• Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid LIJ - Onderzoek naar de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen

      Ark, L.A. van der; Leeuwen, J. van; Jorgensen, T.D. (Universiteit van Amsterdam - Pedagogische en Onderwijswetenschappen, 2018)
      In dit onderzoek is de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid (IBB) onderzocht van het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ). Het LIJ is een instrument voor de signalering, screening en risicotaxatie bij iedere jongere die verdachte is in een strafzaak in Nederland. Het LIJ wordt ingevuld door een raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming, aan de hand van dossieronderzoek, gesprekken met de jongere en zijn of haar ouders of verzorgers en aanvullende informatie. De IBB van het LIJ is de mate van overeenstemming tussen verschillende raadsonderzoekers wanneer zij dezelfde jongere beoordelen met behulp van het LIJ.Omdat het strafadvies van de jongere en een eventueel behandelingsplan gebaseerd is op de LIJ beoordeling, heeft de LIJ beoordeling een grote impact op de toekomst van de jongere en is een hoge IBB gewenst. In dit rapport is de IBB geschat van zowel het dynamisch risicoprofiel als alle afzonderlijke vragen van het LIJ.
    • Jeugdbescherming opnieuw ter discussie

      Unknown author (WODC, 1990)
      De kwetsbare positie van de jeugdbescherming heeft vanzelfsprekend alles te maken met de delicate taak die zij heeft: de bescherming van de belangen van het kind. In deze doelstelling lijkt een permanente bron van kritiek besloten te liggen. In haar werk zijn immers niet alleen de belangen van kinderen in het geding, maar ook die van de (pleeg)ouders, de instanties eromheen en ten slotte de maatschappij als zodanig. Maar vooral: wat zijn de belangen van kinderen eigenlijk? In de bijna honderdjarige geschiedenis van de kinderbescherming is hier op zeer verschillende manieren over gedacht. De Raad voor de Kinderbescherming heeft diverse rekestmogelijkheden bij de kinderrechter, zoals ontheffing, ontzetting en ondertoezichtstelling. Eind jaren zeventig bereikte de oplegging van dergelijke maatregelen een historisch minimum. Men vestigde de hoop op de (vrijwillige) hulpverlening aan jongeren. In de loop van het afgelopen decennium was er echter weer sprake van een geleidelijke toename van de ots-maatregel. Dit lijkt er op te wijzen dat het welzijnsmodel op zijn retour is. In dat verband wordt in de literatuur wet gerept van een 'juridiseringstendens' in de jeugdbescherming. In dit themanummer - dat toevalligerwijze verschijnt op een moment dat een tweetal commissies de jeugdbescherming onder de loep neemt - wordt deze nieuwe ontwikkeling op verschillende manieren belicht.