• Communicerende grondslagen van extraterritoriale rechtsmacht - onderzoek naar de grondslagen van extraterritoriale rechtsmacht in België, Duitsland, Engeland en Wales en Nederland met conclusies en aanbevelingen voor de Nederlandse (wetgevings-)praktijk

      Klip, A.H.; Massa, A.-S. (WODC, 2010)
      In het wetsvoorstel partiële wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten wordt voorgesteld om de extraterritoriale rechtsmacht voor strafbare feiten, omschreven in het Raad van Europa Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, op drie punten uit te breiden. De regeling van de extraterritoriale rechtsmacht is vaak uitvloeisel van uitvoeringswetgeving. Het is nodig om de territoriale rechtsmacht in breder verband aan een nader onderzoek te onderwerpen waarbij de vergelijking met buitenlandse stelsels voor de hand ligt. Het rapport is als volgt ingedeeld. Allereerst worden de onderzocht landen afzonderlijk besproken. Hierin komt zowel de stand van het recht als de wijze waarop in de praktijk omgaat met extraterritoriale rechtsmacht aan de orde. In hoofdstuk 6 staat de betekenis van het volkenrecht voor de extraterritoriale rechtsmacht centraal. Bij de conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 7 wordt ook een mogelijk alternatief scenario voor de rechtsmachtregeling aangeboden. De bijlagen 1-4 geven per land een overzicht van de delicten waarvoor extraterritoriale rechtsmacht geldt. INHOUD: 1. Inleiding 2. Extraterritoriale rechtsmacht in België 3. Extraterritoriale rechtsmacht in Duitsland 4. Extraterritoriale rechtsmacht in Engeland en Wales 5. Extraterritoriale rechtsmacht in Nederland 6. Extraterritoriale rechtsmacht in internationaal recht 7. Conclusies en aanbevelingen
    • Cyberspace, the cloud, and cross-border criminal investigation - The limits and possibilities of international law

      Koops, B.-J.; Goodwin, M. (Universiteit van Tilburg - TILT Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, 2014)
      The central question addressed in this study is what limits and what possibilities exist within international law for cross-border cyber-investigations by law enforcement authorities. The focus is on cloud storage services, but the analysis applies more generally to internet investigations, in particular in the form of remote searches and the contacting of foreign service providers to request data. In particular, the report focuses on questions of legality of cross-border access to data under international law in terms of the core principles of territorial integrity and non-interference in domestic affairs rather than on questions of human rights. CONTENT: 1. Introduction 2. Background 3. Conceptual framework 4. Analysis 5. Ways forward
    • Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank - Een rechtsvergelijkend onderzoek over de ervaringen met Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering

      Noorloos, L.A. van; Hamers, L.E.M.; Ham, J. van der; Kooijmans, T.; Spapens, A.C.M.; Ceulen, R. (Universteit van Tilburg - Departement Strafrecht, 2019)
      Het Wetboek van Strafvordering (Sv) bevat in Titel VIA van het vierde boek (de art. 539a-539w Sv) bepalingen met betrekking tot de opsporing van en het onderzoek naar strafbare feiten buiten het rechtsgebied van een rechtbank. De titel schept een basis in het Nederlandse recht voor de uitoefening van bepaalde strafvorderlijke bevoegdheden op het grondgebied van vreemde staten, de (Nederlandse) territoriale en volle zee, de lucht daarboven en de (kosmische) ruimte. Niet alleen biedt de titel een algemene grondslag voor strafrechtelijk onderzoek en opsporing door Nederlandse autoriteiten in het buitenland, ook bevat de titel een aantal bijzondere regels voor dergelijk optreden waarbij juist wordt afgeweken van de overige regels binnen het Wetboek van Strafvordering. Nederlandse opsporingsambtenaren zullen immers doorgaans niet ter plaatse zijn op het moment dat zich op afgelegen locaties, zoals op zee of in de lucht, een strafbaar feit voltrekt. Ook kan een verdachte niet zomaar voor een rechterlijke autoriteit worden geleid wanneer hij zich op een schip midden op de oceaan bevindt.De doelstelling van het onderzoek omvat vier onderdelen: (1) het beschrijven van de inhoud en context van de bepalingen inzake strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank, (2) inzichtelijk maken van de toepassing van en ervaringen met deze bepalingen in de praktijk, (3) nagaan hoe strafvorderlijke bepalingen met een vergelijkbare doelstelling zijn vormgegeven in de buurlanden en (4) nagaan – op grond van de punten 2 en 3 – of het strekt tot aanbeveling om de art. 539a e.v. Sv aan te passen in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. De doelstellingen 1-3 worden beschouwd als de eerste fase van het onderzoek en doelstelling 4 als de tweede fase. Deze doelstellingen monden uit in de volgende onderzoeksvragen: Wat kan (op hoofdlijnen) worden gezegd over de achtergrond en ontwikkeling van de bepalingen met betrekking tot strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank? Hoe vaak werden in de periode 2010-2018 in concrete gevallen de art. 539a e.v. Sv in strafprocedures toegepast en in welke context? Welke ervaringen hebben betrokken partijen met de toepassing van de art. 539a e.v. Sv? Welke wettelijke mogelijkheden met vergelijkbare strekking als art. 539a e.v. Sv bestaan er in het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Frankrijk en welke verschillen en overeenkomsten zijn er met de Nederlandse wetgeving? INHOUD: 1. Inleiding: onderzoeksvragen en methodologie 2. De achtergrond van Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering 3. De toepassing van Titel VIA 4. Rechtsvergelijkend onderzoek 5. Beschouwing 6. Conclusies en aandachtspunten 7. Samenvatting 8. Summary 9. Bibliografie 10. Bijlagen