• Achtergronden en determinanten van radicalisering en terrorisme

      Pligt, J. van der; Koomen, W. (WODC, 2009)
      In dit rapport wordt een overzicht geboden van factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering en terrorisme in het algemeen en in Nederland in het bijzonder. Daartoe is een model opgesteld dat structuur geeft aan de relevante factoren.
    • Actuele justitiethema's in historisch perspectief

      Fijnaut, C.; Spierenburg, P.; Bijleveld, C.C.J.H.; Spapens, P.; Koster, M. de; Moors, J.A.; Amersfoort, J.M.M. van (WODC, 2010)
      ARTIKELEN: 1. C. Fijnaut - De voorlopers van de moderne criminologie in België en Nederland 2. P. Spierenburg - Over het verband tussen de frequentie van en tolerantie voor geweld 3. M. Weevers en C.C.J.H. Bijleveld - 'Thans zal met kracht het breien van kousen worden voortgezet'; vrouwelijke bedelaars en landlopers in de RWI te Leiden 1886-1907 4. P. Spapens - De Brabantse smokkelaars; een grensgeschiedenis vol heroïek en eigenbelang 5. M. De Koster - De verhouding politie-bevolking in historisch perspectief; wederzijdse afhankelijkheid en stilzwijgende contracten 6. J.A. Moors - Radicalen en de macht in Nederland 7. J.M.M. van Amersfoort - Een som van misverstanden; het kabinet-Den Uyl en de immigratie van Surinamers 8. Internetsites SAMENVATTING: Dit themanummer rust op drie pijlers binnen de historische criminologie. Ten eerste de langetermijnontwikkelingen in sociale controle en bestraffing van overheidswege, ten tweede de evolutie van de criminologie zelf, en ten derde de studie van crimineel of deviant gedrag in het verleden. Omdat het werkveld van Justitie breder is dan het domein van de (historische) criminologie, wordt ook aandacht besteed aan een historisch voorbeeld van immigratie en integratie.
    • Antiterrorismebeleid en evaluatieonderzoek - Framework, toepassingen en voorbeelden

      Nelen, H.; Leeuw, F.; Bogaerts, S. (Maastricht University, 2010)
      In dit rapport worden de bevindingen gepresenteerd van een literatuurstudie naar de wijze waarop empirisch onderzoek kan worden verricht naar de werking en impact van maatregelen in de sfeer van antiterrorisme. Met het oog op de ontwikkeling van een evaluatiebeleid op dit terrein is ook aandacht besteed aan de ontwikkeling van een overkoepelend framework. INHOUD: 1. Evaluatie van antiterrorismebeleid en het belang van een evaluatie-framework 2. Beschikbaar evaluatieonderzoek in relatie tot antiterrorismebeleid 3. Het evaluatieframework: contouren en relevante aspecten 4. Voorbereiding en start van evaluatieonderzoeken 5. Methodisch-technische uitvoering van het onderzoek 6. Opzet en uitvoering van evaluatieonderzoek op drie deelterreinen 7. Leren en kennis delen 8. Discussie en hoe nu verder
    • Bedreigde identiteiten - De wisselwerking tussen anti-islambewegingen en de radicale islam

      Klandermans, B.; Stekelenburg, J. van; Duijndam, C.; Honari, A.; Muis, J.; Slootman, M.; Welschen, S.; Klein, O.; Mahieu, G. (Vrije Universiteit - Faculteit der Sociale Wetenschappen, 2016)
      In het onderzoek zijn de volgende vragen beantwoord: Hoe ziet de wisselwerking tussen het anti-islamveld en het radicale-islamveld eruit in de verschillende landen? In welke mate leidt die wisselwerking tot polarisatie en tot radicalisering van denkbeelden en actierepertoires? Is hierbij sprake van escalatie? Welke de-escalerende maatregelen nemen de overheden in de bestudeerde landen? Het uitgevoerde onderzoek omvatte een verkenning van de wetenschappelijke literatuur, een vergelijkende analyse van vier landen (Verenigd Koninkrijk, Duitsland, België en Frankrijk), expertinterviews en een analyse van relevante inhoud op sociale media (Facebook en Twitter). INHOUD: 1. Introductie 2. Methode 3. Analytisch kader: wisselwerking tussen actoren 4. Verenigd Koninkrijk 5. Frankrijk 6. Duitsland 7. België-Vlaanderen 8. Voor en na 'Parijs': een twitteranalyse 9. Preventie en de-escalatie 10. Slothoofdstuk: verschillen en overeenkomsten in de mobilisatie van aanhangers van anti-islam- en radicale-islambewegingen 11. Referenties
    • Beeldvormingen over het Westen in post-Mubarak Egypte

      Woltering, R.; Bent, J. van den; Wijngaert, L. van de (Universiteit van Amsterdam - Amsterdam Center for Middle Eastern Studies, 2014)
      De vragen die centraal staan in dit onderzoek zijn: welke al dan niet vijandige beeldvorming over het Westen is er waarneembaar in het Egyptische publieke debat van na de val van president Mubarak, wat is daarbij de positie van islamistische vertogen, is in die positie een duidelijke wijziging of radicalisering opgetreden en wat zijn hiervan eventueel de implicaties voor de veiligheid van Nederlanders en Nederlandse belangen in het buitenland (i.c. Egypte)? NOTA BENE: Sinds afgelopen zomer, enige maanden na afronding van het rapport, staat de regionale politiek in de Arabische wereld in het teken van de opkomst van IS en de dreigende onttakeling van Irak en Syrië. Deze extreme situatie maakt dat het publieke debat in de Arabische wereld meer dan voorheen verdeeld is. Een alomvattend beeld van het publieke debat in de Arabische wereld is daarmee moeilijker te verkrijgen. Dat betekent ook dat de keuze voor een beperking van het onderzoek tot Egypte, tot gevolg heeft dat de uitkomsten van dit onderzoek – meer dan aanvankelijk voorzien was – specifiek zijn voor het Egyptische publieke debat. INHOUD: 1. Inleiding, theoretisch kader en methodologische verantwoording 2. Sociale media 3. Kranten 4. Websites 5. Analyse 6. Conclusies
    • Beleidsinstrumenten en extremistische wereldbeelden - Een verkennend rapport

      Koning, M. de; Vliek, M. (Radboud Universiteit Nijmegen - Faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, 2020-12-30)
      Dit beleidsonderzoek gaat over hoe verschillende extremistische groepen of individuen beleidsinstrumenten van de overheid percipiëren, hoe zij daarop reageren en de relatie van dit overheidsbeleid met hun zelfidentificatie. Daarmee onderzoekt het de paradox van de moderne democratie: Hoe gaat een democratische samenleving om met de ondemocratische elementen in haar midden? Of het gaat om de inzet van repressieve middelen bij demonstraties, of om de re-integratieprogramma’s voor terugkerende Syriëgangers, de overheid is te allen tijde actief betrokken bij de ‘governance’ van eventueel ondemocratische elementen. Omgekeerd reageren extremistische groepen op hun beurt weer op dit overheidsbeleid; een kernaspect van al dan niet extremistisch politiek activisme is het uitdagen van de status quo. Het is deze wisselwerking tussen overheid en extremistische groepen en individuen over de verschillende beleidsinstrumenten gericht op de betrokkenen die we in dit rapport beschrijven en analyseren. Om deze wisselwerking te onderzoeken is in samenspraak met het WODC de volgende probleemstelling geformuleerd: Welke werking beoogt de overheid met beleidsinstrumenten die zijn gericht op in overheidsbeleid als zodanig benoemde religieus gemotiveerde extremisten in vergelijking met andere extremistische groepen? Hoe percipiëren deze groepen dergelijke beleidsinstrumenten en hoe verhoudt zich dat tot hun handelen en zelfidentificatie? INHOUD: Inleiding, 1. Groepen in het veld: definities en plaatsing, 2. Beleid gericht tegen radicalisering, extremisme en terrorisme, 3. Actierepertoires, 4. Alternatieve kennisbronnen, 5. Identiteiten en subjectiviteiten, 6. Conclusie
    • Bestuurlijke vrijheidsbeperking van jihadisten - Het gebruik van de 'Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding' in de eerste periode na inwerkingtreding van de wet

      Gestel, B. van; Berkel, J.J. van; Kouwenberg, R.F. (WODC, 2019)
      Op 1 maart 2017 is de ‘Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding’ in werking getreden (hierna de ‘Twbmt’ genoemd). De wet is gericht op preventieve maatregelen om terroristische aanslagen te voorkomen, het gaat primair om het reduceren van de dreiging die uitgaat van de jihadistische beweging. Deze rapportage gaat over het gebruik van de wet in het eerste ander- half jaar na de inwerkingtreding van de wet en behelst de periode 1 maart 2017 – 31 augustus 2018.Het gebruik van de wet wordt in deze rapportage onderzocht aan de hand van de volgende onderzoeksvragen: Hoe vaak worden de verschillende maatregelen uit de Twbmt in de praktijk ingezet? Om hoeveel casussen gaat het? Welke terroristische dreiging is gesignaleerd bij deze casuïstiek? Om welke reden zijn de maatregelen ingezet, welke overwegingen spelen daarbij een rol? Hoe verloopt het uitvoeringsproces van de inzet van deze maatregelen in de praktijk? INHOUD: 1. Inleiding 2. De Tijdelijke wet - juridische kader 3. Het gebruik van de wet 4. Motieven en overwegingen 5. Dilemma's in de uitvoering 6. Slotbeschouwing
    • Counter-terrorism strategies in Indonesia, Algeria and Saudi Arabia

      Meijer, R. (ed.); Hasan, Noorhaidi; Hendriks, B.; Janssen, F. (Netherlands Institute of International Relations 'Clingendael', 2012)
      This report is the result of a year-long study, conducted from March 2010 to March 2011, of the counter-terrorist strategies of three countries: Indonesia, Algeria and Saudi Arabia. The aim of this study was to acquire insight into the counter-terrorist strategies of these countries, to analyse them, and to compare them. The main question focussed on how the combination of counter-narratives, deradicalization programmes and political changes (democratization, amnesty, etc.) in these countries interacted. CONTENT: 1. Towards a population-centric strategy 2. Algeria's counter-terrorism strategy 3. Saudi Arabia's counter-terrorism strategy 4. Conclusion 5. English abstract
    • Counterterrorism evaluation - Taking stock and looking ahead

      Bellasio, J.; Hofman, J.; Ward, A.; Nederveen, F.; Knack, A.; Meranto, A.S.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2018)
      Recent years have seen an uptick in terrorist and violent extremist incidents occurring across Europe. European countries, including the Netherlands, face a wide threat spectrum and the volume of terrorism and violent extremism-related phenomena and crimes has also increased. In response, European countries have made significant investments in strategies, policies and programmes designed to prevent and counter terrorism, violent extremism and associated phenomena. Holistic policy responses, such as a national counterterrorism strategy, have been designed and implemented with a view to both respond to terrorist threats and attacks, and increase societal and individual resilience to the lure of extremist ideologies.Not least because of the dynamism and complexity of the phenomena involved, little is known as regards the effectiveness, relevance and impact of counterterrorism (CT) and preventing and countering violent extremism (PCVE) policies and programmes. Recent research suggests also that despite the volume of CT and PCVE initiatives established in recent years, the evidence base underpinning these remains limited and evaluation practice and investments are underdeveloped compared to the overall fields of CT and PCVE.In 2010, a study commissioned by the WODC aimed to assess evaluation practice and culture in the fields of CT and PCVE.3 The study found that evaluation of CT and PCVE strategies, policies and programmes was still in its infancy (see link at: More information).The current study investigates how evaluations of CT and PCVE policies in the Netherlands and abroad have been designed and conducted over the last five years. Furthermore, the study investigates what practical lessons can be drawn regarding such evaluations and what actions and measures could be taken in the short and medium terms to mitigate any existing shortcomings. CONTENT: 1. Introduction 2. Methodology 3. Understanding the study context and its key definitions 4. Building an analytical framework 5. Analysing CT and PCVE evaluations 6. Identifying issues and learning lessons from CT and PCVE evaluations 7. Overall conclusions and recommendations
    • Criminaliteit in relatie tot gewelddadig radicalisme en terrorisme - een overzicht van theoretische verbanden en een casusanalyse van salafistisch jihadisme in Nederland

      Dechesne, M.; Veer, J. van der (WODC, 2010)
      De volgende onderzoeksvragen staan in dit in onderzoek centraal: Welke verbanden worden in de wetenschappelijke literatuur op het niveau van het individu gelegd tussen criminaliteit en crimineel gedrag enerzijds en gewelddadig radicalisme en terrorisme anderzijds? Blijkt op grond van de literatuur over criminaliteit en gewelddadig salafistisch jihadistisch radicalisme in Nederland een relatie tussen criminaliteit en crimineel gedrag enerzijds en gewelddadig radicalisme anderzijds? En als die relatie bestaat, hoe kan deze het beste worden omschreven? INHOUD: 1. Criminaliteit in relatie tot gewelddadig radicalisme en terrorisme 2. Veronderstelde verbanden in de wetenschappelijke literatuur 3. Criminaliteit in relatie tot gewelddadig moslimradicalisme in Nederland 4. Conclusie 5. Referenties
    • CT-strategie in focus - Inventarisatie en analyse van de CT-strategie 2011-2015

      Winter, H.; Struiksma, N.; Woestenburg, N.; Bottema, R. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2014)
      Eind 2015 vindt de integrale evaluatie plaats van de ContraTerrorisme (CT)-strategie. Doel van de evaluatie is vast te stellen wat de resultaten zijn van het CT-beleid in de periode 2011-2015. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Welke maatregelen, interventies en voornemens vormen samen de CT-strategie 2011-2015, volgens welke mechanismen worden ze geacht hun doel te bereiken, welke partijen zijn be-trokken bij de in- en uitvoering ervan, wat is bekend over de kosten ervan, welke maatregelen, interventies en voornemens zijn geëvalueerd (en welke niet), wat kan gezegd worden over het effect of de resultaten ervan en welke nog niet onderzochte maatregelen zouden voor 2015 alsnog geëvalueerd dienen te worden?
    • Developing a social media response to radicalization - The role of counter-narratives in prevention of radicalization and de-radicalization

      Eerten, J.-J. van; Doosje, B.; Konijn, E.; Graaf, B. de; Goede, M. de (University of Amsterdam - Department of Psychology/Department of Political Science, 2017)
      In this report, the authors examine the extent to which counter-narrative initiatives via social media can be effective in preventing people from radicalization or can de-radicalize people. Specifically, they formulate the following research questions: (1) How can we conceptualize narratives and counter-narratives? (2) How are narratives and counter-narratives used via social media? (3) To what extent is it possible to use counter-narrative programs via social media to deradicalize individuals or prevent violent extremism? (4) What are the pre-requisites for a counter-narrative program for it to be effective? a. Which social media are most suitable and why? b. What can we learn from examples of counter-narrative programs that have been operational in other democratic countries? c. What can we learn from examples of social media campaigns in other domains, such as health care and environmental issues? d. What are the potential risks for unwanted side effects? (5) How can the potential effectiveness of such a counter-narrative program be determined? (6) What can be the role of the government in such a counter-narrative program? CONTENT: 1. Introduction 2. Radicalization, narritives and social media 3. De-radicalization through online counter-narritives campaigns? 4. What makes a counter-narritive campaign effective? 5. Determining the potential effectiveness of a program 6. The role of the government 7. Summary, conclusions, limitations and future directions
    • Een toekomstverkenning van de invloed van brede maatschappelijke trends op radicaliseringsprocessen

      Linde, E. van de; Rademaker, P. (Erik van de Linde Innovatie Advies, 2010)
      De focus van deze verkenning ligt op radicalisering in relatie tot terrorisme. Het gaat daarbij om alle denkbare vormen: religieus radicalisme; links en rechts extremisme; import terrorisme versus terrorisme van eigen bodem;  terrorisme door groepen en individuen; ook kleine groepen die zich gaan roeren om nog niet eerder gesignaleerde redenen. Vervolgens is de vraag hoe deze factoren zich kunnen gaan ontwikkelen in de toekomst door vanuit trends op macroniveau te beredeneren welke effecten deze kunnen hebben op individueel gedrag en groepsgedrag, en wat dat betekent voor terrorisme en radicalisering. Het in beeld brengen van de trends is daarom een middel, met als doel het vroegtijdig signaleren van kansen op radicalisering, mogelijk leidend tot terrorisme.
    • Evaluatie Nationale Contraterrorismestrategie 2016-2020 fase 1 - Analyse en meetbaarheid beleidsmaatregelen

      Woestenburg, N.; Winter, H.; Diekema, M.; Roest, S.; Struiksma, N. (Rijksuniversiteit Groningen - Pro Facto, 2021-03)
      Bij (de uitvoering van) het contraterrorismebeleid (CT-beleid) zijn veel verschillende instanties en organisaties betrokken. Lokale, nationale en internationale overheden werken samenwerken met maatschappelijke organisaties, bedrijven en sleutelfiguren om preventieve en repressieve maatregelen te nemen. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) vervult vanaf 1 januari 2005 de coördinerende taak bij terrorismebestrijding. De NCTV beschrijft de gemeenschappelijke aanpak van terrorismebestrijding voor het eerst in de Nationale Contraterrorismestrategie 2011-2015. Aan de contraterrorismemaatregelen in de periode 2001-2010 lag geen overkoepelende strategie ten grondslag. De Nationale Contraterrorismestrategie 2016-2020 (CT-strategie) is de opvolger van de CT-strategie 2011-2015. Het doel van de CT-strategie is het bieden van een strategisch kader aan overheidspartners voor het tegengaan van de terroristische en extremistische dreiging tegen Nederland. De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek is: Wat zijn de doelen en de beleidsmaatregelen van de Nationale Contraterrorismestrategie 2016-2020, de verwachte bijdrage van de beleidsmaatregelen aan de doelrealisatie en bij welke maatregelen is het meten van de bijdrage die beleidsmaatregelen leveren aan de doelstellingen van de CT-strategie kansrijk? INHOUD: 1. Inleiding 2. Nationaal Contraterrorismebeleid 3. Analyse beleidsmaatregelen 4. Het identificeren van meetbare beleidsmaatregelen 5. Handreikingen fase 2 van de evaluatie 6. Beantwoording deelvragen
    • Evaluatie Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding

      Gestel, B. van; Kouwenberg, R.F. (medew.); Berkel, J.J. van (medew.) (WODC, 2020)
      Op 1 maart 2017 is de ‘Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding’ in werking getreden (Twbmt). De wet is gericht op preventieve maatregelen om terroristische aanslagen te voorkomen en maakt het mogelijk om de volgende maatregelen te treffen:Vrijheidsbeperkende maatregelen (art. 2): een meldplicht bij de politie, een verbod om zich te bevinden in de omgeving van bepaalde objecten of in bepaalde delen van Nederland (gebiedsverbod) of zich te bevinden in de nabijheid van bepaalde personen (contactverbod).Een uitreisverbod (art. 3): een verbod om zich te begeven buiten het Schengengebied.Het weigeren of intrekken van subsidies etc. (art. 6): de mogelijkheid van een bestuursorgaan om een subsidie, vergunning, ontheffing, erkenning af te wijzen of in te trekken.De maatregelen maken onderdeel uit van het ‘Actieprogramma integrale aanpak jihadisme’ uit 2014, dat is gericht op vermindering van de terroristische dreiging die van het jihadisme uitgaat.De wet is een tijdelijke wet en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding ervan. Uiterlijk binnen drie jaar na invoering van de wet dient de Minister de Kamers een evaluatierapport te sturen.Op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV) heeft het WODC het gebruik van de wet vanaf de inwerkingtreding gemonitord, van maart 2017 tot en met september 2019. Het empirische materiaal dat tijdens deze monitor is verzameld, dient als basis voor dit evaluatierapport. Het doel van deze evaluatie is te beoordelen of de Twbmt bijdraagt aan de lokale persoonsgerichte aanpak van personen van wie een terroristische dreiging uit gaat. De evaluatie wordt gestructureerd aan de hand van de volgende onderzoeksvragen: Welke veronderstellingen liggen ten grondslag aan de Twbmt? Op welke wijze en in welke situaties wordt de wet in de praktijk toegepast? Wat is het gevolg van de toepassing van de wet voor de lokale persoonsgerichte aanpak van de betrokken casussen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Veronderstelde werking van de wet 3. Juridisch kader 4. Toepassing van de wet 5. Ingeroepen rechtsbescherming 6. Situaties waarvoor de wet is ingezet 7. Uitvoering en gevolgen van de maatregelen in de praktijk 8. Conclusie
    • Extremistisch denken en doen - Een systematische studie van empirische bevindingen over het radicaliseringsproces

      Nickolson, L.; Bergen, N. van; Feddes, A.; Mann, L.; Doosje, B. (Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen, 2021-06-10)
      Het ontstane wetenschappelijke beeld van radicalisering is dat van een zeer complex en dynamisch proces, waarbij maar moeilijk een algemene beschrijving of verklaring – laat staan een remedie – kan worden gevonden. Echter, er is er ook al het nodige empirische onderzoek verricht dat handvatten kan bieden om de fenomenen van radicalisering en de stap naar geweld en ander extremistisch handelen beter te begrijpen. Dit onderzoek wil deze aanknopingspunten in kaart brengen, door de bestaande wetenschappelijke inzichten gebaseerd op empirisch onderzoek te analyseren aan de hand van de volgende drie onderzoeksvragen: 1. Onder welke condities zijn personen ontvankelijk voor extremistische ideeën en groepen? 2. Onder welke condities gaan personen over tot extremistische handelingen? 3. Op welke momenten en op welke manier kan worden ingegrepen om de ontvankelijkheid voor extremistische ideeën te verminderen en extremistisch handelen te voorkomen?
    • Familie van uitreizigers - Onderzoek naar de rol van familieleden bij processen van uitreizen naar en terugkeren uit buitenlandse jihadistische strijdgroepen

      Weggemans, D.; Zwan, M. van der; Liem, M. (Universiteit Leiden - Faculteit Governance and Global Affairs, 2018)
      In het rapport wordt ingegaan op de volgende vraag: wat is de rol en betekenis van familieleden bij processen van voorbereiding, uitreizen naar en terugkeren uit een buitenlands strijdgebied waar jihadistische strijdgroepen actief zijn? Daarnaast hebben we in dit rapport gereflecteerd op de interventie-mogelijkheden van familieleden om de risico’s die samenhangen met processen van uitreizen naar en terugkeren uit een buitenlands strijdgebied te mitigeren en op de wijze waarop de overheid familieleden hierbij kan ondersteunen.Voor dit onderzoek zijn verschillende informatiebronnen geraadpleegd. Ten eerste is een brede literatuurstudie verricht naar de mogelijke rollen van families bij deviant gedrag, radicalisering en gewelddadig extremisme. Ten tweede is gekeken naar bestaande inzichten en beleidsdocumentatie over hedendaagse (inter-)nationale beleidsinitiatieven op het gebied van de-radicalisering, disengagement en re-integratie en de rol van familieleden hierbinnen. Ten slotte vormt een reeks aan interviews met zowel familieleden van (vermeende) uitreizigers naar Syrië en Irak, een klein aantal terugkeerders en relevante professionals de belangrijkste basis voor het empirische deel van deze studie. INHOUD: 1. Inleiding 2. Familie als bevorderende of beschermende factor voor uitreizen 3. De rol van families binnen beleidsinitiatieven en programma's in Europa 4. In gesprek met families en professionals 5. Families voor de uitreis 6. Families tijdens de uitreis 7. Families na de uitreis 8. Conclusie en reflectie
    • Gericht, gedragen en geborgd interventievermogen? - Evaluatie van de nationale contraterrorisme-strategie 2011-2015

      Noordegraaf, M.; Douglas, S.; Bos, A.; Klem, W. (Universiteit Utrecht - Departement Bestuurs - en Organisatiewetenschap (USBO), 2016)
      Als gevolg van aanslagen in binnen- en buitenland intensiveert Nederland aan het begin van de eenentwintigste eeuw haar contraterrorisme-beleid. Op verzoek van de Tweede Kamer en na voorbereiding van de Commissie Suyver, wordt het beleid in 2010 geëvalueerd. Deze evaluatie beveelt onder andere aan een nationale strategie op te stellen. Die overkoepelende strategie moet een overzicht bieden van alle maatregelen en een integrale aanpak van terrorisme borgen. Bij de presentatie van de strategie 2011-2015 zegt de minister van VenJ toe aan de Tweede Kamer de strategie na afloop te evalueren. Het doel van de evaluatie is inzichtelijk te maken welke bijdrage de strategie 2011-2015 heeft geleverd aan het verminderen van het risico op aanslagen, het verminderen van de vrees voor aanslagen, en het beperken van de mogelijke schade na aanslagen. De evaluatie moet ook aandachtspunten meegeven voor de nationale contraterrorisme-strategie voor 2016-2020. INHOUD: 1. Introductie 2. Aanpak van evaluatie 3. Context van de contraterrorisme-strategie 4. Analyse strategische plannen 5. Analyse landelijke Samenwerkingsprocessen 6. Analyse integrale lokale aanpak 7. Conclusies over strategie 2011-2015 8. Implicaties voor strategie 2015-2016
    • How jihadist networks operate - A grounded understanding of changing organizational structures, activities, and involvement mechanisms of jihadist networks in the Netherlands

      Bie, J.L. de (Leiden University - Faculty of Law, Institute for Criminal Law and Criminology, 2016)
      The rise of ISIS and the recent terrorist attacks in Europe have raised a collective alertness for a potential terrorist attack. The presence of jihadist networks in the Netherlands, and the significant outflow of young people to conflict areas in the Middle East to join the jihad, have greatly enhanced this anxiety. But how are these networks organized and how do they prepare their jihad? How do people get involved in jihadist networks and how important is ideology in that regard? Answering such questions will help to understand how jihadist networks operate, which can be useful knowledge for policy makers and practitioners who aim to counter terrorist threats. Using unique data from police files, interviews, and trial observations, while utilizing different analytical methods, this study provides an in-depth insight into the modus operandi of jihadist networks in the Netherlands. The findings show how jihadist networks have changed over the years and how this development has affected the way jihadists operate.
    • Indicatoren en manifestaties van weerbaarheid van de Nederlandse bevolking tegen extremistische boodschappen - Een theoretische en methodologische verkenning

      Mann, L.; Doosje, B.; Konijn, E.A.; Nickolson, L.; Moore, U.; Ruigrok, N. (Universiteit van Amsterdam - Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, 2015)
      Dit onderzoek is gericht op het verkrijgen van inzicht in de kenmerken van weerbaarheid van de Nederlandse bevolking tegen een extremistisch gedachtegoed en het ontwikkelen van mogelijke methoden om deze kenmerken periodiek te meten. De twee algemene onderzoeksvragen luiden: Wat is de weerbaarheid tegen extremistische boodschappen? Is deze vorm van weerbaarheid te meten en zo ja, hoe? INHOUD: 1. Introductie 2. Wat is weerbaarheid? Literatuurstudie, interviews en inzichten vanuit de praktijk 3. Analyse bestaande data: institutioneel vertrouwen 4. Analyse nieuwe data: weerbaarheid onder de Nederlandse bevolking 5. Analyse weerbaarheid middels sociale media 6. Conclusie en discussie