• Critical Issues in European Crime Policy

      Joutsen, M.; Junger-Tas, J.; Wiles, P.; Weitekamp, E.; Scheerer, S.; Tsitsoura, A.; Waard, J. de (WODC, 1993)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Legitimation and the limits of the criminal justice system - M. Joutsen 3. Changes in the family and their inpact on criminality - J. Junger-Tas 4. Ghettoization in Europe? - P. Wiles 5. Reparative justice: towards a victim oriented system - E. Weitekamp 6. Political ideologies and drug policy - S. Scheerer 7. Varia: A. Tsitsoura on the Council of Europo; 8. J. de Waard on private security; 9. Ciminological congress in Budapest, 1993; 10. Annual journal on crime and crime prevention 11. Crime institute's profile - Heuni
    • De markt van misdaad en straf

      Unknown author (WODC, 1988)
      Criminaliteit kost de Nederlandse samenleving jaarlijks miljarden guldens. Toch staat in het denken over criminaliteit over het algemeen 'de moraal' voorop. De discussie over de bestrijding ervan wordt vooral gevoerd in termen van rechtvaardigheid en normhandhaving. Hoewel er altijd wel sprake is geweest van prioriteiten gegeven de beschikbare middelen, lijkt het justitiële apparaat echter in toenemende mate onder bezuinigingsdruk te staan. De 'economie' dringt zich steeds meer aan het strafrecht op, terwijl de verwachtingen over zijn daadkracht alleen maar lijken te groeien. Ook politie en justitie krijgen te maken met de 'meer-minder paradox': meer doen met minder geld. Tegen deze achtergrond wordt in dit themanummer de criminaliteit eens vanuit een economisch perspectief benaderd.
    • Dwangmiddelen en rechtsmiddelen - Strafvordering 2001: derde interimrapport

      Groenhuijsen, M.S. (red.); Knigge, G. (red.) (Rijksuniversiteit Groningen, 2002)
      In dit rapport staan de dwangmiddelen en rechtsmiddelen centraal. Een aantal onderwerpen ligt op het terrein van het onderzoek ter zitting en van het vooronderzoek. Met name gaat de aandacht uit naar de gewone rechtsmiddelen, en daarbij in het bijzonder naar het verzet en het hoger beroep. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de particuliere opsporing, aan de positie van het slachtoffer in het vooronderzoek en aan het zogenaamde 'derde spoor', de buitengerechtelijke sancitonering.
    • Evaluatie privacygedragscode particuliere recherchebureaus

      Bos, J.; Dekkers, S.; Homburg, G.H.J. (WODC, 2007)
      Met ingang van 1 juni 2004 werd de privacygedragscode verplicht gesteld voor alle recherchebureaus. In dezelfde maand zegde de Minister van Justitie een evaluatie van de privacygedragscode in 2006 toe aan de Tweede Kamer. Dit onderzoek voorziet in deze toezegging. Het doel van het onderzoek is drieledig:vaststellen in welke mate recherchebureaus beschikken over de voorgeschreven privacygedragscode;vaststellen in welke mate zij in de praktijk voldoen aan de normen van de code;vaststellen of de code voldoet aan de gestelde doelen ten aanzien van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
    • Lekken of verstrekken? - De informele informatie-uitwisseling tussen opsporingsinstanties en derden

      Ruth, A. van; Gunther Moor, L.; Buruma, Y. (medew.) (Kathollieke Universiteit Nijmegen - Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen, 1997)
      In deze studie staat de informele informatie-uitwisseling tussen opsporingsinstanties en derden centraal. Doel hiervan is zicht te verschaffen op de dagelijkse praktijk van deze informele informatie-uitwisseling. De rapportage is opgebouwd uit zes delen. In een eerste algemene deel (hoofdstukken 1 t/m 3) komen de vraagstelling en onderzoeksopzet van de studie aan de orde. Tevens wordt de informele informatie-uitwisseling als juridisch (hoofdstuk 2) en sociologisch verschijnsel (hoofdstuk 3) beschreven. Ook bevat dit deel een typologie en een indicatie van de omvang van dit fenomeen. De delen II t/ IV gaan vervolgens in op de specifieke verschijningsvormen van het verschijnsel. Achtereenvolgens komen aan de orde: de informatie-uitwisseling tussen opsporingsinstanties en bovenwereld (deel II), tussen opsporingsinstanties en wat de 'grijze' sector of het 'grijze' gebied kan worden genoemd (deel III), en de informatie-uitwisseling met de onderwereld (deel IV). Deel V bevat dan de conclusies en aanbevelingen, gevolgd door een juridische nabeschouwing in deel VI, van Ybo Buruma.
    • Particuliere recherche - Een verkenning van enige ontwikkelingen

      Hoogenboom, A.B. (WODC, 1988)
      In dit onderzoek wordt voortgebouwd op twee in de literatuur uitgewerkte theoretische modellen: de Junior-Partner Theorie en de Economische Theorie. Het onderzoek is gebaseerd op een zestigtal interviews met sleutelpersonen uit de particuliere recherchewereld en de reguliere politie aangevuld met literatuur over dit onderwerp. In de hoofdstukken 2 t/m 6 wordt een aantal sectoren besproken waarbinnen zich ontwikkelingen hebben voorgedaan op het terrein van de particuliere recherche. In hoofdstuk 7 wordt een vergelijking getrokken tussen de particuliere recherche en de reguliere recherche. Over vormen van private justiche, met name bij verzekeringsfraude en interne fraude binnen een bedrijf, wordt in hoofdstuk 8 geschreven.
    • Particuliere recherche - Werkwijzen en informatiestromen

      Klerks, P.; Meurs, C. van; Scholtes, M. (ES&E, 2001)
      Dit is het verslag van een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Justitie om inzicht in de particuliere recherchebranche te verschaffen. Met name in de aard en zo mogelijk de omvang van de werkzaamheden die door private recherche-instellingen worden verricht, alsmede in de vraag in hoeverre politie en OM gebruik maken van de door deze instellingen gelverde informatie. Dit inzicht moet het ministerie in staat stellen om te bepalen of, en zo ja welke, specifieke eisen aan de particuliere en bedrijfsrecherche moeten worden gesteld, in het bijzonder ten aanzien van de uitwisseling van informatie met de reguliere opsporingsinstanties (politie en BOD-en).
    • Particuliere recherche: uitbreiding van de reikwijdte van de wet? - Eindrapportage

      Eysink Smeets, M.; Wal, R. van der (medew.); Bervoets, E. (medew.); Nijmeijer, P. (medew.) (WODC, 2005)
      Doel van het onderzoek is inzicht verschaffen in het (geschatte) aantal, de aard en omvang van (de activiteiten van) bedrijven, bedrijfsonderdelen en andere organisaties die zich met recherchewerkzaamheden bezighouden en die nu niet onder de Wet op de particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) vallen.
    • Police Powers and Accountability in a Democratic Society

      Kersten, J.; Recasens, A.; Kertész , I.; Szikinger, I.; Punch, M.; Stenning,, Ph.C.; Monjardet, D.; Vocks, J.; Nijboer, J. (WODC, 2000)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Joachim Kersten - Police Powers and Accountability in a Democratic Society: Introductory Report 3. Amadeu Recasens - The Control of Police Powers 4. Imre Kertész and István Szikinger - Changing Patterns of Culture and its Organisation of the Police in a Society of Transition – Case Study: Hungary 5. Maurice Punch - Police Corruption and its Prevention 6. Philip C. Stenning - Powers and Accountability of Private Police 7. Dominique Monjardet - Police and the Public 8. Judith Vocks and Jan Nijboer - The Promised Land: A Study of Trafficking in Women from Central and Eastern Europe to the Netherlands
    • Private opsporing

      Klerks, P.; Scholtes, M.; Dijk, F. van; Waard, J.J. de; Cools, M.; Hoogenboom, A.B.; Lugt, B.W.M. van der; Gunther Moor, L.; Vijver, C.D. van der (WODC, 2001)
      ARTIKELEN: 1. P. Klerks en M. Scholtes - Particuliere recherche; een informatiemarkt in ontwikkeling 2. F. van Dijk en J.J. de Waard - De markt voor private opsporing; vraag en aanbod 3. M. Cools - Private opsporing in België; de detectivewet en de nieuwe criminologische markt 4. A.B. Hoogenboom - Bedrijfsspionage; infiltratie en inlichtingenwerk in de private sector 5. B.W.M. van der Lugt - Waarborgen voor private opsporing; wetgeving of zelfregulering? 6. L. Gunther Moor en C.D. van der Vijver - Privatisering van opsporing; een kader voor normering SAMENVATTING: De opmars van private recherche roept veel vragen op die in dit nummer ruimschoots aan bod komen. Kunnen werknemers zich verweren tegen particuliere berechting en sanctionering zoals ontslag, inhouding op salaris, of terugbetaling? Hoe staat het met de democratische controle en rechtsgelijkheid? In hoeverre zijn private opspoorders gebonden aan regels? In hoeverre raakt de overheid het zicht op criminaliteitsbestrijding kwijt door de verminderde aantallen aangiftes? Worden de kerntaken van politie en justitie erdoor ondermijnd?
    • Private Security

      Waard, J. de; Johnston, L.; Kempa, M.; Carrier, R.; Wood, J.; Shearing, C.; Jones, T.; Newburn, T.; Gill, M.; Hart, J.; et al. (WODC, 1999)
      ARTICLES: 1. Editorial 2. Jaap de Waard - The Private Security Industry in International Perspective 3. Les Johnston - Private Policing in Context 4. Michael Kempa, Ryan Carrier, Jennifer Wood and Clifford Shearing - Reflections of the Evolving Concept of 'Private Policing' 5. Trevor Jones and Tim Newburn - Urban Change and Policing: Mass Private Property Re-considered 6. Martin Gill and Jerry Hart - Enforcing Corporate Security Policy using Private Investigators 7. Current Issues: Kevin Haines - Crime is a social problem 8. Matti Joutsen - Proceedings of the Sixth European Colloquium on Crime and Criminal Policy, Helsinki, 10-12 December 1998 9. Henrik Tham - Crime Institute Profile: The Department of Criminology at Stockholm University
    • Publiek-private opsporing: vele handen maken licht werk? - Eindrapport Evaluatie vervolgpilot samenwerking particuliere onderzoeksbureaus met politie en Openbaar Ministerie

      Kuin, M.C.; Wilms, P.J.M. (APE Public Economics, 2015)
      Particuliere onderzoeksbureaus (POB’s) voeren, in opdracht van bedrijven en particulieren, recherche-werkzaamheden uit. Deze werkzaamheden hebben vaak betrekking op strafbare feiten zoals fraude en laakbaar handelen van werknemers, waaronder verduistering, diefstal en misbruik van bedrijfsmiddelen. Daarnaast verrichten POB’s ook adviserende werkzaamheden, pre-screening van nieuwe werknemers etc. De wettelijke grondslag voor POB’s is in 1997 vastgelegd in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Deze wet bepaalt de kaders waarbinnen de POB’s hun werkzaamheden verrichten. De overkoepelende vraagstelling van dit onderzoek luidt oorspronkelijk als volgt:Welke bijdrage kunnen POB’s leveren bij de strafrechtelijke opsporing en vervolging van zaken op het gebied van vermogenscriminaliteit? Wat zijn good practices?Zijn er neveneffecten verbonden aan het inschakelen van POB’s bij de strafrechtelijke opsporing en vervolging? Welke zijn dat?
    • Samen opgespoord? - Eindrapport "Pilot samenwerking particuliere onderzoeksbureaus met politie en OM"

      Friperson, R.; Bouman, S.; Wilms, P. (APE Public Economics, 2013)
      In samenwerking met de Nederlandse Veiligheidsbranche (NV) is een pilot ingericht met als doel na te gaan welke rol particuliere onderzoeksbureau's (POB’s) kunnen spelen bij de opsporing in strafzaken. De pilot heeft plaatsgevonden tussen 1 mei 2012 tot en met 3o april 2013. Aan de pilot namen negen particuliere onderzoeksbureaus deel, die alle lid zijn van de Nederlandse Veiligheidsbranche en beschikken over een keurmerk van de NV. De centrale vraag in dit onderzoek was: Welke bijdrage kunnen POB's leveren aan de opsporing en vervolging van acht delictscategorieën (interne diefstal, interne fraude, heling, phishing, vervoerscriminaliteit, ladingdiefstal, oplichting en bedrijfsinbraak)?