• Civielrechtelijke verkenningen in cijfers

      Unknown author (WODC, 1987)
      Dat het terrein van het civiele recht kwantitatief zo ondoorzichtig is, heeft mede te maken met de aard van het recht tussen particulieren. Vooraleer een rechter zich met hun problematiek inlaat, hebben zij een lange weg kunnen bewandelen — via advocatuur, consumenten-organisaties enzovoort — die zich aan het oog van de statistiek onttrekt. In dit themanummer van JV is een aantal artikelen opgenomen waarin vooral kwantitatieve gegevens worden verschaft met betrekking tot de civiele rechtspraak.
    • Empirisch-juridisch onderzoek

      Leeuw, F.L.; Dijck, G. van; Elbers, N.A.; Malsch, M.; Hove, L. ten; Elffers, H.; Marseille, A.T.; Boom, W.H.; Leeuw, H.B.M. (medew.) (WODC, 2016)
      ARTIKELEN: 1. F.L. Leeuw - Amerikaans rechtsrealisme en empirisch-juridisch onderzoek 2. G. van Dijck - Naar een succesformule voor empirisch-juridisch onderzoek 3. N.A. Elbers en H.B.M. Leeuw (medew.) - Empirisch-juridisch onderzoek – toekomstmuziek of werkelijkheid? 4. M. Malsch, L. ten Hove en H. Elffers - Toepassing van rechtssocio logisch en rechtspsychologisch onderzoek in de rechtspraktijk 5. A.T. Marseille - Hoe de bezwaarprocedure bij de overheid kan profiteren van inzichten uit empirisch onderzoek 6. W.H. van Boom - Experimenteren met informeren SAMENVATTING: Empirisch-juridisch onderzoek wordt ook wel aangeduid als Empirical Legal Studies (ELS). De wortels van ELS gaan terug tot het begin van de 20e eeuw met de opkomst van de Legal Realists in de Verenigde Staten en in de jaren tachtig de revival in de vorm van een New Legal Realism. De oprichting van de Society of Empirical Legal Studies (SELS) en het Journal of Empirical Legal Studies (JELS) markeren het ontstaan van ELS begin deze eeuw. ELS verbreidde zich vervolgens ook in Europa. De meeste Nederlandse rechtenfaculteiten hebben inmiddels een leerstoel ingesteld voor de empirische bestudering van het recht. Daarmee wordt onderkend dat in verschillende rechtsgebieden sprake is van een groeiende behoefte aan juristen die niet alleen de wet kennen en de klassieke juridische vaardigheden beheersen, maar die ook bevindingen uit empirisch onderzoek naar waarde kunnen schatten en kunnen integreren in de uitoefening van hun professie. In dit themanummer wordt de geschiedenis van ELS geschetst en ingegaan op de vraag aan welke eisen goed empirisch-juridisch onderzoek moet voldoen en hoe dit kan bijdragen aan verbeteringen in de rechtspraktijk, in wetgeving en in het juridisch onderwijs. Daarnaast passeren in dit nummer concrete voorbeelden van empirisch-juridisch onderzoek uit verschillende rechtsgebieden en de (mate van) toepassing daarvan in de praktijk.
    • Function creep en privacy

      Prins, J.E.J.; Vries, M.S. de; Graaf, B.A. de; Eijkman, Q.; Schuilenburg, M.; Dijkstra, C. (WODC, 2011)
      ARTIKELEN: 1. J.E.J. Prins - Function creep: over het wegen van risico's en kansen 2. M.S. de Vries - Hoe waarschijnlijk is function creep? Een beleidswetenschappelijke analyse 3. B.A. de Graaf en Q. Eijkman - Terrorismebestrijding en securitisering; een rechtssociologische verkenning van de neveneffecten 4. M. Schuilenburg en C. Dijkstra - Achter de voordeur met stedelijke interventieteams; ontkokering of verkokering? 5. Internetsites. SAMENVATTING: In het Nederlands bestaat er nog geen bevredigende vertaling van het fenomeen 'function creep'. De uit de bestuurskunde bekende term 'doelverschuiving' komt in de buurt, maar is niet 'creepy' genoeg. Het gaat hierbij om wetten, beleidsinstrumenten, maatregelen en programma's die een geheel andere uitwerking (soms ook op een totaal ander terrein) hebben dan oorspronkelijk bedoeld. In sommige gevallen zou je kunnen spreken van neveneffecten, die echter niet per se onvoorzien hoeven te zijn. Zo hebben de talloze veiligheidsmaatregelen na de aanslagen van 11 september 2001 onmiskenbaar de privacy van burgers aangetast, maar dat neveneffect is op de koop toe genomen, opgeofferd aan een verondersteld hoger belang. Ook tal van maatregelen ter handhaving van de openbare orde en bestrijding van criminaliteit zijn onderhevig aan 'function creep'.
    • Geschilgedrag - verklaringen bijeengebracht

      Klein Haarhuis, C.M. (WODC, 2008)
      Dit onderzoek vloeit voort uit de empirische verkenning van de filterwerking van buitengerechtelijke procedures (Cahier 2006-6). Het is bedoeld om de in dit voorgaande onderzoek genoemde verklaringen voor geschilgedrag en filterwerking theoretisch nader uit te diepen. Voor dit doel worden theorieën en bevindingen uit de rechtssociologische, rechtseconomische en rechtspsychologische literatuur bijeengebracht. De centrale vraag die aan de hand van deze bronnen wordt onderzocht is, hoe het geschilgedrag van partijen in den brede kan worden verklaard, en in hoeverre deze te integreren en te ordenen zijn met behulp van een overkoepelend kader. INHOUD: 1. Aanleiding, vraagstelling en opzet 2. Drie theoretische 'tradities' in het onderzoek naar geschilgedrag 3. Inventarisatie van theoretische en empirische inzichten 4. Keuzemomenten en geschillen 5. Conclusie en nabeschouwing
    • Legitimiteit betwist - Een verkennend literatuuronderzoek naar de ervaren legitimiteit van het justitieoptreden

      Weyers, H.; Hertogh, M. (WODC, 2007)
      Doel van het onderzoek is inzicht te geven in de wijze waarop het begrip legitimiteit in de hedendaagse (juridische- en sociaalwetenschappelijke) discussie wordt geconceptualiseerd en wat bekend is van mogelijke determinanten die de legitimiteit van het recht en het justitieoptreden (het ingrijpen en de interventies van de verschillende justitieonderdelen) bepalen. Het onderzoek beoogt dus het debat over legitimiteit te verhelderen en zo mogelijk aangrijpingspunten te identificeren voor herstel of versterking van de legitimiteit van het recht en het justitieoptreden. Het onderzoek is gebaseerd op een analyse van de Nederlandse sociaal wetenschappelijke literatuur uit de afgelopen tien jaar (1996-2006). Daarbij ligt de nadruk op empirisch materiaal waarin de ervaringen van burgers centraal staan.
    • Sociale grondrechten na de verzorgingsstaat (in samenwerking met De Balie)

      Unknown author (WODC, 1998)
      Dit themanummer - dat in samenwerking met politiek en cultureel centrum De Balie tot stand is gekomen - staat in het teken van de grondrechten. Dit jaar bestaat de Grondwet - ook wel nationale constitutie genoemd - honderdvijftig jaar. De Grondwet bindt de overheid aan regels en waarborgt de politieke en religieuze vrijheden en sociale rechten van burgers. De aangepaste Grondwet van 1983 is uitgebreid met een reeks sociale rechten (recht op bescherming tegen inkomensverlies, recht op onderwijs, op huisvesting, enzovoort) waarin de garantie van materiele rechtsgelijkheid tot uitdrulcking komt. Hiermee komt de sociale rechtsstaat die in de naoorlogse periode geleidelijk werd opgebouwd, ook in de hoogste wet tot uitdrukking.Juist nu de sociale grondrechten een prominente plaats hebben verkregen in de Nederlandse Grondwet, lijken ze weer aan betekenis in te boeten. De belangrijkste reden daarvoor is het probleem van de 'onbetaalbaarheid' van de verzorgingsstaat. Naast de noodzaak te bezuinigen raakte de politick er meer en meer van overtuigd dat ook beperkingen moesten worden gesteld aan het collectieve karakter van de sociale voorzieningen. Zo werden de wao, de ziektewet en de nabestaanden-regeling geprivatiseerd. Deze ingrepen zijn op een snelle en soms ondoordachte wijze doorgevoerd waarbij 'de markt als wondermiddel werd aangeprezen. Het ontbrak aan een grondig beraad over het rechtsgehalte van de nieuw ontworpen regelingen. Oftewel, de drastische herzieningen in de sociale zekerheid hebben niet geleid tot een heroverweging van de rechtsbeginselen van de sociale rechtsstaat.
    • Varianummer

      Unknown author (WODC, 1976)