• Als de politie iets wil weten... - De informatieuitwisseling tussen de politie en de particuliere sector op basis van artikel 11 lid 2 van de Wet persoonsregistraties

      Schreuders, E.; Ruth, A. van; Gunther Moor, L.; Kralingen, R. van; Prins, C.; Bakker, I. (Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) - Universiteit Nijmegen, 1999)
      Dit rapport gaat in op de informatieverzoeken van politie en justitie aan derden op basis van artikel 11 lid 2 van de Wet persoonsregistraties (Wpr). De Wet persoonsregistraties reguleert de omgang met persoonsgegevens en persoonsregistraties. Artikel 11 lid 2 Wpr biedt de mogelijkheid om op grond van dringende en gewichtige redenen over te gaan tot verstrekking van persoonsgegevens aan politie en justitie. Het rapport bevat zowel een beschrijving van de relevante juridische aspecten als van de praktijk van alledag.
    • Antisociaal gedrag van jongeren online

      Broek, T.C. van der; Weijters, G.; Laan, A.M. van der (WODC, 2014)
      Dit is het verslag van een deelstudie over de mate waarin jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 17 jaar zelf online antisociaal gedrag rapporteren. Hieronder wordt verstaan het onbetaald downloaden van illegaal aangeboden software en muziek, het opzettelijk versturen van virussen en het bedreigen van iemand via sms, email of een chatprogramma. Het onderzoek is verricht op basis van gegevens uit de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit (metingen 2005 en 2010). Het hoofdonderzoek is verricht door de Universiteit Twente (zie link bij: Meer informatie).
    • Bedreigen en intimideren van OM- en politiemedewerkers - Een onderzoek naar frequentie, aard, gevolgen en aanpak

      Torre, E.J. van der; Gieling, M.; Bruinsma, M.Y.; Jans, M. (medew.); Linden, M. van der (medew.) (Politieacademie, 2013)
      Dit onderzoek gaat over (de omgang met) situaties waarbij burgers, politie- of OM-medewerkers bedreigen of intimideren. De hoofdvraag luidt: Wat zijn de aard, frequentie en gevolgen van bedreiging of intimidatie van medewerkers van de politie en het Openbaar Ministerie en wat is het gewenste, ondervonden en bewezen effectieve beleid om bedreigingen en intimidatie te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken? INHOUD: 1. Inleiding 2. Over de frequentie, aard en gevolgen 3. Over de aanpak en effectiviteit 4. Bedreigingen en intimidatie: frequentie en aard 5. Bedreigingen en intimidatie: de gevolgen 6. Bedreigingen en intimidatie: de reactie 7. Het OM: casus 8. Het OM: reflectie op de casus 9. De politie: casus 10. De politie: reflectie op de casus 11. Onderzoeksvragen: de antwoorden
    • Belevingsonderzoek NL-Alert

      Holzmann, M.; Warners, E.; Franx, K.; Bouwmeester, J. (I&O Research, 2011)
      De rijksoverheid staat voor de invoering van een nieuw waarschuwings- en alarmeringssysteem bij rampen of crises: NL Alert. Bij een (dreigende) ramp of noodsituatie kunnen burgers in de directe omgeving via de mobiele telefoon worden geïnformeerd door middel van een bericht. In dat bericht staat specifiek wat burgers op dat moment het beste kunnen doen of wat ze juist vooral niet moeten doen. Daarmee gaat NL Alert verder dan de traditionele sirene. De doelstelling van dit onderzoek is het bieden van inzicht in de mate waarin burgers berichten via NL-Alert kunnen ontvangen en hoe zij staan tegenover deze wijze van alarmering. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond en eerdere bevindingen 3. Het bereik van NL-Alert 4. Beeldvorming en verwachtingen 5. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
    • Bescherming van grondrechten in het digitale tijdperk - Een rechtsvergelijkend onderzoek naar informatie- en communicatievrijheid en privacy in Zweden, Duitsland, Frankrijk, België, de Verenigde Staten en Canada; interimrapport

      Koekkoek, A.; Zoontjens, P.; Vlemminx, F.; Leenknegt, G.-J.; Nouwt, S.; Koops, B.-J.; Schooten-van der Meer, H.; Bos, R.; Fens, D. (medew.); Veld, L. in 't (medew.) (Katholieke Universiteit Brabant - Schoordijk Instituut, 1999)
      Dit rapport doet verslag van de rechtsontwikkeling die grondrechten in een aantal landen doormaken bij een toenemende informatisering van de samenleving. Daarbij gaat het vooral om grondrechten betreffende informatie- en communicatievrijheid en privacy. In de Nederlandse Grondwet zijn dat art. 7 (vrijheid van meningsuiting), art. 10 (eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer), art. 12 (huisrecht) en art. 13 (brief-, telegraaf- en telefoongeheim). Als landen waarvan iets te leren is m.b.t. de aanpassing van grondrechten en de formulering van nieuwe grondrechten zijn gekozen Zweden, Duitsland, Frankrijk en België als landen in de traditie van de rechtsstaat -met een sterke rol voor de wetgever - en de Verenigde Staten en Canada, twee landen in de traditie van vooral de 'rule of (common) law', waarin de rechtsvorming door de rechter erg belangrijk is. Op basis van de onderlinge vergelijking van deze landen worden relevante overeenkomsten en verschillen aangegeven die mogelijk inspiratie kunnen opleveren bij de formulering of herformulering van grondrechten in de Nederlandse grondwet.
    • Bewaren van verkeersgegevens door telecommunicatieaanbieders

      Brand, P.J. (WODC, 2003)
      Dit onderzoek heeft bestudeerd welke verkeersgegevens die voor de opsporing van belang zijn door telecomaanbieders bewaard worden en gedurende welke termijn.
    • Continuïteitsplannen ICT / elektriciteit - inventarisatie van continuïteitsplannen in geval van grootschalige uitval van ICT en/of elektriciteit bij gemeenten, provincies, veiligheidsregio's, politieregio's en waterschappen

      Dorssen, M. van; Holzmann, M.; Franx, K.; Rens, L. (Berenschot Groep, 2012)
      Dit onderzoek bouwt voort op een onderzoek uit 2010 door het Crisis Onderzoeksteam (COT) naar de continuïteit bij de uitval van elektriciteit en ICT binnen de vitale sectoren dat o.a. heeft uitgemond in een informatiepakket voor burgers en voor continuïteitsmanagementen. In deze rapportage worden de volgende twee onderzoeksvragen beantwoord:Hoeveel procent van de organisaties binnen de sectoren Openbaar Bestuur en Openbare Orde en Veiligheid beschikt eind 2011 over een (vastgesteld) continuïteitsplan voor de uitval van ICT of elektriciteit?Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Uitgangssituatie: voorjaarsmeting 3. Status van het plan en deelname aan de schrijfsessies 4. Redenen waarom organisaties (nog) geen continuïteitsplan hebben 5. Implementatie van continuïteitsplannen 6. Perceptie van risico's en mate van eigen voorbereiding op uitval 7. Inhoud van continuïteitsplannen 8. Conclusies en slotbeschouwing
    • Crime environments and situational prevention

      Brantingham, P.; Tilley, N.; Titus, R.M.; Cromwell, P.; Dunham, R.; Akers, R.; Lanza-Kaduce, L.; Mattson, M.; Rengert, G.; Hesseling, R.; et al. (WODC, 1995)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. P. Brantingham and P. Brantingham - Criminality of place: crime generators and crime attractors 3. N. Tilley - Seeing off the danger: threat, surveillance and modes of protection 4. R.M. Titus - Activity theory and the victim 5. P. Cromwell, R. Dunham, R. Akers and L. Lanza-Kaduce - Routine activities and social control in the aftermath of a natural catastrophe 6. M. Mattson and G. Rengert - Danger, distance, and desirabiliby: perceptions of inner city neighbourhoods 7. R. Hesseling - Theft from cars: reduced or displaced? 8. A. Hirschfield, K.J. Bowers and P.J.B. Brown - Exploring relations between- crime and disadvantage on Merseyside 9. T. Bennett - Identifying, explaining, and targeting burglary 'hot spots' 10. V. Jammers - Commercial robbery in the Netherlands: crime analysis in practice 11. M. Natarajan, R.V. Clarke and B.D. Johnson - Telephones as facilitators of drug dealing: a research agenda 12. Crime institute profile: Institute of Criminology, Faculty of Law in Llubljana, Slovenia
    • De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens - Over het bewaren en gebruiken van gegevens over telefoon- en internetverkeer ten behoeve van de opsporing

      Odinot, G.; Jong, D. de; Bokhorst, R.J.; Poot, C.J. de (WODC, 2013)
      Over de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens, die op 1 september 2009 in werking is getreden, worden in het parlement regelmatig kritische vragen gesteld. Bij de evaluatie zal aandacht worden besteed aan de bijdrage die de wet levert aan opsporing en vervolging van ernstige criminaliteit; de vraag welke risico’s de wet oplevert voor ongerechtvaardigde inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en welke maatregelen zijn genomen om deze te beschermen; op welke wijze de wet bijdraagt aan de efficiënte inzet van schaarse capaciteit bij de opsporingsdiensten. In 2014 is een Engelse vertaling van dit rapport gepubliceerd. INHOUD: 1. De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens - een inleiding 2. Communicatie op afstand, ontwikkelingen en gevolgen 3. De wetsgeschiedenis en Europese regelgeving inzake de bewaarplicht van verkeersgegevens 4. Het bewaren en beveiligen van de gegevens in de praktijk 5. Het gebruik van historische verkeersgegevens in de praktijk 6. Het gebruik van historische verkeersgegevens in cijfers 7. Slotbeschouwing
    • Ex ante evaluatie van videoconferencing in het strafrecht en vreemdelingenbewaringszaken - Analyse van kosten en baten

      Ende, M. van der; Rienstra, S.; Slob, A.; Uwland, A. (WODC, 2007)
      De probleemstelling van deze evaluatie is: wat zijn de potentiële kosten en baten van de introductie van videoconferencing in de justitiële keten en wat zijn de mogelijke niet-kwantificeerbare aspecten. De nadruk ligt hierbij op de financieel-economische analyse, van de niet-financiële aspecten wordt een eerste inventarisatie gemaakt. Deze analyse heeft alleen betrekking op apparatuur, die door de rechtbanken, penitentiaire inrichtingen en detentiecentra wordt aangeschaft.
    • Gebruik en effecten van NL-Alert

      Gutteling, J.M.; Kerstholt, J.; Terpstra, T.; As, N. van (Universiteit Twente - Faculteit Gedragswetenschappen, 2014)
      NL-Alert is een nieuw alarmmiddel van de overheid om mensen in de directe omgeving van een (dreigende) ramp of noodsituatie te waarschuwen en te informeren via de mobiele telefoon. Bij een crisis of dreiging ontvangt men een bericht dat informatie bevat over wat er aan de hand is. Dit onderzoek betreft een evaluatie van NL-Alert in het kader van een daadwerkelijke inzet bij een noodsituatie, waarbij wordt nagegaan hoe burgers verder geactiveerd kunnen worden om hun toestel correct in te stellen. Het is de eerste en enige grootschalige analyse van NL-Alert, bij de inzet naar aanleiding van feitelijke incidenten, waarbij de resultaten van publieksonderzoek en onderzoek bij bestuurlijk/operationeel verantwoordelijken met elkaar in verband kunnen worden gebracht. INHOUD: 1.. Inleiding 2. Theoretisch en meetkader van deze studie 3. Resultaten Publieksonderzoek (3 metingen) 4. Resultaten Inzetmeting Publiek (3 metingen) 5. Resultaten Inzetmeting Bestuurlijk/Operationeel (3 metingen) 6. Conclusie & Discussie
    • Het alarmeren en informeren van kwetsbare groepen bij crisissituaties

      Stel, M.; Ketelaar, D.; Gutteling, J.; Giebels, E.; Kerstholt, J. (Universiteit Twente - Vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid, 2017)
      Bij calamiteiten, rampen of crises kunnen mensen gealarmeerd en geïnformeerd worden via NL-Alert, de sirene, radio, tv, social media, nieuwswebsites, www.crisis.nl, de websites van de veiligheidsregio’s en andere mensen. Uit bestaand onderzoek naar het bereik en de effectiviteit van deze communicatiemiddelen komt het beeld naar voren dat bepaalde doelgroepen onderbelicht zijn gebleven. De onderzoeksvragen in het huidige onderzoek zijn: Welke kwetsbare groepen kunnen worden onderscheiden in het kader van alarmeren en informeren bij (dreigende) calamiteiten, rampen en crises? Binnen welke specifieke context(-en) kunnen die groepen als kwetsbaar worden aangemerkt? In hoeverre en hoe kan de eigen veiligheid van deze kwetsbare groepen in het kader van alarmeren en informeren bij (dreigende) calamiteiten, rampen en crises worden vergroot met het bestaande pakket crisiscommunicatiemiddelen of dienen er aanvullende voorzieningen te worden getroffen? Zo ja, welke? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Literatuurstudie kwetsbare groepen 4. Interviews deskundigen op gebied crisiscommunicatie 5. Focusgroepen kwetsbare burgers 6. Analyse websites, fora en social media 7. Literatuurstudie crisiscommunicatie in andere landen 8. Conclusie en discussie 9. Referenties 10. Bijlagen
    • Het gebruik van de telefoon- en internettap in de opsporing

      Odinot, G.; Jong, D. de; Leij, J.B.J. van der; Poot, C.J. de; Straalen, E.K. van (WODC, 2012)
      De minister van Justitie heeft tijdens een Algemeen Overleg over tapstatistieken toegezegd een onderzoek te laten verrichten naar de effectiviteit van telefoon- en internettaps (TK 2009-2010, 30 517, nr. 16). Dit rapport heeft als doel inzicht te bieden in het feitelijk gebruik van de telefoon- en internettap bij opsporing van strafbare feiten. In het onderzoek wordt uitgegaan van een getrapte vraagstelling: Hoe wordt in Nederland gebruikgemaakt van de telefoon- en internettap tijdens het opsporingsproces? Hoe wordt in enkele andere West-Europese landen (Engeland en Wales, Duitsland en Zweden) met dit opsporingsmiddel omgegaan? Kunnen (grote) verschillen tussen deze landen in het gebruik van dit opsporingsmiddel worden verklaard? Deze vraagstelling is uitgewerkt in verschillende onderzoeksvragen, die zich samen laten vatten als: hoe vaak, waarom en wanneer wordt de telefoon- en internettap ingezet, voor hoe lang wordt een tap aangesloten en wat voor een informatie levert het dan op? In de tweede herziene uitgave is een correctie aangebracht betreffende het opvragen van verkeersgegevens. INHOUD: 1. Inleiding 2. De telefoon- en internetmarkt 3. Regulering van tappen in Nederland 4. Wat is een tap en hoe komt deze tot stand? 5. De tapstatistieken in Nederland 5. De telefoontap in de praktijk 7. De internettap in de praktijk 8. Alternatieven voor de tap 9. Het gebruik van de tap in Engeland en Wales 10. Het gebruik van de tap in Zweden 11. Het gebruik van de tap in Duitsland 12. Slotbeschouwing
    • Hoe fraudeurs de draad kwijtraken - Een juridisch perspectief op (nieuwe) fraudevormen bij mobiel betalen - eindrapportage

      Bekkers, R.; Bongers, F.; Segers, J.; Schellekens, M.; Lim, A. (medew.) (WODC, 2005)
      Doel van het onderzoek is inzicht te verschaffen in de mogelijke implicaties van technische ontwikkelingen in de telecommunicatie voor het ontstaan van nieuwe vormen van criminaliteit en de bestrijding ervan. Ook is bekeken of er al dan niet de noodzaak bestaat tot aanpassing van bestaande wetgeving of formulering van nieuwe wetgeving.
    • Inpoldering van het fraudelandschap - Tussen-evaluatie interregionale fraude-teams en het landelijk loket horizontale fraude

      Faber, W.; Lugt, B.W.M. van der (Faber organisatievernieuwing, 1999)
      Dit is het verslag van een onderzoek naar de (neven)effecten van de in het kader van het project financieel rechercheren gekozen organisatiestructuur voor de bestrijding van fraude en de potentie van het interregionaal clusteren van expertise.
    • Internationale bewijsgaring in strafzaken - Nederland, Engeland en Wales

      Groot, S.K. de (Universiteit Leiden - Seminarium voor bewijsrecht, 2000)
      Het onderzoek is het eerste in een reeks van drie, waarin een rechtsvergelijking wordt gemaakt tussen de strafvorderlijke stelsels en in het bijzonder het bewijsrecht van Nederland enerzijds en respectievelijk Engeland en Wales, Duitsland en Frankrijk anderzijds. Het Engelse (straf)procesrecht verschilt in vele opzichten van het Nederlandse. Zo is in Engeland het recht niet in wetboeken geordend, maar in rechtspraak en acts of parliament. Een vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie is in Engeland onbekend. In het Engelse recht is het vooronderzoek geheel in handen van de politie totdat het is afgerond. De rechtspositie van de verdachte is dan ook strikter geregeld dan in Nederland. Het getuigen- en deskundigenverhoor speelt in het Nederlandse recht een grotere rol dan in het Engelse recht, waar immers het onmiddelijkheidsbeginsel bepaalt dat verhoren die voorafgaand aan de zitting zijn afgenomen, geen zelfstandige waarde tijdens het onderzoek ter terechtzitting. In Engeland en Wales kunnen, in tegenstelling tot Nederland, verschoningsgerechtigden en geheimhoudingsplichtigen wel worden afgeluisterd. In het Engelse recht mogen de telefoontap-verbalen niet en de verbalen die van het direct afluisteren worden gemaakt wel als bewijs ter terechtzittingzitting worden gebruikt.
    • Internationale bewijsgaring in strafzaken II - Nederland en Duitsland

      Groot, S.K. de (Universiteit Leiden - Seminarium voor bewijsrecht, 2000)
      Dit boek is het tweede in een reeks van rechtsvergelijkende studies waarin ten behoeve van het internationale rechtshulpverkeer inzicht wordt geboden in diverse strafprocessuele stelsels. Na een algemeen deel, waarin wordt ingegaan op de bewijsstelsels van Nederland en Duitsland alsmede op het internationale strafprocesrecht, volgt een bijzonder deel, waarin de regelingen betreffende de verschillende bewijsgaringsmethoden worden behandeld. Daarbij is aandacht besteed aan de nieuwe regeling zoals die is gaan gelden met de inwerkingtreding van de Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden. In dit deel staan het Nederlandse en het Duitse recht centraal.
    • Juridische aspecten van algoritmen die besluiten nemen - Een verkennend onderzoek - Met casestudy’s naar contentmoderatie door online platformen, zelfrijdende auto’s, de rechtspraak en overheidsincasso bij verkeersboetes

      Kulk, S.; Deursen, S. van; Snijders, Th. (medew.); Breemen, V. (medew.); Wouters, A. (medew.); Philipsen, S. (medew.); Boekema, M. (medew.); Heeger, S. (medew.) (Universiteit Utrecht - Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging, 2020)
      Iedereen heeft in het dagelijks leven te maken met beslissingen die worden genomen door of met behulp van algoritmen. De inzet van algoritmen kan kansen opleveren voor het verwezenlijken van publieke waarden en belangen. Zo kunnen algoritmen besluitvormingsprocessen efficiënter maken en bijdragen aan het vinden van oplossingen voor verschillende soorten maatschappelijke uitdagingen. Tegelijkertijd kan de inzet van algoritmen risico’s met zich brengen en vragen oproepen over de bestendigheid van de juridische kaders die beschikbaar zijn om publieke waarden en belangen te beschermen. De onderzoeksvraag van dit onderzoek is in dit verband als volgt gedefinieerd: Welke kansen en risico’s doen zich voor bij algoritmische besluitvorming met betrekking tot de bescherming en realisering van publieke waarden en belangen, en zijn de bestaande juridische kaders voldoende bestendig om kansen te verwezenlijken en het intreden van geïdentificeerde risico’s te voorkomen of de gevolgen daarvan te mitigeren? Centraal in het onderzoek staan de huidige toepassingen van algoritmen in besluitvormings-processen en de ontwikkelingen die in de komende vijf tot tien jaar op dat gebied te verwachten zijn. Voor de beantwoording van de onderzoeksvraag is onder meer gebruikgemaakt van casestudy’s naar de inzet van algoritmen in vier, door het WODC en de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid geselecteerde domeinen: contentmoderatie, zelfrijdende auto’s, rechtspraak en overheidsincasso bij verkeersboetes. INHOUD: 1. Inleiding 2. Algoritmen: een introductie 3. Publieke waarden en belangen 4. Casestudy Contentmoderatie door online platformen 5. Casestudy Zelfrijdende auto's 6. Casestudy De rechtspraak 7. Casestudy Overheidsincasso bij verkeersboetes 8. Kansen en risico's 9. Bestendigheid van de juridische kaders 10. Conclusie
    • Kosten en bereik van het waarschuwings- en alarmeringssysteem - Een analyse van het WAS vanuit het denkkader van een MKBA

      Korf, W.; Nijhof, W.; Rij, C. van (Cebeon, 2021-10-13)
      De overheid heeft de plicht om, in geval van een ramp of crisis, de burger informatie te verschaffen over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van de ramp of crisis die een gebied bedreigt of treft, alsmede over de daarbij te volgen gedragslijn. Om aan deze verplichting te voldoen, is het noodzakelijk zoveel mogelijk burgers te alarmeren en informeren. Op dit moment kunnen twee landelijke systemen worden ingezet in het geval van een ramp of crisis: het WAS (Waarschuwings- en Alarmeringssysteem) en NL-Alert. Daarnaast heeft het lokale/regionale gezag nog andere crisiscommunicatiemiddelen tot haar beschikking, zoals lokale/regionale rampenzenders op radio en tv, het publieksinformatienummer 0800–1351, www.crisis.nl, eigen websites, sociale media en/of geluidswagens. De minister van Justitie en Veiligheid is sinds 2014 voornemens het WAS uit te faseren. De minister heeft hiervoor twee redenen aangegeven1. Ten eerste heeft het WAS slechts een beperkte operationele waarde, aangezien er geen informatie over de situatie of alternatief handelingsperspectief kan worden verstrekt. Ten tweede is het bereik van NL-Alert hoger dan het bereik van het WAS. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat is de toegevoegde waarde van het WAS in verhouding tot de lasten ervan en in vergelijking met de baten en lasten van andere crisiscommunicatiemiddelen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Nulalternatief en beleidsalternatieven 3. Bouwstenen voor inschatting kosten 4. Inschatting baten: bereik van WAS en NL-Alert 5. Overzicht van kosten en baten (beantwoording onderzoeksvragen)
    • Legal issues arising on the electronic highway - An international survey of six areas

      Cave, J.; Frinking, E.; Dorp, L. van; Lotstra, A.; Wagner, C. (WODC, 1997)
      This document describes legal problems and issues regarding the electronic highway in four countries: France, Germany, the United Kingdom, and the United States, in order to answer the following research questions for each of the surveyed countries: What legal problems (regarding certain areas) have been experienced because of the electronic highway, and by whom? If any initiatives have been taken or are being taken to address these problems, what are they and who has initated them? If the problems have been or are being resolved by legislation, what are its rationale, objective and main elements? If any legislative initiatives have been withdrawn, which and why? What are considered to be the most important legal obstacles for the development of the information society? This report seeks to answer these questions by giving an assessment of the current situation in the surveyed countries in terms of the electronic superhighway.