• Afgewezen en uit Nederland vertrokken? - Een onderzoek naar de achtergronden van variatie in zelfstandige terugkeer onder uitgeprocedeerde asielzoekers

      Leerkes, A.S.; Boersema, E.; Os, R.M.V. van; Galloway, A.M.; Londen, M. van (WODC, 2014)
      In de periode 2008 tot en met maart 2010 heeft het WODC voor het eerst uitgebreid onderzoek gedaan naar de vraag hoe verklaard kan worden dat sommige uitgeprocedeerde asielmigranten met hulp van de Nederlandse overheid besluiten om zelfstandig terug te keren, terwijl anderen illegaal in Nederland blijven of eventueel doormigreren naar een ander land (zie link bij: Meer informatie). In het vervolgonderzoek, waarvan dit verslag de neerslag vormt, is primair gekeken naar terugkeer onder afgewezen asielzoekers in de periode 2001-2011. De centrale vraagstelling van dit onderzoek luidt: In hoeverre stimuleren beleidsinstrumenten op het gebied van terugkeer de zelfstandige terugkeer via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) wanneer wordt gecontroleerd voor relevante individuele kenmerken en sociaaleconomische en politieke omstandigheden in het land van herkomst? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theorievorming over zelfstandige terugkeer 3. Methode van onderzoek 4. Patronen van zelfstandige terugkeer 5. Achtergronden van variatie in zelfstandige terugkeer 6. Gevalstudie: Irak 7. Conclusie
    • 'Als ik bezig ben, denk ik niet zo veel' - Evaluatie van de pilot Activeren bewoners van gezinslocaties

      Boersema, E.; Sportel, I.D.A.; Smit, M.; Leerkes, A.S. (WODC, 2015)
      In deze rapportage staat de pilot Activeren bewoners gezinslocaties op de gezins-locaties Burgum, Den Helder en Gilze centraal. De pilot liep van maart 2014 – maart 2015 en werd uitgevoerd door het Centraal Opvangorgaan Asielzoekers (COA) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Hoofddoel van de pilot is het bevorderen van zelfstandige terugkeer van bewoners van gezins-locaties naar het land van herkomst. Daarnaast zou activering het welzijn van de bewoners op een positieve manier beïnvloeden, waardoor het beroep op medische voorzieningen zou moeten afnemen. De centrale vraagstelling van dit cross-sectionele onderzoek luidde: Welke veronderstellingen liggen ten grondslag aan de pilot Activeren bewoners gezinslocaties, hoe is de pilot geïmplementeerd, hoe ervaren bewoners en uitvoerders de pilot-activiteiten en in hoeverre sluiten hun ervaringen aan bij de doelen die werden gesteld? INHOUD: 1. Inleiding 2. De gezinslocaties en de pilot: opzet en achtergronden 3. Literatuur en activering 4. Implementatie, organisatie, uitvoering van de pilotactiviteiten 5. Ervaringen van bewoners 6. Ervaringen van de medewerkers 7. Conclusies
    • Asielbeleid onder druk

      Unknown author (WODC, 1998)
      De laatste tiental jaren is het Nederlandse en Europese asielbeleid aanzienlijk restrictiever geworden. Verscherpte controles aan de grenzen, een stringent visabeleid, sancties voor vervoerders die ongedocumenteerde migranten aan boord nemen, op al die manieren wordt geprobeerd de wassende migratiestroom te keren. Sommigen spreken over een 'vesting Europa' die zijn grenzen hermetisch zou afsluiten. De restrictieve maatregelen zijn echter niet in staat gebleken om tal van andere problemen goed aan te pakken. Wat betekent dat voor het beleid? Moeten we de toevlucht blijven nemen tot noodscenario's zoals de gedwongen terugkeer van grote groepen migranten naar in alle haast veilig verklaarde landen? Of zouden we moeten zoeken naar meer structurele oplossingen, een Europese of zelfs mondiale aanpak?
    • Beeldvorming onder (uitgeprocedeerde) asielzoekers en vluchtelingen over terugkeer- en remigratie(beleid)

      Muus, Ph.J.; Muller, P.H.A.M. (Universiteit Utrecht - ERCOMER, 1999)
      Onderzoek naar de beeldvorming onder (uitgeprocedeerde) asielzoekers en vluchtelingen over terugkeer- en remigratie(beleid) aan de hand van gesprekken met asielzoekers en vluchtelingen, met tussenpersonen die contact legden met respondenten en met medewerkers van organisaties van/voor asielzoekers en vluchtelingen dan wel van organisaties die zich richten op terugkeer of remigratie. Het onderzoek is toegespitst op asielzoekers van vijf nationaliteiten (Ethiopië, Iran, Somalië, Bosnië en Angola). Het onderzoek richt zich op relevant geachte factoren in het herkomstland (veiligheid, bestaansmogelijkheden, hertoelatings- en reïntegratiebeleid), in Nederland (veiligheid, bestaansmogelijkheden en het toelatings- en terugkeer-/remigratiebeleid) en factoren gelegen binnen de vluchtelingen- en asielzoekerspopulatie. Specifieke aandacht is besteed aan informatieverschaffing en beeldvorming over de situatie in het herkomstland en over het door Nederland voorgestelde of gevoerde terugkeer- en dan wel remigratiebeleid.
    • Draagvlak migratiebeleid

      Postmes, T.; Gordijn, E.; Kuppens, T.; Gootjes, F.; Albada, K. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, 2017)
      De hoge instroom van asielzoekers in 2015 heeft het migratievraagstuk op de maatschappelijke agenda geplaatst. Er zijn soms sterke meningsverschillen tussen voor- en tegenstanders. Dit onderzoek focust op het draagvlak onder de Nederlandse bevolking voor verschillende aspecten van het Nederlandse migratiebeleid. De onderzoeksvraag is: Welke factoren beïnvloeden de mate van maatschappelijk draagvlak voor de verschillende aspecten van het migratiebeleid in Nederland, en in hoeverre kunnen die factoren worden ingezet om maatschappelijk draagvlak voor die aspecten te behouden dan wel versterken? Het onderzoek bestaat uit drie delen. Het eerste deel betreft een literatuurstudie waarin is nagegaan welke processen het draagvlak voor migratiebeleid bepalen. Het tweede deel betreft een enquête naar draagvlak onder een grote steekproef Nederlanders. Het derde deel bestaat uit telefonische interviews onder 80 deelnemers aan de enquête , waarbij het doel was om beter inzicht te krijgen in de redenen waarom men zo over deze beleidsmaatregelen en hun uitvoering denkt. INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuuronderzoek 3. Analyse draagvlak op basis van enquête 4. Interviews over vluchtelingen- en arbeidsmigratiebeleid 5. Beschouwing 6. Literatuur 7. Appendix
    • Evaluatie effectiviteit Terugkeerbeleid '99 - Een vooronderzoek naar de (on)mogelijkheden

      Wijngaart, M. van den; Hulsen, M.; Olde Monnikhof, M. (WODC, 2003)
      Het ITS heeft in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie een inventariserende studie uitgevoerd naar de haalbaarheid  van een onderzoek naar de effectiviteit van het Terugkeerbeleid ’99. Uit ervaringen in eerder onderzoek kwam naar voren dat de kwaliteit en beschikbaarheid van relevante kwantitatieve gegevens (vooral cijfermateriaal) te wensen over laat, wat de haalbaarheid van een onderzoek naar het terugkeerbeleid in gevaar zou kunnen brengen. Om meer zicht te krijgen op de (on)mogelijkheden van een dergelijk onderzoek, is daarom eerst geïnventariseerd welke informatie in principe beschikbaar is, bij welke organisaties en wat de kwaliteit hiervan is. De beschikbare tijd voor de inventarisatie was beperkt (4 à 6 weken). Daarom werd gekozen voor een quick-scan waarbij informatie is verzameld via face-to-face en telefonische interviews met sleutelpersonen die werkzaam waren bij de betrokken ketenorganisaties (i.c. Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Vreemdelingendienst (VD), Koninklijke Marechaussee (KMar) en Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)) en andere relevante organisaties, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).
    • Evaluatie van de herziene asielprocedure

      Böcker, A.G.M.; Grütters, C.A.F.M.; Laemers, M.T.A.B.; Strik, M.H.A.; Terlouw, A.B.; Zwaan, K.M. (Radboud Universiteit - Onderzoekscentrum voor Staat en Recht, 2014)
      Op 1 juli 2010 is onder de noemer PIVA (Programma Invoering Verbeterde Asielprocedure) een groot aantal maatregelen ingevoerd om de asielprocedure te verbeteren. De maatregelen moesten de asielprocedure sneller en tegelijk zorgvuldiger maken. Andere doelen waren dat de afwijzing van een asielverzoek vaker tot het vertrek van de asielzoeker uit Nederland zou leiden en minder vaak tot vervolgprocedures en het op straat belanden van de asielzoeker. Het onderzoek waarvan dit rapport verslag doet, is ten behoeve van de evaluatie van de herziene procedure verricht. De dataverzame-ling vond plaats in de periode november 2013 tot en met juni 2014. De hoofdvraag van het onderzoek luidde: In welke mate zijn de doelen van de herziene asielprocedure bereikt en hoe en in welke mate hebben de verschillende maatregelen bijgedragen aan het resultaat? INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidsproces en interventielogica 3. Resultaten van de herziene asielprocedure 4. Uitvoeringspraktijk: rust- en voorbereidingstermijn 5. Uitvoeringspraktijk: algemene asielprocedure (AA) 6. Uitvoeringspraktijk: rechterlijke toetsing 7. Uitvoeringspraktijk: opvang en terugkeer 8. Conclusies
    • Evaluatie van de Remigratiewet - Een kwantitatieve analyse

      Wijngaart, M. van den; Tillaart, H. van den (WODC, 2005)
      De doelstelling is een kwantitatieve evaluatie van de Remigratiewet die inwerking trad op 1 april 2000. Met de evaluatie wil de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie voorzien in de evaluatie zoals in de Remigratiewet is toegezegd en de Tweede Kamer informeren over de doeltreffendheid van de wet.
    • Evaluatie van de Wet toelating en uitzetting BES

      Winter, H.; Beukers, M.; Blekkenhorst, G.; Struiksma, N. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2018)
      De staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden is sinds 10 oktober 2010 (10- 10-‘10) gewijzigd, waarbij Curaçao en Sint Maarten zelfstandige landen binnen het Koninkrijk zijn geworden en het land Nederlandse Antillen is opgeheven. Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn als openbare lichamen deel gaan uitmaken van Nederland. De drie laatstgenoemde eilanden worden ook wel gezamenlijk aangeduid als Caribisch Nederland. Het vreemdelingenrecht van de Nederlandse Antillen was vastgelegd in de Landsverordening toelating en uitzetting en het bijbehorende Toelatingsbesluit. De LTU vormde de basis voor de nieuwe Wet toelating en uitzetting BES (WTU-BES), die per 10 oktober 2010 in werking trad. De WTU-BES is tevens op onderdelen aangepast aan de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Hoe functioneert de WTU-BES gelet op de rond 10-10-‘10 geformuleerde uitgangspunten, welke knelpunten zijn te onderscheiden en hoe kunnen die worden opgelost? INHOUD: 1. Inleiding 2. Caribisch Nederland in het Nederlandse staatsbestel 3. Doelen, uitgangspunten en instrumentarium WTU-BES 4. Kwantitatieve gegevens 5. Uitvoering en ervaringen WTU-BES 6. Wet arbeid vreemdelingen BES 7. Beantwoording onderzoeksvragen
    • Evaluatie Vreemdelingenwet 2000 - Terugkeerbeleid en operationeel vreemdelingentoezicht

      Kromhout, M.H.C.; Scheltema, M. (voorz.); Boekhoorn, P.F.M.; Speller, T.E.A.M.; Kruijssen, F. (WODC, 2004)
      Inhoud: Advies inzake terugkbeerbeleid en operationeel vreemdelingentoezicht /Commissie Evaluatie Vreemdelingenwet 2000; Evaluatie Vreemdelingenwet 2000: achtergrond en opdracht / M.H.C. Kromhout (EWB-onderzoek 2003-02.067A); Terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers. Evaluatie van het Terugkeerbeleid '99 en het terugkeerbeleid onder de Vreemdelingenwet 2000 / M. Olde Monnikhof en J. de Vreede (EWB-onderzoek 2003-02.067D); Operationeel toezicht vreemdelingen. Evaluatie van de bevoegdheden in de Vreemdelingenwet 2000 voor het vreemdelingentoezicht door de politie (EWB-onderzoek 2003-02.67C).
    • Experiment Perspectief aanpak voormalig alleenstaande minderjarige vreemdelingen - analyse van de resultaten

      Grund, J.-P.C.; Breeksema, J.J.; Braam, R.; Bruin, D. de (Centrum voor Verslavingsonderzoek (CVO), 2011)
      Het experiment op basis van de Perspectiefaanpak ex-amv’s is gericht op het realiseren van daadwerkelijk vertrek (terugkeer) van ex-amv’s, het terugdringen van het vertrek met onbekende bestemming (MOB) en het terugdringen van illegaliteit. Voor het onderzoek zijn de volgende ‘resultaten’ van belang: (begeleide) terugkeer naar land van herkomstverkrijgen van een (tijdelijke) verblijfsvergunning nog in begeleiding met onbekende bestemming (MOB) vertrokkendoormigratie  Het doel van dit onderzoek is om de resultaten van de bij het experiment betrokken steunpunten onderling te vergelijken, aan de hand van onderscheidende kenmerken van deze steunpunten. De volgende probleemstelling is daarbij aan de orde: Hoe zien de organisatievormen en werkwijzen van de lokale steunpunten Perspectief er uit? Welke deelnemers en resultaten hebben ze? Hoe hangen de resultaten samen met overeenkomsten en verschillen in de gehanteerde organisatievormen en werkwijzen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethoden 3. De perspectief aanpak: organisatorisch spectrum 4. De deelnemers aan het experiment Perspectief: voormalig Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen 5. De Perspectief aanpak: een methodische regenboog 6. De Perspectief aanpak: resultaten 7. Relatie tussen organisatievormen, werkwijze & kenmerken van ex-AMV's en de behaalde resultaten
    • Gedeelde zorgen, Gebrekkige samenwerking - Diasporaorganisaties, de Nederlandse overheid en de migratiepraktijk

      San, M. van (Erasmus Universiteit Rotterdam - Risbo Research-Training-Consultancy, 2016)
      In verschillende landen delen overheidsorganisaties een belangrijke rol toe aan diasporaorganisaties en nemen zij maatregelen om hun engagement te faciliteren. Ook in Nederland worden diasporaorganisaties al jaren als belangrijke actoren gezien bij de migratiepraktijk. In dit rapport wordt in eerste instantie ingegaan op de rol die diasporaorganisaties spelen bij de migratiepraktijk in Nederland – in termen van het bevorderen van integratie, het voorkomen van irreguliere immigratie en het stimuleren van vrijwillige terugkeer – op welke wijze zij dat doen en hoe dat door Nederlandse overheidsmedewerkers wordt geëvalueerd. Vervolgens wordt ingegaan op de barrières enerzijds en kansen anderzijds in de samenwerking tussen diasporaorganisaties en de Nederlandse overheid 1bij de uitvoering van de migratiepraktijk.
    • Geen tijd verliezen - Van opvang naar integratie van asielmigranten

      Engbersen , G.; Dagevos, J.; Jennissen, R.; Bakker, L.; Leerkes, A.; Klaver, J. (medew.); Odé, A. (medew.) (WRR, 2015)
      In 2015 werd het publieke debat beheerst door aangrijpende beelden van migranten op weg naar Europa en door bezorgde reacties van Europese burgers op het asielvraagstuk. Momenteel gaat de aandacht vooral uit naar de problemen rond de lokale opvang van asielzoekers. Tegelijkertijd dringt zich echter een tweede fundamentele beleidsopgave op, namelijk hoe asielzoekers die een verblijfsvergunning krijgen moeten integreren in de Nederlandse samenleving. Deze policy brief richt zich op deze categorie asielzoekers, die statushouders worden genoemd. De kwestie die centraal staat is hoe de integratie van statushouders kan worden bespoedigd. In deze policy brief blikken de onderzoekers allereerst terug en analyseren ze hoe het asielmigranten is vergaan die vanaf de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw naar Nederland zijn gekomen. In de behandeling van deze vraag richten ze zich op drie belangrijke onderwerpen. Allereerst de positie op de arbeidsmarkt, waarbij ze ingaan op het thema van criminaliteit. In de afgelopen maanden hebben veel burgers de zorg geuit dat door de komst van asielmigranten de onveiligheid toeneemt. Daarom gaan ze in op de mate waarin statushouders vertegenwoordigd zijn in de geregistreerde criminaliteit. Ten slotte kijken ze naar de dynamiek binnen de populatie van statushouders. Hebben we te maken met een populatie die in Nederland blijft of die (deels) weer vertrekt? Ook dit is een vraag die voortdurend terugkeert in het publieke debat. Deze rapportage is te vinden in 'WRR-Policy Brief 4'. INHOUD: 1. Van opvang naar integratie 2. Lessen uit het recente verleden 3. Lessen uit het heden 4. Geen tijd verliezen: aanbevelingen voor het bespoedigen van de integratie
    • Het lot van het inreisverbod - Een onderzoek naar de uitvoeringspraktijk en gepercipieerde effecten van de Terugkeerrichtlijn in Nederland

      Leerkes, A.; Boersema, E.; Chotkowski, M. (medew.) (WODC, 2014)
      In verband met de implementatie van de Europese terugkeerrichtlijn (nr. 2008/115/EG) heeft Nederland eind 2011 het zogeheten inreisverbod ingevoerd. Het inreisverbod is bedoeld om uitzetbare migranten in grotere mate zelfstandig te laten terugkeren naar het land van herkomst. De voormalige Minister van Immigratie en Asiel heeft in 2011 aan de Eerste Kamer toegezegd om drie jaar na de invoering van het zogeheten inreisverbod onderzoek te doen naar de uitvoeringspraktijk en werking van de maatregel (Handelingen Eerste Kamer, Vergaderjaar 2011-2012, 32420, nr. 10, p. 78-98). In dit onderzoek staat ten eerste de vraag centraal hoe relevante partijen in de Vreemdelingenketen (IND, vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee) en Strafrechtsketen (CJIB, OM en strafrechters) gebruik maken van de mogelijkheid om terugkeerbesluiten uit te vaardigen, inreisverboden op te leggen en de eventuele overtreding van inreisverboden te bestraffen. Ten tweede is nagegaan wat volgens de sleutelinformanten de effecten zijn van de Terugkeerrichtlijn en met name het inreisverbod. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodologische verantwoording 3. Beschrijvende statististische analyses 4. Kwalitatief deel: bevindingen focusgroepen 5. Samenvatting en conclusie
    • Immigratie; tussen beleid en werkelijkheid

      Lucassen, L.; Overbeek, H.W.; Doomerik, J.; Roodenburg, H.; Ours, J. van; Ficq, B.J.P.M.; Wijn-Maatman, T.; Engbersen, G.; Leun, J. van der; Valk, I. van der (WODC, 2001)
      ARTIKELEN: 1. L. Lucassen - Een spel met valse kaarten; migratiebeleid in historisch perspectief 2. H.W. Overbeek - Migratie als 'global affair'; wereldarbeidsmarkt en transnationale regulering van personenverkeer 3. J. Doomerik - De mythe van het restrictieve immigratiebeleid 4. Het Süssmuth-rapport - Migratie vormgeven - integratie bevorderen; een samenvatting 5. H. Roodenburg - Arbeidsmigratie; winnaars, verliezers en onbetaalde rekeningen 6. J. van Ours - Arbeidsmigratie; goed voor ons? 7. B.J.P.M. Ficq - De nieuwe vreemdelingenwet; eerste ervaringen in de asiel-advocatuur 8. T. Wijn-Maatman - Falend terugkeerbeleid; de problematiek van uitgeprocedeerde asielzoekers 9. G. Engbersen en J. van der Leun - Uitsluiting van illegale immigranten; risico's van het restrictieve vreemdelingenbeleid 10. I. van der Valk - Het politieke vertoog over immigratie en asiel; de parlementaire debatten in Frankrijk en Nederland SAMENVATTING: In het eerste deel van dit nummer komen arbeidsmigratie, asielmigratie en de verbanden tussen beide uitvoerig aan bod. Ook wordt een beknopte samenvatting geboden van het Duitse Süssmuth-rapport waarin een lans wordt gebroken voor arbeidsmigratie. In het tweede deel van het nummer passeren enige kernproblemen rondom het Nederlandse beleid de revue: de nieuwe vreemdelingenwet, het terugkeerbeleid en de uitsluiting van illegale migranten.
    • Integratie en vertrek van een recent cohort AMV’s in Nederland (2014-2019)

      Noyon, S.M.; Driessen, Z.C.; Boot, N.C.; Kulu-Glasgow, I.; Verschuren, L.B.C. (WODC, 2020)
      Tussen 1 januari 2014 en 31 augustus 2019 werden 8.775 asielaanvragen ingediend door alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s). In eerste aanleg werd 69% van de aanvragen ingewilligd en 26% afgewezen (de overige 5% zat op de peildatum van 31 december 2019 nog in de procedure of had deze voortijdig stopgezet).Van de AMV’s met een verblijfsvergunning was 79% man en kwamen de meeste uit Eritrea (50%) en Syrië (38%). Gemiddeld waren de AMV’s op het moment van het verkrijgen van de vergunning 15,7 jaar oud.In 2019 volgde 56% van de (ex-)AMV’s met een vergunning een opleiding; 40% had een baan. Ongeveer een derde van de (ex-)AMV’s volgde op dat moment geen onderwijs en had geen werk.Meer dan de helft van de afgewezen (ex-)AMV’s is met onbekende bestemming vertrokken. Tien procent heeft Nederland aantoonbaar verlaten (hetzij vrijwillig, hetzij gedwongen).Onder afgewezen ex-AMV’s van 18 jaar of ouder (op 31 december 2019) die werden opgevangen onder het nieuwe opvangmodel, ligt het aandeel dat met onbekende bestemming vertrok hoger, terwijl het aandeel dat op de peildatum rechtmatig in Nederland verbleef lager ligt dan onder de groep die onder het oude model werd opgevangen. Het aandeel vrijwillig vertrek onder het oude en nieuwe opvangmodel is vergelijkbaar.De hier gepresenteerde resultaten uit een gezamenlijk onderzoek van WODC en CBS bieden een eerste beschrijving van de groep AMV’s die tussen 1 januari 2014 en 31 augustus 2019 asiel aanvroegen in Nederland. In de toekomst kunnen meer diepgaande inzichten verkregen worden, door zowel de populatie als de betrokken databronnen uit te breiden en bijvoorbeeld vergelijkingen te maken met andere relevante groepen zoals leeftijdsgenoten met en zonder (asiel)migratieachtergrond.
    • Interpretatie en implementatie van de Terugkeerrichtlijn

      Klaassen, M.; Rodrigues, P. (Universiteit Leiden - Europa Instituut, 2021-05)
      Het onderzoek betreft een analyse van zowel de Europese regelgeving en jurisprudentie met betrekking tot de Terugkeerrichtlijn, als de Nederlandse wetgeving en rechtspraak. Er tevens is een beschrijvende analyse van de beschikbare data van DT&V gemaakt. De hoofdvraag hierbij is welke invloed heeft de implementatie van de Terugkeerrichtlijn en de interpretatie van bijhorende jurisprudentie met focus op de inbewaringstelling van derdelanders in Nederland gehad? Daarnaast is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de implementatie van de Terugkeerrichtlijn in België, Denemarken, Duitsland, en Noorwegen. INHOUD: 1. Inleiding, 2. De Terugkeerrichtlijn en de jurisprudentie van het HvJ, 3. Implementatie van de Terugkeerrichtlijn in het Nederlandse vreemdelingenrecht, 4. De data en de observaties van respondenten, 5. Implementatie van de Terugkeerrichtlijn in andere Europese staten, 6. Conclusies
    • Kiezen tussen twee kwaden - Determinanten van blijf- en terugkeerintenties onder (bijna) uitgeprocedeerde asielmigranten

      Leerkes, A.; Galloway, M.; Kromhout, M. (WODC, 2010)
      De onderzoeksvragen luidden:Hoe kunnen we verklaren waarom sommige uitgeprocedeerde asielmigranten onder druk van de overheid in het land van de asielaanvraag besluiten tot zelfstandige terugkeer, terwijl anderen de voorkeur geven aan andere opties, met name illegaal verblijf?Wat waren de resultaten en effecten van het 'Toekomst in perspectief'-project en - in het verlengde daarvan - in hoeverre kan de overheid indirect invloed uitoefenen op remigratiebeslissingen via het verlenen van projectsubsidies aan niet-gouvernementele organisaties zoals Vluchtelingenwerk? INHOUD: 1. Het terugkeervraagstuk 2. Theorievorming over zelfstandige terugkeer 3. Methode van onderzoek en dataverzameling 4. Statistische bewerking en eerste bevindingen 5. Determinanten van zelfstandige terugkeer getoetst 6. Doelstellingen en resultaten van het TIP-project 7. Conclusie en discussie
    • Maatregelen gericht op asielzoekers uit veilige landen - Analyse van een beleidslogica

      Szytniewski, B.; Buysse, W.; Soomeren, P. van (DSP-groep, 2018)
      In dit onderzoek is de beleidslogica van de maatregelen gericht op asielzoekers uit veilige landen onderzocht en gekeken naar de ontwikkeling van de instroom en het vertrek van deze groep asielzoekers in de periode 2013-2018, waarbij in 2018 is gekeken naar het eerste half jaar. Door ook de instroom-en vertrekcijfers van asielzoekers uit veilige landen van voor 2016 mee te nemen in de analyse is het mogelijk inzicht te geven in de instroom en het vertrek van deze groep asielzoekers voor en na de invoering van de maatregelen. De volgende vragen stonden centraal in dit onderzoek: Welke maatregelen gericht op asielzoekers uit veilige landen zijn genomen en welke doelen werden hiermee beoogd? Hoe zijn die maatregelen uitgevoerd? In hoeverre is het aannemelijk dat deze maatregelen invloed hebben gehad op de instroom en het vertrek van deze groep asielzoekers – en dat de maatregelen hebben bijgedragen aan de vier doelen genoemd in de Kamerbrief van 17 november 2016? INHOUD: 1. Inleiding 2. De asielketen, push- en pullfactoren en instroom- en vertrekcijfers 3. Snellere asielprocedures (maatregel 1) 4. Snellere Dublin-procedure (maatregel 2) 5. Kortere opvang (maatregel 3) 6. Sneller in vreemdelingenbewaring (maatregel 4) 7. Minder terugkeerondersteuning (maatregel 5) 8. Gecoördineerde integrale lokale aanpak (maatregel 6) 9. Factoren van invloed op de instroom en het vertrek 10. Conclusies
    • Onafhankelijke casemanager in de vreemdelingenketen - Perspectieven vanuit het buitenland

      Odé, A.; Heuts, L.; Witkamp, B. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2015)
      Een inventarisatie van mogelijke voor- en nadelen verbonden aan het inzetten van onafhankelijke casemanagers in de vreemdelingenketen. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag welke cruciale randvoorwaarden en werkwijzen er bestaan om casemanagement in de vreemdelingenketen succesvol te doen zijn. Casemanagement is in dit onderzoek opgevat als het bieden van onafhankelijke en persoonlijke ondersteuning van asielmigranten, vanaf binnenkomst tot aan inburgering of eventuele terugkeer naar het land van herkomst, waarbij oog is voor zowel de belangen van de overheid als voor die van de vreemdeling. INHOUD: 1. Inleiding 2. Ervaringen met casemanagement 3. Inventarisatie buitenlandse casussen 4. ASAS, CAS en ASP in Australië 5. Migrationsverket in Zweden 6. Key Worker Pilot in het Verenigd Koninkrijk 7. Terugkeerwoningen in België 8. Samenvatting en conclusies