• Capaciteitsbehoefte Justitiële Jeugdinrichtingen in verandering - trends, ketenontwikkelingen en achtergronden

      Sonnenschein, A.; Moolenaar, D.E.G.; Smit, P.R.; Laan, A.M. van der (WODC, 2010)
      De afgelopen twee decennia groeide de capaciteitsbehoefte van de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s) aanzienlijk. Tussen 1991 en 2007 verdrievoudigde het totale aantal benodigde plaatsen. Deze continue trend was de resultante van een simultane instroom van jongeren met strafrechtelijk én civielrechtelijk opgelegde sancties. Door een wijziging van de Wet op de jeugdzorg worden jongeren die in een gesloten omgeving behandeling en supervisie nodig hebben vanaf 2010 niet langer op civielrechtelijke titel in JJI’s geplaatst. Dat de instroom én bezetting van de JJI’s daardoor tussen 1 januari 2008 en 1 januari 2010 fors zou dalen, was ketenbreed voorzien. Maar niet voorzien, en ook in ontoereikende mate eerder gesignaleerd, was een ontwikkeling die zich al vanaf 2006 voordeed en tot op heden voortduurt: een abrupte en flinke afname van het aantal JJI-plaatsen dat door jongeren met een strafrechtelijke verblijfstitel wordt bezet. Vooral door déze onverwachte ontwikkeling kampt de sector JJI nu met een overschot aan capaciteit. De zojuist geschetste trendbreuk in de strafrechtelijke bezetting van de JJI’s roept verschillende strategische vragen op over de toekomst van de sector. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is, mede daarom, eind december 2009 door de Directie Justitieel Jeugdbeleid (DJJ) gevraagd meer inzicht te verschaffen in de aard van de oorzaken en/of achtergronden hiervan. Het betrof een verzoek om met meer diepgang een vervolg te geven aan een eerder in oktober 2009 door het WODC verrichte probleemverkenning. Dit heeft in een kort tijdsbestek geleid tot de analyse die nu voorligt. INHOUD: 1. Een trendbreuk in vogelvlucht 2. Enkele relevante ontwikkelingen betreffende gesloten instellingen voor jongeren met ernstige gedragsproblemen 3. Preventie, signalering en opsporing van jeugdcriminaliteit 4. Jeugdstrafzaken in het vervolgingstraject 5. Van (kinder)rechter tot tenuitvoerlegging
    • Het Civil Resolution Tribunal - Een eerste verkenning

      Geurts, T.; Teeuwen, G. (WODC, 2021-11-29)
      Het Civil Resolution Tribunal (CRT) is een geschilbeslechtingsinstantie voor burgers en bedrijven in Brits-Columbia, een provincie van Canada. Het betreft een door de overheid ingestelde voorziening in het civielrechtelijke domein voor het behandelen van wat we in Nederland ‘handelszaken’ zouden noemen. De procedure verloopt in principe volledig digitaal en vervangt de procedure bij de rechtbank. De gedachte achter de instantie is dat het de toegang tot professionele geschilbeslechting eenvoudiger maakt. Daarnaast zouden geschillen sneller, voordeliger, informeler en flexibeler kunnen worden opgelost door middel van een overeenkomst tussen partijen en, waar nodig, een beslissing van het tribunaal. De meerwaarde van dit systeem voor de Nederlandse context is echter niet zonder meer duidelijk. Het onderhavige onderzoek beoogt inzicht te geven in de ontstaansgeschiedenis van dit geschilbeslechtingstribunaal en in kaart te brengen wat de mogelijke voor- en nadelen zijn van invoering van een soortgelijk systeem in Nederland. De volgende vier onderzoeksvragen staan in dit onderzoek centraal: 1. Wat is de ontstaansgeschiedenis van het CRT-systeem? 2. Wat zijn de kenmerken van het CRT-systeem? 3. Welke voor- en nadelen van (elementen van) het CRT-systeem worden in de rechtswetenschappelijke literatuur genoemd in de periode 2012 tot en met medio 2020? 4. Hoe verhoudt het CRT-systeem zich tot de Nederlandse context? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Ontstaansgeschiedenis van het CRT, 3. Kenmerken van het CRT-systeem, 4. Voor- en nadelen van het CRT-systeem, 5. Vergelijking met Nederland, 6. Samenvatting en conclusie.
    • Coffeeshops in Nederland 2011 - aantallen coffeeshops en gemeentelijk beleid 1999-2011

      Bieleman, B.; Nijkamp, R.; Bak, T. (Intraval, 2012)
      Dit rapport doet verslag van de tiende meting van de monitor over het aantal officieel gedoogde verkooppunten van softdrugs (coffeeshops) en het gemeentelijk coffeeshopbeleid in Nederland. Het tellen van het aantal coffeeshops en het inventariseren van het gemeentelijk beleid is op vergelijkbare wijze uitgevoerd als in de periode 1999 - 2007 (zie bij: Meer informatie). De monitor kent drie onderwerpen: aantal coffeeshops en gemeentelijk beleid; handhavingsbeleid; en sanctiebeleid. Daarnaast wordt kort ingegaan op de ervaringen en toekomstplannen van gemeenten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aantal coffeeshops 3. Gemeentelijk beleid 4. Handhavingsbeleid 5. Conclusies
    • Coffeeshops in Nederland 2012 - Aantallen coffeeshops en gemeentelijk beleid 1999-2012

      Bieleman, B.; Nijkamp, R.; Reimer, J.; Haaijer, M. (Intraval, 2013)
      Dit rapport doet verslag van de elfde meting van de monitor over het aantal gedoogde verkooppunten van softdrugs (coffeeshops) en het gemeentelijk coffeeshopbeleid in Nederland. Het tellen van het aantal coffeeshops en het inventariseren van het gemeentelijk beleid is op vergelijkbare wijze uitgevoerd als in de periode vanaf 1999. De monitor kent drie onderwerpen: aantal coffeeshops en gemeentelijk beleid; handhavingsbeleid en sanctiebeleid. Daarnaast wordt kort ingegaan op de ervaringen en toekomstplannen van gemeenten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aantal coffeeshops 3. Gemeentelijk beleid 4. Handhavingsbeleid 5. Conclusies
    • Coffeeshops in Nederland 2014 - Aantallen coffeeshops en gemeentelijk beleid 1999-2014

      Bieleman, B.; Mennes, R.; Sijtstra, M. (Intraval, 2015)
      Het aantal coffeeshops en het gemeentelijk beleid inzake coffeeshops worden sinds 1999 gevolgd in een monitor. De laatste editie is in 2013 uitgekomen (zie link bij: Meer informatie). Dit is de twaalfde meting van de monitor van het aantal gedoogde verkooppunten van softdrugs (coffeeshops) in Nederland en het gemeentelijk coffeeshopbeleid. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aantallen coffeeshops 3. Gemeentelijk beleid 4. Handhavingsbeleid 5. Conclusies
    • Coffeeshops in Nederland 2016 - Aantallen coffeeshops en gemeentelijke beleid 1999-2016

      Bieleman, B.; Mennes, R.; Sijtstra, M. (Intraval - Onderzoek en Advies, 2017)
      Het aantal coffeeshops en het gemeentelijk beleid inzake coffeeshops worden sinds 1999 gevolgd via een aantal metingen. De laatste meting is in 2015 uitgekomen (Zie Link hiernaast). Deze meting brengt het aantal coffeeshops in 2015, 2016 en 2017 (peildatum maart) en het gemeentelijk coffeeshopbeleid in deze jaren in kaart. Daarnaast biedt het onderzoek inzicht in trends op deze gebieden sinds het jaar 1999 en gaat o.a. in op de vraag welk vestigings- en handhavingsbeleid Nederlandse gemeenten in deze jaren voerden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aantallen coffeeshops 3. Gemeentelijk beleid 4. Handhavingsbeleid 5. Conclusies
    • Coffeeshops in Nederland 2018 - Aantallen coffeeshops en gemeentelijk beleid 1999-2018

      Mennes, R.; Schoonbeek, I.; Molen, J. van der; Bieleman, B. (Breuer & Intraval, 2019)
      Dit rapport bespreekt de resultaten van de veertiende meting van het aantal gedoogde verkooppunten van cannabis (coffeeshops) in Nederland en het gemeentelijk coffeeshopbeleid. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid volgt onderzoeks- en adviesbureau Breuer&Intraval sinds 1999 de ontwikkelingen rond coffeeshops nauwgezet met behulp van deze monitor. Voor deze meting is in de periode april 2019 tot en met juni 2019 aan de verantwoordelijke ambtenaren van alle Nederlandse gemeenten een vragenlijst voorgelegd. De respons onder de gemeenten met minimaal één coffeeshop (coffeeshopgemeenten) en de gemeenten zonder coffeeshopbeleid bedraagt wederom 100%. De monitor kent vier onderwerpen: aantallen coffeeshops; gemeentelijk beleid; handhavingsbeleid; en sanctiebeleid. De vorige meting is in 2017 uitgekomen (Zie link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Aantallen coffeeshops in Nederland 3. Gemeentelijk beleid 4. Handhavingsbeleid 5. Conclusies
    • Coffeeshops in Nederland 2020 - Aantallen coffeeshops en gemeentelijk beleid 1999-2020

      Mennes, R.; Pieper, R.; Bieleman, B. (Breuer & Intraval, 2021-08-16)
      Sinds 1999 wordt in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid (twee)jaarlijks het aantal coffeeshops en het gemeentelijke coffeeshopbeleid geïnventariseerd. In dit rapport wordt verslag gedaan van de huidige meting over 2020 en brengen we wederom de recente ontwikkelingen in het aantal coffeeshops en het bijbehorende beleid in kaart. Voor deze meting hebben we gemeenteambtenaren - die betrokken zijn bij het coffeeshopbeleid in hun gemeente - bevraagd over het aantal coffeeshops in hun gemeente en het gevoerde vestigings-, handhavings- en sanctiebeleid ten aanzien van coffeeshops. Ook zijn we nagegaan welke voornemens ten aanzien van hun coffeeshopbeleid gemeenten hebben voor de toekomst. Waar mogelijk worden vergelijkingen gemaakt met voorgaande metingen. Deze meting geeft inzicht in de beleidsmatige situatie eind 2020 en brengt de ontwikkelingen in het aantal coffeeshops in kaart voor de periode 1999 tot en met 2020. De centrale probleemstelling van de monitor luidt als volgt: Hoeveel coffeeshops zijn er in Nederland in 2019, 2020 en het voorjaar van 2021 en welk coffeeshopbeleid voeren Nederlandse gemeenten in 2020? INHOUD: 1. Inleiding, 2. Aantallen coffeeshops in Nederland, 3 Gemeentelijk beleid, 4. Handhavingsbeleid, 5. Conclusies.
    • De toekomst van de bijzondere opsporingsdiensten

      Bunt, H.G. van de; Nelen, J.M. (WODC, 2000)
      Deze bundel bevat de volgende bijdragen:C.J.C.F. Fijnaut, H.G. van de Bunt: De toekomst van de landelijke bijzondere opsporingsdiensten in het kader van een 'goede politiezorg';Y. Buruma: Bijzondere opsporingsdiensten: sturing en samenwerking;C.D. van der Vijver: De organisatie van de bijzondere opsporingsfunctie: enige bestuurlijke beschouwingen. Deze bijdragen zijn afkomstig van een expertmeeting gehouden op 2 maart 2000, waarop deskundigen discussieerden naar aanleiding van het kabinetsstandpunt over de BOD's. Het kabinetstandpunt is als bijlage opgenomen. INHOUD: 1. De toekomst van de landelijke bijzondere opsporingsdiensten: in het kader van een 'goede politiezorg' 2. Bijzondere opsporingsdiensten: sturing en samenwerking 3. De organisatie van de bijzondere opsporingsfunctie; enige bestuurlijke beschouwingen
    • De toekomst verkennen en voorspellen

      Meijnders, M.; Gooijer, L.; Duijnhoven, H.; Braak, S. van den; Choenni, S.; Pruyt, E.; Joseph, R.; Kuijt, J. van de; Luijk, D. van; Wiegman, A.; et al. (WODC, 2019)
      ARTIKELEN: 1. Minke Meijnders, Leendert Gooijer en Hanneke Duijnhoven - Toekomstige risico’s voor de nationale veiligheid 2. Susan van den Braak en Sunil Choenni - Voorspellen met big-datamodellen. Over de valkuilen voor beleidsmakers 3. Erik Pruyt - Systeemmodelleren in het justitie- en veiligheidsdomein 4. Regina Joseph, Marieke Klaver, Judith van de Kuijt en Diederik van Luijk - Over Cyber Forecasting-toernooien. Naar een effectiever gebruik van gekwantificeerde voorspellingen 5. Andrea Wiegman - Netwerk-trendwatchen als verkenningstool voor nieuwe vormen van financiële misdaad 6. Boekrecensie: Met de kennis van morgen - Bob van der Vecht over Met de kennis van morgen – Toekomstverkennen voor de Nederlandse overheid van Patrick van der Duin & Dhoya Snijders (red.) SAMENVATTING: Het verkennen of voorspellen van de toekomst in enigerlei vorm is bij veel overheidsorganisaties steeds vaker een onderdeel van het proces van beleidsvorming. Strategic Foresight is het vakgebied waarbinnen de verschillende technieken om tot voorspellingen te voorkomen zijn ontwikkeld. Zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden worden ingezet. In dit themanummer van Justitiële verkenningen kijken we vanuit verschillende invalshoeken naar het raakvlak van toekomstverkenningen met justitie en veiligheid. Daarbij ligt de nadruk op verkenningen voor de iets langere termijn. In een aantal bijdragen komen concrete toekomstverkenningen aan bod en worden toegepaste methoden beschreven. Andere gaan in op wetenschappelijke ontwikkelingen, of zijn meer beschouwend.
    • De toekomstbestendigheid van de politie

      Landman, W.; Kop, N.; Klerks, P.; Koning, B. de; Schuilenburg, M.B.; Besseling, B.; Uitendaal, F.; Meurs, T.; Kreulen, B.J.; Devroe, E.; et al. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. W. Landman - Tussen zorg en hoop: De ontwikkeling van de nationale politieorganisatie 2. N. Kop en P. Klerks - Aanzetten tot verbetering van de opsporing: ‘Handelen naar Waarheid’ een jaar later 3. B. de Koning - Opheldering verzocht? Over de drastische daling van het aantal opgehelderde misdrijven 4. M.B. Schuilenburg, B. Besseling en F. Uitendaal - Vertrouwen in de politie: Empirisch onderzoek naar de beleving van vertrouwen in de Rotterdamse wijk Bloemhof 5. T. Meurs en B.J. Kreulen - De uitdagingen voor gebiedsgebonden politiezorg: Ambigue ontwikkelingen, platgetreden paden en nieuwe wegen 6. E. Devroe - Over toekomstbestendige policing: De dilemma’s van veiligheidsregimes in grote steden 7. G. Meershoek - Een insidersanalyse van de Franse politieorganisatie (Boekrecensie: Sécurité. Ce qu’on vous cache) SAMENVATTING: Het is vijf jaar geleden dat Justitiële verkenningen een themanummer wijdde aan de politie. Dat was aan de vooravond van de omvorming naar een Nationale Politie per ingang van 1 januari 2013. Naast twijfels en kritische geluiden over deze megaoperatie, waren er ook hooggespannen verwachtingen, zoals hogere ophelderingspercentages, sterk in de wijken verankerde basisteams en goed functionerende ICT. Het is niet overdreven om te stellen dat dit reorganisatieproces behoorlijk rampzalig is verlopen. Op allerlei fronten functioneert de politie niet naar behoren. De ophelderingscijfers van misdrijven zijn gedaald, op terreinen als cybercrime heeft de politie niet de juiste expertise in huis en blijven de prestaties achter, integriteitskwesties doen zich de laatste tijd vaker voor en daarnaast is er regelmatig kritiek op etnische profilering en de wijze van bejegening van burgers. Het gebrek aan diversiteit van het personeelsbestand is tevens een nijpend probleem, inmiddels onderschreven door korpschef Erik Akerboom. Het duurzaam betrekken van hogeropgeleiden bij de politie stokt en de interne informatiehuishouding is niet op orde. Een nieuw fenomeen is dat de politieleiding nu – blijkens een eerder dit jaar uitgelekte notitie die bedoeld is voor het nieuwe kabinet – zelf stelt het zicht en de grip op criminaliteit te verliezen en te kampen met een handhavings-, opsporings- en vervolgingstekort. De centrale vraag in dit themanummer is hoe het politieapparaat een toekomstbestendige organisatie kan worden. Een politie die doelgericht opereert in een complexe samenleving, waarin moet worden samengewerkt met andere publieke organisaties en private partijen in veiligheidshandhaving, criminaliteitspreventie en opsporing. Een politie die het vertrouwen geniet van een ‘superdiverse’ bevolking en die erin slaagt de benodigde expertise binnen te halen en aan zich te binden om oude en nieuwe vormen van criminaliteit succesvol te kunnen bestrijden.
    • Demografische ontwikkelingen

      Garsen, M.J.; Latten, J.; Verschuren, L.; Kruisbergen, E.W.; Croes, M.T.; Bijl, R.V.; Blom, M.; Oudhof, J.; Bakker, B.M.F.; Lesthaeghe, R.; et al. (WODC, 2006)
      ARTIKELEN: 1. M.J. Garsen - Meer grijs én meer kleur; Nederlandse bevolking groeit langzaam, maar verandert snel 2. J. Latten en L. Verschuren - Nederland in 2035 : angstiger, meer verschil en meer afzondering? 3. E.W. Kruisbergen en M.T. Croes - Verdeelde belangen; vergrijzing en de multi-etnische samenleving 4. R.V. Bijl, M. Blom, J. Oudhof en B.M.F. Bakker - Criminaliteit, etniciteit en demografische ontwikkeling 5. R. Lesthaeghe en J. Surkyn - Grondslagen en verspreiding van de Tweede Demografische Transitie 6. Internetsites SAMENVATTING: Afgaande op de huidige demografische prognoses zal de Nederlandse bevolking in de komende decennia nog maar mondjesmaat toenemen. Door vergrijzing, ontgroening en de relatieve en absolute groei van allochtone groepen verandert de samenstelling van de bevolking echter drastisch. De demografische veranderingen zullen ook hun weerslag hebben op het justitiële beleidsterrein. Deze maand wijdde het WODC in samenwerking met het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (Nidi) een congres aan het thema Veranderingen in bevolkingssamenstelling, levensloop en criminaliteit: gevolgen voor Justitie. Daarbij was er speciale aandacht voor de relatie tussen gezinsen familiestructuren en crimineel gedrag. Ook de gevolgen die een veranderende bevolkingssamenstelling zullen hebben voor het werk en de capaciteit van justitiële instellingen, zoals gevangenissen en forensisch-psychiatrische klinieken, kwamen uitgebreid aan de orde. Typische justitieonderwerpen als criminaliteit en slachtofferschap worden in dit themanummer van Justitiële verkenningen behandeld tegen de achtergrond van de bredere maatschappelijke context waarin het toekomstige justitiële beleid zal moeten worden geformuleerd. Daarbij is er ook aandacht voor de fundamentele vraag naar de oorzaken van de dalende geboortecijfers en de mogelijke krimp van de wereldbevolking tegen het eind van deze eeuw.
    • Detentieregiems

      Boone, M.; Moerings, M.; Jonge, G. de; Kruissink, M.; Post, B.; Stolz, S.; Smilde, M.; Slotboom, A.-M.; Bijleveld, C.; Kalmthout, A.M. van; et al. (WODC, 2007)
      ARTIKELEN: 1. M. Boone en M. Moerings - De cellenexplosie; voorlopig gehechten, veroordeelden, vreemdelingen, jeugdigen en tbs 2. G. de Jonge - De koers van het Nederlandse gevangeniswezen sinds de Tweede Wereldoorlog 3. M. Kruissink, B. Post en S. Stolz - De gevangenis van de toekomst? 4. M. Smilde - 'Het nieuwe rooster is altijd klote'; een impressie van de werkvloer 5. A.-M. Slotboom en C. Bijleveld - Wat er in je hoofd en je hart zit weet niemand; gedetineerde vrouwen in Nederland 6. A.M. van Kalmthout - Het regiem van de vreemdelingenbewaring; de balans na 25 jaar 7. H. Moors en L. Balogh - Warme overdracht of koude kermis? Wat goed en slecht gaat in de nazorg voor ex-gedetineerden 8. Boekrecensie M. Schuilenburg over :'Straf de armen; het nieuwe beleid van de sociale onzekerheid' - Loïc Wacquant 8. Boekrecensie M. Croes over: 'Are cops racists; how the war against the police harms black Americans - Heather Mac Donald 9. Internetsites. SAMENVATTING In dit themanummer wordt ruim aandacht besteed aan de vigerende ideeën over vernieuwingen in het gevangeniswezen en de achtergronden daarvan. Voorts wordt aandacht besteed aan speciale categorieën gedetineerden, zoals vrouwen en vreemdelingen.
    • Digitale informatie in het strafproces - De noodzaak van aanpassing van strafvorderlijke wetgeving

      Wilde, B. de; Hingh, A. de; Lodder, A.R. (Vrije Universiteit - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2019)
      Dit onderzoek beoogt een bijdrage te leveren aan de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. De strafvordering wordt steeds meer gedigitaliseerd. Informatie komt vaker in digitale vorm beschikbaar en de werkprocessen worden digitaler. Het wordt wenselijk geacht om verdergaand te digitaliseren. Het gemoderniseerde wetboek zou daarvoor geen obstakels moeten bevatten. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft zich op het standpunt gesteld dat het wetboek zoveel mogelijk techniekonafhankelijk zou moeten zijn. De vraag die in dit onderzoek is beantwoord, is de vraag of het huidige Wetboek van Strafvordering dergelijke obstakels bevat en, wanneer dit het geval is, op welke wijze deze zouden kunnen worden weggenomen. Daarbij zijn niet alle aspecten van de strafvordering onderzocht. Als vertrekpunt is gekozen dat informatie beschikbaar komt in de strafvordering. Dat betekent dat bijvoorbeeld de normering van opsporingsbevoegdheden buiten beschouwing is gebleven. Er zijn drie hoofdthema’s onderzocht: (1) de vorm waarin informatie digitaal wordt vastgelegd, (2) de wijze waarop digitale informatie wordt verwerkt en waarop daarvan kan worden kennisgenomen en (3) het gebruik van digitaal beschikbare informatie als bewijsmiddel. INHOUD: 1. Inleiding 2. De digitalisering van de strafvordering: een stand van zaken 3. In acht te nemen mensenrechten, beginselen en belangen 4. Informatieproducten 5. Dossiervorming en kennisneming van strafvorderlijk relevante informatieproducten 6. Strafrechtelijk bewijs 7. Een strafzaak anno 2033 8. Noodzakelijke wijzigingen van de strafvorderlijke wetgeving 9. Conclusies en aanbevelingen
    • Een toekomstverkenning van de invloed van brede maatschappelijke trends op radicaliseringsprocessen

      Linde, E. van de; Rademaker, P. (Erik van de Linde Innovatie Advies, 2010)
      De focus van deze verkenning ligt op radicalisering in relatie tot terrorisme. Het gaat daarbij om alle denkbare vormen: religieus radicalisme; links en rechts extremisme; import terrorisme versus terrorisme van eigen bodem;  terrorisme door groepen en individuen; ook kleine groepen die zich gaan roeren om nog niet eerder gesignaleerde redenen. Vervolgens is de vraag hoe deze factoren zich kunnen gaan ontwikkelen in de toekomst door vanuit trends op macroniveau te beredeneren welke effecten deze kunnen hebben op individueel gedrag en groepsgedrag, en wat dat betekent voor terrorisme en radicalisering. Het in beeld brengen van de trends is daarom een middel, met als doel het vroegtijdig signaleren van kansen op radicalisering, mogelijk leidend tot terrorisme.
    • Effect van handhaving in het verkeer - Snelheid, roodlichtnegatie, alcohol en afleiding

      Unknown author (MuConsult, 2019)
      De hoofdvraag van het onderzoek is: Wat is het effect van de diverse handhavingsactiviteiten die onder de landelijke prioriteiten vallen op de naleving van verkeersregels door automobilisten en motorrijders? De volgende onderzoeksvragen zijn hieruit gedestilleerd: In welke mate zijn automobilisten en motorrijders bekend met plekken waar gehandhaafd wordt? Is de naleving hoger op trajecten/plekken waar handhavingsmiddelen actief zijn vergeleken met trajecten/plekken waar zij niet actief zijn? Heeft het verkrijgen van een waarschuwing of sanctie na het begaan van een overtreding invloed op de naleving van automobilisten en motorrijders? Verschilt de naleving wanneer een weggebruiker betrapt wordt bij een mobiele radarset, trajectcontrole, flitspaal of staandehouding? Welke toekomstige ontwikkelingen zouden gevolgen kunnen hebben voor handhaving en de naleving van automobilisten en motorrijders? INHOUD: 1. Inleiding 2. Interviews 3. Literatuurscan 4. Praktijkonderzoek 5. Naleving, motieven en kennis over handhavingsinspanningen 6. Het effect van sancties op de naleving 7. Conclusies
    • Evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

      Bilo, N.; Huberts, S.; Veen, S. van der; Wilms, P. (Significant APE, 2019)
      Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) is in 2004 opgericht door publieke en private partijen en beoogt de maatschappelijke veiligheid te vergroten. Deze doelstelling wil het CCV bereiken door de ontwikkeling en beschikbaarstelling van kennis en instrumenten op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op een integrale aanpak door samenwerking tussen (semi-)publieke en private organisaties. De centrale probleemstelling in dit onderzoek is: ‘In hoeverre heeft het CCV in de periode 2013-2018 zijn algemene doelstelling gerealiseerd, hoe verhoudt dat beeld zich tot de vorige evaluatie van 2013, in hoeverre heeft het CCV opvolging gegeven aan de aanbevelingen uit de vorige evaluatie en in hoeverre is het huidige CCV in overeenstemming met het gewenste toekomstbeeld dat betrokkenen hebben voor de organisatie.’ INHOUD: 1. Inleiding 2. Probleemstelling en aanpak 3. Onderzoeksverantwoording 4. Schets van het CCV 5. Verhouding tot het ministerie van Justitie en Veiligheid 6. Aanbod en waardering van de producten en diensten 7. Het toekomstbeeld 8. Conclusies
    • Evaluatie Veiligheidswet BES

      Woestenburg, N.; Beukers, M.; Oldenboom, J.; Simmons-de Jong, G.; Struiksma, N.; Marchena-Slot, A.; Winter, H. (Pro Facto, 2022-04-25)
      De Veiligheidswet BES is op 10-10-’10 ingevoerd toen de staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden werd gewijzigd en Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbare lichamen deel zijn gaan uitmaken van het land Nederland. De Veiligheidswet BES regelt de taak en samenstelling van het politiekorps en de inrichting en organisatie van de brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening in Caribisch Nederland. De volgende onderzoeksvraag stond in het onderzoek centraal: Hoe functioneert de Veiligheidswet BES gelet op de per 10-10-’10 geformuleerde uitgangspunten en doelstellingen, welke knelpunten zijn te onderscheiden en in hoeverre is de wet toekomstbestendig, mede gelet op de huidige en toekomstige ontwikkelingen in het veiligheidsdomein en de bevindingen van de eind 2020 geëvalueerde Wet veiligheidsregio’s? INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelen en uitgangspunten van de wet 3. Beleid, uitvoering, financiering en toezicht 4. Samenwerking onderling en in de regio 5. Toekomstbestendigheid en verhouding tot de Wet veiligheidsregio's 6. Conclusie
    • Gokken in kaart - tweede meting aard en omvang kansspelen in Nederland

      Bieleman, B.; Biesma, S.; Kruize, A.; Zimmerman, C.; Boendermaker, M.; Nijkamp, R.; Bak, T. (Intraval, 2011)
      Na een voorstudie door het Amsterdam Institute for Addiction Research, heeft het Centrum voor Verslavingsonderzoek (CVO) in 2005 het eerste onderzoek uitgevoerd. Het rapport van dit onderzoek kreeg als titel ‘Verslingerd aan meer dan een spel’ (zie link bij: Meer informatie). Dit onderzoek geldt als nulmeting. Deze tweede meting is grotendeels een herhaling van de eerste meting, zodat ontwikkelingen kunnen worden vastgesteld. Vier onderdelen staan centraal: de omvang van kansspelverslaving, de aard van kansspelverslaving, het preventiebeleid en verwachtingen voor de toekomst. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aantallen spelers 3. Aantallen spelers naar soort spel 4. Aard regelmatige spelers 5. Kansspel- en preventiebeleid 6. Conclusies
    • Grenzen van medische technologie

      Unknown author (WODC, 1991)
      De verhouding tussen wetenschap en beleid is wellicht nergens zo precair als op medisch terrein. Zij kan worden beschreven in termen van kwaliteit van leven, technologie en financiering. De medisch technologische ontwikkeling roept behalve financieringstechnische vragen ook volstrekt onvergelijkbare ethische vragen op, en beide vragen staan onder druk van de levensdrang die aan niemand kan worden ontzegd. De complexiteit van de problematiek maakt dat gebruikelijke afwegingsprocessen of politieke vooronderstellingen niet van toepassing zijn. De medisch technologische vooruitgang roept controversen op die dwars door ideologische verbanden, gangbare rationele afwegingen en ethische uitgangspunten heen snijden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat rond dit onderwerp een keur van onderzoeksinstituten en adviesinstellingen werkzaam is, die probeert te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, de kwaliteit van argumenten afweegt, en de kosten ervan in kaart brengt. Onder de noemer `Grenzen van medische technologie' wordt in dit themanummer onderzocht waar deze grenzen liggen, maar vooral hoe deze worden getrokken, of zo men wil, dienen te worden onderkend.