• Blockchain en het recht - Een verkenning van de reguleringsbehoefte

      Schellekens, M.; Tjong Tjin Tai, E.; Kaufmann, W.; Schemkes, F.; Leenes, R. (Universiteit van Tilburg - Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), 2019)
      Blockchain is een fenomeen dat zich in recente jaren op een grote publieke belangstelling mag verheugen. Het is een innovatieve techniek die een aanvulling kan vormen op het internet om het mogelijk te maken partijen die elkaar niet kennen of (volledig) vertrouwen met elkaar zaken te laten doen. Blockchain technieken pretenderen een vertrouwensprobleem op te lossen. Het open karakter van de blockchain zou bovendien kunnen bijdragen aan transparantie, controleerbaarheid en legitimiteit van allerlei maatschappelijke processen. Tevens zou blockchain vele intermediairs die als een trusted third party functioneren overbodig kunnen maken en daarmee een grote efficiëntieslag mogelijk kunnen maken.Dit onderzoek beoogt een kader te ontwikkelen voor de aanvaardbaarheid van blockchain vanuit juridisch perspectief. Dit kader biedt een biedt de mogelijkheid om de kansen en risico’s die blockchains bieden met elkaar in verband te brengen en zo het inzicht te vergroten in de mogelijkheden voor het benutten van de kansen die blockchain technologie burgers, bedrijven en overheden biedt en voor het beheersen van risico’s en aandachtspunten in het licht van toekomstige wetgeving.De vraagstelling die centraal staat is: Wat zijn vanuit en perspectief van juridische aanvaardbaarheid de kansen en risico’s verbonden aan blockchaintechniek? INHOUD: 1. Introductie 2. Technische uitleg van blockchain 3. Algemeen juridisch deel Use-cases 4. Synthese 5. Conclusie
    • Criminaliteit en veiligheid in mainports

      Fijnaut, C.; Madarie, R.; Kruisbergen, E.; Eski, Y.; Bisschop, L.; Roks, R.; Staring, R.; Brein, E.; Gestel, B. van (WODC, 2019)
      ARTIKELEN: 1. Cyrille Fijnaut - Havens en georganiseerde criminaliteit: een historische bespiegeling 2. Renushka Madarie en Edwin Kruisbergen - Transitcriminaliteit en logistieke knooppunten in Nederland 3. Yarin Eski - Tussen wal en schip. Etnografische inzichten in lokale havenbeveiliging 4. Lieselot Bisschop, Robby Roks, Richard Staring en Elisabeth Brein - Uitdagingen in publiek-private samenwerking in de aanpak van drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven 5. Boekrecensie: Drugssmokkelaars en de deur in de haven - Barbra van Gestel over De Schiedamse cocaïnemaffia. Een corrupte douanier, doorgewinterde criminelen en duizenden kilo’s coke van Jan Meeus SAMENVATTING: In dit themanummer van Justitiële Verkenningen staan criminaliteit en veiligheid op zogenoemde mainports centraal. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) stelt in het rapport Mainports voorbij uit 2016 dat transportknooppunten als de Rotterdamse haven en luchthaven Schiphol tegenwoordig niet meer gelden als dé motor van de Nederlandse economie. De regio’s waarin deze mainports zich bevinden dragen niet bovengemiddeld bij aan het bruto binnenlandse product. Toch hebben decennialange investeringen ertoe geleid dat Nederland beschikt over een moderne infrastructuur en de daarbij behorende faciliteiten op lucht- en zeehavens, die niet alleen een belangrijke rol spelen in de reguliere economie. Deze faciliteiten maken Nederland ook een populair land voor verschillende vormen van transitcriminaliteit. De Rotterdamse haven en Schiphol bieden tal van mogelijkheden voor illegale activiteiten waarbij Nederland soms fungeert als doorvoerland en dan weer als bestemmings- of productieland. In verreweg de meeste gevallen gaat het om de smokkel van drugs. Een intensievere aanpak van drugscriminaliteit op mainports heeft prioriteit, zo schrijft minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in een brief van 16 november 2018 aan de Tweede Kamer. Vooral in de Rotterdamse haven lijkt er sprake van een stijging van de invoer van cocaïne. In 2018 werd een recordhoeveelheid van 19.000 kilo cocaïne onderschept en er zijn sterke aanwijzingen dat de inbeslagnames in 2019 nog hoger zullen uitvallen. Hoewel Schiphol ook een belangrijk logistiek knooppunt is in de context van georganiseerde criminaliteit, denk aan de smokkel van drugs, mensen en bedreigde dier- en plantensoorten, ligt het accent in dit themanummer op de rol van zeehavens. Historisch gezien hebben zeehavens – meer dan luchthavens - een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de georganiseerde criminaliteit. Naast de historie krijgen in dit themanummer ook de verschillende werkwijzen van drugssmokkelaars aandacht middels een analyse van opsporingsonderzoeken. Voorts wordt ingegaan op de rol van toezicht en controle op de mainports en op publiek-private vormen van samenwerking in de aanpak van drugscriminaliteit. Ten slotte is ook de kwetsbaarheid van (lucht)havenmedewerkers voor corruptie een belangrijk aspect van deze problematiek. Het is een onderwerp dat onder meer in de boekbespreking in dit themanummer uitgebreid aan de orde komt.
    • Criminaliteit op zee

      Teitler, G.; Bunt, H.G. van de; Pladdet, E.K.J.; Leemans, E.; Harjono, H.; Winchester, N.; Faber, E.; Soons, A.H.A.; Kruit, P.J.J. van der; Blocq, D.S. (WODC, 2003)
      ARTIKELEN: 1. G. Teitler - Zeeroof in Zuid Oost Azië; een historische vergelijking 2. H.G. van de Bunt, E.K.J. Pladdet - Geweld op zee; een verkenning naar de aard en omvang van zeepiraterij 3. M. Harjono, E. Leemans - Vervuilen loont; organisatie van internationale scheepvaart stimuleert milieuvervuiling op zee 4. N. Winchester - Open registers; zelfregulering en criminaliteit 5. E. Faber - Wegbrengen van schepen en de Nederlandse verzekeringsbeurzen 6. A.H.A. Soons - Rechtshandhaving op zee; het internationaalrechtelijk kader 7. P.J.J. van der Kruit, D.S. Blocq - Drugsbestrijding door de Koninklijke Marine SAMENVATTING: De bedoeling van dit themanummer van Justitiële verkenningen is het probleem van criminaliteit op zee in kaart te brengen: wat gebeurt er op de wereldzeeën wat het daglicht niet kan verdragen? Het nummer heeft dus een inventariserend karakter en wil daarnaast aandacht geven aan internationaal zeerechtelijke kwesties en handhavings- en veiligheidsstrategieën.
    • Internationale en Europeesrechtelijke verplichtingen ten aanzien van handhaving in de zeescheepvaart

      Backes, Ch.W.; Blomberg, A.B.; Dotinga, H.M.; Soons, A.H.A. (WODC, 2005)
      Het onderzoek is één van de deelprojecten van het programma ‘Bruikbare rechtsorde’. In dit deelproject is onderzocht of de handhavingsplichten van de vlaggenstaat op grond van de Schepenwet en de Wet voorkoming verontreiniging door schepen (Wvvs), binnen de daarvoor geldende internationale kaders, eigentijdser, effectiever en efficiënter kan worden ingevuld. In het onderhavige onderzoek gaat het over de vraag of het internationale recht en het Europese recht het toelaten dat handhaving van de regelgeving op het gebied van de zeescheepvaart geschiedt door middel van bestuurlijke en civielrechtelijke instrumenten in plaats van de thans gebruikelijke strafrechtelijke handhaving.
    • Omvang wettelijk niet-hiërarchisch tuchtrecht 2001-2006 - Eindrapport

      Schol, M.J.; Middelkamp, A.; Winter, H.B. (WODC, 2007)
      Deze inventarisatie is een vervolg op het rapport ‘Beleidsuitgangspunten wettelijk geregeld tuchtrecht’ (2006) dat in opdracht van het Ministerie van Justitie is vervaardigd en is uitgevoerd in het kader van het programma Bruikbare rechtsorde. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is de feitelijke aard en de omvang van de wettelijke, niet-hiërarchische tuchtrechtelijke procedures in de periode 2001-2006 voor de advocaten, accountants, beroepsbeoefenaren in de individuel gezondheidszorg, gerechtsdeurwaarders, notarissen, octrooigemachtigden, loodsen, diergeneeskundigen, zeevarenden en de beroepen van het economisch tuchtrecht?
    • Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank - Een rechtsvergelijkend onderzoek over de ervaringen met Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering

      Noorloos, L.A. van; Hamers, L.E.M.; Ham, J. van der; Kooijmans, T.; Spapens, A.C.M.; Ceulen, R. (Universteit van Tilburg - Departement Strafrecht, 2019)
      Het Wetboek van Strafvordering (Sv) bevat in Titel VIA van het vierde boek (de art. 539a-539w Sv) bepalingen met betrekking tot de opsporing van en het onderzoek naar strafbare feiten buiten het rechtsgebied van een rechtbank. De titel schept een basis in het Nederlandse recht voor de uitoefening van bepaalde strafvorderlijke bevoegdheden op het grondgebied van vreemde staten, de (Nederlandse) territoriale en volle zee, de lucht daarboven en de (kosmische) ruimte. Niet alleen biedt de titel een algemene grondslag voor strafrechtelijk onderzoek en opsporing door Nederlandse autoriteiten in het buitenland, ook bevat de titel een aantal bijzondere regels voor dergelijk optreden waarbij juist wordt afgeweken van de overige regels binnen het Wetboek van Strafvordering. Nederlandse opsporingsambtenaren zullen immers doorgaans niet ter plaatse zijn op het moment dat zich op afgelegen locaties, zoals op zee of in de lucht, een strafbaar feit voltrekt. Ook kan een verdachte niet zomaar voor een rechterlijke autoriteit worden geleid wanneer hij zich op een schip midden op de oceaan bevindt.De doelstelling van het onderzoek omvat vier onderdelen: (1) het beschrijven van de inhoud en context van de bepalingen inzake strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank, (2) inzichtelijk maken van de toepassing van en ervaringen met deze bepalingen in de praktijk, (3) nagaan hoe strafvorderlijke bepalingen met een vergelijkbare doelstelling zijn vormgegeven in de buurlanden en (4) nagaan – op grond van de punten 2 en 3 – of het strekt tot aanbeveling om de art. 539a e.v. Sv aan te passen in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. De doelstellingen 1-3 worden beschouwd als de eerste fase van het onderzoek en doelstelling 4 als de tweede fase. Deze doelstellingen monden uit in de volgende onderzoeksvragen: Wat kan (op hoofdlijnen) worden gezegd over de achtergrond en ontwikkeling van de bepalingen met betrekking tot strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank? Hoe vaak werden in de periode 2010-2018 in concrete gevallen de art. 539a e.v. Sv in strafprocedures toegepast en in welke context? Welke ervaringen hebben betrokken partijen met de toepassing van de art. 539a e.v. Sv? Welke wettelijke mogelijkheden met vergelijkbare strekking als art. 539a e.v. Sv bestaan er in het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Frankrijk en welke verschillen en overeenkomsten zijn er met de Nederlandse wetgeving? INHOUD: 1. Inleiding: onderzoeksvragen en methodologie 2. De achtergrond van Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering 3. De toepassing van Titel VIA 4. Rechtsvergelijkend onderzoek 5. Beschouwing 6. Conclusies en aandachtspunten 7. Samenvatting 8. Summary 9. Bibliografie 10. Bijlagen
    • Telling beslag op zeeschepen in Nederland en de omringende landen

      Ginkel, E.C. van (WODC, 2002)
      Als een reder van een zeeschip schulden heeft, kan de schuldeiser het schip in beslag laten nemen. De indruk bestaat dat in Nederland eenvoudiger beslag kan worden gelegd dan in de ons omringende landen. In deze notitie wordt na gegaan of er in Nederland relatief meer schepen in beslag worden genomen. Verder wordt kort ingegaan op de wetgevingsstelsels in de verschillende landen met betrekking tot de beslagpraktijk.
    • Zeeroof

      Eklöf Amirell, S.; Bruyneel, M.; Honoré Naber, H.A. l'; Liss, C.; Knoops, G.G.J.; Ginkel, B. van; Hemmer, J.; Kamerling, S.; Putten, F.-P. van der (WODC, 2009)
      ARTIKELEN: 1. S. Eklöf Amirell - Zeeroof in Afrika; mondiale en lokale verklaringen voor piratenactiviteit in Nigeria en Somalië 2. M. Bruyneel - Trends in piraterij op zee; verschillen tussen Zuidoost-Azië en Somalië 3. H.A. L'Honoré Naber - Hoe koopvaardijschepen te beschermen tegen zeeroverij? 4. C. Liss - De privatisering van de bestrijding van zeeroof 5. G.G.J. Knoops - Internationale piraterij: naar een supranationale rechtsgang? 6. B. van Ginkel, J. Hemmer, S. Kamerling en F.-P. van der Putten - Op zoek naar oplossingen voor Somalische piraterij 7. Internetsites SAMENVATTING: Zeven jaar geleden besteedde Justitiële verkenningen aandacht aan het fenomeen 'Criminaliteit op zee'. Anno 2009 is het beeld van destijds compleet veranderd. Het aantal piraterij-aanvallen is in Zuidoost-Azië (de Indonesische wateren) flink gedaald onder invloed van economische groei, intensiever toezicht van de nationale kustwachten en nauwere maritieme samenwerking tussen de kuststaten in de regio. Dat de piraterij op zee desondanks niet is afgenomen komt in belangrijke mate voor rekening van zeerovers die opereren vanuit Somalië, in het bijzonder de regio Puntland. In dit themanummer is er in de eerste plaats aandacht voor de lokale en mondiale oorzaken en achtergronden van zeeroof. In lijn met de actualiteit ligt de nadruk op piraterij in Afrika. Daarnaast komen de preventie en bestrijding van piraterij op verschillende niveaus aan de orde.