• Daderschap en deelneming doorgelicht - onderzoek naar het functioneren van de regeling van daderschap en deelneming in de rechtspraktijk tegen de achtergrond van een bespreking van het Nederlandse en Oostenrijkse recht

      Keulen, B.F.; Vellinga-Schootstra; Dijk, A.A. van; Lindenberg, K.K.; Wolswijk, H.D. (Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2010)
      In dit onderzoek komen de volgende onderzoeksvragen aan de orde: Hoe zijn daderschap en deelneming in Nederland en Oostenrijk geregeld? Waarin verschillen deze stelsels, en waarin komen ze overeen? Hoe worden daderschaps- en deelnemingsfiguren in Nederland en Oostenrijk ten laste gelegd? In welke mate is de rechter in deze landen bij bewijs en kwalificatie op dit punt aan de tenlastelegging gebonden? Blijkt uit het functioneren van de deelnemingsfiguren in de Nederlandse rechtspraktijk van problemen en, zo ja, welke? Op welke onderdelen en op welke wijze zou in het systeem van deelnemingsfiguren verbetering gebracht kunnen worden? Genieten deze voorstellen tot verbetering steun in de rechtspraktijk? INHOUD: 1. Inleiding 2. Daderschap en deelneming in Nederland 3. Daderschap en deelneming in Oostenrijk 4. Interviews 5. Conclusies
    • De tenlastelegging als grondslag voor de rechterlijke beslissing - Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de inrichting van de tenlastelegging en de gebondenheid eraan bij het bewijs, de kwalificatie en de straftoemeting in Nederland, België, Frankrijk, Italië en Duitsland

      Stevens, L.; Wilde, B. de; Cupido, M.; Fry, E.; Meijer, S. (Vrije Universiteit - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2016)
      Om te bepalen of een versoepeling van de huidige invulling van de grondslagleer mogelijk en wenselijk is, is onderzoek geboden. Daarbij moet in het bijzonder worden onderzocht op welke manier de nadelen van de strikte interpretatie van de grondslagleer in Nederland kunnen worden weggenomen, zonder afbreuk te doen aan de informatie- en afbakeningsfunctie van de tenlastelegging en zonder het strafproces aanzienlijk te vertragen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat ook rechters in andere landen weliswaar aan de grondslag van de tenlastelegging gebonden zijn, maar deze binding minder strikt is dan in Nederland. Het is daarom nuttig om over de grenzen te kijken en te bestuderen in hoeverre de rechter in andere landen aan de tenlastelegging is gebonden en welke voor- en nadelen in die landen worden ervaren. Dit onderzoek is daarom rechtsvergelijkend van aard. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Op welke wijze en volgens welke procedure worden tenlasteleggingen opgesteld in België, Frankrijk, Italië en Duitsland, in welke mate is de rechter in die landen gebonden aan de tenlastelegging bij het bewijs, de kwalificatie en de straftoemeting en welke inzichten levert dit op voor een mogelijke heroverweging van de Nederlandse wettelijke regeling? INHOUD: 1. Inleiding 2. Hoofdlijnen en achtergronden 3. Nederland 4. België 5. Frankrijk 6. Italië 7. Duitsland 8. Rechtsvergelijkende analyse 9. Conclusies
    • Het onderzoek ter zitting - Onderzoeksproject Strafvordering 2001: eerste interimrapport

      Groenhuijsen, M.S. (red.); Knigge, G. (red.) (Katholieke Universiteit Brabant, 1999)
      In dit boek wordt verslag gedaan van de resultaten van het eerste jaar van het onderzoeksproject Strafvordering 2001. In deze periode is studie verricht naar het onderzoek ter zitting. Op basis van een algemene beschouwing over het doel en de functie van het strafproces is een procesmodel ontwikkeld waarin de rollen van de verschillende procesactoren ten opzichte van elkaar zijn gedefinieerd. Dit model ligt ten grondslag aan de concrete voorstellen die worden gedaan tot wijziging van het procesrecht. Het gaat daarbij onder meer om de invoering van een drie sporen-proces; om de mogelijkheid minder ernstige feiten buiten de rechter om te beboeten; om de terugdringing van verstekzaken en de invoering van domiciliekeuze; om een actievere rol van de rechter met betrekking tot vormfouten en de ondervraging van getuigen; om de verbetering van de rechtspositie van getuigen en slachtoffers; om meer waarborgen met betrekking tot de onafhankelijkheid van de rechter en om een vrijer bewijsrecht.
    • Straftoemetingsfactoren

      Unknown author (WODC, 1977)
      Het streven naar gelijkheid in de straftoemeting is een onderwerp dat zich in de regelmatig terugkerende belangstelling van rechtsplegers, wetenschappelijk onderzoekers en publiek mag verheugen. Oorzaak van deze belangstelling is het bestaan van al of niet gerechtvaardigde verschillen in opgelegde straffen, zoals daarvan blijkt uit empirisch onderzoek of uit een incidentele strafzaak. In het inleidend artikel van dit themanummer, dat werd geschreven door mr. J. J. van der Kaaden, wordt binnen de context van het functioneren van het Openbaar 3 Ministerie en de rechter ingegaan op de factoren, die voor deze verschillen verantwoordelijk zijn. In de slotbeschouwing ervan beziet de auteur op welke manieren het ideaal van de rechtsgelijkheid in de straftoemeting mogelijk beter nagestreefd kan worden. Naast het inleidende artikel zijn van een viertal buitenlandse artikelen verkorte weergaven opgenomen.