• De toegevoegde kwaliteit - Een ex ante evaluatie van de werking van inschrijfvoorwaarden in de Wet op de rechtsbijstand

      Leeuwen, S. van; Klijn, A.; Paulides, G. (WODC, 1996)
      Per 1 januari 1994 is de Wet op de rechtsbijstand (Stb. 1993, nr. 775) in werking getreden. Deze wet bepaalt dat advocaten die deel wensen te nemen aan de gefinancierde rechtsbijstand zich moeten inschrijven bij de Raden voor rechtsbijstand. Aan die inschrijving kunnen de raden voorwaarden stellen ter bevordering van de kwaliteit en de doelmatigheid in de rechtsbijstandsverlening. In de wet worden deze voorwaarden slechts globaal omschreven; de specifieke invulling ervan is overgelaten aan de raden. Daarmee zien deze zich voor de vraag gesteld hoe het stellen van inschrijfvoorwaarden aan advocaten kan bijdragen aan een grotere doelmatigheid en betere kwaliteit van de voorzieningen van gefinancierde rechtsbijstand?
    • Eindrapportage werkwijze ZSM en Rechtsbijstand

      Jacobs, G.; Giessen, M. van der; Brein, E.; Bayerl, P.S.; Verbaan, J.; Thuis, Th. (Erasmus Universiteit Rotterdam - Rotterdam School of Management (RSM), 2015)
      De afkorting ZSM staat voor Zo Simpel, Spoedig, Samen en Selectief Mogelijk zaken afdoen. In deze aanpak werken de politie, het Openbaar Ministerie (OM), Reclassering Nederland, Verslavingszorg Noord-Nederland, het Leger des Heils, Slachtofferhulp Nederland en (bij jeugdige verdachten) de Raad voor de Kinderbescherming, samen aan de versnelde afdoening van strafzaken. De ZSM-werkwijze van politie en OM beoogt door een goede samenwerking van alle ketenpartners aan de voorkant van het proces een snelle selectie en zo mogelijk afdoening van zaken die vallen onder de noemer ‘veel voorkomende criminaliteit’. Het onderzoek geeft antwoord op de volgende twee hoofdvragen: Wat zijn de feitelijke gevolgen van de door de werkgroep ‘ZSM en rechtsbijstand’ geadviseerde werkwijze op de rechtsbescherming van verdachten, de efficiency van het afdoeningsproces en de kosten voor politie, OM en gesubsidieerde rechtsbijstand afgezet tegen de huidige praktijk? Wat zijn de organisatorische consequenties van het advies van de werkgroep, wat is de praktische uitvoerbaarheid van de verschillende elementen van het advies en wat zijn de belangrijkste kostendrivers? INHDOUD: 1. Inleiding 2. Aanleiding 3. De werkwijze ZSM en Rechtsbijstand 4. Onderzoeksvragen en -aanpak 5. Resultaten evaluatie werkwijze ZSM en Rechtsbijstand 6. Samenvatting bevindingen 7. Conclusie
    • Evaluatie besturingsmodel rechtsbijstand

      Bulder, A.; Wal, A. van der; Leeuw, F.L.; Flap, H.D. (Universiteit Utrecht, Vakgroep Sociologie, 1997)
      Het onderzoek naar aanleiding van de modernisering van de bestuurlijke organisatie, waarvan hier verslag wordt gedaan, richt zich meer in het bijzonder op het model dat de wetgever voor ogen had bij de besturing van het nieuwe stelsel. De uitgangspunten van dit model zijn verwoord in de in 1993 gepubliceerde Besturingsvisie Rechtsbijstand. In deze Besturingsvisie omschrijft het departement op welke mechanismen de besturing zal zijn gebaseerd en tevens wat de hoofdlijnen zijn van het gekozen besturingsmodel (d.i. het samenstel van sturingsinstrumenten). In dit onderzoek wordt in de eerste plaats nagegaan in hoeverre het ontworpen besturingsmodel feitelijk is ingevoerd in de periode 1994-1996. Vervolgens komt de doeltreffendheid van het model aan de orde wanneer de vraag beantwoord wordt of het model ertoe leidt dat de doelen van de wet realiteit worden ('objectief' en 'subjectief', in de ogen van de betrokkenen.)
    • Kostenontwikkeling Extra-uren Strafzaken 2004-2014

      Voert, M. ter (WODC, 2015)
      Op 13 februari 2015 is de ‘Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel’ (Commissie-Wolfsen) ingesteld. De commissie is onder andere gevraagd onderzoek te doen naar de oorzaken van de kostenstijgingen binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand vanaf 2002 tot en met 2014. De commissie heeft het WODC gevraagd onderzoek te doen naar de kostenstijging van het stelsel. Dit factsheet geeft inzicht in de kostenstijging voor extra-urenvergoedingen in strafzaken door de volgende vragen te beantwoorden:Hoe worden extra-urenzaken toegekend door de RvR?Hoe hebben de uitgaven voor extra uren in straf-zaken zich ontwikkeld tussen 2004-2014?Hoe heeft het aantal extra-urenzaken zich ontwik-keld tussen 2004-2014?Hoe hebben verschillende ‘kostenposten’ zich ontwikkeld?Welke mogelijke verklaringen zijn er voor de stijging van de uitgaven en het aantal zaken?
    • Productiviteitsontwikkeling in het justitieveld - Een verkenning van de mogelijkheden

      Moolenaar, D.E.G. (WODC, 2019)
      Het doel van het onderzoek is een verkenning naar de mogelijkheden om voor de taakorganisaties van het ministerie van Justitie en Veiligheid (minJenV) tot een eenduidige maatstaf van productiviteitsontwikkeling te komen ter ondersteuning van de taken van de financiële afdeling. Veel organisaties berekenen zelf een vorm van (arbeid)productiviteit. Echter de wijze van berekenen is niet altijd helder en al zeker niet uniform. Vanwege het verkennende karakter is het niet de bedoeling van dit onderzoek om organisaties met elkaar te vergelijken. Het is vooral een inventarisatie van de mogelijkheden om per organisatie invulling te geven aan een uniforme maatstaf voor productiviteitsontwikkeling. De hoofdvragen van het onderzoek luiden: Is het mogelijk om de (arbeids)productiviteitontwikkeling van de taakorganisaties van minJenV in de periode 2013-2017 te berekenen? Zijn hiervoor genoeg data beschikbaar en welke data zijn idealiter nodig? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodiek 3. Voorbeelden uit de praktijk 4. Conclusie en aanbevelingen