• Buitengerechtelijke procedures civiel en bestuur 2016

      Klein Haarhuis, C.M. (WODC, 2018)
      Veel problemen en geschillen in het civiel- en bestuursrechtelijke domein worden niet door de rechter, maar (eerst) door buitengerechtelijke instanties behandeld. Dit factsheet beschrijft, over de periode 2005-2016, eerst de instroom bij een aantal kenmerkende procedures in het civielrecht. Vervolgens komt het aantal afgehandelde bezwaarschriften door zes landelijke bestuursorganen aan bod. Dit wordt gevolgd door een tweetal overige procedures en, als laatste, met een beeld van de kosten in termen van tarieven en gemiddelde doorlooptijden (geldend in 2016). Al met al is sprake van een wisselend beeld zonder eenduidige trend; dit weerspiegelt het gevarieerde karakter van de procedures.
    • Duurder recht, minder vraag? - De prijsverhoging van rechtsverzorging en de gevolgen daarvan voor de lagere inkomens

      Klijn, A.; Paulides, G. (medew.) (WODC, 1988)
      Dit rapport bevat een evaluatie van een tweetal wijzigingen van de WROM. Het betreft met name de effecten van de Wet tijdelijke voorzieningen rechtsbijstand (eigen-bijdrage maatregel) en de Wet wijziging tarieven in burgerlijke zaken (verhoging griffierechten) voor de lagere inkomenscategorieen. Via de beide ;wetswijzigingen is de prijs voor het beroep op de rechtsverzorging, i.c. de advocaat en de rechter verhoogd. Van de zijde van de overheid wordt via dergelijke maatregelen gestreefd naar een meer selectief gebruik van de uit de collectieve middelen gefinancierde rechtsverzorging. Van de zijde van de rechtshulpverlening wordt gesteld dat dit een ontoelaatbare drempel opwerpt voor de maatschappelijk zwakkeren. Het onderzoek omvat twee metingen onder respectievelijk bezoekers van bureaus voor rechtshulp en advocaten. De eerste meting betreft de situatie waarin de prijsmaatregelen nog niet van toepassing waren, de tweede betreft de situatie na invoering ervan. De eerste meting startte in november 1983, de tweede in oktober 1984. Telefonische vervolg-enquetes vonden respectievelijk plaats in september 1984 en oktober 1985.
    • Evaluatie Wet griffierechten burgerlijke zaken - De complexiteit van vereenvoudiging

      Croes, M.T.; Schaaf, J. van der; Tulder, F.P. van; Burema, D.J.; Moolenaar, D.E.G.; Os, R.M. van; Beerthuizen, M.G.C.J. (WODC, 2017)
      De in dit onderzoek geëvalueerde Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) werd in twee fasen ingevoerd: de tariefswijzigingen per 1 november 2010 en de gewijzigde inning per 1 januari 2011. Een wetsevaluatie richt zich in grote lijnen op drie cruciale vragen: welke doelen wil de wetgever bereiken, welke maatregelen neem hij daartoe – ofwel welke instrumenten zet hij daarvoor in – en wat zijn de resultaten daarvan in relatie tot de gestelde doelen? De Wgbz beoogde in de eerste plaats een vereenvoudiging van het tot 2010 geldende complexe stelsel van griffierechten. Enerzijds ter vergroting van de transparantie van de met een beroep op de rechter gemoeide kosten. Anderzijds om een werklastvermindering voor de griffie van de gerechten te bewerkstelligen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wijze van evalueren en onderzoeksvragen 3. De Wgbz volgens rechters en administratief medewerkers 4. De gevolgen van de invoering van de Wgbz volgens rechtshulpverleners 5. Hoogte van griffierechten en beroep op de rechter 6. Inkomsten van en uitgaven aan civiele rechtspraak 7. Samenvatting