderzoek zich meer tot de hoofdlijnen en het bespreken van eventuele twistpunten. het onderzoek is gestructureerd door eerst te onderscheiden naar organisatie waarbinnen een verdrag tot stand gekomen is, dan naar verdrag en binnen een verdrag naar bepaling.
    • Literature review labour migration - An exploratory study into the shortages of qualified personnel at the upper secondary vocational level and the possibilities and limitatations of employing migrants

      Cörvers, F.; Reinold, J.; Chakkar, S.; Bolzonella, F.; Ronda, V. (Maastricht University - Research Centre for Education and the Labour Market, 2021-08-30)
      Attracting and retaining migrants can have many benefits for the host country and its economy, for example to mitigate skills shortages. Regulating immigration may prevent several negative consequences of a shrinking and ageing population. However, research and policy often focus on the highly skilled or so-called knowledge migrants (kennismigranten) as a source of human capital, which can increase innovation and a country’s competitiveness. A group of labour migrants that receives significantly less attention from research and policy, are the medium-skilled migrant workers. Although it makes up a significant share of the migrant population, this group is rarely supported by specific migration policies. Therefore, in this report we would like to answer the following central research question: What is known in available literature about the opportunities and limitations of filling labour shortages through labour migration, especially in the middle segment of the labour market? CONTENT: 1. Introduction, 2. Methodology, 3. Shortages and skill requirements in the middle segment of the Dutch labour market, 4. Priority supply from EEA+ countries and beyond, 5. Migration as a solution to address shortages in the middle segment of the Dutch labour market, 6. Alternative solutions to staffing bottlenecks in the middle segment of the Dutch labour market, 7. Conclusions and directions for further research.
    • Mensenhandel en -smokkel

      Unknown author (WODC, 1996)
      Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie heeft de handel in vrouwen uit Oost-Europa zich de laatste jaren in Nederland verdrievoudigd. De marechaussee wijst er op dat Nederland zich meer en meer tot een aantreldcelijk `transitoland' ontwilckelt omdat smokkelaars hier relatief weinig risico lopen. Handel en smoklcel worden vaak met elkaar verward. Dat is met verwonderlijk gezien de raalcvlaldcen met andere vraagstuldcen zoals armoede, migratie en werving voor (informele) arbeid. De auteurs in dit nwnmer doen ons inziens geslaagde pogingen begripsmatige helderheid te verschaffen. Hun defmities kunnen alsvolgt worden verwoord. Van mensensmokkel is sprake wanneer men mensen uit winstbejag behulpzaam is bij het wederrechtelijk verschaffen van toegang tot of verblijf in Nederland. Van mensenhandel is spralce wanneer mensen onder dwang (of door misleiding) in de macht van andere personen belanden. Hoewel mensenhandel van oudsher gereserveerd wordt voor het domein van prostitutie (vrouwenhandel), ligt het meer in de rede alle vormen van gedwongen arbeid zoals huishoudelijke arbeid of werk in de horeca er onder te laten vallen. Een ander verschil is het volgende. Bij bestrijding van mensenhandel gaat het om bescherming van de verhandelde persoon. Bij de bestrijding van mensensmoldcel gaat het echter niet om bescherming van de illegale vreemdeling tegen malafide pralctijken maar om bescherrning van de staat tegen deze vreemdeling.
    • Migratiedruk

      Unknown author (WODC, 1994)
      'Nederland is vol'. Weinig andere slogans hebben de laatste tijd de publieke discussie zo bepaald. Tijdens die discussie was af en toe een morele paniek bespeurbaar die in de Nederlandse media niet vaak voorkomt. Sommigen zien steeds meer `horden' vreemdelingen Nederland binnenkomen. `Dit jaar 100.000 asielzoekers' kopte een grote ochtendkrant op 10 maart en verwees voor dat aantal naar het ministerie van Justitie. Navraag leerde dat Justitie rekening houdt met de komst van 55.000 tot 60.000 vluchtelingen. In deze aflevering wijzen enige auteurs erop dat de situatie veel minder alarmerend is dan doorgaans wordt aangenomen. Zij gaan in op vragen als: welke ontwikkelingen zijn gaande in het Nederlandse en Europese vreemdelingenbeleid? Welke argumenten geven daarbij de doorslag? Hoewel de migratiedruk groot is, zo wordt geconstateerd, is er geen sprake van chaos. Door bij voorbeeld studie te maken van netwerken zijn migratiestromen in kaart te brengen en daarmee in redelijke mate te voorspellen en te beheersen.
    • Selectief naast restrictief - Evaluatie van de Wet modern migratiebeleid

      Lodder, G. (Universiteit Leiden - Instituut voor Immigratierecht, 2019)
      Op 1 juni 2013 is de Wet modern migratiebeleid (wet MoMi) in werking getreden. De wet MoMi ziet op een modernisering van het reguliere toelatingsbeleid ten aanzien van migranten van buiten de Europese Unie, de zogenaamde derdelanders. Het reguliere toelatingsbeleid is gedifferentieerd naar verschillende verblijfsdoelen zoals werk, studie of gezinshereniging. De wet MoMi heeft geen betrekking op asielmigratie.De centrale probleemstelling van de wetsevaluatie is: Voldoet de wet MoMi aan de doelstellingen zoals deze door de wetgever zijn geformuleerd bij de totstandkoming van de wettelijke regeling? De probleemstelling is uitgewerkt in drie onderzoeksvragen die corresponderen met de drie hierboven genoemde terreinen: de toelatingsprocedures, de referentensystematiek en toezicht en handhaving.Zijn de toelatingsprocedures voor alle reguliere migranten snel, doeltreffend en beheersbaar?Werkt de referentensystematiek en zijn de administratieve lasten voor burgers en bedrijven zo beperkt mogelijk gehouden?Is het toezicht- en handhavingsmechanisme zoals neergelegd in de wet MoMi (gebaseerd op vertrouwen vooraf en controle achteraf) effectief? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoekskader 3. Kennismigratie 4. Arbeid in loondienst 5. Onderzoek 6. Studie 7. Au Pair 8. Familie en gezin 9. Toezicht en handhaving 10. Conclusies en aanbevelingen
    • Vervolgevaluatie van de Wet biometrie vreemdelingenketen

      Winter, H.; Bex-Reimert, V.; Geertsema, B.; Hollenberg, S.; Krol, E. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit rechtsgeleerdheid, 2019)
      De toegang, toelating, uitzetting van en het toezicht op vreemdelingen is in Nederland geregeld in de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000). Met de Wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling (hierna: Wet biometrie vreemdelingenketen, Wbvk) is per 1 maart 2014 de Vw 2000 gewijzigd. De Wbvk voorziet in een uitbreiding van het gebruik van biometrie in de vreemdelingenketen. De afname en verwerking van een gezichtsopname en tien vingerafdrukken van in beginsel alle vreemdelingen in alle vreemdeling-rechtelijke processen is mogelijk gemaakt. Daarnaast kunnen deze biometrische gegevens centraal in de vreemdelingenadministratie (de Basisvoorziening Vreemdelingen, afgekort BVV) worden opgeslagen en kunnen zij worden geraadpleegd. In 2016 heeft een eerste evaluatie van de Wet Biometrie plaatsgevonden (Zie link bij: Meer informatie). Dit onderzoek is een vervolg van deze evaluatie. De probleemstelling van het onderzoek bestaat uit twee onderdelen:In welke mate bereikt de Wbvk zijn doelen?Hoe verhoudt de wet zich tot de Europese ontwikkelingen tot implementatie van informatiesystemen waarin biometrie wordt opgeslagen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsreconstructie 3. Juridisch kader 4. Procesevaluatie 5. Kwaliteit en betrouwbaarheid van de biometrische gegevens 6. Gebruik van biometrie in de vreemdelingenketen 7. Analyse 8. Europeesrechtelijke ontwikkelingen 9. Samenvatting en conclusies