• Eén spoor is geen spoor - Naar een landelijke sporendatabank voor informatiegestuurde opsporing

      Stol, W.Ph.; Kop, N.; Koppenol, P.A.; Evers, F.C.M. (medew.); Binnekamp, R. (medew.) (WODC, 2005)
      In het veiligheidsprogramma Naar een veiliger samenleving hebben de politieministers het voornemen geuit maatregelen te treffen om de kwaliteit van het recherchewerk te verhogen. In dat verband is aangekondigd dat een ‘landelijke sporendatabank’ tot stand zal worden gebracht. Dit voornemen tot integratie van opsporingdatabanken sluit aan bij de beoogde herstructurering van de informatiehuishouding van de Nederlandse politie. In een landelijke sporendatabank zouden verschillende sporen - zoals vingerafdrukken, werktuigsporen, kogel-, hulzen-, schoen- en digitale sporen - op gestandaardiseerde wijze opgeslagen en met elkaar vergeleken kunnen worden. Zo kunnen verbanden tussen delicten aan het licht komen, waardoor zaken opgehelderd kunnen worden. (Vooruitlopend op zo’n landelijke sporendatabank, om al vast ervaringen op te doen met het gekombineerd gebruik van sporen, is per 1 januari 2004 een pilot gestart waarin forensisch-technische informatie uit de DNA-databank en HAVANK (vingersporen) aan elkaar worden gerelateerd.) Een landelijke sporendatabank moet uiteindelijk leiden tot een betere bestrijding van de criminaliteit, vooral ten aanzien van High Volume Crime (o.a. woninginbraken en diefstallen) en veelplegers. Dit onderzoek geeft inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van een landelijke sporendatabank.
    • Forensisch assistenten - inzet, resultaten en ervaringen

      Kleuver, J. de; Soomeren, P. van (DSP-groep, 2013)
      In de periode van 2008-2011 werden in totaal 500 extra forensisch assistenten (foa’s) aangesteld als onderdeel van de forenische opsporing naar aanleiding van de Schiedammer Parkmoord.  Het doel van dit onderzoek is het geven van een overzicht van het aantal foa's dat aan het werk is en van de manier waarop zij worden ingezet. Verder werpt het onderzoek licht op de vraag in hoeverre de inzet van foa's bijdraagt aan de kwaliteit en efficiency van het forensisch-technisch plaats delict-onderzoek en in het bijzonder aan het oplossen van inbraken in woningen en bedrijven. INHOUD: 1. Onderzoeksaanpak 2. Beleidsreconstructie en -logica 3. Aantallen forensisch assistenten en taken 4. Meerwaarde forensisch assistenten 5. Aandachtspunten inzet forensisch assistenten 6. Conclusies
    • Harmonisation in forensic expertise - An inquiry into the desirability of and opportunities for international standards

      Nijboer, J.F. (ed.); Sprangers, W.J.J.M. (ed.) (Leiden University - Study Centre on Evidence, 2000)
      This volume contains contributions regarding different aspects of the following questions:What are the differences and similarities between the various national jurisdictions in European countries concerning the law and practices regarding forensic experts and legal professionals?What instruments are available to legislators, politicians and legal professionals to create more unity in legal systems and practices?What frameworks and tools can be developed in this context by international organizations such as the European Union, the Council of Europe and non-governmental organizations such as the European Network of Forensic Science Institutes?
    • Inzet, organisatie en kwaliteit van de forensisch-technische opsporing bij de politie in Nederland

      Jacobs, M.J.G.; Bruinsma, M.Y.; Poppel, J.W.M.J. van; Moors, J.A. (WODC, 2005)
      Dit onderzoek betreft de stand van zaken van het forensisch technisch onderzoek (fto) binnen de technische recherche. In het kader van de kwaliteitsverbetering van het forensisch technisch onderzoek is het van belang in kaart te brengen in hoeverre de technische recherche nu gebruik maakt van fto en in hoeverre fto een bijdrage levert in de opsporing en vervolging. In het onderzoek komen drie thema's aan bod: beschikbaarheid en inzet van forensisch technisch onderzoek;bruikbaarheid en toepasbaarheid van forensisch technisch onderzoek;uitvoering van forensisch onderzoek en ontwikkelingen daarin. Informatie over deze thema's is verzameld via interviews met betrokkenen van alle politiekorpsen, Het NFI, het KPLD, de FIOD-ECD, de KMar en het OM.
    • Onderzoek productiviteit Forensisch Assistenten

      Goedvolk, M.R.; Grift, M. van de; Huitink, B.M.W.J. (Significant, 2010)
      De hoofdvraag van het onderzoek is: welke werkzaamheden voeren forensisch assistenten uit, welke opbrengsten levert deze inzet op, onder andere in termen van het aantal bezochte plaatsen delict (PD's), het aanbod van sporen (DNA, dacty en overig) en het aantal te verwerken sporen, en hoe vindt de verwerking van sporen plaats. Dit onderzoek is gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC). INHOUD: 1. Achtergrond en aanleiding 2. Aantallen FA's en hun takenpakket 3. Het PD-bezoek en de resultaten daarvan 4. Ontwikkelingen bij ingezonden sporen 5. Conclusies en aanbevelingen
    • Recherche

      Poot, C.J. de; Torre, E.J. van der; Muller, E.R.; Koppen, P.J. van; Tulder, F. van; Smit, P.; Siero, S.; Mac Lean, B.L.; Amelsvoort, A.G. van; Groenendaal, H.; et al. (WODC, 2004)
      ARTIKELEN: 1. C.J. de Poot - Dilemma's in de opsporing 2. E.J. van der Torre en E.R. Muller - Het recherchevak; een institutionele benadering 3. C.J.de Poot en P.J. van Koppen - Meten van recherchewerk 4. F. van Tulder, P. Smit en S. Siero - Ophelderingspercentages als maatsaf voor prestaties? 5. B.L. Mac Lean - Contact tussen O.M. en recherche door de jaren heen; de praktijk 6. A.G. van Amelsvoort, H. Groenendaal en J. van Manen - Werkwijze bij het onderzoek op de Plaats Delict (PD) 7. R.J. Bokhorst - De telefoontap in grote opsporingsonderzoeken 8. J. van der Schoor - Brains voor de recherche SAMENVATTING: In dit themanummer wordt een beeld geschetst van het veranderingsproces dat de recherche doormaakt. Er is voor gekozen  zowel wetenschappers als praktijkdeskundigen aan het woord te laten over hun visies op de organisatie en het dagelijks werk van de recherche.
    • Technologie en recht

      Unknown author (WODC, 1992)
      In deze aflevering wordt aandacht besteed aan de relatie tussen de meer recente vormen van technologie en verschillende aspecten van het recht. Men kan zich de vraag stellen wat in die relatie primair moet staan: de beginselen van het recht of de technische mogelijkheden. Met andere woorden: moet alles wat technologisch kan, ook worden ingevoerd of moet de implementatie van techniek worden afgestemd op onze waarden? Aangezien er op het gebied van recht en technologie nog bijzonder weinig theoretische reflectie en onderzoek heeft plaatsgevonden, zou het niet realistisch zijn hier een definitief antwoord op deze vraag te verwachten.