• Blokkeringstechnieken tegen geweld via de audiovisuele media

      Baas, N.J. (WODC, 1996)
      Dit is een literatuurverkenning van blokkeringstechnieken tegen geweld via audiovisuele media. Eerst wordt een overzicht gegeven van maatregelen die in Nederland zijn genomen om het zien van geweld door kinderen via de audiovisuele media tegen te gaan. Daarna volgt een overzicht van (binnenkort) verkrijgbare blokkeringstechnieken. Ingegaan wordt op ontwikkelingen in Canada en de Verenigde Staten. Tot slot wordt ingegaan op mogelijk toekomstige ontwikkelingen in de techniek die controle van de ouders op het kijkgedrag van hun kinderen kunnen vergemakkelijken dan wel bemoeilijken. INHOUD: 1. Inleiding 2. Huidige maatregelen in Nederland 3. Huidige blokkeringstechnieken 4. Ervaringen met blokkeringstechnieken 5. Mogelijk toekomstige technische ontwikkelingen
    • Film- en videogeweld

      Unknown author (WODC, 1997)
      De normen inzake toelaatbaarheid van filmgeweld zijn in de loop der tijd danig opgerekt. Onschuldige films als Public Enemy kregen in de jaren dertig zware kritiek vanwege de 'sensationele' moorden die er in plaatsvonden. Deze moorden waren overigens keurig aan het oog van de kijker onttrokken. Hedentendage reageert het publiek minder geshockeerd op dergelijke misdaadfilms. Maar filmproducenten doen verwoede pogingen het geweld op te voeren. Velen menen dat het aanbod van geweldsfilms deel uitmaakt van een bredere ontwikkeling van verharding, cynisme en ruwere omgangsvormen. Anderen zien de behoefte aan geweldsfilms als een compensatie voor het leven in cleane en saaie slaapsteden die van elke opwinding zijn verstoken. Geweld en porno vullen dat vacuiim op. De vraag is natuurlijk in hoeverre het vertoonde geweld op films, videobanden en computerspelletjes van invloed is op het daadwerkelijke gedrag van (jeugdige) kijkers. Hoewel moeilijk meetbaar, lijkt er onder onderzoekers consensus te zijn dat kijken naar geweld sporen in het gedrag kan nalaten (imitatie van geweld; angstgevoelens). In twee studies die in dit nummer zijn opgenomen - zie de bijdragen van Wiegman, Van Schie en Modde en van Groebel - concluderen de onderzoekers dat er een verband bestaat tussen kijken naar geweld en daadwerkelijk gebruik van geweld. Hoe dan ook, in de media wordt op bezorgde en vaak alarmerende toon over het aanbod van filmgeweld gesproken. Van de politiek worden strengere maatregelen verwacht.
    • Horen, zien en verkrijgen? - Een onderzoek naar het functioneren van Kijkwijzer en PEGI (Pan European Game Information) ter bescherming van jongeren tegen schadelijke mediabeelden

      Gosselt, J.F.; Hoof, J.J. van; Jong, M.D.T. de; Dorbeck-Jung, B.; Steehouder, M.F. (WODC, 2008)
      Ter bescherming van jongeren bestaan er in Nederland twee classificatiesystemen voor audiovisuele producties: 'Kijkwijzer' (voor films, dvd's en televisieprogramma's) en 'PEGI' (voor computergames). Beide systemen zijn vormen van regulering door de audiovisuele branche. In dit rapport staan de effectiviteit en het functioneren van beide systemen van co- en zelfregulering centraal, met een focus op de mate van naleving van de leeftijdsclassificaties van Kijkwijzer en PEGI binnen de verschillende sectoren van de branche. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksontwerp 3. Voorwaarden voor effectieve zelfregulering 4. Kijkwijzer en PEGI 5. Naleving van de leeftijdsgrenzen door de detailhandel 6. Naleving van de leeftijdsgrenzen televisie 7. Adviesfunctie verkopers 8. Kennis van en draagvlak voor de systemen en redenen voor (niet-)naleving 9. Ongewenste neveneffecten van de pictogrammen 10. Conclusies
    • Jong en multimediaal - mediagebruik en meningsvorming onder jongeren, in het bijzonder moslimjongeren

      Konijn, E.; Oegema, D.; Schneider, I.; Vos, B. de; Krijt, M.; Prins, J. (Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit Sociale Wetenschappen, 2010)
      Onderzocht is in hoeverre binnen- en buitenlandse media een rol spelen bij de politieke en maatschappelijke meningsvorming van (moslim)jongeren in Nederland en hoe hun mediagebruik eruit ziet. INHOUD: 1. Jong en multimediaal: probleemstelling, doelgroep, en onderzoeksvragen 2. Mediagebruik: eerdere rapportages en wetenschappelijke verankering 3. Methodologische verantwoording survey: steekproeftrekking, vragenlijstconstructie en kenmerken respondenten 4. Resultaten mediagebruik: moslim-jongeren en niet-moslim jongeren vergeleken 5. Samenhang mediagebruik en attitudes van jongeren 6. Analyse van media-inhoud: focus en extreme inhoud 7. Diepte- en focusgroep interviews met moslimjongeren 8. Conclusies en nabeschouwing
    • Rechtspraak om de hoek

      Eshuis, R.; Bóné, E. van; Wetzels, W.; Allewijn, D.; Smolders, A.; Kraats, K. van der; Barendrecht, M. (WODC, 2019)
      ARTIKELEN: Roland Eshuis - De geografische inrichting van de rechtspraak 2. Emese von Bóné - De vrederechter in historisch perspectief 3. Wim Wetzels - De pilot van de Rotterdamse Regelrechter 4. Dick Allewijn - Vrijwillige rechtspraak: rechters op het mediationpad? 5. Annerie Smolders - De Rijdende Rechter als rolmodel. Hoe reality televisie het beeld van de rechtspraak beïnvloedt 6. Kim van der Kraats - Experimenten in de civiele rechtspraak: een oplossing voor welk probleem? 7. Maurits Barendrecht - De best mogelijke rechtspraak. SAMENVATTING: In dit themanummer ‘Rechtspraak om de hoek’ staat de (fysieke) afstand van de rechtspraak tot de burger centraal. In de afgelopen jaren zijn veel zittingslocaties gesloten, met als doel kostenbesparingen te realiseren door centralisatie van de rechtspraak. Vooralsnog is dat doel niet bereikt. Ook na de herziening van de gerechtelijke kaart in 2013, waarbij een aanzienlijk deel van de zittingslocaties werd gesloten, gingen de kosten slechts omhoog. Desondanks verscheen recent een rapport van de Boston Consultancy Group, dat opnieuw voorstelt een aantal gerechtsgebouwen te sluiten om zo besparingen te realiseren. De Raad voor de rechtspraak (opdrachtgever van het rapport) heeft zich overigens van dat advies gedistantieerd. Analoog aan de vele sluitingen van rechtspraaklocaties lijkt een heuse tegenbeweging te zijn ontstaan. Deze tegenbeweging stelt effectieve dienstverlening centraal, wil de (ivoren) kantoortorens verlaten en aanwezig zijn in de wijken en buurten. In de Tweede Kamer is onderzoek gevraagd naar de toepasbaarheid van (elementen van) de Belgische Vrederechter, en om rechtspraakvoorzieningen ‘in elke gemeente’. Een experiment met een ‘spreekuurrechter’ in Groningen, die veel zaken op locatie behandelt, kreeg enthousiaste navolging met wijk-, buurt- en regelrechters elders in het land. De spreekuurrechter en vergelijkbare initiatieven maken gebruik van artikel 96 Rv, dat partijen in een geschil de mogelijkheid biedt hun geschil aan een rechter naar keuze voor te leggen. De experimenten stellen daarbij een aantal formele vereisten die in reguliere procedures gelden buiten werking, en bieden de procedure tegen een laag griffierecht aan. Een serieuze beperking is evenwel dat de procedure alleen doorgang kan vinden als beide partijen daarmee instemmen. Onderzoek wijst uit dat als partijen de wil hebben er samen uit te komen, dit vaak ook zonder rechter wel lukt. Zaken die wél voor de rechter komen, zijn vooral díe geschillen waarin één partij iets wil, maar de andere gebaat is bij het voortbestaan van de impasse. Voor die gevallen biedt een procedure op basis van artikel 96 Rv dus geen uitkomst. De latente behoefte aan rechtspraak – waarin evenmin wordt voorzien door mediators of geschillencommissies – lijkt vooral te liggen in een laagdrempelige procedure waarin participatie van de wederpartij geen vrijblijvende kwestie is.
    • Sharia in Nederland - een studie naar islamitische advisering en geschilbeslechting bij moslims in Nederland

      Bakker, L.G.H.; Gehring, A.J.; Mourik, K. van; Claessen, M.M.; Harmsen, C.; Harmsen, E. (WODC, 2010)
      De meerderheid van de Tweede Kamer is bezorgd en heeft vragen gesteld over het mogelijke vóórkomen van rechtspraak volgens de regels van de sharia in Nederland. De zorg van de Kamer betreft het mogelijke ontstaan van een rechtssysteem parallel aan het systeem van het Nederlands recht, met elementen die strijdig zouden zijn met de beginselen van de Nederlandse rechtsorde. In antwoord op de vragen van de leden Wilders en Fritsma (Kenmerk 2009Z12804, ingezonden op 30 juni 2009 en beantwoord op 2 juli 2009) is toegezegd dat naar het voorkomen van shariarechtbanken onderzoek zal worden gedaan. Daarnaast zal het ook informatie opleveren voor de beantwoording van de vragen die de commissie voor WWI op 6 juli 2009 heeft gesteld aan de Ministers van Justitie en van Wonen Wijken en Integratie in reactie op de beantwoording van 2 juli 2009. Het doel van dit onderzoek is te komen tot een inventarisatie van geschilbeslechting op basis van sharia in Nederland. De hoofdvraag is: Komt geschilbeslechting of een andere vorm van het uitleggen van regels op basis van sharia voor in Nederland, in welke mate en met betrekking tot welke vragen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethoden en onderzoeksgroep 3. De betekenissen van het begrip sharia 4. Advisering 5. Geschilbeslechting 6. Internet en televisie 7. Conclusie
    • Tienerseks - Vormen van instrumentele seks onder tieners

      Graaf, H. de; Höing, M.; Zaagsma, M.; Vanwesenbeeck, I. (WODC, 2007)
      Doel van het onderzoek is het geven van inzicht in wat er bekend is over bepaalde vormen van seksueel gedrag onder jongeren en mogelijke ontwikkelingen daarin, teneinde het beleid informatie te geven op basis waarvan eventuele beleidsaanpassingen geïnitieerd kunnen worden. Met name is onderzocht welke vormen van seksueel gedrag plaatsvinden buiten de context van een intieme relatie, waarbij niet relatievorming en intimiteit de primaire motivatie lijken te zijn, maar lustbeleving of materieel gewin. Vormen van seks die hieronder kunnen vallen zijn het ontvangen van geld of een andere beloning in ruil voor seks en het deelnemen aan seksfeesten, groepsseks, of seks op of via het Internet. Onderzocht is wat er tot op heden bekend is over hoe deze vormen van seksueel gedrag tot stand komen en hoe jongeren dit beleven. Ook is onderzocht wat er bekend is over de mate van vrijwilligheid en onvrijwilligheid van dergelijke contacten en eventuele andere risico's.
    • Vandalisme

      Unknown author (WODC, 1981)
      Dit keer een Varianummer met vijf artikelen in bewerkte vorm gewijd aan het onderwerp Vandalisme. De artikelen worden voorafgegaan door een korte beschouwing van Paul van Soomeren en Bram van Dijk waarin aan de hand van enig cijfermateriaal het vandalisme-probleem in eigen land wordt geschetst. In de hieropvolgende artikelen worden een aantal facetten van vandalisme behandeld. De artikelen geven inzicht in de Engelse en Amerikaanse situatie.
    • Varianummer

      Unknown author (WODC, 1980)
      Dit varianummer opent met een verkorte versie van het rapport 'Een sleutelvoorziening voor slachtoffers van delicten'. Het rapport dat in oktober 1979 verscheen, is vervaardigd door een werkgroep die daarmee een opdracht vervulde van de Projektgroep Delinkwentie en Samenleving van de vereniging Humanitas. In het tweede artikel Weekeindverlof voor gedetineerden' gaat drs. J. Verhagen in op ervaringen die zijn opgedaan met experimenten op dit terrein. Behandeld zullen ondermeer worden een experiment met weekeindverlof in de penitentiaire open inrichting 'Te Roer' en een experiment in de rijkswerkinrichting 'Groot 3 Bankenbosch'. `Veroorzaken de massamedia criminaliteit', is de titel van een artikel in bewerkte vorm van de Duitser G. Jauch. De auteur stelt o.a. vast dat de massamedia niet de enige oorzaak zijn van crimineel gedrag bij jongeren. In de laatste bijdrage, een bewerking van een artikel van de Amerikanen Takooshian en H. Bodinger, wordt verslag gedaan van een landelijk onderzoek dat gedaan is in achttien Amerikaanse steden naar crimineel gedrag op straat.
    • Varianummer

      Unknown author (WODC, 1977)
    • Visuele technieken in opsporing en rechtspraak

      Vanderveen, G.N.G.; Bijhold, J.; Verrest, P.A.M.; Ende, M. van der; Feigenson, N.R.; Spiesel, Ch.O.; Roosma, J.; Dubelaar, M.J.; Kor, G.; Calster, P. van (WODC, 2011)
      ARTIKELEN: 1. G.N.G. Vanderveen - Beeldmateriaal in de Nederlandse strafrechtsketen 2. J. Bijhold - Beeldinformatie in forensisch onderzoek; nieuwe ontwikkelingen die aandacht vragen 3. P.A.M. Verrest - Het gebruik van videoconferentie in strafzaken 4. M. van der Ende - De praktijk van telehoren 5. N.R. Feigenson en Ch.O. Spiesel - Digitaal beeldmateriaal: revolutie in de rechtszaal 6. J. Roosma en M.J. Dubelaar - Visueel bewijs in het Amerikaanse strafproces 7. G. Kor - Rechtspraak op televisie? Een bespreking van het rapport van de commissie-Van Rooy 8. Boekrecensie: P van Calster over 'Visualizing law in the age of the digital baroque; Arabesques and entanglements' - R.K. Sherwin 9. Internetsites. SAMENVATTING: De technologische ontwikkelingen hebben hun weerslag op de diverse fasen van de strafrechtspleging. Of alle actoren binnen de strafrechtspleging deze ontwikkeling toejuichen, is nog maar de vraag. Ook zijn vraagtekens te plaatsen bij gestelde verbanden en verwachtingen. Dit themanummer staat uitgebreid stil bij de gevolgen van visualisering voor waarheidsvinding in strafzaken. Ook komt aan de orde of de processuele gelijkheid in het gevaar komt als een van de procespartijen het betoog kracht kan bijzetten met behulp van geavanceerde beeldtechnologie, terwijl de andere partij - bijvoorbeeld door financiële beperkingen - die mogelijkheid niet heeft.