• Allochtonen en justitie

      Unknown author (WODC, 1990)
      Of men het nu leuk vindt of niet, Nederland is in twintig jaar tijd een multi-culturele samenleving geworden. En deze ontwikkeling zal zich de komende jaren zonder enige twijfel doorzetten. Langzaam breekt het inzicht door dat in de plaats van een 'vreemde eenden in de bijt'-beleid het allochtonen-vraagstuk moet worden gezien in termen van multi-etniciteit. Behalve met rangen en standen heeft Nederland nu ook te maken met een skala aan etnische identiteiten, die met elkaar dienen te verkeren. In dit nummer wordt een poging gedaan de gevolgen van deze multi-etniciteit na te gaan voor het terrein van justitie. Het samengaan van verschillende culturele groepen creeert nieuwe problemen en nieuwe inzichten in de mogelijkheden van justitie om een bijdrage te leveren aan een leefbare samenleving. Op een aantal in het oog springende onderwerpen zal worden ingegaan. Er wordt in het themadeel aandacht besteed aan problemen op het gebied van criminaliteit, discriminatie, illegaliteit en de onderlinge communicatie.
    • Bestrijding van discriminatie naar ras - enkele ervaringen met de bestrijding van raciale discriminatie in andere landen

      Duijne-Strobosch, A.J. van (WODC, 1983)
      In dit onderzoek wordt de nadruk gelegd op specifiek voor de bestrijding van discriminatie opgerichte organisatie. Daarnaast - en gedeeltelijk in verband daarmee - zullen ook wettelijke maatregelen en belangrijke rechterlijke uitspraken aan de orde komen.
    • Building inclusion - Housing and integration of ethnic minorities in the Netherlands

      Kullberg, J.; Kulu-Glasgow, I. (WODC, 2009)
      This report traces the migration and housing histories of immigrants and their children since World War II. Central issues in this study are access to housing by different ethnic minority groups over time, the quality of housing in neighbourhoods where those groups often live, and residential segregration. This volume is one in a series of seven reports on housing access and the social inclusion of vulnerable groups in Europe. The reports are part of the Building Inclusion project, supported by the European Programme for Employment and Social Solidarity (2007-2013).
    • De groeimarkt van kansspelen

      Unknown author (WODC, 1996)
      Gokken kan op een groeiende populariteit rekenen. In Nederland wordt jaarlijks 3,8 miljard gulden uitgegeven aan legale kansspelen, hetgeen ongeveer 250 gulden per inwoner betekent. Daarmee staat Nederland inmiddels vijfde op de Europese gokranglijst. Zuinigheid, matiging en afkeer van gokken hebben plaatsgemaakt voor een liberaal-pragmatisch besef dat de kansspelmarkt uitermate lucratief is en fondswerving begunstigt. Het eind van de groei is nog niet in zicht: deelname aan gokspelletjes via telefoon en televisie wordt steeds gemakkelijker; de digitale casino komt onder ieders handbereik. Deze wildgroei heeft mogelijk een hoge prijs: verder toenemende gokverslaving. De laatste jaren hebben een kentering te zien gegeven: om verslaving tegen te gaan hebben gemeenten de groei van speelautomaten aan banden gelegd. De nota Kansspelen herijkt gaat nog een stap verder. Het kabinet wil een algeheel verbod op speelautomaten in laagdrempelige locaties zoals snackbars, buurthuizen en sportkantines. Gemeenten kunnen zelf bepalen of ze deze automaten ook in hoogdrempelige locaties zoals cafés gaan weren. Voor de loterijen en casinospelen zijn de gevolgen van de nota minder ingrijpend. Reclame moet worden verminderd en het aantal kansspelen wordt bevroren op het huidige niveau. Maar ook nu laat de kritiek van de kanspelbranche zich raden: er zal 'kapitaalvlucht' ontstaan naar het illegale gokwezen en naar buitenlandse loterijen. De begunstigden van de kansspelen, sport en lichamelijke opvoeding, het goede doel (van Unicef tot Wereld Natuur Fonds), maar ook de schatkist, zijn de verliezers. Dat maakt de positie van de overheid er niet makkelijker op, zeker als ze zelf als gokbaas fungeert. De overheid reguleert en kanaliseert maar profiteert dankbaar van de omzet.
    • De tweede generatie gastarbeiders

      Unknown author (WODC, 1979)
      Op dit moment verblijven in ons land circa 50.000 Turkse en Maroldcaanse gastarbeiderskinderen. Het is deze tweede generatie' die in het hiernavolgende centraal zal staan. Niet onvermeld blijven gegevens van de situatie van deze kinderen in andere Europese landen. Vooral wordt nagegaan wat de oorzaken zijn die ertoe kunnen leiden dat de toekomst er voor hen weinig veelbelovend uitziet.
    • Deviant gedrag en slachtofferschap onder jongens uit etnische minderheden I

      Junger, M.; Zeilstra, M. (WODC, 1989)
      Uit het onderzoek komt naar voren dat de delinquentie onder allochtonen wat hoger is dan onder Nederlandse jongens van dezelfde leeftijd en met dezelfde socio-economische achtergrond. Twee zaken lijken van belang: Er zijn duidelijke verschillen tussen de allochtonen onderling. Onder Marokkaanse jongens is deze vertegenwoordiging - in vergelijking met Nederlandse jongens - groter dan onder Turkse en Surinaamse jongens. Men dient zich te realiseren dat de omvang van de problemen niet dezelfde is in alle etnische groepen. De relatief hoge percentages allochtone jongens met politiecontacten kunnen slechts gedeeltelijk verklaard worden uit hun relatief slechte socio-economische positie. Dit lijkt erop te wijzen dat andere factoren een rol spelen bij het al dan niet plegen van misdrijven. Dit zal in een volgend rapport aan de orde komen.
    • Discriminatie: van aangifte tot vervolging - De gang van discriminatiezaken door de strafrechtketen

      Kruize, P.; Gruter, P. (Ateno - Bureau voor Criminaliteitsanalyse, 2015)
      Er zijn feitelijk twee aanleidingen voor dit onderzoek. Enerzijds is dat de wens de gang van discriminatiezaken door de strafrechtketen in kaart te brengen en anderzijds de wens om inzicht te verkrijgen in slachtofferschap van discriminatie (haatcriminaliteit). Het gemeenschappelijke is dat beide verzoeken betrekking hebben op discriminatie. De methode en de uitwerking zijn echter verschillend en daarom is er voor gekozen het rapport twee delen te geven. Deel I heeft betrekking op ervaren slachtofferschap van discriminatie en registraties bij politie en Openbaar Ministerie. Deel II beschrijft de gang van discriminatiezaken door de strafrechtketen. iNHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek (Deel I) 3. Ervaren discriminatie 4. Registratie bij politie en OM 5. Conclusies (Deel I) 6. Methoden van onderzoek (Deel II) 7. In- en uitstroom bij de politie 8. In- en uitstroom bij het OM 9. Afdoening en strafmaat bij discriminatie 10. Conclusies (Deel II)
    • Discriminatiegeneigdheid in de grote stad - Een sociaal-ecologische analyse

      Kempen, R. van (WODC, 1985)
      In hoeverre en onder welke omstandigheden is de aanwezigheid van allochtonen in een bepaalde buurt van invloed op de discriminatiegeneigdheid van de autochtonen in diezelfde buurt?
    • Ethnic Prejudice and Violence

      Swaan, A. de; Halman, L.; Aronowitz, A.; Schokkenbroek, J.; Fekete, L.; Webber, F. (WODC, 1994)
      ARTICLES: 1. Editiorial 2. State of outrage: the fading line between waging war and fighting crime - A. de Swaan 3. Variations in tollerance levels in Europe: evidence from the Eurobarometers and European Values Study - L. Halman 4. A comparative study of hate crime: legislative, judicial and social responses in Germany and the United States - A. Aronowitz 5. Protection of national minorities: current standard-setting activities and other measures of the Council of Europe - J. Schokkenbroek 6. Vienna declaration: Council of Europe Summit 7. Country summaries - L. Fekete and F. Webber 8. Varia: Race, ethnicity and criminal justice - an international perspective; 9. The international self-report delinquency study 10. Crime Institute Profile: Institute of Criminology, Eberhard Karls University of Tübingen
    • Etnische discriminatie

      Unknown author (WODC, 1996)
      Er zijn veel aanwijzingen dat het sociale klimaat van tolerantie de laatste jaren is verslechterd. Veel onderzoekers signaleren dat de negatieve beeldvorming over verschillende groepen nieuwkomers is gegroeid. Bovendien ondervindt het asielbeleid grote weerstand. In die context is het niet verwonderlijk dat discriminatie en racistisch geweld sterkere vormen aannemen. Het openbaar ministerie heeft de laatste jaren steeds meer discriminatiezaken behandeld. De strafrechtelijke bestrijding van discriminatie schiet echter op vele punten tekort, onder andere omdat discriminerende uitingen vaak moeilijk zijn te bewijzen. Velen hameren daarom op een alerter en efficiënter optreden van justitie. De vraag is echter, zoals minister Sorgdrager onlangs opmerkte, of dan niet teveel wordt verwacht van justitieel optreden. Strafrechtelijke afhandeling maakt immers geen einde aan het bestaan van vooroordelen. In dit nummer komt deze thematiek ruimschoots aan bod. Met name de volgende vragen worden behandeld: Welke factoren beïnvloeden de trend van toenemende discriminatie? Zal die trend zich doorzetten? Leidt onze gevoeligheid voor discriminatie tot een overtrokken beeld van racistische incidenten? En steekt de situatie in Nederland niet gunstig af tegen die in andere westerse landen?
    • Europa en zijn Roma

      Bogdal, K.M.; Croes, M.T.; Bakker, P.; Vermeersch. P.; Jorna, P.; Baar, H. van (WODC, 2014)
      ARTIKELEN: 1. K.M. Bogdal - Hoe Europa zijn zigeuners uitvond; over een schaduwzijde van de moderniteit 2. M.T. Croes - Duitsland en de zigeuners: van uitsluiting tot Endlösung der Zigeunerfrage, 1407-1945 3. P. Bakker - De taal van de Roma en Sinti 4. P. Vermeersch - Een kansloze minderheid in de marge? De sociaaleconomische en politieke positie van de Roma in Europa 5. P. Jorna - Tussen eigenheid en aanpassing. Over cultuur en integratie van Nederlandse Roma en Sinti 6. H. van Baar - Participatie, veiligheid en beeldvorming van Romaminderheden; een kritische reflectie op het Nederlandse beleid 7. Internetsites. SAMENVATTING: De Roma vormen de grootste minderheidsgroep van Europa. Het is moeilijk te zeggen hoe groot hun aandeel in de Europese bevolking precies is. De schattingen lopen uiteen van 8 miljoen tot 12 miljoen. De naam ‘Roma’ wordt in Europees verband gebruikt voor een verzameling van verschillende groepen, zoals Spaanse kale of gitanos, Franse manoush en gens du voyage, Ierse en Britse gypsies en travellers, Nederlandse woonwagenbewoners, Sinti en Roma, Zwitserse jenish en verschillende Romagroepen in Centraal- en Oost-Europa. Door de uitbreiding van de Europese Unie met Oost-Europese landen kwam er een Europabreed Romabeleid van de grond, dat voorzag in allerlei projecten en programma’s gericht op de verbetering van hun positie op terreinen als onderwijs, huisvesting, werkgelegenheid en gezondheidszorg. In dit themanummer wordt onder andere bekeken welke veranderingen sindsdien in het Nederlandse Romabeleid hebben plaatsgevonden en hoe deze zich verhouden tot de beleidsuitgangspunten op Europees niveau. Ook de benarde positie van Roma in Oost-Europese landen komt aan de orde. Maar eerst is er aandacht voor de geschiedenis van de Roma, hun plek in Europa en de Europese beschaving, hun discriminatie en vervolging, in het bijzonder tijdens het nazisme.
    • Evaluatie Landelijk Expertisecentrum Diversiteit

      Klaver, J.F.I.; Tillaart, J.C.M van den; Vaan, K.B.M. de (Regioplan Beleidsonderzoek, 2014)
      Het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit (LECD) heeft jarenlang een adviserende en ondersteunende rol vervuld voor de politie op het terrein van diversiteit en discriminatiebestrijding. Het LECD houdt echter per 1 januari 2015 op te bestaan. Bevordering van diversiteit binnen de politie wordt ondergebracht bij de HRM-afdeling van de Nationale Politie. Diversiteit wordt zodoende opgenomen in het reguliere HRM-beleid. Het onderzoek richt zich op de volgende hoofdvragen: Welke inspanningen heeft het LECD verricht? Tot welke opbrengsten bij de voormalige regiokorpsen hebben deze geleid? Welke kennis/activiteiten van het LECD kunnen/moeten worden geborgd in de politieorganisatie? INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Landelijk Expertisecentrum diversiteit 3. Resultaten en effecten van het LECD 4. Borging van LECD-activiteiten 5. Samenvatting en conclusies
    • Het stopformulier - Verkenning van de werking van de registratie van staandehoudingen

      Woestenburg, N.; Ridder, J. de; Krol, E. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2016)
      De vraagstelling die ten grondslag ligt aan het onderhavige onderzoek, dat is uitgevoerd door Pro Facto, is: In hoeverre blijkt op grond van de literatuur en documentatie dat zogenaamde stopformulieren bijdragen aan het voorkomen en bestrijden van etnisch profileren? Zijn de mogelijk bewezen resultaten van het gebruik van stopformulieren te vertalen naar de Nederlandse politieorganisatie? Op welke punten zijn er daarvoor eventueel aanpassingen nodig? Deze vraagstelling is beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen: Waar en hoe worden stopformulieren gebruikt? Wat is bekend over de werking van stopformulieren? In hoeverre draagt het gebruik van stopformulieren bij aan het tegengaan van etnisch profileren bij staandehoudingen? Welke condities zijn van invloed op de werking? In hoeverre is de elders geconstateerde werking te verwachten onder Nederlandse condities? INHOUD: 1. Inleiding 2. Engeland en Wales 3.. Spanje 4. Frankrijk 5. Bevindingen 6. Beschouwing
    • Indirect onderscheid tussen migranten en autochtonen in de WAO - Een onderzoek naar de verschillen tussen migranten en autochtonen bij de toepassing van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van broepszaken bij de Raden van Beroep

      Minderhoud, P.E.; Radema, R.O. (WODC, 1987)
      In deze, in het kader van het onderzoekprogramma van de Interdepartementale Coordinatiecommissie Minderhedenbeleid gestarte studie, is het verschijnsel indirect onderscheid nader onderzocht. Indirect onderscheid wordt veelal gedefinieerd als een situatie waarin een neutraal geformuleerd(e) criterium of regel in zijn toepassing leidt tot verschillen ten aanzien van etnische groeperingen, waarbij een samenhang tussen het criterium of de regel en het effect aanwezig moet zijn. Om een dergelijk onderzoek in begaanbare banen te leiden, is gekozen het toe te spitsen op een wet en wel 1 uit het sociale zekerheidsstelsel, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Aan de hand van de WAO is onderzocht in hoeverre zich bij de toepassing verschillen tussen autochtonen en migranten voordoen en door welke factoren deze verschillen veroorzaakt worden. De materiaal verzameling heeft plaatsgevonden door middel van literatuurstudie, interviews, en dossieranalyse. De gegevens van dit onderzoek, dat exploratief van aard was, laten zien dat op diverse momenten bij de toepassing van de WAO zich voor migranten meestal negatieve verschillen in effect of behandeling ten opzichte van autochtonen voordoen. De oorzaak voor het ontstaan van die verschillen lijkt voornamelijk gezocht te kunnen worden in enerzijds de wijze waarop de wet door instanties en functionarissen in de praktijk wordt uitgevoerd. Veelal is sprake van een wisselwerking tussen beide factoren. Tenslotte wordt aan de hand van de geconstateerde verschillen een vraagteken bij de (verdere) hanteerbaarheid van het begrip 'indirect onderscheid' geplaatst.
    • Islamitische en extreem-rechtse radicalisering in Nederland - Een vergelijkend literatuuronderzoek

      Fermin, A. (WODC, 2009)
      In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van een studie naar de onderzoeksliteratuur over islamitische en extreem-rechtse radicalisering in Nederland. De centrale vraagstelling van het onderzoek is: Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen islamitische en extreeem-rechtse radicalisering in Nederland? Wat is hierover bekend uit de onderzoeksliteratuur?Welke aanknopingspunten volgen uit de analyse van inzichten uit de onderzoeksliteratuur voor te voeren beleid ten aanzien van deze vormen van radicalisering?Hoe kunnen niet of onvolledig beantwoorde onderzoeksvragen worden beantwoord in vervolgonderzoek?
    • Mensenrechten in Nederland

      Verrest, P.A.M.; Dopheide, T.; Mommers, C.; Sasse van Ysselt, P.B.C.D.F. van; Jonge, G. de; Cornelisse, G.; Os, C. van; Höfte, S.J.; Helm, G.H.P. van der; Stams, G.J.J.M.; et al. (WODC, 2012)
      ARTIKELEN: 1. P.A.M. Verrest en T. Dopheide - De evaluatie van Nederland in het kader van de Universal Periodic Review 2. C. Mommers - De inbreng van ngo's bij het Nederlandse mensenrechtenexamen; een terug- en vooruitblik door Amnesty International 3. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt - Een nationaal mensenrechteninstituut: door de bomen het bos weer zien? 4. G. de Jonge - Het Nederlandse detentierecht naar internationale maatstaven 5. G. Cornelisse - Mensenrechten begrensd: detentie in het vreemdelingenrecht 6. C. van Os - De relevantie van het Kinderrechtenverdrag voor minderjarige vreemdelingen 7. S.J. Höfte, G.H.P. van der Helm en G.J.J.M. Stams - Het internationaal recht en de gesloten jeugdzorg; adviezen voor de praktijk 8. O.L. van Daalen - De Nederlandse staat van internetvrijheid 9. R. Witte en M.P.C. Scheepmaker - De bestrijding van etnische discriminatie: een speerpunt tot non-issue? 10. Internetsites. SAMENVATTING: Nederland neemt internationaal een belangrijke positie in als voorvechter van de mensenrechten. Respect voor mensenrechten maakt integraal deel uit van het Nederlandse buitenlandse beleid en van de ontwikkelingssamenwerking, en speelt een belangrijke rol in de bijdragen die Nederland levert aan internationale organisaties. Maar hoe is het eigenlijk met de naleving van mensenrechten in Nederland zelf gesteld? Dat is de vraag die centraal staat in dit themanummer.
    • Minderheid: minder recht? - een inventarisatie van bepalingen in de Nederlandse wet- en regelgeving waarin onderscheid wordt gemaakt tussen allochtonen en autochtonen

      Beune, H.H.M.; Hessels, A.J.J. (WODC, 1983)
      In deel I wordt ingegaan op de wijze waarop het onderzoek tot stand is gekomen en op de interpretatie van de taakopdracht door de onderzoekers. Voorts wordt in deel I summier aandacht besteed aan de werking van het internationale recht en haar invloed op de Nederlandse wet- en regelgeving (hoofdstuk 3) en aan een viertal wetten, te weten de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap, de Vreemdelingenwet c.a., de Wet betreffende de positie van Molukkers (Faciliteitenwet) en de Wet Arbeid buitenlandse werknemers (hoofdstuk 4). Deel II bevat het eigenlijke inventarisatiemateriaal, een opsomming van bepalingen die onderscheid maken naar nationaliteit (N), plaats (P), cultuur (C), levensbeschouwing (L), taal (T) en ras (R). Deel III is als volgt onderverdeeld. In hoofdstuk 1 wordt het materiaal van deel II samengevat naar de zes vormen van onderscheid. Hoofdstuk 2 bevat de conclusies en aanbevelingen.
    • Politie en openbaar ministerie tegen rassendiscriminatie - Over de naleving van richtlijnen

      Bol, M.W.; Docter-Schamhardt, B.J.W. (WODC, 1993)
      Doel van het onderzoek is om na te gaan of de richtlijnen inzake het bestrijden ;van rassendiscriminatie door politie en openbaar ministerie worden nageleefd en hoe de naleving kan worden bevorderd. De vragen waarop het onderzoek zich richt zijn: 1. Het opsporingsbeleid inzake rassendiscriminatie: handelt men overeenkomstig de richtlijnen? 2. Kennis van de richtlijnen bij de politie; 3. Hoe kan worden bevorderd dat de politie (de) discriminatierichtlijnen naleeft? 4. Het vervolgingsbeleid inzake rassendiscriminatie: handelt men overeenkomstig de richtlijnen? 5. Kennis van de richtlijnen bij het openbaar ministerie; 6. Hoe kan worden bevorderd dat het openbaar ministerie (de) discriminatierichtlijnen naleeft? Als bijlagen zijn opgenomen de discriminatiebepalingen uit het Wetboek van Strafrecht en de tekst van de richtlijnen Rassendiscriminatie.
    • Racistisch geweld in Nederland - Aard en omvang, strafrechtelijke afdoening, dadertypen

      Bol, M.W.; Wiersma, E.G. (WODC, 1997)
      Het thema 'racistisch geweld in Nederland' is aan de hand van drie vragen nader onderzocht. De eerste vraag betreft de aard en de omvang van racistische incidenten c.q. racistisch geweld in Nederland. In de tweede plaats gaat het om het verkrijgen van meer achtergrondinformatie met betrekking tot incidenten waarbij concrete verdachten zijn aan te wijzen. Hoe worden de zaken door politie en justitie afgedaan? In de derde plaats wordt de aandacht nadrukkelijk gericht op de daders zelf. Wat zijn de achtergronden van deze mensen? Wat beweegt hen tot het plegen van racistische delicten? Wat is hun betrokkenheid bij extreem rechtse partijen, bewegingen of groepen? De incidenten worden onderscheiden in: bekladding, vernieling, brandstichting, bedreiging, mishandeling e.d.
    • Recidive na discriminatie - Een onderzoek naar de strafrechtelijke recidive onder daders van discriminatiedelicten

      Beijersbergen, K.A.; Wartna, B.S.J. (WODC, 2007)
      In dit onderzoek wordt de strafrechtelijke recidive van plegers van specifieke discriminatiedelicten in kaart gebracht. De volgende vragen staan centraal: 1. Wat zijn de achtergrondkenmerken van de daders en hun strafzaken; 2. Wat is het recidivebeeld van daders met een strafzaak voor specifieke discriminatie en hoe verhoudt deze zich tot de strafrechtelijke recidive in de totale daderpopulatie; 3. In hoeverre is er een relatie te leggen tussen de hoogte en de aard van de straf, daderkenmerken en het vóórkomen van recidive?