• Civiel schadeverhaal via het strafproces - Een verkenning van de rechtspraktijk en regelgeving betreffende de voeging benadeelde partij

      Kool, R.S.B.; Backers, P.; Emaus, J.M.; Kristen, F.G.H.; Pluimer, O.S.; Uhm, D.P. van; Gelder, E.M. van (Universiteit Utrecht - Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL), 2016)
      De vraag die in dit onderzoek centraal staat, luidt: Hoe ziet de praktijk van de besluitvorming van de strafrechter ten aanzien van de afdoening van de voeging benadeelde partij in het strafproces er anno 2016 uit? Deze vraag wordt beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen: Hoe verloopt de voorbereiding van de voeging benadeelde partij? Welke knelpunten doen zich daarin voor en zijn daarvoor oplossingen gevonden? Hoe vaak is jaarlijks sprake van een voeging benadeelde partij en hoe verhoudt dit zich tot het jaarlijkse totale aantal zaken? Wat kan op grond van beschikbare data worden gezegd over het aantal en typen zaken waarin de vordering benadeelde partij niet_ontvankelijk wordt verklaard of gedeeltelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard? Hoe adviseert het Openbaar Ministerie en beslist de strafrechter in zaken waarin het gaat om delicten waarin civiel schadeverhaal via het strafproces gelet op de aard van die delicten haalbaar lijkt te zijn? In hoeverre doen de knelpunten met betrekking tot de voeging zoals in 2007 vastgesteld zich nog voor en in hoeverre zijn er eventuele nieuwe knelpunten ontstaan? In hoeverre is het mogelijk om meer van dergelijke (gedeeltelijk) niet_ontvankelijk verklaarde zaken toch in het strafproces te kunnen afdoen? Welke aanpassingen in de behandeling van de civiele voeging zijn daarvoor nodig? INHOUD: 1. Achtergrond en opbouw van het onderzoek 2. Methodologische verantwoording 3. Regelgeving en interpretatie betreffende civiel schadeverhaal via het strafproces en trendgegevens 4. De voorbereiding van het civiele schadeverhaal 5. Uitkomsten van het dossieronderzoek 6. De strafrechtspleging aan het woord: aandachtspunten en oplossingsrichtingen 7. Een verkenning van enkele rechtsfiguren ten behoeve van de verbetering van het civiele schadeverhaal 8. Leesvervangende samenvatting en conclusie
    • Een inventarisatie van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevende functionarissen binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht

      Lindenbergh, S.D.; Schreuder, A.I.; Verbaan, J.H.J. (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2015)
      Er zijn de afgelopen jaren diverse voorvallen aan het licht gekomen waarbij bedrijven en instellingen op onoorbare wijze bleken te hebben gehandeld. In toenemende mate komt daarbij de vraag op naar de mogelijkheden om leidinggevende functionarissen aan te spreken wanneer zij rechtens onjuist handelen c.q. hun positie of hun bedrijf of instelling daarvoor gebruiken. Met dit document wordt beoogd om het bestaande juridische kader ter zake van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevenden van bedrijven en instellingen in hoofdlijnen inzichtelijk te maken. Het doel is primair om een overzicht te bieden, en het bestaande ‘instrumentarium’ binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht in een handzaam document samen te brengen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Civiel recht 3. Strafrecht 4. Bestuursrecht 5. Besluit 6. Schematisch overzicht 7. LIteratuur
    • Het aansprakelijk stellen van bestuurders - Onderzoek naar de overwegingen die spelen bij het al dan niet intern aansprakelijk stellen van bestuurders en interne toezichthouders

      Eshuis, R.J.J.; Holvast, N.L.; Bunt, H.G. van de; Erp, J.G. van; Pham, N.T. (WODC, 2012)
      Dit onderzoek is een uitvloeisel van de toezegging van de toenmalige Minister van Justitie Hirsh Ballin aan de Tweede Kamer om een onderzoek te laten uitvoeren naar de reden voor het vrijwel ontbreken van civielrechtelijke aansprakelijkheidsacties en andere op het civiele recht gebaseerde acties welke in geval van financieel wanbeleid door ondernemingen aanhangig kunnen worden gemaakt. (zie: Kamerstukken II 2008/09, 31386, nrs. 17 en 18) De probleemstelling van dit onderzoek luidt: Wat zijn de redenen voor het niet intern aansprakelijk stellen van de (ex-)bestuurders en (ex-)interne toezichthouders voor de schade als gevolg van een onbehoorlijke taakvervulling, in gevallen waarin daar wel een grond voor leek te bestaan? INHOUD: 1. Inleiding 2. Inzichten uit eerder onderzoek naar besluitvorming over aansprakelijk stellen 3. Juridisch kader bestuurdersaansprakelijkheid 4. Resultaten empirisch onderzoek 5. Conclusies en slotbeschouwing
    • Personenschade en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen

      Bisschop, P.E.; Mulder, J.D.W.E.; Middelburg, M.J.; Letschert, R.M. (SEO economisch onderzoek, 2013)
      Het onderzoek dient inzicht te bieden in hoe de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) in de praktijk voldoet. Slachtoffes van (natuur)rampen raken vaak niet alleen materiële bezittingen kwijt, maar zien zichzelf ook geconfronteerd met pijn, verdriet en andersoortige personenschade. De Wts voorziet nu alleen in een tegemoetkoming van zaakschade. Hoe daaraan personenschade kan worden toegevoegd bij een mogelijke herziening van de Wts is de hoofdvraag van dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Huidige praktijk Wts 3. Personenschade en de Wts 4. Hoe kan personenschade gewaardeerd worden? 5. Waardering van personenschade door overheden 6. Synthese
    • Schade tijdens rampen, calamiteiten en incidenten - onderzoek naar de aansprakelijkheid van (zelf)redzame burgers

      Alst, S. (Yacht, 2011)
      De overheid voert een actief beleid om burgers op te roepen tot (zelf)redzaam gedrag in rampsituaties. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat burgers schade toebrengen aan zichzelf of anderen. Tevens kunnen zich situaties voordoen waarbij hulpverleningsdiensten schade toebrengen aan derden. Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij burgers (die wel of niet zelfredzaam of redzaam zijn) schade veroorzaken: Situatie tijdens een ramp/incident (warme fase): de burger redt a. De burger redt spontaan (hulpverlening is nog niet aanwezig) b. De burger redt op verzoek van de hulpverlening c. De burger loopt zelf schade op Aansprakelijkheid van de veiligheidsregio/gemeenten ten opzichte van derden a. Situatie tijdens een ramp, incident, calamiteit of oefening b. Situatie bij een loze melding In het onderzoek wordt onderzocht hoe de aansprakelijkheid in zulke situaties is geregeld. Onderzoek gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC).
    • Schadeclaims - Kan het goedkoper en minder belastend?

      Zeeland, C.M.C. van; Barendrecht, J.M.; Kamminga, Y.P.; Tzankova, I.N. (WODC, 2004)
      Het verhalen van schade, via gerechtelijke procedures of andere mechanismen brengt vaak aanzienlijke kosten met zich mee. Het lijkt er op dat schadelijders in toenemende mate geneigd zijn hun schade te verhalen, waardoor kan worden verwacht dat de (maatschappelijke) kosten zullen stijgen. In dit onderzoek worden goedkopere alternatieven voor de huidige procedures en mechanismen om schade te verhalen geïnventariseerd.
    • Schadeverhaal na een strafbaar feit via de kantonrechter - Een verkennend dossieronderzoek

      Kool, R.S.B.; Hebly, M.R.; Orvini, L.; Loeve, C.R.R.; Giesen, I. (Universiteit Utrecht - Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall), 2014)
      De centrale vraag binnen dit onderzoek luidt: Hoeveel procent van de kantonprocedures die na 1 juli 2011 zijn getypeerd als 'Verbintenissenrecht, overig verbintenissenrecht' betrof naar schatting een vordering tot schadevergoeding naar aanleiding van een strafbaar feit? Dit onderzoek kan gezien worden als een vervolgonderzoek op het onderzoek van Schrama en Geurts (2012) naar civiel schadeverhaal bij de civiele rechter en het onderzoek van Van Dongen e.a. (2013) naar de ervaringen van slachtoffers met het verhalen van hun schade. INHOUD: 1. Inleiding 2. De kantonrechter als route voor civiel schadeverhaal 3. Zaakstypering in het systeem van de rechtbanken 4. Dossieronderzoek: verantwoording en resultaten 5. Conclusie
    • Slachtofferzorg bij het openbaar ministerie

      Hecke, T. van; Wemmers, J.; Junger, M. (WODC, 1990)
      Doel: In april 1987 werden de richtlijnen aan politie en O.M. t.a.v. de uitbreiding van het slachtofferbeleid gepubliceerd. Doel van het onderzoek is het nieuwe slachtofferbeleid in het arrondissement Rotterdam te evalueren. De nadruk valt hierbij op de uitvoering van het slachtofferbeleid door het O.M. Probleemstelling: De centrale onderzoeksvragen luiden: hoe is de slachtofferzorg in het arrondissement georganiseerd en wat zijn de consequenties van dit nieuwe slachtofferbeleid in termen van werkbelasting van de parketadministratie en van de leden van het O.M.? Daarnaast zal getracht worden een antwoord te vinden op de vraag wat het effect is van dit nieuwe slachtofferbeleid op slachtoffers en daders van misdrijven. Aan het eigenlijke onderzoek gaat een pilot-study vooraf. De opzet van het eigenlijke onderzoek zal in grote mate bepaald worden aan de hand van de resultaten van de pilot-study. Opzet: De gegevensverzameling voor dit voor-onderzoek gebeurt door middel van interviews, enquetes en een beperkte dossierstudie. INHOUD: 1. Inleiding 2. De uitvoering van de richtlijnen 3. Eerste resultaten van het slachtofferinformatiesysteem 4. Beschrijving van het netwerk met betrekking tot slachtofferzorg 5. Opvattingen van officieren van justitie en parketsecretarissen over slachtofferzorg 6. Conclusies
    • Vergoeding van schade ten gevolge van rechtmatig en onrechtmatig overheidsoptreden - een beeld van de praktijk

      Mein, A.G.; Drost, L.F.; Balogh, L. (WODC, 2008)
      Dit rapport bevat een verslag van een beschrijvend onderzoek naar de praktijk van schadevergoeding bij rechtmatig en onrechtmatig strafvorderlijk optreden. Dit in verband met de uitwerking van het wetsvoorstel Schadecompensatie bij strafvorderlijk overheidsoptreden.
    • Vermogensdelicten binnen het huwelijk en het geregistreerd partnerschap - Een onderzoek naar de aard en omvang, de vervolgingsuitsluitingsgrond en civielrechtelijke alternatieven voor strafvervolging

      Aa, S. van der; Lahlah, E.; Smits, V. (Tilburg University - Intenational Victimology Institute Tilburg (INTERVICT), 2017)
      In Nederland kunnen gehuwden en geregistreerde partners ongestraft vermogensdelicten plegen tegen hun wederhelft. Vanwege de vervolgingsuitsluitingsgrond in artikel 316 Sr mag het OM vermogensdelicten gepleegd binnen deze formele relatievormen namelijk niet vervolgen. In dit onderzoek is een inschatting gemaakt van de aard en omvang van vermogensdelicten binnen het huwelijk. Daarnaast is onderzocht welke civielrechtelijke mogelijkheden bestaan om vermogensdelicten binnen het huwelijk aan te pakken en hoe relevante beroepsgroepen, zoals medewerkers Veilig Thuis, echtscheidingsadvocaten en strafrechtacademici, denken over de vervolgingsuitsluitingsgrond. Ten slotte is gekeken hoe buitenlandse strafwetgevers omgaan met deze problematiek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aard en omvang: literatuurreview 3. Aard: jurisprudentie 4. Aard en omvang: professionals 5. Civielrechtelijke alternatieven 6. Vervolgingsuitsluiting: strafrechtacademici 7. Survey in EU-lidstaten 8. Conclusie