• Afspraak is afspraak? - Evaluatie van de eenduidige landelijke afspraken rondom opsporing en vervolging van geweld tegen werknemers met een publieke taak

      Kuppens, J.; Rijnink, R.; Esseveldt, J. van; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2019)
      Sinds 2010 vormen de zogenaamde Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) voor de politie en het Openbaar Ministerie (OM) een handelingskader voor opsporing en vervolging na geweld tegen werknemers met een publieke taak. De ELA, een set van 32 afspraken, zijn te beschouwen als instrument voor de politie en het OM om invulling te geven aan het repressieve deel van het programma Veilige Publieke Taak (VPT). De ELA zijn nog steeds operationeel, terwijl het programma VPT, waarin ook aandacht was voor preventie, eind 2016 is afgelopen. Het doel van deze evaluatie is inzicht verkrijgen in de uitvoering van de ELA door politie en OM. De centrale vraagstelling luidt: hoe worden de Eenduidige Landelijke Afspraken toegepast en nageleefd door politie en OM en wat zijn de ervaringen van de betrokken partijen met de ELA?
    • Afzonderlijke behandeling vordering benadeelde partij - Financiële consequenties voor de Staat van toepassing Voorschotregeling

      Dantzig, L.A. van; Kuipers, J.P.; Rij, J.C. van; Akkermans, A.J. (medew.) (Cebeon, 2021-12)
      Het beoogde nieuwe Wetboek van Strafvordering bevat de mogelijkheid om complexe vorderingen tot schadevergoeding van slachtoffers van een gewelds- of zedenmisdrijf als benadeelde partijen af te splitsen van de hoofdzaak en in een afzonderlijke procedure in het strafrecht te behandelen.1 Aanleiding hiervoor is dat in de huidige situatie de strafrechter een civiele vordering van de benadeelde partij niet behandelt, als dit naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij krijgt in dat geval geen schadevergoeding toegewezen in het strafproces. Weliswaar staat de weg naar de civiele rechter dan nog open, maar een civiele procedure kent drempels die er in de strafprocedure niet zijn.2 Afzonderlijke behandeling in een aparte schadevergoedingskamer zou behandeling in het strafproces alsnog mogelijk moeten maken, waardoor de voordelen voor het slachtoffer van strafrechtelijke behandeling blijven bestaan. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat zijn, volgens een beredeneerde schatting, de jaarlijkse publieke kosten van het toevoegen van de voor-schotregeling aan de afzonderlijke behandeling vordering benadeelde partij, zoals opgenomen in het concept nieuwe Wetboek van Strafvordering? INHOUD: 1. Inleiding 2. Problematiek niet-ontvankelijke vorderingen 3. Huidige praktijk: voeging en ontvankelijkheid 4. Toekomst: afzonderlijke behandeling 5. Voorschotregeling
    • Civiel schadeverhaal door slachtoffers van strafbare feiten - de rol van de civiele procedure: gebruik, knelpunten en oplossingsrichtingen

      Schrama, W.M.; Geurts, T. (WODC, 2012)
      In deze rapportage is onderzocht welke rol civiele procedures voor de vergoeding van schade spelen voor slachtoffers van strafbare feiten, welke knelpunten zich daarbij voor slachtoffers kunnen voordoen volgens professionals en welke oplossingsrichtingen voor geconstateerde knelpunten denkbaar zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Inleiding routekaart 3. Routekaart algemeen 4. Routekaart bij onbekende dader 5. Routekaart bij bekende dader 6. Samenvatting 7. Inleiding civiele schadevergoedingszaken 8. Civiele procedure 9. Resultaat van civiel procederen 10. Samenvatting en conclusies 11. Inleiding knelpunten 12. Mogelijke knelpunten voor professionals 13. Voorgestelde oplossingsrichtingen 14. Samenvatting 15. Conclusies
    • Civiel schadeverhaal via het strafproces - Een verkenning van de rechtspraktijk en regelgeving betreffende de voeging benadeelde partij

      Kool, R.S.B.; Backers, P.; Emaus, J.M.; Kristen, F.G.H.; Pluimer, O.S.; Uhm, D.P. van; Gelder, E.M. van (Universiteit Utrecht - Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL), 2016)
      De vraag die in dit onderzoek centraal staat, luidt: Hoe ziet de praktijk van de besluitvorming van de strafrechter ten aanzien van de afdoening van de voeging benadeelde partij in het strafproces er anno 2016 uit? Deze vraag wordt beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen: Hoe verloopt de voorbereiding van de voeging benadeelde partij? Welke knelpunten doen zich daarin voor en zijn daarvoor oplossingen gevonden? Hoe vaak is jaarlijks sprake van een voeging benadeelde partij en hoe verhoudt dit zich tot het jaarlijkse totale aantal zaken? Wat kan op grond van beschikbare data worden gezegd over het aantal en typen zaken waarin de vordering benadeelde partij niet_ontvankelijk wordt verklaard of gedeeltelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard? Hoe adviseert het Openbaar Ministerie en beslist de strafrechter in zaken waarin het gaat om delicten waarin civiel schadeverhaal via het strafproces gelet op de aard van die delicten haalbaar lijkt te zijn? In hoeverre doen de knelpunten met betrekking tot de voeging zoals in 2007 vastgesteld zich nog voor en in hoeverre zijn er eventuele nieuwe knelpunten ontstaan? In hoeverre is het mogelijk om meer van dergelijke (gedeeltelijk) niet_ontvankelijk verklaarde zaken toch in het strafproces te kunnen afdoen? Welke aanpassingen in de behandeling van de civiele voeging zijn daarvoor nodig? INHOUD: 1. Achtergrond en opbouw van het onderzoek 2. Methodologische verantwoording 3. Regelgeving en interpretatie betreffende civiel schadeverhaal via het strafproces en trendgegevens 4. De voorbereiding van het civiele schadeverhaal 5. Uitkomsten van het dossieronderzoek 6. De strafrechtspleging aan het woord: aandachtspunten en oplossingsrichtingen 7. Een verkenning van enkele rechtsfiguren ten behoeve van de verbetering van het civiele schadeverhaal 8. Leesvervangende samenvatting en conclusie
    • Compensatie en verhaal van schade door strafbare feiten - Verkenning en bronnen, volumes en publieke kosten

      Hebly, M.R.; Lindenbergh, S.D.; Visscher, L.T.; Desmet, P.T.M. (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2020)
      In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: Welke bronnen kunnen slachtoffers van strafbare feiten aanboren ter compensatie van hun schade, in hoeverre vinden compensatie van het slachtoffer en verhaal op de dader via die bronnen daadwerkelijk plaats en in hoeverre zijn daarmee publieke kosten gemoeid? Deze drieledige onderzoeksvraag omvat de volgende deelvragen: 1. Welke bronnen kunnen slachtoffers van strafbare feiten aanboren ter compensatie van hun schade? 2. In hoeverre vinden via die bronnen daadwerkelijk compensatie van het slachtoffer en verhaal op de dader plaats? 3. In hoeverre zijn publieke kosten gemoeid met compensatie en verhaal van schade door strafbare feiten? INHOUD: 1. Inleiding 2. Private verzekering 3. Sociale zekerheid 4. Schadefonds geweldsmisdrijven 5. Verhaal op de dader 6. Conclusies en bevindingen 7. Summary 8. Literatuur 9. Samenstelling begeleidingscommissie 10. Bevraagde personen
    • De bescherming van minderjarige slachtoffers - Implementatie van internationale voorschriften in nationale wet- en regelgeving in de praktijk

      Sondorp, J.E.; Hoogeveen, C.E. (Adviesbureau Van Montfoort, 2020)
      Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen in hoeverre internationale voorschriften ten aanzien van de behandeling en positie van minderjarige slachtoffers zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving en in de praktijk. Bijkomend doel is om te benoemen op welke punten er mogelijk hiaten zijn en op welk terrein Nederland juist verder gaat dan hetgeen internationaal verplicht wordt gesteld of wordt aanbevolen. Het onderzoek is verricht in opdracht van het WODC op verzoek van de Directie Slachtofferbeleid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De volgende onderzoeksvragen worden in dit onderzoek beantwoord: Welke verplichtingen heeft Nederland op grond van internationale richtlijnen en verdragen als het gaat om de bescherming van minderjarige slachtoffers van misdrijven binnen de context van de toepassing van het strafrecht? Welke van deze verplichtingen zijn in Nederland tot dusver op papier geïmplementeerd en op welke wijze? Zijn de op papier geïmplementeerde verplichtingen ook in de uitvoeringspraktijk doorgevoerd. In welke mate wel of (nog) niet? INHOUD: 1. Inleiding en onderzoeksvragen 2. Onderzoeksverantwoording 3. Internationaal en nationaal kader 4. Verplichtingen Nederland vanuit internationaal kader 5. Bescherming van minderjarige slachtoffers in de praktijk 6. Conclusies
    • De praktijk van schadevergoeding voor slachtoffers van misdrijven

      Wingerden, S. van; Moerings, M.; Wilsem, J. van (WODC, 2007)
      Dit is een onderzoek naar de vraag hoe schadebemiddeling door politie en OM verloopt en hoe de schadeclaim binnen het strafrechtelijke traject verloopt. Het onderzoek richt zich op zowel de maatregelen als de knelpunten, waarbij tevens aandacht wordt geschonken aan de schadevergoedingsmaatregel voor de detailhandel en knelpunten die aldaar worden ervaren.
    • De transactie in misdrijfzaken - een beleidsevaluatie

      Kommer, M.M.; Essers, J.J.A.; Damen, W.A.F. (WODC, 1986)
      Op 1 mei 1983 verkreeg de officier van justitie de bevoegdheid om in gewone misdrijfzaken (met ten hoogste een strafmaximum van 6 jaar gevangenisstraf) een transactie aan te bieden, d.w.z. de verdachte mede te delen bij voldoening aan een of meer transactievoorwaarden bereid te zijn van verdere strafvervolging af te zien. Op verzoek van de vergadering van procureurs-generaal bij de Gerechtshoven is door het WODC een onderzoek uitgevoerd naar de toepassing van deze transactiebevoegdheid. Van dit onderzoek wordt hier verslag gedaan. Onderzoeksvragen waren:in welke gevallen (soort delict, ernst, persoon verdachte) wordt een transactie-aanbod gedaan;hoe vaak wordt hieraan (per delictscategorie) voorwaarden verbonden, in het bijzonder die van schadeloosstelling van de gedupeerde; in welke mate worden de transactievoorstellen (inclusief de voorwaarden) aanvaard;welke afdoening krijgen de niet-aanvaarde transactievoorstellen en op welke termijn gebeurt dit?
    • Erkenning, genoegdoening of opnieuw geraakt - Ervaringen met de financiële regelingen 'Seksueel misbruik in instellingen en pleeggezinnen'

      Rij, C. van (Cebeon - Centrum Beleidsadviserend Onderzoek, 2017)
      De Commissie-Samson deed in 2010-2012 onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen die, sinds 1945, op gezag van de overheid in (rijks)instellingen of pleeggezinnen waren geplaatst (Omringd door zorg, toch niet veilig; seksueel misbruik van door de overheid uit huis geplaatste kinderen, 2012). Op basis van het rapport zijn twee (tijdelijke) regelingen getroffen voor een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers van seksueel misbruik van uit huis geplaatste kinderen van 1945 tot heden. Het betreft Het Statuut voor de buitengerechtelijke afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding in verband met seksueel misbruik van minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen en de Tijdelijke regeling uitkeringen seksueel misbruik minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat zijn de ervaringen van aanvragers, instellingen en uitvoerders met de regelingen voor schadever-goeding en financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van seksueel misbruik in residentiële instellingen en pleeggezinnen? INHOUD: 1. Inleiding 2. De financiële regelingen 3. Omvang beroep op financiële regelingen 4. Perspectief van slachtoffers 5. Perspectief van de instellingen 6. Perspectief uitvoerder Schadefonds 7. Analyse en conclusie
    • Evaluatie Terwee: tevree met Terwee? - Samenvattende rapportage van de evaluatie-onderzoeken

      Slotboom, A.; Wemmers, J. (WODC, 1994)
      Dit verslag bevat een samenvatting van de evaluatie-onderzoeken naar de Wet en richtlijn Terwee. De evaluatie bestaat uit een viertal deelonderzoeken. In dit rapport worden de afzonderlijke bevindingen uit de deelonderzoeken geïntegreerd tot één geheel.
    • Evaluatie Terwee: werklastonderzoek Wet en Richtlijn Terwee - deelrapport 1: onderzoek pre Terwee

      Unknown author (WODC, 1993)
      Dit zijn de resultaten van een onderzoek naar werklasteffecten bij verschillende organisaties.
    • Evaluatie Terwee: werklastonderzoek Wet en Richtlijn Terwee - eindrapport

      Unknown author (WODC, 1994)
      Dit zijn de resultaten van een onderzoek naar werklasteffecten bij verschillende organisaties.
    • Evaluatie van de regelgeving slachtofferzorg - Verslag van een onderzoek ter evaluatie van de wet en regelgeving Terwee

      Alta, S.; Erp, J. van; Nienhuis, A.; Verberk, S.; Verberk, M. (B&A Groep, 2001)
      Deze eindbalans van de regelgeving Terwee beoogt inzicht te geven in:de mate waarin slachtoffers tevreden zijn over de zorg/bijstand die zij hebben ontvangen van de betrokken instanties;de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan Terwee door de betrokken instanties, de prestaties die worden geleverd, en de opvattingen van de direct betrokkenen over de uitvoerbaarheid en de effectiviteit van Terwee.
    • Evaluatie voorschotregeling voor zeden- en geweldsmisdrijven - en de daaraan gerelateerde inning m.b.t. schadevergoedingsmaatregelen

      Kuipers, J.; Rij, C. van (Cebeon - Centrum Beleidsadviserend Onderzoek, 2018)
      De voorschotregeling voor zeden- en geweldmisdrijven is in het leven geroepen om onnodig (extra) leed van slachtoffers te voorkomen als gevolg van lange inningsprocedures. Slachtoffers krijgenhierbij na 8 maanden het resterende deel van de schadevergoeding uitgekeerd van de overheid. Om inzicht te krijgen in de risico’s die de overheid loopt met deze regeling (en eventuele uitbreidingen) is nadere informatie nodig over de uitvoering van de voorschotregeling en de daaraan gerelateerde inning van schadevergoedingsmaatregelen voor zeden- en geweldsmisdrijven: wat zijn de resultaten en zijn op basis van de gevonden resultaten verbeteringen mogelijk? INHOUD: 1. Inleiding 2. De voorschotregeling 3. Methoden van onderzoek 4. Beschrijving inningsgegevens 5. Analyse ingezette (dwang)middelen 6. Analyse inning 7. Financieel risico voor overheid
    • Evalutie Terwee: werklastonderzoek Wet en Richtlijn Terwee - Deelrapport 2: Onderzoek post Terwee

      Unknown author (KPMG Klynveld Management Consutants, 1994)
      De gegevens uit beide deelrapporten dienen als basis voor het eindrapport met daarin een overzicht van de bevindingen uit de voor- en nameting.
    • "Halt" - een alternatieve aanpak van vandalisme - interimrapport van een evaluatie-onderzoek naar vandalismeprojecten

      Kruissink, M. (WODC, 1987)
      In dit interimrapport worden de zeven bestaande Halt-projecten beschreven. Daarbij komen aan de orde: de organisatie in het algemeen, de doelstellingen, de concrete werkwijze ten aanzien van de alternatieve bezigheden en de overige activiteiten die de projecten ondernamen. In het laatste hoofdstuk worden deze punten geëvalueerd.
    • Het slachtoffer in het strafproces

      Unknown author (WODC, 1982)
      Op 20 april jl. heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum een studiedag georganiseerd over de plaats van het slachtoffer in het strafproces. In dit themanummer van Justitiële Verkenningen wordt eerst het openingswoord van de Staatssecretaris, mr. M. Scheltema, integraal weergegeven.
    • 'Je hebt geluk als je van een pauw mag plukken.' - Ervaringen van slachtoffers van strafbare feiten met het verhalen van hun schade

      Dongen, J.D.M. van; Hebly, M.R.; Lindenbergh, S.D. (Erasmus Universiteit Rotterdam - Erasmus school of law, 2013)
      Wat ondernemen slachtoffers van delicten, behalve zich te voegen in het strafproces, om hun schade vergoed te krijgen? Wat zijn hun overwegeningen bij het al dan niet volgen van verschillende wegen en wat zijn hun feitelijke ervaringen bij schadeverhaal? Deze vragen staan centraal in dit onderzoek. Het gaat om ervaringen van slachtoffers van strafbare feiten met het verhalven van hun schade. Verhaal wordt hier verstaan in de brede zin van het verkrijgen van financiële middelen uit eigen voorzieningen (verzekering), specifieke overheidsvoorzieningen (waarborg- of schadefonds) en verhaal op de dader (schikking met behulp van politie of OM, via voeging, via een civiele procedure).
    • Jeugd-varianummer

      Unknown author (WODC, 1986)
      Dit Jeugd-varianummer van Justitiele Verkenningen wordt geopend met een bijdrage — gebaseerd op een reisverslag — van drs. P.H. van der Laan. Reeds in 1983 werd een themanummer gewijd aan alternatieve sancties voor minderjarigen waarin onder meer aandacht werd besteed aan de leerprojecten. Het artikel kan als een soort vervolg daarop beschouwd worden. Het artikel in bewerkte te vorm van G. Zwier en G.M. Vaughan behandelt drie ideologische benaderingen in het onderzoek naar schoolvandalisme. De bewerking van het artikel van Blagg gaat over genoegdoening in de vorm van schadevergoeding, excuses of werkzaamheden ten behoeve van het slachtoffer. In het laatste artikel doen dr. C.H.C. van Nijnatten en B.J. van Ommeren verslag van een experiment waarbij binnen kinderbeschermings- en residentiele jeugdhulpverleningsinstellingen wordt gewerkt met een nieuwe wijze van rapporteren, het zogenaamde Werkplan.
    • Kinderbescherming: van gerechtelijk model naar welzijnsmodel

      Unknown author (WODC, 1981)
      Dit nummer van JV is gewijd aan veranderingen binnen het kinderbeschermingssysteem. Die veranderingen zijn niet uniek voor ons land: ze vinden plaats in vele van de ons omringende landen en in Noord-Amerika. De vragen waar we in dit nummer op in willen gaan betreffen het meer algemene karakter van die ontwikkelingen: hoe zijn ze te verklaren, waar komen ze vandaan en wat is de achterliggende filosofie ervan?