• De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit milieudelicten

      Faure, M. (red.); Roos, Th. de (red.) (METRO - Universiteit Maastricht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 1998)
      In deze bundel wordt onderzocht op welke wijze het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden berekend bij milieudelicten. In de ontnemingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie is weliswaar een berekeningswijze ten aanzien van het wederrechtelijk verkregen voordeel in het algemeen aangegeven, doch op de specifieke problematiek van de milieudelicten wordt niet ingegaan. Dit veroorzaakt in de praktijk vele problemen, onder meer met betrekking tot de vraag of bij de kostenaftrek al dan niet rekening moet worden gehouden met bedrijfseconomische en fiscaalrechtelijke inzichten. De auteurs streven ernaar bloot te leggen welke normatieve keuzen ten grondslag liggen aan de vraag hoe het wederrechtelijk verkregen voordeel bij milieudelicten dient te worden berekend. Aan de hand van die uitkomst is een lijst met vuistregels opgesteld voor de vorderingspraktijk in milieustrafzaken. Bij de totstandkoming van dit boek is gebruik gemaakt van een aantal verschillende onderzoeksmethoden. In de eerste plaats werd een analyse gemaakt van een aantal praktijkgevallen, die door de 'werkvloer' werden aangeleverd. In de tweede plaats werd een analyse van wetgeving en jurisprudentie uitgevoerd. Dit klassiek juridisch onderzoek was bedoeld om de geschetste problematiek te analyseren vanuit de Nederlandse doctrine en de beschikbare jurisprudentie. In de derde plaats werd een omvangrijke rechtsvergelijkende analyse verricht naar het relevante recht (wetgeving, rechtspraak en doctrine) in Duitsland, België, Denemarken en Zweden. Ten slotte is het gestelde probleem benaderd vanuit rechtseconomisch en bedrijfseconomisch/fiscaalrechtelijk perspectief.
    • Geschilgedrag - verklaringen bijeengebracht

      Klein Haarhuis, C.M. (WODC, 2008)
      Dit onderzoek vloeit voort uit de empirische verkenning van de filterwerking van buitengerechtelijke procedures (Cahier 2006-6). Het is bedoeld om de in dit voorgaande onderzoek genoemde verklaringen voor geschilgedrag en filterwerking theoretisch nader uit te diepen. Voor dit doel worden theorieën en bevindingen uit de rechtssociologische, rechtseconomische en rechtspsychologische literatuur bijeengebracht. De centrale vraag die aan de hand van deze bronnen wordt onderzocht is, hoe het geschilgedrag van partijen in den brede kan worden verklaard, en in hoeverre deze te integreren en te ordenen zijn met behulp van een overkoepelend kader. INHOUD: 1. Aanleiding, vraagstelling en opzet 2. Drie theoretische 'tradities' in het onderzoek naar geschilgedrag 3. Inventarisatie van theoretische en empirische inzichten 4. Keuzemomenten en geschillen 5. Conclusie en nabeschouwing
    • Toekomst van de rechtshandhaving

      Bunt, H.G. van de; Hoogenboom, A.B.; Fijnaut, C.; Velthoven, B.C.J. van; Hughes, G.; McLaughlin, E.; Muncie, J.; Schnabel, P. (WODC, 2002)
      ARTIKELEN: 1. .G. van de Bunt - Nota Criminaliteitsbeheersing; investeren in meer van hetzelfde 2. A.B. Hoogenboom - De Matrix; over de toekomst van misdaad en de inlichtingenfunctie van de politie 3. C. Fijnaut - De aanslagen van 11 september 2001 en de reactie van de Europese Unie 4. B.C.J. van Velthoven - Pakkansen, strafmaten, en het ‘marktmodel’ van Ehrlich; economische invalshoeken voor het criminaliteitsonderzoek 5. G. Hughes, E. McLaughlin en J. Muncie - Aan de rand van de afgrond; de toekomst van misdaadbestrijding en publieke veiligheid 6. P. Schnabel - Vervelende feiten; criminaliteit onder allochtone jongensSAMENVATTING: De diversiteit in het aanbod aan documenten die de criminaliteitssituatie over vijf à tien jaar tot onderwerp hebben heeft de redactie gesterkt in de overtuiging dat het zinvol is om een themanummer te wijden aan de toekomst van de rechtshandhaving. Voor het gemak hebben ook wij het jaar 2010 als ijkpunt genomen. Vanuit verschillende invalshoeken wordt een blik geworpen op relevante maatschappelijke ontwikkelingen die hun schaduw zullen werpen op de rechtshandhaving in dat jaar.
    • Toezicht op markt en mededinging

      Erp, J.G. van; Amador Sanchez, P.; Lamboo, E.; Smits, R.; Brosens, T.; Bijkerk, W.O.; Gevaert, J.; Vos, E.L.M.; Ammerlaan, S.W.; Faure, M.G. (WODC, 2008)
      ARTIKELEN: 1. J.G. van Erp - Lessen voor toezicht in de 21e eeuw; actuele inzichten van Braithwaite en Sparrow 2. P. Amador Sanchez, M.N. Dijkman, E. Lamboo en R. Smits - De ontmanteling van kartelparadijs Nederland; tien jaar Mededingingswet en NMa 3. T. Brosens, W.O. Bijkerk en J. Gevaert - Keuzes in gedragstoezicht: de casus kredietverstrekking 4. E.L.M. Vos en S.W. Ammerlaan - De Consumentenautoriteit: nieuwkomer op druk speelveld 5. M.G. Faure - Onbegrensd toezicht? 6. Internetsites SAMENVATTING: Toezicht is een (machts)factor van betekenis geworden in de samenleving. Gelet op het arsenaal aan opsporingsbevoegdheden en sanctiemaatregelen waarover toezichthouders kunnen beschikken, is de behoefte aan toezicht op toezicht actueel geworden en eventuele wettelijke aansprakelijkheid. De 'moderne' marktmeesters staan in dit themanummer centraal. Medewerkers van respectievelijk de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Consumentautoriteit geven inzicht in de wijze waarop de toezichthouder de relevante wetgeving toepast en voor welke strategische keuzen deze staat.