• Achtergronden en determinanten van radicalisering en terrorisme

      Pligt, J. van der; Koomen, W. (WODC, 2009)
      In dit rapport wordt een overzicht geboden van factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering en terrorisme in het algemeen en in Nederland in het bijzonder. Daartoe is een model opgesteld dat structuur geeft aan de relevante factoren.
    • Beleid bestrijding terrorismefinanciering - Effectiviteit en effecten (2013-2016)

      Wesseling, M.; Goede, M. de (Universiteit van Amsterdam - Amsterdam Institute for Social Science Research, 2018)
      Het Nederlandse beleid dat terrorismefinanciering tegengaat is gebaseerd op de veertig aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en op EU regelgeving die Nederland verplicht risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren. De Beleidsmonitor terrorismefinanciering vormt onderdeel van een beleidscyclus waarin aan de hand van de risico’s van terrorismefinanciering het beleid tegen terrorismefinanciering wordt vastgesteld dat vervolgens op effectiviteit wordt geëvalueerd.De doelstelling van het rapport is om een breed overzicht te geven van de activiteiten, initiatieven en samenwerkingsverbanden in het Nederlandse landschap van de bestrijding van terrorismefinanciering. Daarbij geven we een overzicht van aantallen van meldingen, rechtszaken, bevriezing, aanwijzingen etc. De centrale vraagstelling van dit rapport is: Welke activiteiten hebben de actoren in het opsporings- en handhavingsnetwerk voor het bestrijden van terrorismefinanciering ontplooid in de periode 2013-2016, en hoe verhouden deze activiteiten zich tot de doelstellingen op dit gebied van de FATF? INHOUD: 1. Terrorismefinanciering en effectiviteit: een analyse van het FAFT raamwerk 2. Van effectiviteit naar effecten: een analyse van de wetenschappelijke literatuur 3. Onderzoeksmethoden en vertrouwelijkheid 4. Ministeries en toezichthouders in de strijd tegen TF 5. Operationele actoren in de strijd tegen TF 6. Informatie delen en samenwerkingsplatformen 7. Risico gericht werken in de praktijk 8. Opsporingsmethoden: typologieën versus namen delen
    • Centraliteitsanalyses van terroristische netwerken

      Hamers, H.J.M.; Husslage, B.G.M.; Lindelauf, R.H.A. (Universiteit van Tilburg, 2011)
      In dit rapport worden de bevindingen gepresenteerd van een literatuurstudie naar kwantitatieve, met name speltheoretische, methoden om belangrijke actoren in terroristische netwerken te identificeren. Daarnaast wordt een tweetal casussen gepresenteerd om toepassing van deze methodologie te illustreren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Centraliteit en destabilisatie 3. Casus 1: Jemaah Islamiyah in Bali 4. Casus 2: Al Qa'ida en 9/11 5. Conclusies en slotbeschouwing
    • Copycatgedrag bij terroristische aanslagen - Een verkenning

      Bos, K. van den; Hulst, L.; Sintemaartensdijk, I. van; Schuurman, B.; Stel, M.; Noppers, M.; Graaf, B. de (medew.); Jansma, A. (medew.); Spiegel, C. (medew.); Haandrikman, M. (medew.); et al. (Universiteit Utrecht, 2021-08-20)
      Dit verkennende rapport bestudeert copycatgedrag bij terroristische aanslagen. Dit betreft gedrag dat iemand intentioneel en gemotiveerd vertoont om een bepaalde voorganger na te apen, met name een andere persoon of groep die met een terroristische aanslag in (sociale) mediaberichten de aandacht heeft getrokken. Kenmerkend aan dergelijk copycatgedrag is dat het niet rechtstreeks door een bepaalde terroristische beweging wordt aangestuurd, maar dat mensen zelf besluiten een aanslagpleger na te gaan doen. Voor dit rapport werden interviews gehouden met acht nationale en internationale experts op het gebied van copycatgedrag en terrorisme. Tevens werden twee literatuurstudies uitgevoerd. De eerste literatuurstudie was gericht op copycatgedrag bij terroristische aanslagen. De tweede literatuurstudie was gericht op copycatgedrag in andere gebieden dan terrorisme, zoals zelfdoding en schietpartijen op scholen. INHOUD: 1. Het probleem van copycatgedrag 2. De definitie van copycatgedrag 3. Bewijs voor copycatgedrag 4. Het aanpakken van copycatgedrag 5. Conclusies en aanbevelingen.
    • Criminaliteit in relatie tot gewelddadig radicalisme en terrorisme - een overzicht van theoretische verbanden en een casusanalyse van salafistisch jihadisme in Nederland

      Dechesne, M.; Veer, J. van der (WODC, 2010)
      De volgende onderzoeksvragen staan in dit in onderzoek centraal: Welke verbanden worden in de wetenschappelijke literatuur op het niveau van het individu gelegd tussen criminaliteit en crimineel gedrag enerzijds en gewelddadig radicalisme en terrorisme anderzijds? Blijkt op grond van de literatuur over criminaliteit en gewelddadig salafistisch jihadistisch radicalisme in Nederland een relatie tussen criminaliteit en crimineel gedrag enerzijds en gewelddadig radicalisme anderzijds? En als die relatie bestaat, hoe kan deze het beste worden omschreven? INHOUD: 1. Criminaliteit in relatie tot gewelddadig radicalisme en terrorisme 2. Veronderstelde verbanden in de wetenschappelijke literatuur 3. Criminaliteit in relatie tot gewelddadig moslimradicalisme in Nederland 4. Conclusie 5. Referenties
    • Cry Wolf - een fenomeenonderzoek

      Bos, J.G.H.; Es, A.M.D. van; Vasterman, P. (COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, 2011)
      Het Cry Wolf-effect is het effect dat optreedt wanneer regelmatig waarschuwingen voor een potentiële gebeurtenis worden gegeven, waarbij de daadwerkelijke gebeurtenis (meestal) uitblijft, waardoor het publiek het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van het waarschuwingssysteem afneemt en de waarschuwing op zichzelf door het publiek geneutraliseerd wordt tot een punt waarop de waarschuwingen niet meer leiden tot de gewenste hangelingen bij het publiek. In deze verkenning wordt ingegaan op de kenmerken en achtergronden van waarschuwingen, alarm(isme), risicoperceptie en vals alarm en de wijze waarop mensen hiermee omgaan. Er is ook onderzoek gedaan naar het Copycat-effect (zie link hiernaast) INHOUD: 1. Inleiding 2. Het fenomeen Cry Wolf 3. Analyse casuïstiek Cry Wolf 4. Communicatie
    • De nieuwe veiligheidscultuur

      Swaaningen, R. van; Hughes, C.; Hörnqvist, M.; Stangeland, P.; Body-Gendrot, S.; Hebberecht, P. (WODC, 2004)
      ARTIKELEN: 1. R. van Swaaningen: Veiligheid in Nederland en Europa; een sociologische beschouwing aan de hand van David Garland 2. C. Hughes: Besturen via misdaad en geweld? Publiek-private samenwerking bij de aanpak van criminaliteit en geweld in Engeland en Wales 3. M. Hörnqvist: Veiligheid en overheidsgeweld 4. P. Stangeland: Openbare veiligheid in Spanje sinds 11 maart 2004 5. S. Body-Gendrot: Stedelijk geweld in Frankrijk 6. P. Hebberecht: Het Belgische preventie- en veiligheidsbeleid SAMENVATTING: Dit themanummer van Justitiële verkenningen over ‘de nieuwe veiligheidscultuur’ heeft een wat ander karakter dan gebruikelijk. De artikelen zijn bewerkte (en zo nodig vertaalde) versies van papers die eind augustus 2004 zijn gepresenteerd op het seminar ‘Public safety in Europe’ aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam. Sociaal wetenschappers uit verscheidene Europese landen discussieerden daar over de ontwikkelingen in het denken over openbare veiligheid, criminaliteitsbestrijding en preventiebeleid. Als een rode draad door dit themanummer lopen de begrippen en analyses van de Britse wetenschapper David Garland, zoals uiteengezet in zijn boek The culture of control. Belangrijke tendenzen in de nieuwe veiligheidscultuur zijn populisme, een vervaging van het onderscheid tussen misdrijven en relatief onschuldige verstoringen van de openbare orde, het geloof dat ‘gevangenisstraf helpt’, de nadruk op preventie, de nadruk op 'accountability' in de werkwijze van justitiële uitvoeringsorganisaties, alsook het betrekken van niet-strafrechtelijke actoren, zoals welzijns- en buurtorganisaties en scholen bij de strijd tegen criminaliteit.
    • De opsporing verruimd? - De Wet opsporing terroristische misdrijven een jaar in werking

      Poot, C.J. de; Bokhorst, R.J.; Smeenk, W.H.; Kouwenberg, R.F. (WODC, 2008)
      Op 1 februari 2007 is de ‘wet verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven’ in werking getreden. Deze wet betreft een wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven. Het doel van dit onderzoek is inzicht te bieden in de wijze waarop deze verruimde opsporingsmogelijkheden in de praktijk worden toegepast. De volgende onderzoeksvragen komen daarbij aan de orde: Wat is de inhoud van de wet en wat zijn de juridische aandachtspunten? Op welke wijze is de wet geïntroduceerd bij politie en parket? Wordt de wet in de praktijk ingezet, en welke ervaringen zijn hierbij opgedaan? INHOUD: 1. Inleiding 2. De wetgeving 3. Invoering van de wet 4. Ervaringen met de nieuwe wet 5. Conclusies
    • De Wet opsporing terroristische misdrijven drie jaar in werking

      Gestel, B. van; Poot, C.J. de; Kouwenberg, R.F. (WODC, 2010)
      Op 1 februari 2007 is de ‘Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven’ in werking getreden. Deze wet betreft een wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven. Deze derde rapportage biedt inzicht in de wijze waarop de verruimde mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven in de praktijk worden toegepast. De rapportage bestrijkt de periode van een jaar, lopend van februari 2009 tot februari 2010. INHOUD: 1. Inleiding 2. Opsporing van terroristische misdrijven en het gebruik van de nieuwe wet 3. Opsporingsonderzoeken op grond van aanwijzingen (Titel Vb) 4. Opsporingsonderzoeken op grond van een verdenking (Titel IV en V) 5. Conclusie
    • Dutch National Risk Assessment on Terrorist Financing 2019

      Veen, H.C.J. van der; Heuts, L.F. (WODC, 2020)
      Dutch policy to prevent and combat terrorist financing is based on the recommendations of the Financial Action Task Force (FATF) and European Union (EU) directives and regulations. Article 7 of this directive obliges EU Member States to implement a risk-based policy against money laundering and terrorist financing and to establish a National Risk Assessment (NRA). In 2017 the Research and Documentation Centre (WODC) carried out the first NRA on terrorist financing and on money laundering for the European part of the Netherlands. A year later, the WODC also conducted an NRA on both topics for the Caribbean Netherlands: the islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba (see link). A second NRA for the European Netherlands on terrorist financing has been carried out by the WODC, with the aim of identifying the greatest risks in the field of terrorist financing. These are terrorist financing risks with the greatest residual potential impact. To this end, the terrorist financing threats with the greatest potential impact have been identified, an estimate has been made of the impact these threats can have and the ‘resilience’ of the policy instruments aimed at preventing and combating terrorist financing has been determined.
    • Een toekomstverkenning van de invloed van brede maatschappelijke trends op radicaliseringsprocessen

      Linde, E. van de; Rademaker, P. (Erik van de Linde Innovatie Advies, 2010)
      De focus van deze verkenning ligt op radicalisering in relatie tot terrorisme. Het gaat daarbij om alle denkbare vormen: religieus radicalisme; links en rechts extremisme; import terrorisme versus terrorisme van eigen bodem;  terrorisme door groepen en individuen; ook kleine groepen die zich gaan roeren om nog niet eerder gesignaleerde redenen. Vervolgens is de vraag hoe deze factoren zich kunnen gaan ontwikkelen in de toekomst door vanuit trends op macroniveau te beredeneren welke effecten deze kunnen hebben op individueel gedrag en groepsgedrag, en wat dat betekent voor terrorisme en radicalisering. Het in beeld brengen van de trends is daarom een middel, met als doel het vroegtijdig signaleren van kansen op radicalisering, mogelijk leidend tot terrorisme.
    • Evaluatie BFT

      Hers, J.; Rougoor, W.; Biesenbeek, C.; Beusekom, H. van; Barth, R. (SEO Economisch Onderzoek, 2018)
      Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) is enerzijds verantwoordelijk voor het financieel toezicht en kwaliteits- en integriteitstoezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders en anderzijds voor het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) door notarissen, accountants, belastingadviseurs en administratiekantoren. De probleemstelling van het onderzoek is: In welke mate was het toezicht en de handhaving door het Bft op de aangewezen toezichtterreinen in de jaren 2012 tot en met 2016 in de praktijk doelmatig en doeltreffend? INHOUD: 1. Inleiding 2. Toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders 3. Toezicht op de Wwft 4. Doelmatigheid van het BFT 5. Conclusies
    • Evaluatie Wet opsporing terroristische misdrijven

      Gestel, B. van; Poot, C.J. de (WODC, 2014)
      De Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven is erop gericht om opsporingsonderzoeken naar terroristische misdrijven in een vroege(-re) fase mogelijk te maken en langer te laten voortduren indien dat wenselijk is, om zodoende terroristische misdrijven te kunnen voorkomen. Doel van de wet is de preventieve functie van het strafrechtelijke optreden te verbeteren. Het gebruik van de wet is tussen 2007 en 2011 jaarlijks gemonitord door het WODC. In deze afsluitende rapportage wordt de wet geëvalueerd. De evaluatie wordt gestructureerd aan de hand van de volgende onderzoeksvragen:Welke veronderstellingen liggen ten grondslag aan de Wet opsporing terroristische misdrijven?Op welke wijze wordt de Wet opsporing terroristische misdrijven in de praktijk toegepast en wat zijn daarvan de gevolgen voor de opsporing? INHOUD: 1. Inleiding 2. Veronderstelde werking van de wet 3. Het gebruik van de wet Opsporingsonderzoek op grond van aanwijzingen (Titel Vb) 4. Bewaring zonder ernstige bezwaren 5. Fouilleren in veiligheidsrisicogebieden 6. Conclusie en discussie
    • First inventory of policy on counterterrorism - Germany, France, Italy, Spain, the United States - 'research in progress'

      Unknown author (WODC, 2006)
      Dit is de vertaling van het onderzoek getiteld: Eerste inventarisatie van contraterrorismebeleid: Duitsland, Frankrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en de Verenigde Staten - 'research in progress'. Deze vertaling is uitgegeven in de serie: Cahier, nr. 2006-3a.
    • Georganiseerde criminaliteit en rechtshandhaving op St. Maarten

      Verhoeven, M.A.; Bokhorst, R.J.; Leeuw, F.L.; Bogaerts, S.; Schotborgh - Van de Ven, P.C.M.; Allen, R.M. (medew.); Leeuwen, B. van (medew.) (WODC, 2007)
      Dit is een onderzoek naar het vóórkomen van georganiseerde criminaliteit op St. Maarten en de mate waarin de rechtshandhaving voor de bestrijding van georganiseerde criminaliteit is toegerust. Aan de orde komen o.a. drugshandel, financieel-economische criminaliteit en mensensmokkel. Verder wordt de samenwerking tussen verschillende rechtshandhavingsinstanties, het kennis en expertise niveau en de capaciteit van de betrokken instanties belicht. INHOUD: 1. Inleiding 2. Karakteristieken van St. Maarten 3. Van migratie naar mensensmokkel 4. Mensenhandel 5. Drugscriminaliteit 6. Financiële criminaliteit 7. Illegale wapenhandel en terrorisme 8. Rechtshandhaving gericht op de bestrijding van georganiseerde criminaliteit 9. Conclusies en aanbevelingen
    • Gericht, gedragen en geborgd interventievermogen? - Evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie 2011-2015

      Noordegraaf, M.; Douglas, S.; Bos, A.; Klem, W. (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2016)
      Als gevolg van aanslagen in binnen- en buitenland intensiveert Nederland aan het begin van de eenentwintigste eeuw haar contraterrorisme-beleid. Op verzoek van de Tweede Kamer en na voorbereiding van de Commissie Suyver, wordt het beleid in 2010 geëvalueerd. Deze evaluatie beveelt onder andere aan een nationale strategie op te stellen. Die overkoepelende strategie moet een overzicht bieden van alle maatregelen en een integrale aanpak van terrorisme borgen. Bij de presentatie van de strategie 2011-2015 zegt de minister van VenJ toe aan de Tweede Kamer de strategie na afloop te evalueren. Het doel van de evaluatie is inzichtelijk te maken welke bijdrage de strategie 2011-2015 heeft geleverd aan het verminderen van het risico op aanslagen, het verminderen van de vrees voor aanslagen, en het beperken van de mogelijke schade na aanslagen. De evaluatie moet ook aandachtspunten meegeven voor de nationale contraterrorisme-strategie voor 2016-2020. INHOUD: 1. Introductie 2. Aanpak van evaluatie 3. Context van de contraterrorisme-strategie 4. Analyse strategische plannen 5. Analyse landelijke Samenwerkingsprocessen 6. Analyse integrale lokale aanpak 7. Conclusies over strategie 2011-2015 8. Implicaties voor strategie 2015-2016
    • High-tech crime, soorten criminaliteit en hun daders - Een literatuurinventarisatie

      Hulst, R.C. van der; Neve, R.J.M. (WODC, 2008)
      Dit rapport doet verslag van een verkennend en inventariserend literatuuronderzoek over de verschillende verschijningsvormen, daders en georganiseerde netwerken van high-tech crime. Daarnaast zijn de lacunes in de literatuur in kennis over daders en de te verwachten ontwikkelingen op het gebied van high-tech crime geïnventariseerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. High-tech crime nader beschouwd 3. Kenmerken van daders 4. Georganiseerde high-tech crime 5. Conclusie en discussie
    • How jihadist networks operate - A grounded understanding of changing organizational structures, activities, and involvement mechanisms of jihadist networks in the Netherlands

      Bie, J.L. de (Leiden University - Faculty of Law, Institute for Criminal Law and Criminology, 2016)
      The rise of ISIS and the recent terrorist attacks in Europe have raised a collective alertness for a potential terrorist attack. The presence of jihadist networks in the Netherlands, and the significant outflow of young people to conflict areas in the Middle East to join the jihad, have greatly enhanced this anxiety. But how are these networks organized and how do they prepare their jihad? How do people get involved in jihadist networks and how important is ideology in that regard? Answering such questions will help to understand how jihadist networks operate, which can be useful knowledge for policy makers and practitioners who aim to counter terrorist threats. Using unique data from police files, interviews, and trial observations, while utilizing different analytical methods, this study provides an in-depth insight into the modus operandi of jihadist networks in the Netherlands. The findings show how jihadist networks have changed over the years and how this development has affected the way jihadists operate.
    • Indicatoren en manifestaties van weerbaarheid van de Nederlandse bevolking tegen extremistische boodschappen - Een theoretische en methodologische verkenning

      Mann, L.; Doosje, B.; Konijn, E.A.; Nickolson, L.; Moore, U.; Ruigrok, N. (Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, 2015)
      Dit onderzoek is gericht op het verkrijgen van inzicht in de kenmerken van weerbaarheid van de Nederlandse bevolking tegen een extremistisch gedachtegoed en het ontwikkelen van mogelijke methoden om deze kenmerken periodiek te meten. De twee algemene onderzoeksvragen luiden: Wat is de weerbaarheid tegen extremistische boodschappen? Is deze vorm van weerbaarheid te meten en zo ja, hoe? INHOUD: 1. Introductie 2. Wat is weerbaarheid? Literatuurstudie, interviews en inzichten vanuit de praktijk 3. Analyse bestaande data: institutioneel vertrouwen 4. Analyse nieuwe data: weerbaarheid onder de Nederlandse bevolking 5. Analyse weerbaarheid middels sociale media 6. Conclusie en discussie
    • Informal Value Transfer Systems and Criminal Activities

      Passas, N. (WODC, 2005)
      Having offered a more precise definition of the practices and issues involved in what is indiscriminately called underground banking, as well as a brief look at the origin of the practices in question, this report outlines the findings of a parallel study, discusses the prevalent modus operandi, incorporates the findings of a wider IVTS research, examines the factors contributing to IVTS continued popularity and concludes with a summary of the findings and policy implications. CONTENT: 1. Introduction 2. Results of the WODC-study 3. The mechanics of IVTS 4. Conclusion and policy implications