• De invulling van het participatieverklaringstraject in Nederlandse gemeenten

      Vries, A.M. de; Noyon, S.M.; Meer, M. van der; Kulu-Glasgow, I. (WODC, 2019)
      Op 1 oktober 2017 werd het ondertekenen van de participatieverklaring een wettelijk onderdeel van het inburgeringsexamen. Het hieraan verbonden traject omvat een of meerdere bijeenkomsten waarin inburgeringsplichtigen leren over de Nederlandse kernwaarden. Hierna bevestigen zij met hun ondertekening op de hoogte te zijn van deze kernwaarden, deze te respecteren en te willen participeren in de Nederlandse samenleving. Als onderdeel van een breder onderzoek naar de binding van statushouders met de Nederlandse rechtsstaat heeft het WODC in kaart gebracht welke verschillende aanpakken van het participatieverklaringstraject (PVT) onder gemeenten bestaan. Gezien de focus van het bredere onderzoek is gekozen om alleen te inventariseren hoe het PVT voor statushouders georganiseerd wordt. Het resulterende overzicht van aanpakken en ervaringen wordt in deze factsheet gepresenteerd.
    • De slimme stad

      Karstens, B.; Est, R. van; Naafs, S.; Schuilenburg, M.; Zoonen, L. van; Engelbert, J.; Galič, M.; Kool, L. (WODC, 2020)
      ARTIKELEN: 1. Bart Karstens, Linda Kool en Rinie van Est - De slimme stad: grote beloften, weerbarstige praktijk 2. Saskia Naafs - Van de gesloten smart city naar een open slimme stad. Lessen uit Quayside, Toronto 3. Marc Schuilenburg - Psychomacht: hoe sturen data en algoritmen de veiligheid in smart cities? 4. Liesbet van Zoonen - Publieke waarden of publiek conflict: democratische grondslagen voor de slimme stad 5. Jiska Engelbert - Voorbij het polderen in de slimme stad 6. Maša Galič - Over het recht op de smart city. SAMENVATTING: De term smart duikt tegenwoordig overal op. Niet alleen telefoons, horloges en koelkasten moeten slim zijn, maar ook steden ontkomen daar niet meer aan. Slimme steden zijn overal te vinden. In Nederland staan onder meer Eindhoven, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht te boek als smart cities. Singapore investeert wereldwijd het meest in slimmestadinitiatieven, op de voet gevolgd door New York City, Londen en Tokyo. Van belang voor een goed begrip van de slimme stad is dat de term kan worden gezien als een ‘catastrofeconcept. Het succes ervan berust op de retorische pijler dat het stedelijk leven steeds meer wordt geconfronteerd catastrofes als werkloosheid, extreme luchtvervuiling, criminaliteitsproblemen en een afname en afname van democratische legitimiteit. Slimme technologie, zoals datamining en kunstmatige intelligentie, wordt hierbij voorgesteld als de wonderolie die elke kwaal geneest. Dit is de tweede retorische pijler. In dit technologisch-utopisch perspectief op de stad dreigt de publieke ruimte steeds meer de speelbal te worden van grote bedrijven, waaronder Google, IBM en Uber. Zij beloven dat hun technologie grootstedelijke problemen oplost en dat de stad hierdoor welvarender, democratischer, schoner en veiliger wordt. Maar technologie is geen wondermiddel en standaardoplossingen voor urgente problemen bestaan niet. De elementaire vraag is daarom wiens belangen slimme steden dienen, die van techbedrijven of die van de burger? Het verlangen naar slimheid betekent namelijk ook een grotere controle van burgers, verlies van privacy en privatisering van publieke taken, waaronder openbaar vervoer en de veiligheidszorg. Vragen die in dit themanummer van Justitiële verkenningen over de slimme stad aan bod komen, zijn: welke middelen worden ingezet om steden ‘slimmer’ te maken? Hoe verhouden de kansen van slimme steden zich tot bedreigingen? Op welke manier kunnen stadsbewoners actief worden betrokken bij de slimme stad? Hoe kan de overheid zich optimaal verhouden tot de dominantie van techbedrijven? Welke machtseffecten treden er op bij de inzet van slimme technologieën? Moet er een recht op de smart city komen?
    • Evaluatie logeerregeling COA

      Gruijter, M. de; Rooijen, M. van (Verwey-Jonker Instituut, 2019)
      In dit onderzoek inventariseren we de meerwaarde en opbrengsten van de vernieuwde aanpak van logeren voor de participatie en integratie van statushouders. Met de resultaten van het onderzoek wil de aanvrager, het COA, inzicht krijgen in de meerwaarde van de logeerregeling voor statushouders die via TCBnB logeren vergeleken met verblijf in een AZC of bij familie en vrienden. Daarmee wil het COA een onderbouwde beslissing maken of en hoe zij de logeerregeling willen voortzetten.De probleemstelling luidt: Wat zijn de (mogelijke) opbrengsten van de logeerregeling voor de participatie en integratie van statushouders die via TakeCareBnB (TCBnB) logeren, vergeleken met statushouders die in een AZC, of bij familie en vrienden verblijven, en onder welke condities wordt deze meerwaarde bereikt? INHOUD: 1. Inleiding 2. Het onderzoek 3. Beleidscontext en de logeerregeling 4. De logeerregeling en kansen voor participatie en integratie 5. De uitvoering van de logeerregeling 6. Ervaringen van logés en gastgezinnen met de logeerregeling 7. Opbrengsten van de logeerregeling 8. Conclusies
    • In uitvoering - Een analyse van het op statushouders gerichte beleid en wat er nodig is om dit beleid te verbeteren

      Dagevos, J.; Schans, D.; Uiters, E. (SCP, 2021-09-09)
      Deze policy brief is het sluitstuk van een meerjarig onderzoeksproject over de positie en leefsituatie van statushouders die vanaf 2014 naar Nederland zijn gekomen. Deze policy brief is gericht aan gemeenten omdat zij verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wet. Daarnaast richt de brief zich op de landelijke overheid, die verantwoordelijk is voor de vormgeving en financiële randvoorwaarden van het inburgerings- en opvangbeleid. (zie hiernaast: link naar de SCP-Policy brief)
    • Opnieuw beginnen - Achtergronden van positieverschillen tussen Syrische statushouders

      Miltenburg, E. (red.); Dagevos, J. (red.); Huijnk, W. (red.) (Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), 2019)
      Syriërs zijn getalsmatig de grootste groep statushouders die de afgelopen jaren in Nederland zijn komen wonen. Hun leven staat in het teken van het opbouwen van een nieuw bestaan in Nederland. Met dit rapport wordt inzicht geboden in de vroege integratie van Syriërs. Zes onderwerpen staan centraal: gezinshereniging en verhuisgedrag, intenties om in Nederland te blijven, psychische gezondheid, zorggebruik, diversiteit in participatie en sociaal-culturele posities. Er wordt ingegaan op de factoren die verschillen kunnen verklaren binnen de Syrische groep en kenmerkend zijn voor statushouders die nog maar kort in Nederland verblijven: het leven vóór de migratie, ervaringen gedurende de vlucht, de verblijfsperiode in de opvang en de periode daarna. CONTENT: 1. Inleiding - E. Miltenburg, J. Dagevos en W. Huijnk (SCP) 2. Dynamiek in de demografie van Syrische statushouders - N. Boot en Z. Driessen (CBS) 3. Verblijfsintenties van Syrische statushouders n Nederland - S. Noyon en M. Maliepaard (WODC) 4. Inzicht in psychische ongezondheid - A. Wijga (RIVM), M. Maliepaard (WODC), W. Huijnk (SCP) en E. Uiters (RIVM) (m.m.v. E. Bloemen, arts, adviseur/trainer bij Pharos) 5. Zorggebruik in beeld - W. Huijnk (SCP), E. Uiters (RIVM) en A. Wijga (RIVM) 6. Variatie in participatie - E. Miltenburg en J. Dagevos (SCP) 7. Een sociaal-culturele typologie van Syrische statushouders - R. Damen en W. Huijnk (SCP). Lees het persbericht van het SCP met de belangrijkste conclusies van dit onderzoek of lees het volledige rapport 'Opnieuw beginnen; achtergronden van positieverschillen tussen Syrische statushouders' op de website van het SCP. Zie link: Syriërs in Nederland: een studie over de eerste jaren van hun leven in Nederland (2018)
    • Overheidsparticipatie in sociale media

      Dijk, J.A.G.M. van; Wijngaert, L. van de; Tije, S. ten (Universiteit Twente - Center for Telematics and Information Technology, 2015)
      Het gebruik van sociale media is in korte tijd sterk gegroeid onder brede lagen van de bevolking. In de afgelopen jaren heeft de overheid al de nodige ervaring opgedaan met sociale media. De vraag die nu voorligt heeft betrekking op een actieve rol van de overheid op sociale media: Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van overheidsparticipatie in sociale media? Om antwoord te geven op deze vraag is het van belang inzicht te krijgen in de technologie achter sociale media, de toepassingen, strategieën en tactieken. Deze inzichten zijn verkregen uit een literatuuronderzoek en een achttal cases waarin sociale media op de een of andere manier in relatie staan tot de overheid. INHOUD: 1. Probleemstelling, onderzoeksvragen en methoden van onderzoek 2. Sociale media: definitie, kenmerken en context van gebruik 3. Mogelijkheden van sociale media voor de overheid 4. Beperkingen van sociale media voor de overheid 5. Casussen van overheidsparticipatie in sociale media 6. Tactieken van de overheid op sociale media 7. Strategieën op sociale media van de overheid 8. Conclusies
    • Procesevaluatie pilot Tynaarlo

      Berends, S.; Buimer, L.; Klaver, J. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2020)
      Per 1 augustus 2018 is een pilot gestart voor statushouders en kansrijke asielzoekers in de gemeente Tynaarlo, getiteld TuVo 2.0. De TuVo 2.0 pilot betreft kleinschalige opvang in de buurt van gemeenten die deze statushouders zullen gaan huisvesten en is een aangepaste voortzetting van de eerder gestarte tussenvoorziening in Tynaarlo (TuVo 1.0). Deze eerdere TuVo 1.0 is in juli 2016 als proef opgezet om een einde te maken aan de noodopvang van vluchtelingen en om de integratie te bevorderen. De pilot TuVo 2.0 wordt uitgevoerd door stichting INLIA.Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen of het plaatsen van statushouders en kansrijke asielzoekers in kleinere opvangcentra, dicht bij de gemeente waar ze definitief gehuisvest zullen worden, hen helpt bij (in eerste instantie) participatie en (op termijn) integratie. Daartoe worden een plan- en procesevaluatie van de pilot uitgevoerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. De pilot Tynaarlo: opzet en beoogde werking 3. De pilot in de praktijk 4. Samenvatting en conclusie