• Alternatieve systemen voor kapitaalbescherming

      Boschma, H.E.; Lennarts, M.L.; Schutte-Veenstra, J.N. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit rechtsgeleerdheid, 2005)
      Het onderzoek naar alternatieve systemen voor kapitaalbescherming is uitgevoerd door het Instituut voor Ondernemingsrecht te Groningen; het is gedaan in het kader van de versoepeling van de regels voor besloten vennootschappen. Volgens Justitie moet de BV gebruiksvriendelijker worden en meer aansluiten bij de behoeften van ondernemers. Voorschriften die overbodige administratieve lasten veroorzaken, worden geschapt. Een deel van de BV regels gaat over bescherming van schuldeisers van de BV. Daarvoor bestaat nu het stelsel van kapitaalbescherming. Kapitaalbescherming wordt echter bekritiseerd. Het zou zijn doel - de bescherming van crediteuren en aandeelhouders – maar gedeeltelijk bereiken en het brengt voor vennootschappen veel kosten mee. De onderzoekers deden rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtsstelsels van Delaware en Australië; daarnaast is de RMBCA onderzocht. Dit is een modelwet opgesteld door de American Bar Association, die op een groot aantal punten navolging heeft gevonden in diverse staten van de VS.
    • Complianceprogramma's - Een brug tussen preventieve en repressieve rechtshandhaving

      Wempe, J.F.D.B.; Wiering, J.R.; Zwieten, M.J.A. van; Gelinck, H.W.J.; Schoof, N.A.C. (KPMG Forensic Accounting, 1999)
      Het WODC heeft KPMG de opdracht gegeven om door middel van literatuuronderzoek te inventariseren welke ervaringen men in het buitenland heeft met complianceregelingen en te beoordelen onder welke voorwaarden deze regelingen in Nederland bij de aanpak van organisatiecriminaliteit van waarde kunnen zijn. Een complianceprogramma wordt gedefinieerd als een weloverwogen ontwikkeld en geïmplementeerd (management)systeem dat erop gericht is om onrechtmatig handelen binnen een onderneming tijdig op te sporen en te voorkomen. De opbouw is als volgt. In H. 1 wordt de opzet van het onderzoek besproken. In H. 2 komen drie modellen in de rechtstheorie aan de orde met betrekking tot strafrechtelijk daderschap van rechtspersonen. Deze worden toegelicht aan de hand van de wet en de jurisprudentie, en toegelicht wordt hoe het daderschap van rechtspersonen in de onderzoekslanden (de VS, Australië, Denemarken en Zuid-Afrika) benaderd wordt. Complianceprogramma's komen aan bod in H. 3; de werking ervan wordt beschreven in de onderzoekslanden. In de VS is dit geregeld in de Federal Sentencing Guidelines; deze komen uitgebreid aan de orde. In H. 4 wordt belicht op welke wijze een effectief complianceprogramma tot stand komt, waarbij alle stappen in het proces worden toegelicht. In H. 5 wordt nagegaan of het gebruik van complianceregelingen in de rechtshandhaving in Nederland een bredere plaats zou kunnen krijgen. Na een korte toelichting op de bestuurlijke en privaatrechtelijke handhaving besluit het hoofdstuk met een verkenning van de gecombineerde handhaving. Het rapport eindigt met samenvatting en conclusies.
    • Cross-border voting in Europe - Final report

      Winter, J. (chairm.) (WODC, 2002)
      Dit onderzoek is bedoeld om de gebruiken bij, ervaringen met en juridische belemmeringen voor grensoverschrijdend stemmen in Europa te inventariseren en aanbevelingen te doen voor regelgeving op nationaal of Europees niveau.
    • De geschilbeslechtingsdelta van rechtspersonen - Een literatuurstudie naar problemen van rechtspersonen en de oplossing

      Klein Haarhuis, C.M. (WODC, 2004)
      Uit dit literatuuronderzoek komt naar voren dat er vooralsnog geen totaalbeeld is te geven van de aard en omvang van problemen van (privaatrechtelijke) rechtspersonen, en evenmin van de strategieën die zij aanwenden om deze op te lossen. Bij de oplossing van problemen tussen ondernemingen lijken (a) tweezijdig overleg en (b) eenzijdige maatregelen tegen de wederpartij voorlopig de belangrijkste strategieën. Alleen bij hoog oplopende conflicten wordt een derde ingeschakeld voor bemiddeling of beslissing. Of deze derde een mediator, bindend adviseur, arbiter, of een rechter is, wordt niet duidelijk uit de literatuur. Bij de oplossing van arbeidsgeschillen tussen onderneming en ondernemingsraad is tot nu toe alleen onderzocht hoeveel problemen er bij bedrijfscommissies (instanties voor bemiddeling en advies) terecht zijn gekomen. Driezijdige bemiddeling en advies lijken hier het belangrijkst; slechts 10% van de geschillen belandt bij de rechter. Consumentenproblemen worden alleen benaderd vanuit het perspectief van de consument. Het perspectief van de rechtspersoon blijft veelal buiten beschouwing. In geen van de totaaloverzichten van arbitrage, bindend advies of rechtspraak wordt expliciet een uitsplitsing gemaakt naar de betrokken partijen: rechtspersonen of natuurlijke personen. Soms is hoogstens een ruwe schatting te geven van het aantal betrokken rechtspersonen op basis van de betreffende sector, of type zaak. INHOUD: 1. Inleiding 2. Oplossingsstrategieën 3. Problemen van rechtspersonen 4. De gevolgde oplossingsstrategieën 5. Conclusie
    • Doelbereiking en effectiviteit van de Wet aanpassing enquêterecht in de praktijk

      Lafarre, A.J.F.; Schippers, B.C.J.; Bosch, S.F.W. van den; Elst, C.F. Van der; Sangen, G.J.H. van der (WODC, 2018)
      In dit onderzoeksrapport staat de evaluatie van de op 1 januari 2013 in werking getreden Wet aanpassing enquêterecht, zoals neergelegd in art. II van deze wet, centraal. De volgende onderzoeksvraag is hierbij geformuleerd: ‘In welke opzichten en in welke mate wordt het doel van het enquêterecht, te weten het snel en doeltreffend oplossen van het geschil, zodat de rechtspersoon verder kan opereren, bereikt door de invoering van de Wet aanpassing enquêterecht en welke andere effecten kunnen worden onderscheiden?’.De Wet aanpassing enquêterecht bestaat uit vijf wetswijzigingscategorieën, betreffende 1. ontvankelijkheidscriteria; 2. de koppeling van onmiddellijke voorzieningen en het onderzoek; 3. waarborgen ten aanzien van het onderzoek; 4. het indienen van verweerschriften en; 5. de kosten van verweer. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het juridisch- en onderzoekskader 3. Algemene descriptieve gegevens uit de jurisprudentieanalyse 4. Wetswijzigingscategorie 1: ontvankelijkheidscriteria 5. Wetswijzigingscategorie 2: onmiddellijke voorzieningen 6. Wetswijzigingscategorie 3: waarborgen in de onderzoeksfase 7. Wetswijzigingscategorie 4: indienen verweerschriften 8. Wetswijzigingscategorie 5: kosten van verweer 9. De Wet aanpassing enquêterecht in haar totaliteit 10. Conclusie
    • Een inventarisatie van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevende functionarissen binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht

      Lindenbergh, S.D.; Schreuder, A.I.; Verbaan, J.H.J. (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2015)
      Er zijn de afgelopen jaren diverse voorvallen aan het licht gekomen waarbij bedrijven en instellingen op onoorbare wijze bleken te hebben gehandeld. In toenemende mate komt daarbij de vraag op naar de mogelijkheden om leidinggevende functionarissen aan te spreken wanneer zij rechtens onjuist handelen c.q. hun positie of hun bedrijf of instelling daarvoor gebruiken. Met dit document wordt beoogd om het bestaande juridische kader ter zake van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevenden van bedrijven en instellingen in hoofdlijnen inzichtelijk te maken. Het doel is primair om een overzicht te bieden, en het bestaande ‘instrumentarium’ binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht in een handzaam document samen te brengen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Civiel recht 3. Strafrecht 4. Bestuursrecht 5. Besluit 6. Schematisch overzicht 7. LIteratuur
    • Evaluatie afgifte VOG RP - Rapport over een onderzoek naar de afgifte van de Verklaring Omtrent het Gedrag Rechtspersonen

      Roth, H.; Valk, M.C.; Haak, M.; Sam-Sin, X. (WODC, 2006)
      De verklaring omtrent het gedrag rechtspersonen (VOG RP) is een nieuw instrument. Het aantal aanvragen valt tegen in vergelijking met de verwachtingen. De probleemstelling is als volgt geformuleerd:Hoe kunnen de belanghebbenden en de aanvragers worden getypeerd?Waarom is het gebruik van de VOG RP tot nu toe beperkt gebleven? Hoe kan het gebruik van de VOG RP onder deze groepen worden gestimuleerd? Welke aanpassingen van het instrument zijn daarvoor nodig?Is er behoefte aan een ander integriteitsinstrument? Op welke punten verschilt dit instrument van de VOG RP?
    • Evaluatie Politiewet 2012 in de Eenheid Oost-Nederland en landelijke thema's

      Jacobs, G.; Bayerl, P.S.; Brein, E.; Flory, M.; Bunt, H. van de; Haas, N.; Prins, R. (Commissie Evaluatie Politiewet 2012, 2015)
      Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam heeft op verzoek van de commissie Evaluatie Politiewet 2012 een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de werking van de nationale politie in de Eenheid Oost-Nederland. Daarnaast heeft de minister toezeggingen gedaan om deze evaluatie te koppelen aan de landelijke thema’s ‘rol van de korpschef’, ‘het gebruik van de aanwijzingsbevoegdheid’ en ‘de constructie van de politie als aparte rechtspersoon’, hetgeen eveneens in deze rapportage is opgenomen. Het evaluatieonderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de gevolgen van de invoering van de nationale politie bij de Eenheid Oost-Nederland. De hoofdvraag die aan het onderzoek ten grondslag ligt is: Wat is de stand van zaken omtrent de invoering van de nationale politie in Oost-Nederland? Het antwoord op deze vraag moet uitwijzen of het nieuwe politiebestel lijkt te werken voor alle betrokken partijen zoals de wetgever het heeft beoogd. INHOUD: 1. Doel van het document 2. Achtergrond evaluatieonderzoek Eenheid Oost-Nederland 3. Onderzoeksvragen en onderwerpen in de evaluatie 4. Aanpak van het onderzoek 5. Bevindingen per thema 6. Conclusie
    • Evaluatie Wet bestuur en toezicht

      Boschma, H.E.; Lennarts, M.L.; Schutte-Veenstra, J.N.; Veen, K. van (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Rechtsgeleerdheid - Instituut voor Ondernemingsrecht, 2017)
      Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing regels bestuur en toezicht nv/bv in werking getreden. Tijdens de parlementaire behandeling in de Eerste Kamer heeft de Minister van Veiligheid en Justitie toegezegd dat de wet inclusief de amendementen na drie jaar zal worden geëvalueerd. Aanleiding voor de evaluatie was met name de beperking van het door één persoon uit te oefenen aantal toezichtfuncties bij NV’s, BV’s en stichtingen, dat bij amendement in de Wet aanpassing regels bestuur en toezicht nv/bv is opgenomen. De Wet aanpassing regels bestuur en toezicht nv/bv heeft ten aanzien van uiteenlopende onderwerpen geleid tot invoering van nieuwe wettelijke bepalingen alsmede tot wijziging van bestaande wettelijke bepalingen. Onderhavig evaluatieonderzoek spitst zich met name toe op een drietal onderwerpen: het monistische bestuursmodel; limitering van het aantal toezichtfuncties voor bestuurders en commissarissen/toezichthouders; streefcijfer 30% vrouwen in bestuur en raad van commissarissen. INHOUD: A. Deelonderzoek I: Met monistische bestuursmodel, taakverdeling en bestuurdersaansprakelijkheid, tegenstrijdig belang bestuurders en commissarissen - 1. Inleiding 2. Parlementaire geschiedenis en de veronderstelde wijze van werking van de bij de Wet aanpassing regels bestuur en toezicht nv/bv ingevoerde wetswijzigingen 3. Het monistische bestuursmodel in de praktijk 4. De nieuwe regeling van taakverdeling en bestuurdersaansprakelijkheid van art. 2:9 BW in de praktijk 5. De nieuwe regeling van tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de praktijk 6. Deelonderzoek I: conclusies en aanbevelingen - B. Deelonderzoek II: Limitering aantal toezichthoudende functies bij grote NV', BV's en commerciële/semipublieke stichtingen - 1. Inleiding 2. Parlementaire geschiedenis limiteringsregeling Boek 2 BW 3. Inhoud en betekenis limiteringsregeling Boek 2 BW 4. Het grootte-criterium 5. Sectorale limiteringsregelingen 6. Wettelijke regeling versus 'pas-toe-of-leg-uit' 7. De effecten van de limiteringsregeling in de praktijk: een kwantitatieve en kwalitatieve analyse 8. Deelonderzoek II: conclusies en aanbevelingen - c. Deelonderzoek III: streefcijfer 30% vrouwen in bestuur en raad van commissarissen - 1. Inleiding 2. Parlementaire geschiedenis streefcijferregeling Boek 2 BW 3. Inhoud en betekenis streefcijferregeling Boek 2 BW 4. Het Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid en de Nederlandse Corporate Governance Code 2016 5. Regelingen ter bevordering van een evenwichtige verdeling van vrouwen en mannen in de top van bedrijven in België, Duitsland, Frankrijk en Italië en het voorstel voor een Europese streefcijferrichtlijn 6. De streefcijferregeling van Boek 2 BW in de praktijk: kwantitatieve en kwalitatieve bevindingen 7. Deelonderzoek III: conclusies en aanbevelingen
    • Evaluatie Wet controle op rechtspersonen

      Homburg, G.; Zoetelief, I.; Ljujic, V. (Regioplan beleidsonderzoek, 2021-08-25)
      De Wet controle op rechtspersonen (Wcr) is op 1 juli 2011 in werking getreden. De wet heeft tot doel om met doorlopend toezicht de aanpak van misbruik van rechtspersonen te verbeteren. De uitvoering van de Wcr is belegd bij de afdeling Toezicht op Rechtspersonen, Analyse, Controle en Kennisgeving (TRACK) van Justis, de screeningsautoriteit van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Het doel van de evaluatie van de Wcr is drieledig: 1. het bieden van inzicht in de mate waarin de inrichting van de Wcr kan bijdragen aan zijn doelstellin-gen (planevaluatie); 2. nagaan in welke mate de Wcr wordt uitgevoerd zoals beoogd (procesevaluatie); 3. onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor de verbetering van de huidige uitvoering van de Wcr en de benutting van de TRACK-producten. INHOUD: 1. Evaluatie Wcr: doel en vraagstelling, 2. De beleidslogica van de Wcr, 3. De uitvoering van de Wcr, 4. Kosten en tarieven, 5. Conclusie.
    • Geschilbeslechtingsdelta midden- en kleinbedrijf - over het optreden en afhandelen van (potentieel) juridische problemen in het midden- en kleinbedrijf

      Croes, M.T.; Maas, G.C. (WODC, 2009)
      Centraal in het onderzoek staan de volgende vragen:Wat is de aard en de frequentie van problemen die bedrijven hebben die tot het midden- en kleinbedrijf behoren? Met wie hebben die bedrijven deze problemen en hoe zijn de verschillen tussen de bedrijven in de aard en frequentie van deze problemen te verklaren?Hoe gaan de bedrijven met problemen om en welke juridische dienstverleners worden door hen daarbij ingeschakeld? Hoe zijn de verschillen tussen bedrijven in dit verband te verklaren?Hoe beëindigen bedrijven hun problemen en hoe beoordelen zij het optreden van de door hen ingeschakelde juridische dienstverleners in dit verband? INHOUD: 1. Opzet van het onderzoek 2. Problemen en wederpartijen 3. Het beroep op juridische dienstverlening 4. Kansen en keuzen in de delta van geschilbeslechting 5. Operationalisering 6. Kansen en keuzen: toetsing van hypothesen 7. Conclusie en discussie
    • Geschillen in het MKB - Over het verloop van conflicten bij bedrijven tot tien werkzame personen

      Geurts, T.; Voert, M.J. ter (WODC, 2019)
      Deze rapportage gaat in op conflicten van MKB-bedrijven tot tien werkzame personen. Dit vanuit de veronderstelling dat als een conflict zich voordoet, ze kwetsbaarder zijn dan grotere MKB-bedrijven omdat ze vaak minder beschikking zullen hebben over economische en juridische hulpbronnen en minder ervaring met het oplossen van potentieel juridische problemen. MKB-bedrijven met 10 t/m 250 werkzame personen blijven dus buiten beeld. Desalniettemin geeft het onderhavige onderzoek zicht op het leeuwendeel van de bedrijven in de zakelijke economie: 96% van alle MKB-bedrijven telt één tot tien werkzame personen. De onderzoeksvragen zijn:Hoeveel bedrijven hebben in het afgelopen jaar civiel- en bestuursrechtelijke conflicten ervaren? Wat is de aard van deze conflicten?Hoeveel bedrijven hebben het afgelopen jaar een beroep op juridische dienstverleners en (buiten)gerechtelijke procedures gedaan? Welke waren dit? En om welke redenen zien ze af van het inschakelen van dienstverleners en procedures?Hoe zijn de belangrijkste conflicten afgelopen en wat zijn de resultaten van de gevolgde aanpak?Hoe beoordelen bedrijven de dienstverlening van dienstverleners en beslissende instanties?Hoe beoordelen bedrijven de toegang tot recht en hoe is hun vertrouwen in het rechtssysteem in het algemeen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond 3. Juridiceerbare conflicten van kleine bedrijven 4. De weg naar het recht: opvattingen en hoofdlijnen 5. Aanpak van het belangrijkste conflict 6. Afloop en waardering. Bekijk de resultaten in vogelvlucht: Animatie - Geschillen in het MKB (zie link naar: youtube-animatie) en neem kennis van de kernbevindingen: (zie link naar: Infographic - Geschillen in het MKB
    • Herziening Toezicht Rechtspersonen - vuistregels voor het opstellen van scorefuncties

      Braak, S.W. van den; Choenni, S.; Verwer, S.E. (WODC, 2011)
      Het programma Herziening Toezicht Rechtspersonen (HTR) heeft als doel om een systematiek op te zetten waarmee tijdens de gehele levensloop van een rechtspersoon (van oprichting tot opheffing) actief getoetst kan worden of er een risico bestaat dat de rechtspersoon wordt gebruikt voor frauduleuze doeleinden. Hiertoe wordt het informatiesysteem HTR ontwikkeld dat data uit verschillende bronnen ophaalt, verwerkt en op basis hiervan  risicomeldingen afgeeft. Twee belangrijke aspecten van de automatische analyse zijn nader onderzocht. Het gaat hierbij, ten eerste, om de wijze waarop scores aan de indicatoren worden toegekend en, ten tweede, om de manier waarop deze scores met elkaar gecombineerd worden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Scores toekennen aan risico-indicatoren 3. Scores van risico-indicatoren combineren tot één risicoscore 4. Een simulatiedatabase genereren 5. Discussie
    • Misbruik van buitenlandse rechtspersonen - Een verkennend onderzoek naar de aard, omvang en ernst van misbruik van buitenlandse rechtspersonen in Nederland

      Bunt, H.G. van de; Koningsveld, T.J. van; Kroeze, M.J.; Vorm, B. van der; Wezeman, J.B.; Wingerde, C.G. van; Zonnenberg, A. (Erasmus universiteit Rotterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2007)
      Achtergrond van dit onderzoek is de toenemende internationalisering van het handelsverkeer en van de (georganiseerde) criminaliteit, signalen uit het veld van toenemend misbruik van buitenlandse rechtsvormen in Nederland en misbruik van stichtingen voor terrorismefinanciering. Twee hoofdvragen staan in dit verkennende onderzoek centraal. De eerste hoofdvraag betreft de aard, omvang en ernst van misbruik van buitenlandse rechtspersonen in Nederland. Ten tweede staat de problematiek van de buitenlandse rechtspersoon voor de praktijk van toezicht en controle centraal.
    • Misdaadgeld, witwassen en ontnemen

      Kruisbergen, E.W.; Soudijn, M.R.J.; Rozemeijer, J.P.; Kazemier, B.; Rensman, M.; Koningsveld, T.J. van; Groen, E.M. de; kleemans, E.R.; Kouwenberg, R.F.; Duyne, P.C. van; et al. (WODC, 2015)
      ARTIKELEN: 1. E.W. Kruisbergen en M.R.J. Soudijn - Wat is witwassen eigenlijk? Introductie tot theorie en praktijk 2. J.P. Rozemeijer - Witwasonderzoeken zonder aantoonbaar gronddelict. Het rechterlijk toetsingskader en efficiënt opsporen in zes stappen 3. B. Kazemier en M. Rensman - De illegale economie en nationaal inkomen 4. T.J. van Koningsveld - De offshore vennootschap. Het ideale verhullingsinstrument voor de witwasser? 5. M.R. J. Soudijn en E.M. de Groen - De criminele levensloop van hawaladars. Een verkennend onderzoek 6. E.W. Kruisbergen, E.R. Kleemans en R.F. Kouwenberg - Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit 7. P.C. van Duyne, F.G.H. Kristen en W.S. de Zanger - Belust op misdaadgeld: de werkelijkheid van voordeelsontneming 8. J. Ferwerda en B. Unger - Hoe effectief is het antiwitwasbeleid in elke EU-lidstaat? SAMENVATTING: Toen negen jaar geleden Justitiële verkenningen een themanummer (2006, nr. 2) uitbracht over witwassen, was de aanpak van dit fenomeen nog relatief nieuw. Antiwitwasbepalingen waren pas enige jaren eerder (in 2001) in het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgenomen. Sindsdien is er op witwasgebied in Nederland veel gebeurd. Zo is er veel jurisprudentie ontwikkeld, ook over het ‘afpakken’ van criminele inkomsten en vermogens. Bovendien is de wetgeving aangepast. Recent nog, per 1 januari 2015, zijn nieuwe bepalingen in werking getreden die niet alleen meer mogelijkheden bieden voor opsporing en vervolging, maar ook voor de preventie van financieel-economische criminaliteit. Daarnaast gelden nu ook strengere straffen voor witwassen. En ondanks bezuinigingen op de strafrechtsketen is meer geld vrijgemaakt voor de aanpak van witwassen. Binnen de politie, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) alsmede het Openbaar Ministerie (OM) is van alles in gang gezet, opdat structureel meer witwaszaken worden opgepakt. De aanpak van witwassen en het ‘afpakken’ van misdaadgeld zijn dan ook prioriteit bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit. Het antiwitwasbeleid is inmiddels aan kritische beschouwingen onderworpen, zowel nationaal als internationaal. Voorts is in de afgelopen negen jaar het inzicht in het fenomeen witwassen op zich gegroeid, onder meer dankzij empirische criminologische studies. Enkele voorbeelden daarvan zijn in dit nummer te vinden. Deze nieuwe ontwikkelingen en inzichten vormen de basis voor dit themanummer. Het is onmogelijk om alle aspecten van witwassen in één uitgave te behandelen. Wel is gekozen voor een opzet waarbij de breedte van het thema zo veel mogelijk tot haar recht komt door zowel een macro- als een micro-invalshoek te hanteren. Naast juridische aspecten komt ook de bestrijding van witwassen aan bod, evenals de kenmerken en werkwijzen van witwassers.
    • Rechtsvorm en gebruik van LLp's en LLC's

      Blanco Fernández, J.M.; Olffen, M. van (WODC, 2007)
      Het onderzoek heeft willen nagaan of uit die stelsels lessen kunnen worden getrokken ter verbetering van het Nederlandse ondernemingsrecht. Het ging daarbij om ondernemingen met een besloten kring van vennoten/aandeelhouders. Het onderzoek heeft zich gericht op de Limited Liability Partnership (LLP) in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk en de Limited Liability Company (LLC) in de Verenigde Staten. De beschrijving van de juridische regeling van de onderzochte rechtsvormen is gedaan op grond van studie van buitenlandse wetgeving en literatuur. De gegevens over het gebruik van de rechtsvormen zijn ontleend aan overheidsinstanties in de onderzochte landen. De uitkomsten van het onderzoek zijn telefonisch besproken met een twintigtal deskundigen uit wetgeving, wetenschap en praktijk in de onderzochte landen.
    • Vitale vennootschappen in veilige handen

      Bulten, C.; Jong, B. de; Breukink, E.-J.; Jettinghof, A. (Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, 2017)
      Het komt geregeld voor dat buitenlandse investeerders belangrijke aandeelhoudersrechten in Nederlandse ondernemingen verwerven of trachten te verwerven. Buitenlandse investeringen leveren een materiële bijdrage aan de Nederlandse welvaart. Niettemin komt in de huidige geopolitieke context de vraag op of buitenlands aandeelhouderschap tevens een bedreiging kan vormen voor Nederlandse (publieke) belangen. De vraag is 'wat zijn de risico’s van (buitenlands) aandeelhouderschap voor de nationale veiligheid'? In dit onderzoek staat de vraag centraal hoe aandeelhouderschap in een Nederlandse naamloze of besloten vennootschap (mogelijke) toegang tot (vertrouwelijke) informatie en invloed op beslissingen biedt en op welke wijze dit gevolgen kan hebben voor de nationale veiligheid. Het onderzoek bevat een theoretisch en een empirisch gedeelte. De juridisch-theoretische methodologie bestond uit een studie van Nederlandse en buitenlandse regelgeving, rechtspraak en rechtsgeleerde literatuur. Het empirisch onderzoek vond plaats door middel van het houden van interviews.De volgende vitale sectoren komen aan bod: energie, ICT/Telecom, drinkwater en water, transport, chemie, de nucleaire sector, de financiële sector, de digitale overheid en defensie. Tevens is een analyse van in andere landen voorkomende regels die de nationale veiligheid tegen ongewenste buitenlandse investeringen pogen te beschermen, opgenomen. De onderzoekers bekeken achtereenvolgens het systeem in de Verenigde Staten van Amerika, in Duitsland, in Frankrijk, in het Verenigd Koninkrijk, in Noorwegen, in Zweden en in Zwitserland. INHOUD: 1. Inleiding 2. Kernbegrippen 3. Rechten van aandeelhouders 4. Analyse van vitale sectoren 5. Internationaal perspectief 6. Bevindingen, synthese en aanbevelingen 7. Summary
    • Zorgplichten van Nederlandse ondernemingen inzake internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen - Een rechtsvergelijkend en empirisch onderzoek naar de stand van het Nederlands recht in het licht van de UN Guiding Principles

      Enneking, L.; Kristen, F.; Pijl, K.; Waterbolk, T.; Emaus, J.; Hiel, M.; Schaap, A.-J.; Giesen, I. (Universiteit Utrecht -Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall), 2015)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van de zoektocht naar antwoorden op de vraag op welke manier en in hoeverre er in de Nederlandse wet en/of jurisprudentie een zorgplicht van Nederlandse vennootschappen ten aanzien van MVO is geregeld dan wel toegepast en in hoeverre de huidige stand van zaken wat dat betreft zich verhoudt tot de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en tot de stand van zaken in de ons omringende landen. Conform de nadruk die de laatste jaren niet alleen in Nederland maar ook op EU-niveau en in internationaal verband gelegd wordt op maatschappelijk verantwoord ondernemen in een internationale context, ligt de focus van dit onderzoek op zorgplichten van Nederlandse ondernemingen in het kader van IMVO. Het is juist in deze internationale context, waar het draait om de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteiten van in Nederland gevestigde internationaal opererende ondernemingen – of van hun buitenlandse dochtermaatschappijen of ketenpartners – op mens en milieu in gastlanden, dat de meest prangende juridische vragen bestaan rond het bestaan en de reikwijdte van zorgplichten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Nederland 3. Rechtsvergelijking 4. De invloed van (I)MVO-regelgeving op het vestigingsklimaat 5. Overkoepelende beschouwingen