• Criminal victimization in seventeen industrialized countries - Key findings from the 2000 International Crime Victims Survey

      Kesteren, J. van; Mayhew, P.; Nieuwbeerta, P. (NSCR, 2000)
      The International Crime Victimisation Survey (ICVS) is the most far-reaching programma of fully standardised sample surveys looking at householders’ experience of crime in different countries. The first ICVS took place in 1989, the second in 1992, the third in 1996 and the fourth in 2000. Surveys have been carried out in 24 industrialised countries since 1989, and in 46 cities in developing countries and countries in transition. This report deals with seventeen industrialised countries which took part in the 2000 ICVS. The results in this report relate mainly to respondents’ experience of crime in 1999, the year prior to the 2000 survey. Those interviewed were asked about crimes they had experienced, whether or not reported to the police. CONTENT: 1. Introduction 2. Victimisation rates 3. Individual risk factors 4. Reporting crime and the police 5. Attitudes to crime 6. Conclusions
    • Dienstverlening

      Unknown author (WODC, 1984)
      Op 20 juni 1984 werd door de Voorbereidingscommissie Experimenten Dienstverlening (Commissie van Buuren) het eindadvies `Dienstverlening van experiment naar wet' aan de Minister van Justitie en aan de Staatssecretaris van Justitie aangeboden. Tevens vond de overhandiging van het Eindrapport van het door het WODC verrichte onderzoek dienstverlening plaats, getiteld: `Dienstverlening, eindrapport van het onderzoek naar de vervanging van de vrijheidsstraf in het strafrecht voor volwassenen'. Zowel de Minister als de Staatssecretaris spraken van een grote (op handen zijnde) vernieuwing 3 in het strafrecht. Dit themanummer van Justitiele Verkenningen is in z'n geheel aan de dienstverlening (voor volwassenen) gewijd. (Vorig jaar rond deze tijd verscheen een themanummer over de alternatieve sancties voor minderjarigen, JV 5/1983.).
    • Kijken naar Amerika

      Schuilenburg, M.B.; Lub, V.; Swaaningen, R. van; Haen Marshall, I.; Bachmann, M.; Kinkade, P.; Smith-Bachmann, B.; Kruize, P. (WODC, 2013)
      ARTIKELEN: 1. M.B. Schuilenburg - De criminaliteitsdaling in New York; over de zin en onzin van veiligheidsbeleid 2. V. Lub - The product of design; veiligheidsbeleid op Amerikaanse leest geschoeid 3. R. van Swaaningen - Waarom kijken we eigenlijk naar Amerika? 4. I. Haen Marshall - Pot, crack en Obama's 'third way'; liberalisering van drugsbeleid in de Verenigde Staten? 5. M. Bachmann, P. Kinkade en B. Smith-Bachmann - Een ommekeer in de Amerikaanse strafrechtspleging? De inzet van alternatieve rechtspraakprogramma's ter bestrijding van overbevolkte gevangenissen in Texas 6. P. Kruize - Blik naar het Noorden? Een kenschets van het justitiële beleid in Scandinavië 7. Internetsites. SAMENVATTING: De Verenigde Staten hebben sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog een voorbeeldfunctie op het terrein van sociale veiligheid en grootstedelijke problematiek. De vraag is of de Amerikaanse aanpak van criminaliteit en onveiligheid wel zo geschikt is voor een land als Nederland. Een andere vraag is, wat er eigenlijk gebeurt met de uit Amerika overgenomen beleidsconcepten als 'zero tolerance'. Los van deze vragen wordt ook aandacht besteed aan enkele actuele ontwikkelingen op justitieel terrein in de Verenigde Staten, in het bijzonder aan het liberaler wordende drugsbeleid en de toenemende populariteit van behandeling in plaats van straf voor bepaalde categorieën delictplegers.
    • Middelengebruik en geweld - Een literatuurstudie naar de relatie tussen alcohol, drugs en geweld

      Ramaekers, J.G.; Verkes, R.J.; Amsterdam, J.G.C. van; Brink, W. van den; Goudriaan, A.E.; Kuypers, K.P.C.; Arends, R.; Schellekens, A.F.A. (Universiteit Maastricht - Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen, 2016)
      Op 1 januari 2017 zal het wetsvoorstel voor middelenonderzoek bij geweldplegers in werking treden. Het kabinet geeft met het wetsvoorstel uitvoering aan de motie-Markouch uit 2011 over middelengebruik als zelfstandig strafverhogend element bij geweld. In het Wetboek van Strafvordering worden twee nieuwe artikelen ingevoegd die opsporingsambtenaren de bevoegdheid geven om aangehouden verdachten van geweldsdelicten tegen personen, goederen en dieren te bevelen mee te werken aan een onderzoek naar gebruik van middelen. Het doel van de wetswijziging is om de aanpak van geweld onder invloed van alcohol of drugs te verbeteren en middelengerelateerd geweld terug te dringen, zodat de veiligheid in het openbare leven en in de huiselijke kring wordt vergroot. Bij algemene maatregel van bestuur zullen vooralsnog alleen alcohol, cocaïne, amfetamine en methamfetamine onder de wet gaan vallen, omdat van deze middelen volgens een NFI-expertgroep een relatie met geweld wordt aangenomen. Naast overmatig alcoholgebruik, leiden vooral het gebruik van cocaïne, amfetamine of methamfetamine in combinatie met alcohol tot hogere risico’s op gewelddadig gedrag. In het kader van het wetsvoorstel bestaat er een behoefte aan een ‘state-of-the-art’ inzicht in de relatie tussen middelengebruik en geweld. Het onderhavige literatuuroverzicht beoogt om de relatie te beschrijven op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur. INHOUD: . A. Samenvatting B. Inleiding en doelstelling C. Epidemiologie van alcohol- en druggerelateerd geweld D. Andere drugs en geweld E. Agressie onder invloed - drempel-concentraties F. Aard van het middelen-gerelateerd geweld - individuele en situationele factoren G. Antwoorden op de vragen van het WODC
    • Publiek-private samenwerking in tijden van diffuse dreiging - Een onderzoek naar diversiteit in werkwijzen en kansen in de Nederlandse en Vlaamse context

      Steden, R. van; Meijer, R.; Broekhuizen, J. (Vrije Universiteit - Institute of Societal Resilience, 2018)
      De afgelopen jaren is Europa het toneel geweest van meerdere terroristische aanslagen. Daarbij waren vooral ‘soft targets’ het doelwit: open plaatsen waar grote groepen mensen komen en die moeilijk te beveiligen zijn. Voorbeelden zijn winkelgebieden, voetbalstadions, evenemententerreinen, openbaar vervoer, luchthavens, horeca, uitgaansgelegenheden, maar ook musea, universiteiten, religieuze instellingen en overheidsgebouwen. De verscheidenheid aan mogelijke doelwitten en de diversiteit aan potentiële daders (organisaties, netwerken of eenlingen), hun motieven (denk bijvoorbeeld aan jihadisme of rechtsextremisme) en modus operandi (onder andere vuurwapengeweld, explosieven, vrachtwagens en steekpartijen) zorgen voor een diffuse dreiging. Publiek-private samenwerking (PPS) bij het bewaken en beveiligen van ‘soft targets’ vindt zowel op nationaal als op lokaal niveau plaats. In Nederland en in andere landen zijn er praktijkvoorbeelden (en daarmee ervaringen) voorhanden van samenwerking tussen publieke (overheid) en private (niet-overheid) partijen in het voorkomen van aanslagen en het inperken van de gevolgen daarvan. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de relevante werkwijzen en ervaringen met betrekking tot PPS bij het bewaken en beveiligen van ‘soft targets’ in tijden van (toenemende) diffuse dreiging. De ervaringen en percepties van de door ons geïnterviewde respondenten staan daarbij centraal. Deze informatie kan de NCTV ondersteunen bij de afwegingen omtrent het bewaken en beveiligen van potentiële doelwitten ten behoeve van het vergroten van het algehele weerstandsniveau en de aanvullende rol die private actoren daarbij kunnen spelen. In het onderzoek komen drie cases aan de orde, de Johan Cruijff ArenA, de Nijmeegse Vierdaagse en het Diamantkwartier in Antwerpen. Deze drie cases zijn gekozen vanwege PPS op lokaal niveau die verder gaat dan camerabewaking, training en/of geringe informatieoverdracht vanuit de overheid. De hoofdvraag in dit onderzoek is: welke rol kunnen publieke (overheid) en private (niet-overheid) actoren vervullen binnen samenwerkingsverbanden bij het bewaken en beveiligen van ‘soft targets’ – en aldus bij het versterken van maatschappelijke weerbaarheid in tijden van diffuse dreiging? INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuurstudie 3. Een beknopt internationaal beleid 4. Johan Cruijf ArenA 5. Nijmeegse vierdaagse 6. Diamantkwartier Antwerpen 7. Samenvattende conclusies en reflectie
    • Samenwerken in Europa

      Unknown author (WODC, 1995)
      Justitiele samenwerking vond tot voor enkele jaren voornamelijk plaats onder de paraplu van de Raad van Europa. Interpol was het belangrijkste medium voor politiele samenwerking. Dat is sinds 'Maastricht' veranderd. Zowel justitiele als politiele samenwerking zijn ondergebracht in de TBZ-raad (waarin de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van de lidstaten verzameld zijn), de zogenaamde derde pijler van het Verdrag van Maastricht. Het kenmerkende van deze pijler is dat de soevereiniteit van de lidstaten gewaarborgd blijft. De samenwerking vindt nadrukkelijk plaats op intergouvernementele basis. Toch blijven veel juristen vraagtekens plaatsen bij de aspiraties van de Unie. Hot item binnen het nog jonge samenwerkingsverband is de opzet van Europol. Hoe is de democratische controle op die dienst te garanderen? Bij ontstentenis van een Europees procesrecht zijn de rechten van verdachten niet geregeld zoals het Wetboek van Strafvordering dat voor Nederland voorschrijft. Om die reden stelde Nederland in Essen de eis dat er eerst een Europees verdrag moet komen waarin rechtsbescherming en privacy worden geregeld. Of deze juridische basis voor de nieuwe politiedienst er snel zal komen is echter de vraag. In dit nummer schetst een aantal deskundigen de recente ontwikkelingen met betrekking tot de Europese samenwerking.
    • Scandinavië

      Unknown author (WODC, 1999)
      In hoeverre vervult Scandinavië een voortrekkersrol? Tot welke gebieden beperkt zich die? Hoe heeft het egalitarisme zijn weerslag gekregen in het recht? En hoe moet de hang naar egalitarisme en de gelijktijdige afwijzing van zelfbepaling (de vrijheid zelf te kiezen voor bijvoorbeeld drugs of prostitutie) worden geduid? Vooral op deze vragen poogt dit themanummer een antwoord te bieden. Vanwege praktische redenen gaat de aandacht vooral uit naar de Scandinavische kernlanden: Denemarken, Noorwegen en Zweden. Finland komt maar zijdelings ter sprake. Overigens ligt het minder voor de hand Scandinavië als één geheel te behandelen dan men doorgaans denkt. Hoewel de talen met elkaar verwant zijn, zijn de onderlinge culturele verschillen groot.
    • Varianummer

      Unknown author (WODC, 1981)
      Justitiële Verkenningen is deze keer samengesteld uit vier afzonderlijke bewerkingen van buitenlandse artikelen.