• De plausibiliteit van het prognosemodel sanctiecapaciteit - Eindrapportage

      Unknown author (KMPG - Bureau voor Economische Argumentatie, 1998)
      Dit rapport behandelt de plausibiliteit van het JUKE-BOX1-model dat het Ministerie van Justitie gebruikt om het toekomstig benodigde aantal gevangeniscellen en taakstraffen voor meerderjarigen (sanctiecapaciteit) te voorspellen. Het model is ontwikkeld door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De naam staat voor BOX1 van het JUstitie KEtenmodel. Het rapport bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat een beschrijving van het JUKE-BOX1-model. De belangrijkste variabelen die gebruikt worden in het voorspellingsmodel zijn: aantal delicten (beïnvloed door pakkans, strafkans, gevangenisstrafkans en gemiddelde strafduur), aantal ophelderingen, aantal bestraffingen, aantal en duur gevangenistraffen en taakstraffen, beroep op celcapaciteit en de maatschappelijke factoren en hun invloed op de criminaliteit. Het tweede deel is een weergave van de opvattingen die door deelnemers (deskundigen op het gebied van het gevangeniswezen en/of taakstraffen) aan twee discussiebijeenkomsten, die georganiseerd waren door het BEA, naar voren zijn gebracht.
    • De Wet Bibob en het eigen onderzoek van bestuursorganen - Een verkenning van scenario's

      Sibma, A.; Tollenaar, A.; Jager, L. de; Buggenum, I. van; Winter, H. (Pro Facto, 2014)
      Sinds 1 juni 2003 kunnen verschillende bestuursorganen bij een aantal beschikkingen gebruik maken van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). In dit onderzoeksrapport staat de volgende vraag centraal: Hoe kan de Bibob-procedure zo worden ingericht dat bestuursorganen zo snel mogelijk over een goed en rechtmatig tot stand gekomen advies beschikken ten behoeve van hun besluitvorming? Ter beantwoording van deze vraag zijn twee deelonderzoeken verricht. Het eerste deelonderzoek betrof een inventarisatie van de huidige samenwerking en informatie-uitwisseling, terwijl in het kader van het tweede deelonderzoek een scenarioverkenning is verricht. INHOUD: 1. Onderzoeksvragen en -aanpak 2. Bibob op hoofdlijnen 3. Praktijk van de Wet Bibob 4. Analyse bevindingen 5. Scenarioverkenning 6. Conclusies
    • Monitormechanismen 'Justitie over morgen'

      Unknown author (WODC, 2008)
      In 'Justitie over morgen: scenario's ens strategieën voor 2015' zijn door het Ministerie van Justitie vier toekomstscenario's ontwikkeld, waarmee Justitie in de periode tot 2015 te maken zou kunnen krijgen. Aan deze toekomstbeelden liggen twee kernonzekerheden ten grondslag, namelijk de vraag naar sociale veiligheid en internationalisering. Doel van dit onderzoek is om er zicht op te krijgen op welk scenario zich op basis van het monitormechanisme in de toekomst lijkt te ontvouwen.
    • Op weg naar een Weerbare Open Samenleving - Bouwstenen voor een toekomstvisie

      Noordegraaf, M.; Schiffelers, M.-J.; Geuijen, K.; Morree, P. de; Pekelder, J.; Leferink, E. (medew.) (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2018)
      Doel van dit onderzoek is het aanleveren van bouwstenen voor de discussie over de omgang met complexe veiligheidsuitdagingen waar de Nederlandse samenleving en overheid zich voor gesteld zien. Meer specifiek zoeken we naar voorbeelden die laten zien welke veiligheidspraktijken ingezet worden om op (potentiële) dreigingen te anticiperen en reageren, hoe dat gebeurt en door wie. We kijken daarbij vooral naar hoe deze praktijken zich verhouden tot de belangen die verdedigd dienen te worden. Daarvoor hanteren wij het concept van de weerbare open samenleving (WOS). Kunnen overheden een balans vinden tussen enerzijds het weerbaar maken van een samenleving en anderzijds het beschermen van de open samenleving met inachtneming van democratische en rechtsstatelijke waarden?De hoofdvraag die wij in dit onderzoek hanteren luidt: Hoe kan de overheid dreigingen/verstoringen vanuit de omgeving voor de weerbare opensamenleving detecteren en duiden, om hier (in een zo vroeg mogelijk stadium en in onderlinge samenhang) op een gebalanceerde wijze op te kunnen reageren, om zodoende de opensamenleving met haar democratische en rechtsstatelijke waarden te beschermen?Deze hoofdvraag is om redenen van onderzoekbaarheid teruggebracht naar het uitwerken van twee specifieke verstoringen/dreigingen in andere landen die naar verwachting van belang zijn voor de Nederlandse context. Daartoe is een tweetal experienced cases beschreven van westerse democratieën en hun omgang met een complexe, grensoverschrijdende dreiging/verstoring. Doel van de casuïstiek is het ophalen van mogelijke lessen ten behoeve van de Nederlandse aanpak. In dit onderzoek is gekozen voor de volgende twee casus: 1. Duitsland: Omgaan met migrantenstromen 2.Israël: Afwending van cyberaanvallen. INHOUD: 1. Introductie 2. Analysekader 3. Onderzoeksopzet 4. De crisis rond de vluchtelingen-kwestie in Duitsland 5. Vertaalslag naar Nederlandse context: verstoringen rond de vluchtelingen-kwestie 6. Cybersecurity in Israël 7. Vertaalslag naar de Nederlandse context: het cyber-security vraagstuk 8. Conclusies en aanbevelingen
    • Prognose van de sanctiecapaciteit 1999-2003

      Steinmann, P.L.M.; Tulder, F.P. van; Heide, W. van der (WODC, 1999)
      Dit rapport presenteert prognoses tot 2003 op het gebied van Halt-afdoeningen, taakstraffen, justitiele jeugdinrichtingen, gevangeniswezen en tbs-inrichtingen. Op alle terreinen wordt een groei verwacht. Deze is het sterkst bij minderjarigen. De verwachte groei in de periode 1999-2003 varieert van 10 procent bij het gevangeniswezen tot bijna 60 procent bij de justitiele jeugdinrichtingen.
    • Prognose van de sanctiecapaciteit 2000-2005

      Heide, W. van der; Moolenaar, D.E.G.; Tulder, F.P. van (WODC, 2001)
      Dit rapport presenteert de tweede actualisering van de prognose sanctiecapaciteit die onder verantwoordelijkheid van het WODC tot stand komt. Het betreft prognoses van de benodigde sanctiecapaciteit in de periode 2000 tot 2005 op het gebied van Halt-afdoeningen, taakstraffen (meer- en minderjarigen), justitiele jeugdinrichtingen, gevangeniswezen, vreemdelingenbewaring en tbs-inrichtingen. De prognoses zijn 'beleidsneutraal'. Dat wil zeggen dat ze uitgaan van gelijkblijvend beleid. Het effect van aanstaande beleids- en wetswijzigingen is niet in de prognoses verdisconteerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Halt 3. Taakstraffen minderjarigen 4. Justitiële jeugdinrichtingen 5. Taakstraffen meerderjarigen 6. Gevangeniswezen (exclusief vreemdelingenbewaring) 7. Vreemdelingenbewaring 8. Tbs-klinieken 9. Nawoord
    • Regulering van immersieve technologieën

      Schermer, B.W.; Ham, J. van (Considerati, 2021-08)
      Net als vele andere digitale innovaties bieden immersieve technologieën grote kansen voor onze samenleving. Immersieve technologieën zoals virtual reality en augmented reality kunnen mensen op nieuwe manieren bij elkaar brengen, spelen een rol in de behandeling van ziekten en pijn, vullen de werkelijkheid aan met nuttige informatie en bieden nieuwe vormen van spel en entertainment. Tegelijkertijd brengen de ontwikkeling en het gebruik van immersieve technologieën ook nieuwe risico’s met zich mee. Dit roept de vraag op hoe wij de ontwikkeling en het gebruik van immersieve technologieën moeten reguleren. De probleemstelling voor dit onderzoek is daarom: Dient de verwachte doorbraak van immersieve technologie te leiden tot aanpassingen van de bestaande reguleringskaders en wettelijke voorschriften en zo ja, op welke wijze? Het valt te verwachten dat een brede adoptie van immersieve technologieën ongewenste effecten gaat hebben en maatschappelijke vragen oproept. Op basis van ons onderzoek komen wij tot de volgende categorisering van mogelijke vraagstukken / risico’s die een brede adoptie van immersieve technologieën met zich mee kan brengen: 1) schadelijke en illegale gedragingen in virtuele werelden; 2) schadelijke gevolgen door het gebruik van immersieve technologieën in de fysieke wereld; 3) schadelijke effecten ingegeven door het gebruik / misbruik van immersieve technologieën; 4) sociaal-maatschappelijke vraagstukken; en 5) misbruik van immersieve technologieën door derden.
    • Sanctiecapaciteit 2007 - Een beleidsneutrale prognose

      Moolenaar, D.E.G. (WODC, 2003)
      Dit rapport presenteert de vierde actualisering van de prognose sanctiecapaciteit die onder de verantwoordelijkheid van het WODC totstandkomt. Het betreft beleidsneutrale prognoses van de benodigde sanctiecapaciteit tot en met 2007 voor de terreinen taakstraffen (minder- en meerderjarigen), gevangeniswezen, vreemdelingenbewaring, tbs-klinieken, Halt en justitiële jeugdinrichtingen. ‘Beleidsneutraal’ wil zeggen dat de prognoses uitgaan van gelijkblijvend beleid. Het effect van voorgenomen beleids- en wetswijzigingen is niet in de prognoses verdisconteerd. Ook zijn de effecten van recentelijk ingezet beleid (na 2001) niet in de prognoses verwerkt, omdat de prognoses gebaseerd zijn op politie- en rechtbankcijfers tot en met 2001. INHOUD: 1. Inleiding 2. Verwachte ontwikkelingen in (achtergronden van) criminaliteit, opsporing en bestraffing 3. Taakstraffen meerderjarigen 4. Gevangeniswezen (exclusief vreemdelingenbewaring) 5. Vreemdelingenbewaring 6. Tbs-klinieken 7. Minderjarige verdachten en ondertoezichtstellingen 8. Halt-afdoeningen 9. Taakstraffen minderjarigen 10. Opvanginrichtingen 11. Behandelinrichtingen
    • Sanctiecapaciteit 2008

      Leertouwer, E.C.; Huijbregts, G.L.A.M. (WODC, 2004)
      Uit dit onderzoek blijkt dat de behoefte aan sanctiecapaciteit tussen nu (2004) en het jaar 2008 flink zal toenemen. Op alle terreinen wordt een groei verwacht ten opzichte van 2002. Om justitievoorzieningen in de komende jaren te kunnen plannen, is het van belang om inzicht in de behoefte aan sanctiecapaciteit te hebben. Het WODC maakt sinds 1998 ieder jaar een dergelijke prognose. Hierbij gaat het niet alleen om de capaciteitsbehoefte in de justitiële inrichtingen, maar ook om die van de sancties die buiten de gevangenismuren ten uitvoer worden gebracht. Zo wordt de capaciteitsbehoefte geraamd voor het gevangeniswezen, taakstraffen voor meerderjarigen en minderjarigen, vreemdelingenbewaring, tbs-klinieken, Halt-afdoeningen, Stop-reacties en de justitiële jeugdinrichtingen. Voor de Justitiebegroting 2005 is de behoefte aan sanctiecapaciteit tot en met 2008 geraamd. Op alle terreinen wordt een groei verwacht van de capaciteitsbehoefte in 2008 ten opzichte van 2002. In de afgelopen jaren werd ook al een stijging van de behoefte aan sanctiecapaciteit verwacht door het WODC. Beleidsneutraal Het WODC maakt beleidsneutrale prognoses met behulp van het nieuw ontwikkelde Prognosemodel Justitiële Ketens. Dat wil zeggen dat de WODC-prognose uitgaat van in de toekomst gelijkblijvend beleid. Naast de beleidsneutrale prognoses voor de jaren 2004-2008 zijn ditmaal ook de beleidsrijke prognoses in het rapport opgenomen. De gepresenteerde behoefte aan intramurale capaciteit is groter dan de beschikbare capaciteit. Voor een toelichting daarop wordt verwezen naar de Justitiebegroting 2005, waarin ook maatregelen zijn opgenomen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Verklarende variabelen 3. Strafrechtsketen meerderjarigen 4. Taakstraffen meerderjarigen 5. Gevangeniswezen (exclusief vreemdelingenbewaring) 6. Vreemdelingenbewaring 7. Tbs-klinieken 8. Ondertoezichtstellingen 12- t/m 17-jarigen 9. Strafrechtsketen minderjarigen 10. Stop en Halt 11. Taakstraffen minderjarigen 12. Opvanginrichtingen 13. Behandelinrichtingen
    • Scenario's en dynamisch beleid - Onderzoek naar de scenariomethode als instrument voor ex ante toetsing van wet- en regelgeving en ontwikkeling van dynamisch beleid : Casus : artikel 20 van de nieuwe Drank- en Horecawet

      Janssen, N.; Ruijter, P.; Gramberger, M. (De Ruijter Management, 2002)
      Dit is de rapportage van een onderzoek naar de geschiktheid van de scenariomethodologie als instrument voor ex ante toetsing van wet- en regelgeving. Daarnaast is de combineerbaarheid van de scenariomethode met de handhavingstoets 'Tafel van Elf' en de geschiktheid van de scenariomethode voor ontwikkeling van dynamisch beleid onderzocht. Als casus voor het praktijkgerichte gedeelte van het onderzoek is gekozen voor ex ante toetsing van artikel 20 van de nieuwe Drank- en Horecawet en het hiervoor ontwikkelde handhavingsregime.
    • Scenario's voor justitie

      Unknown author (WODC, 1994)
      De primaire verdienste van scenario-studies is het surplus aan inzicht dat wordt verschaft. Je krijgt beter greep op de vele dynamische ontwikkelingen die momenteel ook het justitieel beleid tot een doolhof dreigen te maken. In de tweede plaats verschaffen scenario-studies beleidsmakers een veelvoud aan perspectieven waarvan een wervende kracht kan uitgaan. Scenario's fungeren dan ook in zekere zin als tegenwicht voor het ontbreken van lange-termijn visies in het Haagse circuit, een lacune die weleens zou kunnen samenhangen met de verambtelijking van het beleid. Voor beleidsmakers kan de veelheid van gepresenteerde opties echter ook ongemakken veroorzaken: hebben zij eenmaal gekozen voor een bepaalde beleidsrichting dan moeten ze aangeven waarom andere richtingen niet kunnen. Dat vergroot de druk om het eigen beleid te rechtvaardigen en schept onzekerheid, in beleidskringen een van de hoofdzonden.
    • Scenariostudie capaciteitsbehoefte van justitiële inrichtingen opnieuw bekeken - Lessen voor de toekomst

      Moolenaar, D.E.G. (WODC, 2014)
      In augustus 2007 heeft het 'EIM Onderzoek voor Bedrijf en Beleid' in opdracht van het WODC een scenariostudie voor de capaciteitsbehoefte van justitiële inrichtingen uitgebracht (Hauw et al., 2007). Het EIM ontwikkelde in totaal acht scenario's, die werden doorgerekend met het Prognose Model Justitiële Ketens (PMJ) dat door het WODC is ontwikkeld en elk jaar gebruikt wordt om beleidsneutrale ramingen te maken. Deze korte studie bekijkt in hoeverre de diverse scenario's zijn uitgekomen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beschrijving oorspronkelijke scenario's 3. Resultaten EIM 4. Vergelijking met realisaties 5. Samenvatting en conclusie 6. Lessen voor de toekomst
    • Scenariostudie voor de vraag naar capaciteit van justitiële inrichtingen - Een exploratief onderzoek naar de periode 2005-2020

      Hauw, P.A. van der; Jong - 't Hart, P.M. de; Telussa, J.M.J.; Verhoeven, W.H.J. (WODC, 2007)
      De vraag naar justitieproducten wordt deels bepaald door demografische ontwikkelingen, in het bijzonder de ontgroening en vergrijzing van de Nederlandse samenleving. Het doel van dit onderzoek is te bezien welke gevolgen deze ontwikkelingen kunnen hebben voor de vraag naar justitiële activiteiten en voorzieningen opdat justitie daarop tijdig kan reageren. De centrale probleemstelling in dit onderzoek is: Wat is op middellange termijn (5 to 15 jaar) de gevolgen van demografische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland voor de criminaliteit, de benodigde justitiële voorzieningen en het benodigde personeel daarvan?
    • 't Neemt toe, men weet niet hoe - Scenariostudie financieel-economische criminaliteit 2010

      Unknown author (Ernst & Young Forensic Services, 2001)
      Deze scenariostudie is verricht in opdracht van de Stuurgroep Financiële Instellingen van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing. Deze stuurgroep richt zich voornamelijk op horizontale fraude en de publiek-private samenwerking. Onderzoek naar financieel-economische criminaliteit beperkt zich in deze studie tot deze horizontale fraude. Hier is te denken aan: fraude met betaalmiddelen als optisch leesbare overschrijvingen, kredietfraude, fraude met creditcards, verzekeringsfraude en fraude met het mobiele telefoonnet. De centrale vraagstelling die ten grondslag ligt aan deze scenariostudie luidt:welke maatschappelijke ontwikkelingen zullen het komend decennium domineren?wat zijn de (mogelijke) gevolgen van deze maatschappelijke ontwikkelingen voor de aard en omvang van financieel-economische criminaliteit?wat zijn de (mogelijke) consequenties van veranderingen in de aard en omvang van financieel-economische criminaliteit voor het toezicht en de handhaving?welke toekomstbeelden (scenario's) kunnen worden geconstrueerd?elke beleidsmatige dilemma's kunnen worden geformuleerd?
    • The validity of the preference profiles used for evaluating impacts in the Dutch National Risk Assessment

      Willis, H.H.; Potoglou, D.; Bruine de Bruin, W.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2012)
      This report summarises the results of the assessment of the validity of the preference profiles used in the National Risk Assessment (NRA) by answering two main questions:Are the preference profiles that are used in the NRA valid?What is the most appropriate method for developing one or more weight set(s) that are representative of the Dutch population? CONTENT: 1. Introduction 2. Overview of the National Risk Assessment Methodology 3. Research approach 4. Assessing the validity of the preference profiles 5. Alternatives for improving the validity of the NRA preference profiles 6. Concluding observations
    • Tussen uitspraak en detentie - Een verklaring voor het verschil tussen twee methoden om de behoefte aan sanctiecapaciteit te meten

      Moolenaar, D.E.G. (WODC, 2001)
      Het WODC maakt regelmatig prognoses van de behoefte aan sanctiecapaciteit. Bij de strafrechtelijke sanctiecapaciteit van het gevangeniswezen voor meerderjarigen laten verschillende bronnen echter een uiteenlopend beeld zien. Het gaat hiet om verschillende modellen gehanteerd door het WODC en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Het doel van deze notitie is vast te stellen welke factoren het verschil in niveau en met name in de ontwikkeling tussen de WODC- en de DJI-variant kunnen verklaren, zodat bij toekomstige prognoses hiermee rekening kan worden gehouden. Inhoud: 1. Inleiding; 2. Onnauwkeurigheid in de straftoemetingsgegevens; 3. Wel celstraf gekregen maar niet gezeten; 4. Geen celstraf gekregen maar wel gezeten; 5. Verschuivingen in de tijd; 6. Conclusie en aanbevelingen.
    • Verkenning drugsbeleid in Nederland - Feiten, opinies en scenario's

      Schnabel, P. (voorz.); Schreuder, R.F. (red.); Broex, V.M.F. (red.) (Stichting Toekomstscenario's Gezondheidszorg (STG), 1998)
      Deze verkenning heeft tot doel inzicht te verschaffen in:de omvang van het drugsgebruik, het aantal drugsverslaafden. de door hen gepleegde criminaliteit en de door hen veroorzaakte overlastde omvang en de effectiviteit van het zorgaanbod, de preventieactiviteiten en de maatregelen met betrekking tot de bestrijding van de overlast en criminaliteitde huidige en te verwachten maatschappelijke kosten van drugsgebruikhet identificeren van omgevingsfactoren en autonome ontwikkelingen, die van invloed kunnen zijn op de drugsproblematiek in de toekomst.