• ANPR: toepassingen en ontwikkelingen

      Homburg, G.; Schreijenberg, A.; Tillaart, J. van den; Bleeker, Y. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2016)
      Automatic Number Plate Recognition (ANPR) is een techniek waarmee kentekens met behulp van camera's automatisch worden gelezen. De kentekens worden vervolgens real time vergeleken met één of meerdere referentiebestanden met kentekens waar iets mee aan de hand is. Het is een technologie die mogelijk bijdraagt aan betere opsporing. In 2011 is een ANPR-onderzoek uitgevoerd om te bepalen of, en zo ja hoe, ANPR bijdraagt of bij kan dragen aan de opsporing, vervolging en berechting van delictplegers (zie link bij: Meer informatie). Dit onderzoek gaat over bestaande en nieuwe toepassingen van ANPR. Het biedt achtergrond- informatie voor de actuele discussie over maatschappelijke aanvaardbaarheid en wettelijke bevoegdheden met betrekking tot ANPR. De onderzoeksvragen zijn: Welke (intelligente) toepassingen werden of worden op dit moment door opsporingsdiensten gebruikt? Hoe worden deze uitgevoerd en wat is er over de resultaten bekend? Welke (intelligente) toepassingen zijn er in het buitenland? Welke toepassingen zijn er denkbaar die nog niet worden gebruikt? In hoeverre passen ze binnen het huidige wettelijke kader voor de inzet van ANPR? In hoeverre zijn nieuwe intelligente toepassingen van ANPR aan gegevens binnen het overheidsdomein gebonden? Zijn er mogelijkheden voor publiek-private samenwerking? Wat zijn de beperkingen? INHOUD: 1. Inleiding 2. ANPR voor realtime alertering en opvolging 3. ANPR in de opsporing 4. Herkennen en voorspellen van delicten 5. Informatie voor efficiënte en effectieve inzet van capaciteit 6. Thema's 7. Conclusie
    • Arbeidsmarkt voor cyber security professionals

      Lakerveld, J.A. van; Broek, S.D.; Buiskool, B.J.; Grijpstra, D.H.; Gussen, I.; Tönis, I.C.M.; Zonneveld, C.A.J.M. (Universiteit van Leiden - PLATO, 2014)
      Er wordt een tekort aan cyber security professionals voorzien als gevolg van de toenemende digitalisering van de maatschappij en de daarmee gepaard gaande risico’s. Deze professionals zijn nodig om betrouwbare ICT te kunnen blijven maken en zijn een voorwaarde voor de groei van de digitale economie in Nederland. Een tekort aan cyber security professionals is een grote kwetsbaarheid voor de weerbaarheid van de vitale sectoren. Momenteel bestaat er een groot verschil tussen de vraag en het aanbod van (technische) cyberprofessionals op de arbeidsmarkt. In dit onderzoek staan de volgende vragen centraal: In hoeverre is er, nu en in de toekomst, een mogelijk kwalitatief en kwantitatief tekort aan Cyber Security Professionals op hoger en middelbaar niveau te verwachten? Hoe kunnen deze tekorten op de huidige en toekomstige arbeidsmarkt voor Cyber Security Professionals worden opgelost? INHOUD: 1. Inleiding en achtergrond van het onderzoek 2. Het werkveld van de Cyber Security Professionals en conceptueel kader 3. De vraag op de arbeidsmarkt naar Cyber Security Professionals 4. Aanbod van Cyber Security Professionals: onderwijs en opleiding 5. Discrepanties op de arbeidsmarkt en oplossingsrichtingen 6. Conclusies
    • Beginselen digitaal - Digitalisering en de beginselen van de strafrechtspleging

      Dijkstra, M.; Joosten, S.; Stamhuis, E.; Visser, M. (Open Universiteit, 2016)
      De digitalisering heeft in de strafrechtspleging al behoorlijk grote veranderingen gebracht en dat zal in de toekomst eerder meer dan minder ingrijpend worden. In het strafrecht gelden echter fundamentele juridische waarden, veelal aangeduid met de term grondbeginselen, die bij het handelen en beslissen geëerbiedigd moeten worden. Voor het uitvoeren van deze studie is de volgende vraag centraal gesteld: Door welke informatietechnologische ontwikkelingen kan het handelen/beslissen van actoren in de Nederlandse strafrechtspleging veranderen? Welke positieve en negatieve aspecten brengen deze ontwikkelingen met zich mee ten aanzien van de werking van verdragsrechtelijke en (grond)wettelijke beginselen binnen de strafrechtspleging? INHOUD: 1. Vraagstelling en aanpak 2. Het kader voor een digitale strafrechtspleging 3. De digitale stukkenstroom in de strafrechtsketen 4. De strafvorderlijke beginselen en trends in de IT 5. Conclusie en discussie
    • Belevingsonderzoek NL-Alert

      Holzmann, M.; Warners, E.; Franx, K.; Bouwmeester, J. (I&O Research, 2011)
      De rijksoverheid staat voor de invoering van een nieuw waarschuwings- en alarmeringssysteem bij rampen of crises: NL Alert. Bij een (dreigende) ramp of noodsituatie kunnen burgers in de directe omgeving via de mobiele telefoon worden geïnformeerd door middel van een bericht. In dat bericht staat specifiek wat burgers op dat moment het beste kunnen doen of wat ze juist vooral niet moeten doen. Daarmee gaat NL Alert verder dan de traditionele sirene. De doelstelling van dit onderzoek is het bieden van inzicht in de mate waarin burgers berichten via NL-Alert kunnen ontvangen en hoe zij staan tegenover deze wijze van alarmering. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond en eerdere bevindingen 3. Het bereik van NL-Alert 4. Beeldvorming en verwachtingen 5. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
    • Big Data, Big Consequences? - Een verkenning naar privacy en Big Data gebruik binnen de opsporing, vervolging en rechtspraak

      Lodder, A.R.; Meulen, N.S. van der; Wisman, T.H.A.; Meij, L.; Zwinkels, C.M.M. (Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Center for Law and Internet (CLI), 2016)
      Big Data staat voor het om het verwerken en analyseren van grote datavolumes, in verschillende dataformaten die met hoge snelheid worden gegenereerd/geanalyseerd (en snel verouderen). Men spreekt van Big Data als de hoeveelheid gegevens zó groot en divers is dat ze niet meer te beheren zijn met tot nu toe gebruikelijke middelen, zoals conventionele databases. De hoeveelheid data groeit snel, verandert voortdurend en is diffuus en ongestructureerd van aard. Om overweg te kunnen met zeer grote, ongestructureerde, niet relationele dataverzamelingen is meer en andere kennis nodig. Bovendien is er veel (meer dan in het verleden) rekenkracht nodig zijn om bewerkingen uit te voeren, niet in de laatste plaats omdat analyses steeds vaker real-time worden gedaan (real-time analytics). Gesteld kan worden dat Big Data (waarschijnlijk) heel belangrijk wordt, alleen in welke vorm is nog onbekend. Het bedrijfsleven maar zeker ook de overheid staan voor de taak om zich een voorstelling te maken van concrete Big Data-mogelijkheden. De vraag is hoe Veiligheid en Justitie (V&J) gebruik zou kunnen maken van Big Data in de ruimste zin van het woord. INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelstelling en vraagstelling 3. Big Data en Big Data analysis 4. Normen rond privacybescherming 5. Big Data gebruik in de rechtspraak 6. Big Data gebruik in de opsporing 7. Uitgangspunten Big Data, in het bijzonder vanuit het oogpunt van verwerking persoonsgegevens 8. Conclusie 9. Literatuur
    • Big Data: technologie verkenning voor het Ministerie van Veiligheid & Justitie

      Busker, T.; Kroon, J.; Shoae Bargh, M. (Hogeschool Rotterdam - Kenniscentrum Creating010, 2016)
    • Cameratoezicht door gemeenten - Evaluatie wetswijziging artikel 151c Gemeentewet

      Flight, S.; Klein Kranenburg, L.; Straaten, G. van (Sander Flight Onderzoek & Advies, 2022-04-12)
      Gemeenten kunnen sinds 2006 op grond van artikel 151c van de Gemeentewet cameratoezicht inzetten voor handhaving van de openbare orde. Dat wetsartikel is aangepast in 2016 om flexibel cameratoezicht mogelijk te maken. Vijf jaar na de wetswijziging is in opdracht van het WODC een evaluatie uitgevoerd om de doeltreffendheid en effecten van flexibel cameratoezicht in de praktijk vast te stellen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wetsgeschiedenis 3. Aard en omvang van cameratoezicht 4. Besluitvorming privacy en kenbaarheid 5. Rechtstreeks toezicht, opsporing en technologie 6. Effectiviteit van cameratoezicht 7. Conclusies met betrekking tot de wetswijziging.
    • Cameratoezicht in Nederland - Een schets van het Nederlandse cameralandschap

      Flight, S. (DSP-groep, 2013)
      Onderzoek naar de verschillende vormen van cameratoezicht, de doeleinden van de verwerking van de beelden, de wijze van organiseren en het delen van camerabeelden met derden voor gebruik voor andere c.q. verwante doelen, de juridische grenzen, kosten en effectiviteit ervan en de ontwikkelingen die hierop van invloed zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Domeinen en doelen 3. Organisatorisch 4. Juridisch 5. Techniek en kosten
    • Cybercrime

      Schuilenburg, M.; Luijf, H.A.M.; Prins, J.E.J.; Albertingk Thijm, Chr.A.; Kaspersen, H.W.K.; Stol, W.Ph. (WODC, 2004)
      ARTIKELEN: 1. M. Schuilenburg - De noodtoestand als regel; cyberkritische reflecties over de openbare ruimte 2. H.A.M. Luijf - De kwetsbaarheid van de ICT-samenleving 3. J.E.J. Prins - Technologie en de nieuwe dilemma's rond identificatie, anonimiteit en privacy 4. Chr.A. Albertingk Thijm - Peer-to-peer vs. auteursrecht 5. H.W.K. Kaspersen - Bestrijding van cybercrime en de noodzaak van internationale regelingen 6. W.Ph. Stol - Trends in cybercrime SAMENVATTING: Cybercrime ofwel computer- en internetcriminaliteit is in een luttel aantal jaren uitgegroeid tot een verschijnsel waarmee iedere computergebruiker bijna dagelijks wordt geconfronteerd. De gevolgen van bijvoorbeeld spam en (vooralsnog toegestane) spionagesoftware mogen dan meestal beperkt blijven en hacken wordt doorgaans als sport gezien, maar de technische vaardigheden die erachter schuilgaan, worden ook ingezet voor zeer schadelijke activiteiten. Te denken valt aan identiteitsroof, plundering van bankrekeningen en het verstoren van vitale infrastructuren als drinkwater- en elektriciteitsvoorzieningen. In dit nummer van Justitiele verkenningen treft u daarvan verschillende aansprekende voorbeelden.
    • Cybersecurity - a state-of-the-art-review - Fase 2

      Silfversten, E.; Jordan, V.; Martin, K.; Dascalu, D.; Frinking, E. (Rand Europe, 2020-12)
      Er zijn vier thema’s geïdentificeerd als de meest urgente en relevante onderwerpen voor de NCTV: 1. Cybersecurity-governance vanuit het perspectief van de nationale veiligheid; 2. Vertrouwen in informatie en data; 3. De beveiliging van vitale infrastructuur; en 4. Veiligheid van de supply chain. De NCTV heeft twee van deze vier thema’s geselecteerd voor verder onderzoek in Fase 2, te weten: 1. Cybersecurity-governance vanuit het perspectief van de nationale veiligheid; en 2. De beveiliging van vitale infrastructuur. INHOUD: Preface, Summary, Figures, Tables, Boxes, Abbriviations, Acknowledgements, 1. Introduction, 2. Cybersecurity governance in the Netherlands, 3. Managing cybersecurity capabilities and skills required for national security, 4. Measuring performance for cybersecurity policymaking, 5. Recommendations for the NCTV to improve cybersecurity governance, 6. Critical infrastructure and technology, 7. Critical infrastructure and cybersecurity maturity, 8. Critical infrastructure and improving cybersecurity, 9. Recommendations for the NCTV to improve critical infrastructure protection and cybersecurity, 10. Summary and conclusions, References, Annexes
    • Cyberspace, the cloud, and cross-border criminal investigation - The limits and possibilities of international law

      Koops, B.-J.; Goodwin, M. (Universiteit van Tilburg - TILT Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, 2014)
      The central question addressed in this study is what limits and what possibilities exist within international law for cross-border cyber-investigations by law enforcement authorities. The focus is on cloud storage services, but the analysis applies more generally to internet investigations, in particular in the form of remote searches and the contacting of foreign service providers to request data. In particular, the report focuses on questions of legality of cross-border access to data under international law in terms of the core principles of territorial integrity and non-interference in domestic affairs rather than on questions of human rights. CONTENT: 1. Introduction 2. Background 3. Conceptual framework 4. Analysis 5. Ways forward
    • Dataveiligheid en privacy bij het gebruik van fysiologische wearables in de justitiële context - Een casusonderzoek met de Empatica E4

      Braak, S.W. van den; Platje, E.; Kogel, C.H. de (WODC, 2021-03)
      Onderzoek laat zien dat technologische zelfmeetmethoden de potentie hebben om behandeling te personaliseren, veiligheid in detentie te verbeteren, reclasseringstoezicht te verrijken en zelfredzaamheid van justitiabelen te vergroten. Niettemin zijn er ook serieuze aandachtspunten en risico’s verbonden aan het gebruik van technologische zelfmeetmethoden. Voordat technologische zelfmeetmethoden op grotere schaal in de justitiële context gebruikt kunnen worden, is het daarom van belang te onderzoeken hoe het gesteld is met de dataveiligheid bij dergelijke methoden en wat binnen de justitiële context eventueel zou kunnen worden gedaan om de veiligheid van verzamelde gegevens en daarmee de privacy van de betrokkenen te waarborgen. In dit rapport beschrijven we een casusonderzoek hiernaar waarbij we ons specifiek gericht hebben op fysiologische wearables. Dit zijn draagbare apparaatjes die om de pols of op het lichaam gedragen worden en waarmee door middel van sensoren fysiologische gegevens verzameld kunnen worden. Dit casusonderzoek is verricht aan de hand van één specifieke wearable: de Empatica E4. De volgende deelvragen staan centraal: 1. Wat gebeurt er met de fysiologische gegevens van de Empatica E4 nadat deze verzameld zijn door de gebruiker met betrekking tot: gegevensopslag, gegevenstransport en toegang tot de gegevens door derden? 2. Wat zijn de risico’s daarbij voor de veiligheid van de gegevens en voor de privacy van de drager? En hoe zien de risico’s en de geboden functionaliteit eruit in vergelijking met andere wearables? 3. Welke kennis, ervaringen en zorgen hebben professionele gebruikers van de Empatica E4 met betrekking tot gegevensopslag, toegang tot gegevens door derden en privacy? 4. Wat betekenen de antwoorden op de deelvragen voor het gebruik van de Empatica E4 en andere fysiologische wearables in de justitiële context? INHOUD: 1. Inleiding en methoden, 2. De Empatica E4, 3. Dataveiligheid en privacy bij gebruik van de Empatica E4, Vergelijking: functionaliteit, dataveiligheid en privacy van andere wearables geschikt voor onderzoek, behandeling en toezicht, 5. Ervaringen van gebruikers, 6. Discussie.
    • De 'zelfmetende' justitiabele - Een verkennend onderzoek naar technologische zelfmeetmethoden binnen justitiële context

      Cornet, L.J.M.; Mandersloot, M.N.A.; Pool, R.L.D.; Kogel, C.H. de (WODC, 2017)
      Quantified Self (QS) is de trend waarbij de mens in toenemende mate technologie integreert in zijn leven, met als doel informatie te verzamelen over zichzelf en hiervan te leren en/of zichzelf bij te sturen. In de Verenigde Staten is er al veel activiteit op dit gebied: de overheid aldaar heeft bijvoorbeeld onlangs financiële middelen beschikbaar gesteld om QS-data te proberen te linken aan ‘officiële’ data (in dit geval op het terrein van gezondheid). In Nederland wordt momenteel een beperkt aantal kleine pilotprojecten uitgevoerd, zoals in de Oostvaarderkliniek met de behandeling van tbs-patiënten en bij de jeugdreclassering door middel van e-begeleiding. Dit onderzoek betreft een verkenning van toepassingsmogelijkheden van QS voor de justitiële context. QS kan mogelijk bijdragen aan onder andere het vergroten van het probleeminzicht van justitiabelen, het voorspellen van (negatief) gedrag, het verbeteren van behandeling en bejegening en het ontwikkelen van alternatieve behandelingen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden 3. Zelfmeting in de gezondheidszorg 4. De 'zelfmetende' justitiabele 5. Aandachtspunten 6. Slothoofdstuk. Zie ook link naar: YouTube-Filmpje 'Zelfmetende justitiabele'.
    • De concurrerende macht: een nieuwe rol voor de overheid? - Een verkenning van technische, maatschappelijke en juridische ontwikkelingen rond de elektronische snelweg en de gevolgen voor de rol van de overheid

      Winter, H.B.; Vey Mestdagh, C.N.J. de (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2001)
      In de Nota Wetgeving voor de elektronische snelweg (Nota WES) uit 1998 is, op basis van daartoe verricht onderzoek, een overzicht gegeven van de belangrijkste gevolgen van de ontwikkeling van de elektronische snelweg voor de Nederlandse wetgeving. Verder is een kader geschetst voor de wijze waarop de overheid dient te reageren op ontwikkelingen rond de elektronische snelweg.Met dit onderzoek is beoogd aan te geven in hoeverre technologische, economische of andere maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding geven tot een nieuwe opstelling van de wetgever. Naast literatuuronderzoek is een 20-tal experts op technisch en of juridisch gebied bevraagd.Het rapport dient als hulpmiddel voor de actualisering van de Nota WES. De hoofdlijn in de Nota WES is dat de ontwikkeling van de informatiesamenleving in beginsel aan de maatschappelijke krachten moet worden overgelaten, waarbij de overheid kiest voor een terughoudende opstelling. Uit het onderzoek blijkt dat er reden is om dit standpunt te nuanceren. De belangrijkste redenen zijn:het tempo van de technische ontwikkelingen is sinds het verschijnen van de nota WES aanzienlijk versneld en deze versnelling zal zich voortzetten;bezit en gebruik van ICT zijn niet ongelijk verdeeld, wel vindt een verschuiving plaats van het handelen van het publieke naar het privé-domein;de vergrote technische mogelijkheden vragen op sommige terreinen om een actievere inzet van de overheid met name bij overheidsinformatievoorziening en overheidsdienstverlening, terwijl op andere terreinen de overheid de ambities zal dienen te matigen;er ontstaat een nieuwe mogelijkheid voor overheidshandelen, namelijk de overheid als concurrerende aanbieder (bijv. gericht op het bestrijden van ongewenste informatie en diensten door het leveren van wel betrouwbare informatie en het aanbieden van kwalitatief goede alternatieve diensten). Terzake van een effectief overheidsoptreden worden twee voorwaarden geformuleerd: - het hanteren van een goed model van de technische ontwikkelingen; - en een gecoördineerde benadering van technische ontwikkelingen. Terzake van de regelgeving wordt geconcludeerd dat: - Voor bepaalde onderwerpen lijkt nationale regelgeving aangewezen zoals regulering van openbaarmaking, overheidsvoorziening, raadpleging van de bevolking, certificeren van het geautomatiseerd afgeven van beschikkingen. - Voor andere onderwerpen is zelfregulering, dan wel co-regulering te verkiezen, zoals bij het beheer van semi-openbare ruimte (voorbeelden daarvan zijn nieuwsgroepen, chatrooms, web peer tot peer netwerken, intranetten).
    • De herkomst van vertrouwen in de rechtsstaat 1993 – 2012 - onderzocht via tekstmining van de mediaberichtgeving en analyse van de publieke opinie

      Kleinnijenhuis, J.; Atteveldt, W. van; Welbers, K. (Vrije Universteit Amsterdam - afdeling Communicatiewetenschap, 2012)
      De probleemstelling voor dit onderzoek is of tekstmining inzicht kan bieden in de weergave door oude en nieuwe media van omgevingsontwikkelingen die het vertrouwen in de rechtsstaat zouden kunnen beïnvloeden. In dit onderzoeksverslag worden dagbladen, televisieprogramma's websites en twitter vergeleken, zo mogelijk over een bestek van twintig jaar (1993-2012, onderzoeksperioden 1993-94, 2004-05, 2009-12).
    • De inzet van apps bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden - Een systematische literatuur review

      Steur, J.; Velde, R. te; Zebel, S.; Boer, P.J. de (Dialogic Innovatie en Interactie, 2019)
      Deze literatuurstudie heeft als doel om op basis van (wetenschappelijke) literatuur te onderbouwen of de inzet van een app ondersteunend kan werken bij de re-integratie van (ex-)gedetineerden. De vraagstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat is bekend over het gebruik van applicaties ter bevordering van de re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend (in binnen- en buitenland) over het gebruik van applicaties ter bevordering van re-integratie van (ex-)gedetineerden? Wat is bekend over het gebruik van apps ter bevordering van gewenst gedrag in vergelijkbare contexten zoals de verslavingsproblematiek? Welke inzichten kunnen we halen uit de praktijk? Welke conclusies kunnen op basis van de resultaten in het kader van vraag 2 (theoretisch) getrokken worden voor de justitiële context? INHOUD: 1. Inleiding 2. Apps voor re-integratie van populaties die vergelijkbaar zijn met (ex-)gedetineerden 3. Apps voor re-integratie van gedetineerden 4. Inzichten uit de praktijk 5. Conclusie en discussie
    • De modernisering van het Nederlands procesrecht in het licht van big data - Procedurele waarborgen en een goede toegang tot het recht als randvoorwaarden voor een data-gedreven samenleving

      Sloot, B. van der; Schendel, S. van (Universiteit van Tilburg - Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT), 2019)
      Big Data en data-gedreven toepassingen vormen een steeds structureler onderdeel van zowel de publieke als de private sector. Als steeds meer processen binnen de overheid data-gedreven worden, dan is het belangrijk een aantal aanpassingen te doen in recht en beleid. In deze studie is bekeken welke aanpassingen voor een betere en stevigere inbedding van Big Data in de Nederlandse publieke sector kunnen zorgen, waarbij algemene en maatschappelijke belangen zijn gewaarborgd, belanghebbenden op een effectieve wijze hun recht kunnen halen en de principes van procedurele rechtvaardigheid en procesrechtelijke randvoorwaarden een volwassen positie innemen. De kernvraag die beantwoord moest worden is: Hoe zouden de mogelijkheden voor burgers en belangenorganisaties om besluitvorming op basis van Big Data-toepassingen te laten toetsen door de rechter desgewenst kunnen worden uitgebreid? De kernopdracht was dus het verkennen van diverse mogelijke rechtsvormen die in het Nederlandse rechtsstelsel zouden kunnen worden geïntroduceerd, niet of dit wenselijk of noodzakelijk is. Daarbij is gekozen voor nadruk op een analyse van de rechtsvormen die in de Nederland omringende landen beschikbaar zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse rechtsstelsel 3. Internationale vergelijking 4. Reguleringsopties 5. Conclusies en aanbevelingen 6. Bijlagen
    • De slimme stad

      Karstens, B.; Est, R. van; Naafs, S.; Schuilenburg, M.; Zoonen, L. van; Engelbert, J.; Galič, M.; Kool, L. (WODC, 2020)
      ARTIKELEN: 1. Bart Karstens, Linda Kool en Rinie van Est - De slimme stad: grote beloften, weerbarstige praktijk 2. Saskia Naafs - Van de gesloten smart city naar een open slimme stad. Lessen uit Quayside, Toronto 3. Marc Schuilenburg - Psychomacht: hoe sturen data en algoritmen de veiligheid in smart cities? 4. Liesbet van Zoonen - Publieke waarden of publiek conflict: democratische grondslagen voor de slimme stad 5. Jiska Engelbert - Voorbij het polderen in de slimme stad 6. Maša Galič - Over het recht op de smart city. SAMENVATTING: De term smart duikt tegenwoordig overal op. Niet alleen telefoons, horloges en koelkasten moeten slim zijn, maar ook steden ontkomen daar niet meer aan. Slimme steden zijn overal te vinden. In Nederland staan onder meer Eindhoven, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht te boek als smart cities. Singapore investeert wereldwijd het meest in slimmestadinitiatieven, op de voet gevolgd door New York City, Londen en Tokyo. Van belang voor een goed begrip van de slimme stad is dat de term kan worden gezien als een ‘catastrofeconcept. Het succes ervan berust op de retorische pijler dat het stedelijk leven steeds meer wordt geconfronteerd catastrofes als werkloosheid, extreme luchtvervuiling, criminaliteitsproblemen en een afname en afname van democratische legitimiteit. Slimme technologie, zoals datamining en kunstmatige intelligentie, wordt hierbij voorgesteld als de wonderolie die elke kwaal geneest. Dit is de tweede retorische pijler. In dit technologisch-utopisch perspectief op de stad dreigt de publieke ruimte steeds meer de speelbal te worden van grote bedrijven, waaronder Google, IBM en Uber. Zij beloven dat hun technologie grootstedelijke problemen oplost en dat de stad hierdoor welvarender, democratischer, schoner en veiliger wordt. Maar technologie is geen wondermiddel en standaardoplossingen voor urgente problemen bestaan niet. De elementaire vraag is daarom wiens belangen slimme steden dienen, die van techbedrijven of die van de burger? Het verlangen naar slimheid betekent namelijk ook een grotere controle van burgers, verlies van privacy en privatisering van publieke taken, waaronder openbaar vervoer en de veiligheidszorg. Vragen die in dit themanummer van Justitiële verkenningen over de slimme stad aan bod komen, zijn: welke middelen worden ingezet om steden ‘slimmer’ te maken? Hoe verhouden de kansen van slimme steden zich tot bedreigingen? Op welke manier kunnen stadsbewoners actief worden betrokken bij de slimme stad? Hoe kan de overheid zich optimaal verhouden tot de dominantie van techbedrijven? Welke machtseffecten treden er op bij de inzet van slimme technologieën? Moet er een recht op de smart city komen?
    • Deepfakes - De juridische uitdagingen van een synthetische samenleving

      Sloot, B. van der; Wagensveld, Y.; Koops, B.-J. (Tilburg University - Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, 2021-12-29)
      Een deepfake is beeld, geluid of ander materiaal dat geheel of gedeeltelijk is gefabriceerd of bestaand beeld, geluid of ander materiaal dat is gemanipuleerd met behulp van geavanceerde technische hulpmiddelen en dat niet of nauwelijks van echt te onderscheiden is. Deepfakes maken gebruik van Machine Learning technologie en Artificial Intelligence. Naast het ontdekken van patronen kunnen middels deze netwerken ook eenvoudig beelden en geluiden worden geproduceerd, die lijken en gebaseerd zijn op bestaand materiaal. Tegen deze achtergrond is de probleemstelling van dit onderzoek: ‘Dienen huidige en toekomstige onrechtmatige of strafwaardige uitingsvormen van deepfaketechnologie te leiden tot aanpassingen van de bestaande wetten en regels (met name de Uitvoeringswet AVG, het burgerlijk procesrecht en straf(proces)recht), of is bestaande wetgeving toereikend?’
    • Effect van handhaving in het verkeer - Snelheid, roodlichtnegatie, alcohol en afleiding

      Unknown author (MuConsult, 2019)
      De hoofdvraag van het onderzoek is: Wat is het effect van de diverse handhavingsactiviteiten die onder de landelijke prioriteiten vallen op de naleving van verkeersregels door automobilisten en motorrijders? De volgende onderzoeksvragen zijn hieruit gedestilleerd: In welke mate zijn automobilisten en motorrijders bekend met plekken waar gehandhaafd wordt? Is de naleving hoger op trajecten/plekken waar handhavingsmiddelen actief zijn vergeleken met trajecten/plekken waar zij niet actief zijn? Heeft het verkrijgen van een waarschuwing of sanctie na het begaan van een overtreding invloed op de naleving van automobilisten en motorrijders? Verschilt de naleving wanneer een weggebruiker betrapt wordt bij een mobiele radarset, trajectcontrole, flitspaal of staandehouding? Welke toekomstige ontwikkelingen zouden gevolgen kunnen hebben voor handhaving en de naleving van automobilisten en motorrijders? INHOUD: 1. Inleiding 2. Interviews 3. Literatuurscan 4. Praktijkonderzoek 5. Naleving, motieven en kennis over handhavingsinspanningen 6. Het effect van sancties op de naleving 7. Conclusies