• Integrale veiligheid

      Unknown author (WODC, 1995)
      Een vijftal ministeries, waaronder Binnenlandse Zaken en Justitie, presenteerde in 1993 de Integrale Veiligheidsrapportage. Het rapport zet de weg voort die met de nota Samenleving en criminaliteit (1985) was ingeslagen, al is het doel breder dan criminaliteitsbestrijding. Integrate veiligheid voegt een aantal nieuwe elementen toe aan het reeds bekende criminaliteitsbeleid. Zo beperkt het beleid zich niet tot terugdringen van de objectieve onveiligheid, maar richt zich ook op het verminderen van subjectieve ongerustheid en onveiligheidsgevoelens. De dadergerichte aanpak wordt daarmee enigszins gerelativeerd, terwip de stem van de potentiele slachtoffers sterker doorldinkt dan voorheen. De meningen over integrate veiligheid zijn vooralsnog verdeeld.
    • Mensbeelden in het strafrecht

      Claessen, J.A.A.C.; Wit, T.W.A. de; Cornet, L.J.M.; Kogel, C.H. de; Veraart, W.J.; Kelk, C.; Weijers, I.; Goedegebuure, J.L.; Corstens, G.J.M. (WODC, 2015)
      ARTIKELEN: 1. J.A.A.C. Claessen - Over mens- en wereldbeelden en hun bijbehorende misdaadrecht 2. T.W.A. de Wit - Durven we de vrijheid nog wel aan? De bijdrage van een religieus mensbeeld aan het strafrecht 3. L.J.M. Cornet en C.H. de Kogel - Is de mens voor een biocriminoloog per definitie onvrij? 4. W.J. Veraart - Bescherm het slachtoffer, begin bij de verdachte 5. C. Kelk - Veranderende mensbeelden van gedetineerden. Een kort historisch overzicht 6. I. Weijers - De terugkeer van de ‘kinderlijke delinquent’? Wisselende kindbeelden in een eeuw jeugdstrafrecht 7. J.L. Goedegebuure - Voorbij goed en kwaad. Het mensbeeld achter ‘zinloos geweld’ in de literatuur en filosofie 8. G..J.M. Corstens - Het veranderende mensbeeld in het strafrecht. Een bespiegeling op basis van ervaringen in de rechterlijke macht SAMENVATTING: Onze mensbeelden veranderen en het strafrecht verandert mee. Als uitgangspunt van dit themanummer over Mensbeelden in het strafrecht geldt dat het strafrecht in laatste instantie is ingebed in ons beeld van de mens, diens mogelijkheden, beperkingen en verantwoordelijkheden. Illustratief is het beeld van de dader, dat sinds de negentiende eeuw onmiskenbaar is veranderd en in de laatste decennia ook verhard is: de zondige en (sociaal) zwakkere medemens die ter verantwoording dient te worden geroepen maar die tegelijkertijd onze hulp en steun verdient, wordt tegenwoordig gezien als ernstige risicofactor of zelfs als een onverbeterlijke vijand van de samenleving. Ook het slachtoffer is onmiskenbaar niet meer wat hij is geweest. Werden slachtoffers lange tijd zo goed als genegeerd in het strafproces, tegenwoordig lijkt het slachtoffer uitgegroeid tot een geëmancipeerde drager van rechten die voor zichzelf een eigen positie opeist. Daarnaast lijken slachtoffers niet zelden door de politiek te worden uitgespeeld tegen daders om zo strenger te kunnen straffen, zij het dat er ook een onderstroom waarneembaar is die tracht slachtoffer en dader juist bij elkaar te brengen. Is er inderdaad sprake van verharding onder invloed van verschuivende mens c.q. dader- en slachtofferbeelden? Of zijn er ook tegengestelde tendensen? En hoe verhouden de verschillende mensbeelden zich tot het vraagstuk van vergeving?
    • Recht en moraal

      Unknown author (WODC, 1993)
      Met de suprematie van het wetenschappelijk denken, waarin ratio en empirische waarneming de enige geldige criteria worden geacht, heeft de moraal sterk aan kracht ingeboet. Het primaat van de wetenschap heeft bovendien, via de technologie, geleid tot een voorheen ongekende welvaart en deze heeft op haar beurt het individualiseringsproces in gang gezet. De vroegere inbedding van het individu in de gemeenschap, heeft plaatsgemaakt voor een directe afhankelijkheid van het individu van de staat. Aangezien de materiele functies van de gemeenschap zijn overgenomen door de staat, is het begrijpelijk dat de overheid ertoe neigt ook de morele functie van de gemeenschap over te nemen. Daarbij heeft de minister van Justitie, E.M.H. Hirsch Ballin, nadrukkelijk het voortouw genomen. Te beginnen met het beleidsplan Recht in beweging (1990) heeft de minister in tal van toespraken gewezen op de noodzaak van een revitalisering van de moraal, waarbij hij een belangrijke rol toekende aan de overheid. In verband hiermee heeft het ministerie van Justitie, in samenwerking met de ministeries van 0 & W en WVC, op 17 september 1992 een studiedag georganiseerd over de overdracht van normen en waarden in opvoeding en onderwijs, onder de titel Mores leren? Die studiedag heeft de aanleiding gevormd voor deze aflevering van Justitiele Verkenningen, die is gewijd aan het thema `Recht en moraal'.
    • Sociale grondrechten na de verzorgingsstaat (in samenwerking met De Balie)

      Unknown author (WODC, 1998)
      Dit themanummer - dat in samenwerking met politiek en cultureel centrum De Balie tot stand is gekomen - staat in het teken van de grondrechten. Dit jaar bestaat de Grondwet - ook wel nationale constitutie genoemd - honderdvijftig jaar. De Grondwet bindt de overheid aan regels en waarborgt de politieke en religieuze vrijheden en sociale rechten van burgers. De aangepaste Grondwet van 1983 is uitgebreid met een reeks sociale rechten (recht op bescherming tegen inkomensverlies, recht op onderwijs, op huisvesting, enzovoort) waarin de garantie van materiele rechtsgelijkheid tot uitdrulcking komt. Hiermee komt de sociale rechtsstaat die in de naoorlogse periode geleidelijk werd opgebouwd, ook in de hoogste wet tot uitdrukking.Juist nu de sociale grondrechten een prominente plaats hebben verkregen in de Nederlandse Grondwet, lijken ze weer aan betekenis in te boeten. De belangrijkste reden daarvoor is het probleem van de 'onbetaalbaarheid' van de verzorgingsstaat. Naast de noodzaak te bezuinigen raakte de politick er meer en meer van overtuigd dat ook beperkingen moesten worden gesteld aan het collectieve karakter van de sociale voorzieningen. Zo werden de wao, de ziektewet en de nabestaanden-regeling geprivatiseerd. Deze ingrepen zijn op een snelle en soms ondoordachte wijze doorgevoerd waarbij 'de markt als wondermiddel werd aangeprezen. Het ontbrak aan een grondig beraad over het rechtsgehalte van de nieuw ontworpen regelingen. Oftewel, de drastische herzieningen in de sociale zekerheid hebben niet geleid tot een heroverweging van de rechtsbeginselen van de sociale rechtsstaat.
    • Vergelden, recht doen en billijke straf

      Unknown author (WODC, 1986)
      Straf en de rechtvaardiging daarvan zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. De gronden waarop straf wordt toegekend zijn dan ook voortdurend aan discussie onderhevig. Soms lijkt deze discussie in een stroomversnelling te raken. Dit was bijvoorbeeld halverwege de jaren zeventig het geval in de Verenigde Staten. Vanwege de teleurstellende resultaten van de resocialisatie-filosofie, en vanwege de onzekerheid voor veel gedetineerden voor wie invrijheidstelling afhankelijk was van de mate van hun `verbetering', werd van verschillende kanten aangedrongen op een rechtvaardiger strafrechtsysteem. Deze discussie culmineerde in 3 wat bekend kwam te staan als het justice model. Kort samengevat luidt de basisgedachte daarvan dat niet de dader maar de daad centraal moet staan bij de bepaling van de strafmaat. Deze dient evenredig te zijn met de mate van schuld en met de door de wetsovertreding veroorzaakte schade.
    • Waarheidsvinding

      Bunt, H.G. van de; Myer, E.; Vries, G.H. de; Muller, E.R.; Geveke, H.; Fijnaut, C.; Nelen, J.M.; Eshuis, R.; Haenen, M. (WODC, 2002)
      ARTIKELEN: 1. H.G. van de Bunt - De onderste steen; enkele kanttekeningen bij het primaat van het strafrecht in de waarheidsvinding 2. G.H. de Vries- Wat is waarheid? Een filosofische benadering 3. E. Myjer - Strafrechtelijk onderzoek en waarheidsvinding 4. E.R. Muller - Waarheidsvinding en parlementair onderzoek 5. H. Geveke - De staat van commissies; tussen politiek en waarheidsvinding 6. C. Fijnaut - Parlementaire politiek en wetenschappelijk onderzoek; een uitdagende ervaring 7. J.M. Nelen - Dansen op het slappe koord; wetenschappelijk onderzoek naar georganiseerde criminaliteit 8. R. Eshuis - Speelveld voor onderzoek 9. M. Haenen - Waarheidvinding en journalistiek SAMENVATTING: Medio 2001 verscheen het rapport Post-Fort; evaluatie van het strafrechtelijk onderzoek (1996-1999) van de hand van de onderzoekers Van de Bunt, Fijnaut en Nelen. In dit rapport wordt uiteengezet op welke wijze politie en justitie in de periode 1996-1999 hebben getracht om de ware toedracht van de IRT-affaire te achterhalen. Naar aanleiding van de publicatie van het rapport werd door de sectie criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en het WODC op 11 december 2001 een studiedag georganiseerd onder de titel Zoektochten naar 'dé Waarheid'. In dit nummer zijn de bijdragen van de diverse inleiders gebundeld.