• Aanwezigheid verplicht - een inventarisatie van de gevolgen van de aanwezigheidsplicht voor ouders bij de kinderrechter

      Schreijenberg, A.; Timmermans, M.; Homburg, G.H.J. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2010)
      Per 1 januari 2011 zal de verschijningsplicht voor ouders in werking treden als onderdeel van de Wet versterking positie slachtoffers. Met het huidige onderzoek wordt de huidige situatie met betrekking tot de verschijning van ouders in kaart gebracht, wordt onderzocht of de veronderstelde mechanismen achter de verplichte aanwezigheid stand houden en wordt nagegaan wat de gevolgen zullen zijn voor de uitvoeringspraktijk in termen van werkprocessen en kosten. INHOUD: 1. Inleiding 2. De huidige situatie 3. Beleidsreconstructie 4. Toetsing beleidsreconstructie 5. Gevolgen voor de uitvoering 6. Uitvoeringskosten 7. Vervolgonderzoek 8. Conclusie
    • Alleen voor de vorm? - Frequentie, organisatie en praktijk van pro-formazittingen

      Dubelaar, M.; Leusden, R. van; Voorde, J. ten; Wingerden, S. van (Universiteit Leiden - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2015)
      Pro-formazittingen, waarin een oordeel wordt gegeven over voortzetting van de voorlopige hechtenis, worden op dit moment nog weinig gebruikt voor de regievoering en de planning van het onderzoek op de terechtzitting. Ook is er vanuit de rechtspraktijk en wetenschap kritiek op de huidige gang van zaken en de wijze waarop de verlenging van voorlopige hechtenis wordt beoordeeld. Bovendien blijken er in de rechtspraktijk onduidelijkheden te bestaan over de taakafbakeningen van de betrokken functionarissen. In dit onderzoek ligt de nadruk op hoe de pro-formazittingen in de praktijk verlopen. De volgende onderzoeksvraag wordt in dit rapport beantwoord: Wat is de frequentie van pro-formazittingen bij rechtbanken en gerechtshoven en hoe ziet de organisatie en de praktijk van pro-formazittingen bij deze gerechten eruit? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethoden 3. Het juridisch kader van pro-forma- en regiezittingen in strafzaken 4. De frequentie van pro-formazittingen 5. De organisatie en praktijk van pro-forma- en regiezittingen 6. Conclusies
    • Derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht 2006 - Feitenvaststelling in beroep

      Barkhuysen, T.; Damen, L.J.A.; Graaf, K.J. de; Marseille, A.T.; Ouden, W. den; Schuurmans, Y.E.; Tollenaar, A. (WODC, 2007)
      Dit betreft een onderzoek in het kader van de derde evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het onderwerp Feitenvaststelling maakt deel uit van de evaluatie mede vanuit de overweging dat in de eerste en tweede evaluatie gesignaleerd is dat de bestuursrechter mogelijk weinig gebruik maakt van zijn onderzoeksbevoegdheden. Verder is gebleken dat vooral de feitenvaststelling de partijen in een proces verdeeld houdt. Onderzocht is aan welke normen ten aanzien van de feitenvaststelling de bestuursrechter is gebonden op grond van de Awb en het Europese recht, hoe de bestuursrechter in praktijk de feiten vaststelt en in hoeverre de praktijk van feitenvaststelling in beroepszaken met de normen in overeenstemming is.
    • Doorlooptijden in de strafrechtsketen - ketenlange doorlooptijden en doorlooptijden per ketenpartner voor verschillende typen zaken

      Zuiderwijk, A.M.G.; Cramer, B.; Leertouwer, E.C.; Temürhan, M.; Busker, A.L.J. (WODC, 2012)
      Het doel van dit onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt getracht inzicht te verkrijgen in doorlooptijden van strafzaken die in 2005 en 2008 door het Openbaar Ministerie zijn afgerond en anderzijds wordt getracht een methode te ontwikkelen om inzicht te verkrijgen in de manier waarop doorlooptijden van strafzaken in het algemeen worden berekend. De resultaten van dit onderzoek kunnen beschouwd worden als een nulmeting, en de ontwikkelde onderzoeksmethodiek kan worden gebruikt om doorlooptijden in de toekomst te monitoren. INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuur 3. Methodologie 4. Resultaten ketenlange doorlooptijden van misdrijven met een volwassen verdachte 5. Resultaten doorlooptijden per ketenpartner van misdrijven met een volwassen verdachte 6. Resultaten ketenlange doorlooptijden van overtredingen met een volwassen verdachte 7. Resultaten ketenlange doorlooptijden van misdrijven met een jeugdige verdachte 8. Resultaten doorlooptijden per ketenpartner van misdrijven met een jeugdige verdachte 9. Resultaten ketenlange doorlooptijden van overtredingen met een jeugdige verdachte 10. Resultaten Kalsbeeknormen 11. Conclusies en discussie
    • Een plicht met zachte hand - evaluatie van de verschijningsplicht voor ouders bij de kinderrechter

      Everwijn, H.; Lindenberg, R.; Reitsma, J.; Walberg, A. (Significant, 2011)
      Medio 2010 heeft de toenmalige minister van Justitie besloten de Wet versterking positie slachtoffers op alle onderdelen per 1 januari 2011 in te voeren, waaronder ook de verplichte verschijning voor ouders van minderjarige verdachten. De ex-ante evaluatie is in december 2010 opgeleverd en op 17 februari 2011 openbaar geworden (zie link bij: Meer informatie). In deze procesevaluatie worden de volgende hoofdvragen beantwoord: Hoe wordt de verschijningsplicht uitgevoerd? Wat is de feitelijke werking van de verplichte aanwezigheid van de ouders bij het strafproces van hun minderjarige kind? Hoe verhoudt de geobserveerde werking van de verschijningsplicht zich tot de veronderstelde werking uit de ex ante evaluatie van de verplichte verschijning van ouders? Wat zijn de daadwerkelijk gebleken kosten van de in- en uitvoering van de verplichte verschijning? Wat kan geleerd worden van de bevindingen uit de evaluatie van de pilot in Utrecht om op vrijwillige basis de betrokkenheid van ouders te vergroten? INHOUD: 1. Inleiding 2. Uitvoeringspraktijk en werkprocessen 3. Uitvoeringspraktijk in cijfers: aanwezigheid van ouders, aanhoudingen en medebrengingen 4. Uitvoeringskosten van de verschijningsplicht ongeveer € 0.6 mln per jaar 5. Gevolgen van de verschijningsplicht voor aanwezigheid ouders 6. Gevolgen van aanwezigheid ouders voor de sanctie, de steun aan het kind en de opvoeding 7. Onbedoelde gevolgen van de verschijningsplicht 8. Voorlichten of verplichten? 9. Conclusies: uitvoering, baten en kosten van de verschijningsplicht
    • Gelet op de persoon van de rechter - Een observatie-onderzoek naar het strafrechtelijk beslissen in de raadkamer

      Duyne, P.C. van; Verwoerd, J.R.A. (WODC, 1985)
      Het doel van dit onderzoek was om een verkennend en interpreterend observatie-onderzoek uit te voeren naar het beslissen in de raadkamer met als doel een zo nauwgezet mogelijke beschrijving te geven van wat zich aan beslissingssituaties en gedragingen voordoen en deze observaties waar mogelijk te interpreteren vanuit de door de psychologie op andere beslissingsgebieden ontwikkelde theorieën.
    • Het onderzoek ter zitting - Onderzoeksproject Strafvordering 2001: eerste interimrapport

      Groenhuijsen, M.S. (red.); Knigge, G. (red.) (Katholieke Universiteit Brabant, 1999)
      In dit boek wordt verslag gedaan van de resultaten van het eerste jaar van het onderzoeksproject Strafvordering 2001. In deze periode is studie verricht naar het onderzoek ter zitting. Op basis van een algemene beschouwing over het doel en de functie van het strafproces is een procesmodel ontwikkeld waarin de rollen van de verschillende procesactoren ten opzichte van elkaar zijn gedefinieerd. Dit model ligt ten grondslag aan de concrete voorstellen die worden gedaan tot wijziging van het procesrecht. Het gaat daarbij onder meer om de invoering van een drie sporen-proces; om de mogelijkheid minder ernstige feiten buiten de rechter om te beboeten; om de terugdringing van verstekzaken en de invoering van domiciliekeuze; om een actievere rol van de rechter met betrekking tot vormfouten en de ondervraging van getuigen; om de verbetering van de rechtspositie van getuigen en slachtoffers; om meer waarborgen met betrekking tot de onafhankelijkheid van de rechter en om een vrijer bewijsrecht.
    • Het verhoor

      Unknown author (WODC, 1998)
      Afgaande op de in dit nummer opgenomen artikelen zal het gebruik van audio-visuele registratie van het verhoor snel zijn beslag krijgen. De geluidsband kent eigenlijk louter voordelen: het gebruik van oneerlijke verhoormethoden wordt tegengegaan, de politie kan er minder vaak van worden beschuldigd dergelijke methodes te hebben toegepast, de rechtbanken krijgen een beter beeld van het vooronderzoek en de afdoening van zaken wordt minder opgehouden. In dit nummer wordt het verhoor belicht vanuit juridische, psychologische en praktische invalshoeken.
    • Het zichtbare slachtoffer - Privacy van slachtoffers binnen het strafproces

      Malsch, M.; Dijkman, N.; Akkermans, A. (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit & Rechtshandhaving (NSCR), 2015)
      Dit onderzoek spitst zich toe op vragen naar de mate waarin de identiteit van slachtoffers nu in het strafproces wordt beschermd, de rechten die zij kunnen doen gelden op het al dan niet gebruiken van hun persoonsgegevens en die van hun naasten en de wijze waarop organisaties in de strafrechtketen omgaan met deze gegevens. Bestaat er behoefte aan aanvullende beleidsmaatregelen dan wel wetgeving om de persoonlijke levenssfeer en identiteit van slachtoffers beter te beschermen? De centrale vraag die in dit onderzoek is gehanteerd luidt: Hoe worden privacy en de identiteit van slachtoffers en hun naasten beschermd binnen het strafproces en hoe wordt omgegaan met de persoonsgegevens van slachtoffers en hun naasten in en rondom het Nederlandse strafproces? Deze centrale vraag is uitgewerkt in de volgende vier deelvragen:Wat is het beleid van politie, openbaar ministerie en gerechten/rechters met betrekking tot de bescherming van de privacy van slachtoffers en hun naasten op het punt van de informationele privacy en de mogelijkheden tot herkenning voor zover voortvloeiend uit hun betrokkenheid bij een strafzaak? Hoe wordt binnen de praktijk van de strafrechtspleging omgegaan met de bescherming van de privacy van slachtoffers en hun naasten op het punt van de informationele privacy en de mogelijkheden tot herkenning voor zover voortvloeiend uit hun betrokkenheid bij een strafzaak? Is dit in overeenstemming met het beleid? Wat zijn de ervaringen van slachtoffers en hun naasten met deze bescherming van de privacy op het punt van de informationele privacy en de mogelijkheden tot herkenning voor zover voortvloeiend uit hun betrokkenheid bij een strafzaak? Hoe definiëren zij hun belangen op dit punt? Welke maatschappelijke organisaties en bedrijven buiten de strafrechtspleging gaan, uit hoofde van hun taak, om met gegevens over en van slachtoffers en hun naasten? Welke normen hanteren zij daarbij? Het onderzoek bestaat uit twee delen (zie link hiernaast van het andere deel). Een synthese van beide onderzoeken is als pdf-bijlage toegevoegd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Slachtoffers en privacy in het strafproces: een literatuuroverzicht 4. Beleid binnen de strafrechtsketen ter bescherming van de privacy van slachtoffers 5. De praktijk van privacybescherming binnen het strafproces 6. Slachtoffers aan het woord 7. Organisaties buiten de strafrechtspleging 8. Conclusies
    • Internationale bewijsgaring in strafzaken - Nederland, Engeland en Wales

      Groot, S.K. de (Universiteit Leiden - Seminarium voor bewijsrecht, 2000)
      Het onderzoek is het eerste in een reeks van drie, waarin een rechtsvergelijking wordt gemaakt tussen de strafvorderlijke stelsels en in het bijzonder het bewijsrecht van Nederland enerzijds en respectievelijk Engeland en Wales, Duitsland en Frankrijk anderzijds. Het Engelse (straf)procesrecht verschilt in vele opzichten van het Nederlandse. Zo is in Engeland het recht niet in wetboeken geordend, maar in rechtspraak en acts of parliament. Een vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie is in Engeland onbekend. In het Engelse recht is het vooronderzoek geheel in handen van de politie totdat het is afgerond. De rechtspositie van de verdachte is dan ook strikter geregeld dan in Nederland. Het getuigen- en deskundigenverhoor speelt in het Nederlandse recht een grotere rol dan in het Engelse recht, waar immers het onmiddelijkheidsbeginsel bepaalt dat verhoren die voorafgaand aan de zitting zijn afgenomen, geen zelfstandige waarde tijdens het onderzoek ter terechtzitting. In Engeland en Wales kunnen, in tegenstelling tot Nederland, verschoningsgerechtigden en geheimhoudingsplichtigen wel worden afgeluisterd. In het Engelse recht mogen de telefoontap-verbalen niet en de verbalen die van het direct afluisteren worden gemaakt wel als bewijs ter terechtzittingzitting worden gebruikt.
    • Internationale bewijsgaring in strafzaken II - Nederland en Duitsland

      Groot, S.K. de (Universiteit Leiden - Seminarium voor bewijsrecht, 2000)
      Dit boek is het tweede in een reeks van rechtsvergelijkende studies waarin ten behoeve van het internationale rechtshulpverkeer inzicht wordt geboden in diverse strafprocessuele stelsels. Na een algemeen deel, waarin wordt ingegaan op de bewijsstelsels van Nederland en Duitsland alsmede op het internationale strafprocesrecht, volgt een bijzonder deel, waarin de regelingen betreffende de verschillende bewijsgaringsmethoden worden behandeld. Daarbij is aandacht besteed aan de nieuwe regeling zoals die is gaan gelden met de inwerkingtreding van de Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden. In dit deel staan het Nederlandse en het Duitse recht centraal.
    • Mind the gap - Modernisering Wetboek van Strafvordering: consequenties voor de verdediging

      Kampen, P.T.C.; Brouwer, D.V.A.; Lent, L. van; Wijk, M.C. van (Universiteit Utrecht - Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing, 2018)
      De modernisering van het Wetboek van Strafvordering heeft een aantal consequenties voor de rol en verantwoordelijkheid van de verdediging. Centrale vraag is wat het beoogde nieuwe wetboek van de verdediging verwacht in het kader van haar (gedeelde) verantwoordelijkheid voor een voortvarend procesverloop. Wat biedt het nieuwe wetboek de verdediging aan instrumentarium om die verwachting en de daarop gebaseerde verantwoordelijkheid gestalte te (kunnen) geven? En in welke mate is het in de moderniseringsvoorstellen voorgestelde strafprocessuele model voor het bereiken van een juiste toepassing van het materiële strafrecht – voor een juiste rechterlijke eindbeslissing – afhankelijk van de wijze waarop de verdediging (al dan niet) inhoud geeft aan haar contradictoire rol?56 Wat betekent die afhankelijkheid in termen van randvoorwaarden en instrumenten die nodig zijn om aan die rol en verantwoordelijkheid (adequaat) uitdrukking te geven? INHOUD: 1. Inleiding 2. Taakopvatting(en) als vertrekpunt voor de analyse 3. De verdediging naar huidig recht: verwachtingen en verantwoordelijkheden 4. De concept voorstellen voor een gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering: de positie van de verdediging 5. De focusgroepen 6. De drie archetypen in de 'beweging naar voren' 7. Conclusies
    • Visuele technieken in opsporing en rechtspraak

      Vanderveen, G.N.G.; Bijhold, J.; Verrest, P.A.M.; Ende, M. van der; Feigenson, N.R.; Spiesel, Ch.O.; Roosma, J.; Dubelaar, M.J.; Kor, G.; Calster, P. van (WODC, 2011)
      ARTIKELEN: 1. G.N.G. Vanderveen - Beeldmateriaal in de Nederlandse strafrechtsketen 2. J. Bijhold - Beeldinformatie in forensisch onderzoek; nieuwe ontwikkelingen die aandacht vragen 3. P.A.M. Verrest - Het gebruik van videoconferentie in strafzaken 4. M. van der Ende - De praktijk van telehoren 5. N.R. Feigenson en Ch.O. Spiesel - Digitaal beeldmateriaal: revolutie in de rechtszaal 6. J. Roosma en M.J. Dubelaar - Visueel bewijs in het Amerikaanse strafproces 7. G. Kor - Rechtspraak op televisie? Een bespreking van het rapport van de commissie-Van Rooy 8. Boekrecensie: P van Calster over 'Visualizing law in the age of the digital baroque; Arabesques and entanglements' - R.K. Sherwin 9. Internetsites. SAMENVATTING: De technologische ontwikkelingen hebben hun weerslag op de diverse fasen van de strafrechtspleging. Of alle actoren binnen de strafrechtspleging deze ontwikkeling toejuichen, is nog maar de vraag. Ook zijn vraagtekens te plaatsen bij gestelde verbanden en verwachtingen. Dit themanummer staat uitgebreid stil bij de gevolgen van visualisering voor waarheidsvinding in strafzaken. Ook komt aan de orde of de processuele gelijkheid in het gevaar komt als een van de procespartijen het betoog kracht kan bijzetten met behulp van geavanceerde beeldtechnologie, terwijl de andere partij - bijvoorbeeld door financiële beperkingen - die mogelijkheid niet heeft.