• Bedrijfsbrandweer op grond van artikel 31 Wet veiligheidsregio's

      Wilms, P.; Schrijvershof, C.; Kuipers, S. (APE Public Economics, 2013)
      Het onderzoek kent een tweeledige probleemstelling: Hoe zien de inhoud en het proces van de beoordeling van risicobedrijven in het kader van artikel 31 Wvr er in de praktijk uit en hoe wordt het afstemmingsproces over de vergunningverlening tussen de veiligheidsregio's en milieudiensten gewaardeerd? Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen voor (publiek-private) samenwerkingsverbanden in industriële gebieden binnen de veiligheidsregio op het terrein van de brandweer rekening houdend met nieuwe ontwikkelingen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Procesbeschrijving 3. Waardering 4. Samenwerking in de brandweerzorg 5. Conclusies
    • Continuïteitsplannen ICT / elektriciteit - inventarisatie van continuïteitsplannen in geval van grootschalige uitval van ICT en/of elektriciteit bij gemeenten, provincies, veiligheidsregio's, politieregio's en waterschappen

      Dorssen, M. van; Holzmann, M.; Franx, K.; Rens, L. (Berenschot Groep, 2012)
      Dit onderzoek bouwt voort op een onderzoek uit 2010 door het Crisis Onderzoeksteam (COT) naar de continuïteit bij de uitval van elektriciteit en ICT binnen de vitale sectoren dat o.a. heeft uitgemond in een informatiepakket voor burgers en voor continuïteitsmanagementen. In deze rapportage worden de volgende twee onderzoeksvragen beantwoord:Hoeveel procent van de organisaties binnen de sectoren Openbaar Bestuur en Openbare Orde en Veiligheid beschikt eind 2011 over een (vastgesteld) continuïteitsplan voor de uitval van ICT of elektriciteit?Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Uitgangssituatie: voorjaarsmeting 3. Status van het plan en deelname aan de schrijfsessies 4. Redenen waarom organisaties (nog) geen continuïteitsplan hebben 5. Implementatie van continuïteitsplannen 6. Perceptie van risico's en mate van eigen voorbereiding op uitval 7. Inhoud van continuïteitsplannen 8. Conclusies en slotbeschouwing
    • Cry Wolf - een fenomeenonderzoek

      Bos, J.G.H.; Es, A.M.D. van; Vasterman, P. (COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, 2011)
      Het Cry Wolf-effect is het effect dat optreedt wanneer regelmatig waarschuwingen voor een potentiële gebeurtenis worden gegeven, waarbij de daadwerkelijke gebeurtenis (meestal) uitblijft, waardoor het publiek het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van het waarschuwingssysteem afneemt en de waarschuwing op zichzelf door het publiek geneutraliseerd wordt tot een punt waarop de waarschuwingen niet meer leiden tot de gewenste hangelingen bij het publiek. In deze verkenning wordt ingegaan op de kenmerken en achtergronden van waarschuwingen, alarm(isme), risicoperceptie en vals alarm en de wijze waarop mensen hiermee omgaan. Er is ook onderzoek gedaan naar het Copycat-effect (zie link hiernaast) INHOUD: 1. Inleiding 2. Het fenomeen Cry Wolf 3. Analyse casuïstiek Cry Wolf 4. Communicatie
    • De burgemeester

      Korsten, A.F.A.; Karsten, N.; Schaap, L.; Verheul, W.J.; Bennekom, R. van; Eenhoorn, H.B.; Ostaaijen, J. van; Engberts, A.B.; Cornelissen, H.G.M.; Sackers, H.J.B.; et al. (WODC, 2010)
      ARTIKELEN: 1. A.F.A. Korsten - Gedwongen vertrek van burgemeesters 2. N. Karsten, L. Schaap en W.J. Verheul - Stijlen van lokaal leiderschap; over burgemeesters, rolopvattingen en -verwachtingen 3. R. van Bennekom - Profiel van de Nederlandse burgemeester 4. H.B. Eenhoorn - Hoe het licht valt; een persoonlijke visie op het burgemeesterschap 5. J. van Ostaaijen - Leren van Vlaanderen; kenmerken van de Vlaamse burgemeester ter inspiratie voor het Nederlandse debat 6. A.B. Engberts en H.G.M. Cornelissen - Swiebertje en Superman; de burgemeester en zijn taak in de openbare orde en veiligheid 7. H.J.B. Sackers - De burgemeester als veiligheidsbaas 8. R. Bron en M. Zannoni - De burgemeester in crisistijd; schakelen tussen bestuurlijke moed en terughoudendheid 9. Internetsites SAMENVATTING: Dit themanummers bevat diverse artikelen over de veranderde positie, rol en bevoegdheden van burgemeesters. Twee ontwikkelingen spelen hierbij een rol. Ten eerste het relatief grote aantal burgemeesterscrises in het afgelopen decennium. De burgemeester wordt doorgaans door de gemeenteraad voorgedragen en benoemd en neemt daarmee een politiek afhankelijker en kwetsbaarder positie in. Een tweede ontwikkeling is de opmars van de burgemeester in het veiligheidsdomein. Door een hele serie wettelijke maatregelen kan de burgemeester tegenwoordig met een beroep op openbare orde en veiligheid tal van ingrijpende maatregelen nemen, zowel in de publieke ruimte als achter de 'voordeur'.
    • Ervaren hulpverleners (politie, brandweer, ambulance) belemmeringen bij het inzetten van burgers in noodsituaties?

      Velden, P. van der (Instituut voor Psychotrauma (IVP), 2012)
      Dit onderzoek valt onder het kabinetsbeleid “Strategie Nationale Veiligheid”: versterken van zelfredzaamheid van burgers en bedrijven om de impact van rampen en crises te verminderen. Het ministerie van VenJ probeert de (zelf)redzaamheid van burgers en bedrijven te vergroten. In dit rapport worden de volgende vragen beantwoord: Ervaren hulpverleners (brandweer, politie, ambulance) zelf belemmeringen om burgers in te schakelen in noodsituaties? Spelen formele en/of informele, handelingsregels of protocollen een rol bij het niet inzetten van burgers in noodsituaties (cq. motief om burgers niet in te zetten)? Hangen karakteristieken van de noodsituaties (gepercipieerde gevaar, aantal aanwezige burgers, type incident, (reeds) aanwezige hulpverleners, etc.) samen met ervaren belemmeringen om burgers niet in te zetten in noodsituaties?
    • Evaluatie nationale crisisbeheersingsorganisatie vlucht MH17

      Torenvlied, R.; Giebels, E.; Wessel, R.A.; Gutteling, J.M.; Moorkamp, M.; Broekema, W.G. (Universiteit Twente, 2015)
      Dit onderzoek dient duidelijk te maken hoe de nationale crisisbeheersingsorganisatie heeft gefunctioneerd na de ramp met vlucht MH17 en in hoeverre dat heeft bijgedragen aan het beheersen van de crisis. Daarnaast dient het onderzoek in kaart te brengen hoe de communicatie is verlopen van de Rijksoverheid met nabestaanden, samenleving, Tweede Kamer en media. De evaluatie bestaat uit drie deelonderzoeken. In de eerste plaats is gekeken naar de interdepartementale crisisbeheersing. Hierin is de rol van de verschillende actoren onderzocht en hun onderlinge samenwerking. Ook is gekeken in hoeverre de internationale politieke dynamiek van het Oekraïneconflict de besluitvorming en het functioneren van de crisisorganisatie heeft beïnvloed. Het tweede deelonderzoek gaat nader in op de communicatie met en nazorg aan nabestaanden. Het derde deelonderzoek gaat over de vraag hoe de informatievoorziening is verlopen richting de Tweede Kamer, de media en de samenleving als geheel. De uitkomsten van het evaluatieonderzoek zijn bedoeld om lessen te trekken voor het functioneren van de nationale crisisbeheersingsorganisatie bij toekomstige crises. INHOUD: 1. Opdracht, probleemstelling en werkwijze 2. Analysekader en methodologische verantwoording 3. Onmiddellijke crisisrespons (17 en 18 juli 2014) 4. De eerste dagen ( 18 juli tot en met 23 juli 2014) 5. Periode rond de eerste missie (24 juli - 8 september 2014) 6. Adequaatheid van de crisisbeheersing rond vlucht MH17 7. Analyse vanuit een internationaalrechtelijk perspectief 8. Communicatie met en nazorg aan nabestaanden 9. Informatievoorziening naar Tweede Kamer, media en samenleving 10. Conclusies
    • Evaluatie van (het gebruik van) de Risicokaart

      Bongers, F.; Boer, P.J. de; Vorst, T. van der; Steur, J. (Dialogic Innovatie en Interactie, 2019)
      De Risicokaart is een via internet raadpleegbare kaart (www.risicokaart.nl) die als doel heeft om locatiegebonden risico’s in de leef- en werkomgeving van burgers en bedrijven in beeld te brengen en om overheden de mogelijkheid te geven om daarover beter te communiceren met de bevolking. De kaart kent daarom zowel een openbaar deel (voor het brede publiek) als een besloten deel (voor betrokken overheidsinstanties). In dit onderzoek staat de vraag centraal of de Risicokaart tegemoet komt aan de oorspronkelijke doelstellingen. Ook wordt onderzocht welke informatiebehoefte er bij verschillende betrokkenen bestaat en hoe de Risicokaart daar nu in voorziet of in de toekomst zou kunnen voorzien. Het onderzoek richt zich nadrukkelijk op risicocommunicatie (en niet op crisiscommunicatie), want dat is één van de functies van de Risicokaart. Het onderzoek is dus geen herhaling van het Inspectie-onderzoek uit 2013. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beschrijving van de Risicokaart 3. Gebruik van de Risicokaart 4. Informatiebehoefte 5. Ontwikkelingsvarianten van de Risicokaart 6. Conclusies
    • Evaluatie Veiligheidswet BES

      Woestenburg, N.; Beukers, M.; Oldenboom, J.; Simmons-de Jong, G.; Struiksma, N.; Marchena-Slot, A.; Winter, H. (Pro Facto, 2022-04-25)
      De Veiligheidswet BES is op 10-10-’10 ingevoerd toen de staatkundige structuur van het Koninkrijk der Nederlanden werd gewijzigd en Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbare lichamen deel zijn gaan uitmaken van het land Nederland. De Veiligheidswet BES regelt de taak en samenstelling van het politiekorps en de inrichting en organisatie van de brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening in Caribisch Nederland. De volgende onderzoeksvraag stond in het onderzoek centraal: Hoe functioneert de Veiligheidswet BES gelet op de per 10-10-’10 geformuleerde uitgangspunten en doelstellingen, welke knelpunten zijn te onderscheiden en in hoeverre is de wet toekomstbestendig, mede gelet op de huidige en toekomstige ontwikkelingen in het veiligheidsdomein en de bevindingen van de eind 2020 geëvalueerde Wet veiligheidsregio’s? INHOUD: 1. Inleiding 2. Doelen en uitgangspunten van de wet 3. Beleid, uitvoering, financiering en toezicht 4. Samenwerking onderling en in de regio 5. Toekomstbestendigheid en verhouding tot de Wet veiligheidsregio's 6. Conclusie
    • Evaluatie Wet veiligheidsregio's

      Veldhuisen, A. van; Hagelstein, R.; Voskamp, I.; Genderen, R. van (Andersson Elffers Felix, 2013)
      In hoeverre voldoet de Wet veiligheidsregio's in de praktijk aan de verwachtingen wat betreft het functioneren van het stelsel (de realisatie van de aannames over het bijdragen aan een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie) en hoe ervaren actoren dat? INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond 3. Beleidstheorie 4. Verwachtingen over de werking van de wet 5. Tussenconclusie over de beleidstheorie 6. Ontwikkelingen sinds inwerkingtreding van de Wvr 7. Operationele prestaties van de veiligheidsregio's 8. Functioneren en ervaringen (I) - bestuurlijke aansturing 9. Functioneren en ervaringen (II) - schaalgrootte 10. Functioneren en ervaringen (III) - organisatie 11. Functioneren en ervaringen (IV) - uitvoering 12. Functioneren en ervaringen (V) - financiering 13. Functioneren en ervaringen (VI) - nationale aspecten 14. Conclusies
    • Geen uniformen, maar specialisten - Betrokkenheid van externe experts in crisissituaties

      Eijk, C. van; Broekema, W.; Torenvlied, R. (Universiteit Leiden - Instituut Bestuurskunde, 2013)
      Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mate en wijze van betrokkenheid van externe experts in crisissituaties, alsmede wat de (on)bedoelde gevolgen van deze betrokkenheid zijn. De centrale probleemstelling luidt: Welke lessen volgen uit: (1) de wetenschappelijke literatuur over het betrekken van externe experts (meer specifiek uit bedrijfsleven en wetenschap) bij crisisbesluitvorming en -communicatie en (2) een nationale en internationale researchsynthese van ervaringen op dit gebied? INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuurstudie 3. Schets van de bestuurlijke context 4. Synthese van evaluatierapporten 5. Verdiepende analyse 6. De rollen van externe experts: opzet voor een Q-methodologie 7. Conclusies
    • Het alarmeren en informeren van kwetsbare groepen bij crisissituaties

      Stel, M.; Ketelaar, D.; Gutteling, J.; Giebels, E.; Kerstholt, J. (Universiteit Twente - Vakgroep Psychologie van Conflict, Risico en Veiligheid, 2017)
      Bij calamiteiten, rampen of crises kunnen mensen gealarmeerd en geïnformeerd worden via NL-Alert, de sirene, radio, tv, social media, nieuwswebsites, www.crisis.nl, de websites van de veiligheidsregio’s en andere mensen. Uit bestaand onderzoek naar het bereik en de effectiviteit van deze communicatiemiddelen komt het beeld naar voren dat bepaalde doelgroepen onderbelicht zijn gebleven. De onderzoeksvragen in het huidige onderzoek zijn: Welke kwetsbare groepen kunnen worden onderscheiden in het kader van alarmeren en informeren bij (dreigende) calamiteiten, rampen en crises? Binnen welke specifieke context(-en) kunnen die groepen als kwetsbaar worden aangemerkt? In hoeverre en hoe kan de eigen veiligheid van deze kwetsbare groepen in het kader van alarmeren en informeren bij (dreigende) calamiteiten, rampen en crises worden vergroot met het bestaande pakket crisiscommunicatiemiddelen of dienen er aanvullende voorzieningen te worden getroffen? Zo ja, welke? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Literatuurstudie kwetsbare groepen 4. Interviews deskundigen op gebied crisiscommunicatie 5. Focusgroepen kwetsbare burgers 6. Analyse websites, fora en social media 7. Literatuurstudie crisiscommunicatie in andere landen 8. Conclusie en discussie 9. Referenties 10. Bijlagen
    • Informatiemiddelen en zoekgedrag bij dreiging en crises

      Bouwmeester, J.; Franx, K.; Holzmann, M.; Gutteling, J.M.; Vries, P. de (I&O Research, 2012)
      Onderzoek gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC). Om in crisissituaties op een adequate manier informatie te kunnen geven, is het voor de overheid van belang om te weten hoe burgers zich tijdens (dreigende) crises gedragen en hoe ze zich van informatie voorzien. De doelstelling van dit onderzoek is om kennis over het informatiezoekgedrag en het gebruik van informatiemiddelen te inventariseren en zo mogelijjk uit te breiden. INHOUD: 1. Inleiding 2. Huidige kennis over informatiezoekgedrag bij crises 3. Informatiezoekgedrag en keuze van informatiemiddelen
    • Inzicht in presterend vermogen van veiligheidsregio's - Onderzoek naar de mogelijkheid en wenselijkheid van een stelsel van indicatoren voor het presterend vermogen van veiligheidsregio's

      Bruijn, J.A. de; Bruijne, M.L.C. de; Noordink, M.; Stutje, A. (Technische Universiteit Delft - Faculteit der Techniek, Bestuur en Management (TBM), 2015)
      Met het onderzoek is beoogd inzicht te krijgen in de mogelijkheid en wenselijkheid om de prestaties van veiligheidsregio's meer te baseren op output- of zelfs outcome-indicatoren, tegenover de randvoorwaardelijke indicatoren (naleving wettelijke normen, organisatie-eisen) waarop ze nu beoordeeld worden. In het onderzoek staan de volgende hoofdvragen centraal:In hoeverre en hoe – op basis van theoretische en praktische inzichten – is het mogelijk om een stelsel van indicatoren te ontwikkelen waarmee een beeld kan worden verkregen van het presterend vermogen van veiligheidsregio’s?In hoeverre is de ontwikkeling van een stelsel van indicatoren wenselijk vanuit het perspectief van de betrokken actoren? INHOUD: 1. Inleiding 2. Prestatiemeting in literatuur 3. Prestatiemeting in praktijk 4. Ontwerpeisen 5. Beelden uit de regio's over prestatiemeting 6. Conclusies: koppeling theorie en empirie 7. Reflectie
    • Kosten en bereik van het waarschuwings- en alarmeringssysteem - Een analyse van het WAS vanuit het denkkader van een MKBA

      Korf, W.; Nijhof, W.; Rij, C. van (Cebeon, 2021-10-13)
      De overheid heeft de plicht om, in geval van een ramp of crisis, de burger informatie te verschaffen over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van de ramp of crisis die een gebied bedreigt of treft, alsmede over de daarbij te volgen gedragslijn. Om aan deze verplichting te voldoen, is het noodzakelijk zoveel mogelijk burgers te alarmeren en informeren. Op dit moment kunnen twee landelijke systemen worden ingezet in het geval van een ramp of crisis: het WAS (Waarschuwings- en Alarmeringssysteem) en NL-Alert. Daarnaast heeft het lokale/regionale gezag nog andere crisiscommunicatiemiddelen tot haar beschikking, zoals lokale/regionale rampenzenders op radio en tv, het publieksinformatienummer 0800–1351, www.crisis.nl, eigen websites, sociale media en/of geluidswagens. De minister van Justitie en Veiligheid is sinds 2014 voornemens het WAS uit te faseren. De minister heeft hiervoor twee redenen aangegeven1. Ten eerste heeft het WAS slechts een beperkte operationele waarde, aangezien er geen informatie over de situatie of alternatief handelingsperspectief kan worden verstrekt. Ten tweede is het bereik van NL-Alert hoger dan het bereik van het WAS. De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat is de toegevoegde waarde van het WAS in verhouding tot de lasten ervan en in vergelijking met de baten en lasten van andere crisiscommunicatiemiddelen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Nulalternatief en beleidsalternatieven 3. Bouwstenen voor inschatting kosten 4. Inschatting baten: bereik van WAS en NL-Alert 5. Overzicht van kosten en baten (beantwoording onderzoeksvragen)
    • Kwantificering van de effectiviteit van zelfredzaamheidsbevorderende maatregelen voor ongevallen met gevaarlijke stoffen, Fase 2

      Trijssenaar, I.; Thijssen, C.; Sterkenburg, R.; Raben, I.; Kobes, M. (TNO - Earth, Environmental and Life Sciences, 2013)
      Dit onderzoek bouwt voort op de bevindingen van fase 1 en geeft antwoordt op de volgende vragen: Voor welke maatregelen om de zelfredzaamheid van burgers te verbeteren is behoefte aan kwantificering bij gebruikers (gemeenten, provincies, veiligheidsregio's) het grootst? Wat is de veiligheidswinst (in termen van reductie van het aantal doden en gewonden) van maatregelen gericht op het vergroten of benutten van zelfredzaamheid? INHOUD: 1. Inleiding 2. Maatregelmodellering: concept en begrippenkader 3. Letselmodellering per EV-scenario 4. Kwantificeren van maatregelen ter verkorting van de voorbereidingsfase 5. Kwantificeren van maatregelen ter bevordering van de handelingsstrategie 'ontruimen' 6. Kwantificeren van beschermingsmaatregelen 7. Conclusies en aanbevelingen 8. Referenties 9. Definities 10. Ondertekening
    • Meetmethoden weerbaarheid

      Duijnhoven, H.; Boonstra, B.; Lindt, M. van de; Tijssenaar, I.; Kerstholt, J.; Wijnmalen, D.; Berlo, M. van (TNO, 2014)
      De maatschappij is vanwege de onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid van systemen en infrastructuren de afgelopen decennia aanzienlijk complexer geworden. Dit heeft geleid tot een intrinsiek toegenomen kwetsbaarheid voor verstoringen en tot een grotere onzekerheid omtrent de aard en gevolgen ervan. Dit is een inventariserend onderzoek met als hoofdvraag: met welke set van indicatoren kan het weerbaarheidsniveau van de Nederlandse samenleving worden vastgesteld en op welke manieren kunnen deze indicatoren op een efficiënte en verantwoorde wijze gemeten en samengevat worden? INHOUD: 1. Inleiding 2. Een systeem-dynamische benadering van weerbaarheid 3. Overwegingen bij het meten van weerbaarheid 4. Het systeem ‘weerbaarheid van de samenleving’ in termen van kapitalen en voorraden 5. Inventarisatie en selectie voor modellering 6. Inventarisatie en selectie van meetmethoden 7. Externe validatie 8. Aanbevelingen voor het opzetten van een weerbaarheidsmonitor 9. Referenties
    • Modernisering van het staatsnoodrecht - Quick scan

      Apeldoorn, L.C.J. van; Daniëls, S.; Schaik, B.M. van; Doomen, J.; Passchier, R. (Open Universiteit - Faculteit Rechtswetenschappen, 2021-12-15)
      Het staatsnoodrecht regelt het handelen van de overheid in noodsituaties. Het biedt de grondslag voor de verschillende noodmaatregelen die door het bestuur kunnen worden ingezet om (dreigende) crises te bezweren. Daarbij kan het gaan om ‘grote’ crises, zoals de coronapandemie, of ‘kleinere’ noodsituaties, zoals een voetbalwedstrijd die uit de hand dreigt te lopen. Het staatsnoodrecht bestaat uit een veelheid aan wet- en regelgeving die op sommige punten aan herziening toe is. Op 3 juli 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Tweede Kamer (hierna: Kamerbrief) namens het kabinet het voornemen geuit om het staatsnoodrecht te moderniseren. Daartoe doet het kabinet in de Kamerbrief op hoofdlijnen vijf voorstellen. In dit rapport wordt bij wijze van een quick scan bezien of deze voorstellen aanpassingen en/of aanvullingen behoeven in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s uit 2020, indachtig de volgende probleemstelling: In hoeverre behoeven de voorstellen voor modernisering van het staatsnoodrecht die het kabinet in 2018 in een brief aan de Tweede Kamer heeft aangekondigd, aanpassing en/of aanvulling in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s uit 2020? Het betreft de toepassing van het staatsnoodrecht in zowel Europees als Caribisch Nederland. INHOUD: 1. Inleiding, 2. Staatsnoodrecht, 3. Introductie begrip 'crisisomstandigheden', 4. Vereenvoudiging separate inwerkingstelling, 5. Instandhouding bestaande procedures van de Cwu, 6. Modernisering van noodbevoegdheden en verzamelwet, 7. Actualisering vol rijksheren, 8. Digitalisering, vernetwerking en staatsnoodrecht, 9. Conclusie.
    • Onderzoek beeldvorming crisiscommunicatiemiddelen

      Holzmann, M.; Franx, K.; Bouwmeester, J.; Gutteling, J. (I&O Research, 2010)
      Onderzoek gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC). Het doel van dit onderzoek is tweeledig, namelijk inzicht krijgen in: de beeldvorming bij burgers over crisis.nl en de calamiteitenzender;de beweegredenen bij decentrale overheden (bestuurlijk en ambtelijk) om deze crisiscommunicatiemiddelen al dan niet te gebruiken. INHOUD: 1. Inleiding 2. Informatiezoekgedrag van burgers 3. Bekendheid en beeldvorming bij burgers 4. Gebruik en beeldvorming bij overheden
    • Randvoorwaarden verticale evacuatie bij overstromingen

      Kolen, B.; Vermeulen, C.J.M.; Terpstra, T.; Kerstholt, J. (HKV Lijn in water, 2015)
      Sinds enige jaren is het besef doorgedrongen dat bij de grootste overstromingsdreigingen evacuatie van het gehele bedreigde gebied onmogelijk is. Te veel mensen zouden in te korte tijd over grote afstand verplaatst moeten worden. Daarom wordt sindsdien, naast deze horizontale evacuatie, gepleit voor zogeheten verticale evacuatie; opvang van mensen in hoger gelegen objecten/locaties binnen het bedreigde gebied zelf. De probleemstelling van dit onderzoek is als volgt gespecificeerd: Onder welke randvoorwaarden kan verticale evacuatie bij overstromingen een effectieve bijdrage leveren aan het in veiligheid brengen van mensen (voorkomen slachtoffers)? Welke maatregelen kunnen (redelijkerwijs) genomen worden door de overheid of door bedrijfsleven (gestimuleerd door de overheid) om de leefbaarheid van degenen die verticaal evacueren te bevorderen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Overstromingen in Nederland 3. Rol van verticaal evacueren bij overstromingen 4. Huidige situatie en mogelijke maatregelen 5. Conclusies en aanbevelingen over randvoorwaarden voor verticaal evacueren 6. Referenties
    • Sociaalpsychologische impactfactoren bij rampen, crises & aanslagen - Een literatuurstudie naar impactverhogende en –verlagende factoren bij rampen, crises en aanslagen

      Wein, B.; Willems, R.; Rouwette, E. (Radboud Universiteit - Instituut voor Toegepaste Sociale wetenschappen (ITS), 2016)
      Rampen, crises en aanslagen hebben een wisselende impact op de samenleving. Soms hebben ook incidenten zonder maatschappelijke ontwrichting toch een grote impact op de samenleving. Factoren die de impact lijken te verhogen zijn bijvoorbeeld de betrokkenheid van kinderen, ‘man-made’ incidenten versus meer ‘natuurlijke’ rampen en crises, identificatie met slachtoffers en het gevoel geen controle te hebben. Dit is een literatuurstudie naar de impact van rampen, crises en aanslagen op de samenleving als geheel. De volgende vragen staan daarbij centraal: Welke factoren verhogen respectievelijk verlagen volgens de wetenschappelijke literatuur bij rampen, crises en aanslagen de sociaalpsychologische impact, zoals gedefinieerd in de strategie Nationale Veiligheid? Welke juist niet of nauwelijks? In hoeverre zijn wetenschappelijke inzichten over verhogende/verlagende factoren in de afgelopen decennia veranderd?