• Een regeling voor personenschade door rampen

      Engelhard, E.F.D.; Rijnhout, R. (Utrecht Centre for Accoutability and Liability, 2015)
      Uit eerder onderzoek blijkt dat er mogelijkheden zijn om personenschade op te nemen in de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) (Personenschade en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen, SEO Economisch Onderzoek / INTERVICT, Amsterdam, 2013). Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt met één forfaitair bedrag en een andere mogelijkheid is een systeem gebaseerd op werkelijk geleden schade en gemaakte kosten. Er zijn echter ook tussenvormen denkbaar, zoals een eerste forfaitair bedrag en daarna voor de bijzondere gevallen een mogelijkheid om additionele tegemoetkomingen te verstrekken. Een andere vorm is om met meerdere forfaitaire bedragen te werken en afhankelijk van de categorieën van de schade en kosten forfaitaire bedragen bij elkaar op te tellen. Ook kan voor een categorie een oplopende schaal van forfaitaire bedragen vergoed worden. De centrale vraag van dit rapport is hoe de eventuele uitbreiding van de Wts naar onverzekerbare personenschade kan worden geregeld. Uiteraard rekening houdend met dit specifieke karakter van de Wts. Deze vraag laat zich omzetten naar twee onderzoekpijlers: welke gedupeerden kunnen een tegemoetkoming krijgen en voor welke schades én hoe zou de schade moeten worden gewaardeerd? INHOUD: 1. Inleiding 2. Om welke gedupeerden en vormen van personenschade gaat het? 3. Belangenafweging voor de kring van gerechtigden en de schadevormen 4. Belangenafweging voor de methoden van schadewaardering 5. Effecten op gedupeerden 6. Conclusies en aanbevelingen
    • Intersectorale afhankelijkheden - Buitenlandse methoden en mogelijke toepasbaarheid in Nederland

      Klaver, M.H.A.; Verheesen, B.; Luiijf, H.A.M. (TNO - Integrale veiligheid, 2013)
      Dit rapport beschrijft de methoden en modellen, hun gebruik in nationale en andere risicoanalyses en hun inzet in het vergroten van de weerbaarheid van de vitale infrastructuur en crisismanagement. Tevens is een analyse uitgevoerd naar de mate waarrin deze methoden en modellen ook in de Nederlandse situatie mogelijk toepasbaar kunnen zijn. Het betreft een landenvergelijkende studie, onder meer van Zweden, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten en Australië. INHOUD: 1. Inleiding 2. Achtergrond vitale infrastructuurafhankelijkheden en de analysemethoden 3. Internationale methoden en modellen voor analyse van vitale infrastructuurafhankelijkheden 4. Studies naar vitale infrastructuurafhankelijkheden in Nederland 5. Toepasbaarheid methoden en modellen betreffende vitale infrastructuurafhankelijkheden in Nederland 6. Conclusies
    • Kwantificering van de effectiviteit van zelfredzaamheidsbevorderende maatregelen voor ongevallen met gevaarlijke stoffen, Fase 2

      Trijssenaar, I.; Thijssen, C.; Sterkenburg, R.; Raben, I.; Kobes, M. (TNO - Earth, Environmental and Life Sciences, 2013)
      Dit onderzoek bouwt voort op de bevindingen van fase 1 en geeft antwoordt op de volgende vragen: Voor welke maatregelen om de zelfredzaamheid van burgers te verbeteren is behoefte aan kwantificering bij gebruikers (gemeenten, provincies, veiligheidsregio's) het grootst? Wat is de veiligheidswinst (in termen van reductie van het aantal doden en gewonden) van maatregelen gericht op het vergroten of benutten van zelfredzaamheid? INHOUD: 1. Inleiding 2. Maatregelmodellering: concept en begrippenkader 3. Letselmodellering per EV-scenario 4. Kwantificeren van maatregelen ter verkorting van de voorbereidingsfase 5. Kwantificeren van maatregelen ter bevordering van de handelingsstrategie 'ontruimen' 6. Kwantificeren van beschermingsmaatregelen 7. Conclusies en aanbevelingen 8. Referenties 9. Definities 10. Ondertekening
    • Personenschade en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen

      Bisschop, P.E.; Mulder, J.D.W.E.; Middelburg, M.J.; Letschert, R.M. (SEO economisch onderzoek, 2013)
      Het onderzoek dient inzicht te bieden in hoe de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) in de praktijk voldoet. Slachtoffes van (natuur)rampen raken vaak niet alleen materiële bezittingen kwijt, maar zien zichzelf ook geconfronteerd met pijn, verdriet en andersoortige personenschade. De Wts voorziet nu alleen in een tegemoetkoming van zaakschade. Hoe daaraan personenschade kan worden toegevoegd bij een mogelijke herziening van de Wts is de hoofdvraag van dit onderzoek. INHOUD: 1. Inleiding 2. Huidige praktijk Wts 3. Personenschade en de Wts 4. Hoe kan personenschade gewaardeerd worden? 5. Waardering van personenschade door overheden 6. Synthese
    • Randvoorwaarden verticale evacuatie bij overstromingen

      Kolen, B.; Vermeulen, C.J.M.; Terpstra, T.; Kerstholt, J. (HKV Lijn in water, 2015)
      Sinds enige jaren is het besef doorgedrongen dat bij de grootste overstromingsdreigingen evacuatie van het gehele bedreigde gebied onmogelijk is. Te veel mensen zouden in te korte tijd over grote afstand verplaatst moeten worden. Daarom wordt sindsdien, naast deze horizontale evacuatie, gepleit voor zogeheten verticale evacuatie; opvang van mensen in hoger gelegen objecten/locaties binnen het bedreigde gebied zelf. De probleemstelling van dit onderzoek is als volgt gespecificeerd: Onder welke randvoorwaarden kan verticale evacuatie bij overstromingen een effectieve bijdrage leveren aan het in veiligheid brengen van mensen (voorkomen slachtoffers)? Welke maatregelen kunnen (redelijkerwijs) genomen worden door de overheid of door bedrijfsleven (gestimuleerd door de overheid) om de leefbaarheid van degenen die verticaal evacueren te bevorderen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Overstromingen in Nederland 3. Rol van verticaal evacueren bij overstromingen 4. Huidige situatie en mogelijke maatregelen 5. Conclusies en aanbevelingen over randvoorwaarden voor verticaal evacueren 6. Referenties
    • Schade tijdens rampen, calamiteiten en incidenten - onderzoek naar de aansprakelijkheid van (zelf)redzame burgers

      Alst, S. (Yacht, 2011)
      De overheid voert een actief beleid om burgers op te roepen tot (zelf)redzaam gedrag in rampsituaties. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat burgers schade toebrengen aan zichzelf of anderen. Tevens kunnen zich situaties voordoen waarbij hulpverleningsdiensten schade toebrengen aan derden. Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij burgers (die wel of niet zelfredzaam of redzaam zijn) schade veroorzaken: Situatie tijdens een ramp/incident (warme fase): de burger redt a. De burger redt spontaan (hulpverlening is nog niet aanwezig) b. De burger redt op verzoek van de hulpverlening c. De burger loopt zelf schade op Aansprakelijkheid van de veiligheidsregio/gemeenten ten opzichte van derden a. Situatie tijdens een ramp, incident, calamiteit of oefening b. Situatie bij een loze melding In het onderzoek wordt onderzocht hoe de aansprakelijkheid in zulke situaties is geregeld. Onderzoek gestart onder projectbegeleiding van Directie Kennisontwikkeling voor Openbaar Bestuur en Veiligheid (BZK) en per 1/1/2011 voortgezet onder projectbegeleiding van de afdeling Extern Wetenschappelijke Betrekkingen (WODC).
    • Sociaalpsychologische impactfactoren bij rampen, crises & aanslagen - Een literatuurstudie naar impactverhogende en –verlagende factoren bij rampen, crises en aanslagen

      Wein, B.; Willems, R.; Rouwette, E. (Radboud Universiteit - Instituut voor Toegepaste Sociale wetenschappen (ITS), 2016)
      Rampen, crises en aanslagen hebben een wisselende impact op de samenleving. Soms hebben ook incidenten zonder maatschappelijke ontwrichting toch een grote impact op de samenleving. Factoren die de impact lijken te verhogen zijn bijvoorbeeld de betrokkenheid van kinderen, ‘man-made’ incidenten versus meer ‘natuurlijke’ rampen en crises, identificatie met slachtoffers en het gevoel geen controle te hebben. Dit is een literatuurstudie naar de impact van rampen, crises en aanslagen op de samenleving als geheel. De volgende vragen staan daarbij centraal: Welke factoren verhogen respectievelijk verlagen volgens de wetenschappelijke literatuur bij rampen, crises en aanslagen de sociaalpsychologische impact, zoals gedefinieerd in de strategie Nationale Veiligheid? Welke juist niet of nauwelijks? In hoeverre zijn wetenschappelijke inzichten over verhogende/verlagende factoren in de afgelopen decennia veranderd?
    • State of the art crisisbeheersing

      Lakerveld, J.A. van; Matthys, J. (Universiteit Leiden - Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), 2019)
      De hoofdvraag waarop het onderzoek een antwoord verschaft is: Welke onderwerpen op het gebied van crisisbeheersing binnen het wetenschappelijk onderzoeksveld en welke bijhorende concrete vraagstellingen zijn op dit moment en/of mogelijk in de toekomst relevant om door middel van (literatuur)onderzoek nader te belichten?Het state of the art onderzoek crisisbeheersing inclusief rampenbestrijding richtte zich op de volgende zes onderzoeksvragen:Hoe kan het domein van crisisbeheersing in kaart worden gebracht?In welke mate achten experts en onderzoekers de in kaart gebrachte deelgebieden van belang?Wat is de status van de kennis in het middels deze studie in kaart gebrachte onderzoeksdomein?Welke deelgebieden zijn niet of onvoldoende onderzocht?Welke onderzoeksvragen en bijhorende methodes kunnen geformuleerd worden in het kader van de voorgenomen tweede fase van het state of the art onderzoek, op basis van de geïdentificeerde onderwerpen?Welke concrete onderzoeksvragen worden richtinggevend geacht voor vervolgonderzoek? INHOUD: 1. Opzet van het onderzoek 2. Uitvoering van het onderzoek 3. Antwoorden op de onderzoeksvragen 4. Lijst van respondenten/deelnemers 5. Word Cloud Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing 2002 – 2017 6. Lijst van geraadpleegde Journals en hun impactfactoren 7. Literatuurverwijzingen
    • State of the art crisisbeheersing - fase 2

      Lakerveld, J. van; Wolbers, J.; Zonneveld, A.; Matthys, J.; Akerboom, M. (Universiteit Leiden - Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), 2020-12-30)
      De NCTV laat state of the art onderzoeken uitvoeren op het gebied van cybersecurity, (contra) terrorisme en extremisme op het gebied van crisisbeheersing. Deze states of the arts zijn onderdeel van een programma dat zich richt op het realiseren van een NCTV-brede onderzoekagenda. PLATO en ISGA hebben in deze state of the art onderzoeken de eerste fase van het overkoepelende onderzoek naar crisisbeheersing uitgevoerd. In dit rapport staat het tweede fase onderzoek centraal waarin is voortgebouwd op de kennis en literatuurbestanden van het eerste fase onderzoek. Op grond van de conclusies van het eerste fase onderzoek is de volgende probleemstelling geformuleerd: Wat is volgens de wetenschappelijk literatuur de laatste stand van zaken met betrekking tot het domein crisisbeheersing voortbouwend op de resultaten van het onderzoek state of the art crisisbeheersing fase 1 (Lakerveld & Matthys, 2019). Aan de hand van deze probleemstelling zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd. 1. Welke trends in soorten risico’s en crises en de omgang daarmee in het kader van crisisbeheersing kunnen worden vastgesteld? 2. Welke factoren bevorderen op meso-(organisatie) en micro-(individueel) niveau de effectiviteit en tijdigheid van crisisbeheersing? Op welke wijze zijn deze factoren te beïnvloeden? Wat betekent dit concreet voor de besluitvorming tijdens crisisbeheersing in de Nederlandse context? 3. Op welke wijze zijn factoren die bijdragen aan effectiviteit zo te beïnvloeden dat daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit (doelmatigheid en doeltreffendheid) van de crisisbeheersing/rampenbestrijding? INHOUD: 1. Samenvatting, 2. Inleiding, 3. Opzet van het onderzoek, 4. Het analyseren van crisismanagement, 5. Onderzoeksresultaten, 6. Conclusies, 7. Conclusies bezien in het licht van de Covid-19 crisis, 8. Literatuur, 9. Bijlagen, 10. Executive summary