• Afschrikking en generale preventie

      Berghuis, A.C.; Suurmond, G.; Velthoven, B.C.J. van; Ultee, W.C.; Voorde, J.M. ten; Pligt, J. van der; Koomen, W.; Harreveld, F. van; Elffers, H,; Tonry, M. (WODC, 2008)
      ARTIKELEN: 1 A.C. Berghuis - De olifant in de kamer; generale preventie en criminaliteitstrends 2. G. Suurmond en B.C.J. van Velthoven - Werkt gevangenisstraf echt niet? Criminologen als struisvogels 3. W.C. Ultee - Minder misdrijven: door overheidsingrijpen of zelfbescherming? 4. J.M. ten Voorde - Strafrechtstheoretische bespiegelingen over afschrikking en generale preventie 5. J. van der Pligt, W. Koomen en F. van Harreveld - Bestraffen: een overzicht , een mythe en nieuwe varianten 6. H. Elffers - Afschrikking en het aanleren van normen; de theorie van Kelman toegepast op het strafrecht 7. M. Tonry - Onderzoek naar afschrikking; de noodzaak om klein te denken als we iets nieuws willen leren 8. Internetsites SAMENVATTING: Dit themanummer gaat in op de vraag of het straf- en vervolgingsbeleid (mede) heeft bijgedragen aan de opmerkelijke daling van de criminaliteit in Nederland in de afgelopen jaren. Zou de tot voor kort gestage stijging van het aantal gedetineerden in Nederland en het hardere strafbeleid in het algemeen daar iets mee te maken hebben?
    • Cyberdaders: uniek profiel, unieke aanpak? - Een onderzoek naar kenmerken van en passende interventies voor daders van cybercriminaliteit in enge zin

      Wagen, W. van der; Zand-Kurtovic, E.G. van 't; Matthijsse, S.R.; Fischer, T.F.C.; Keizer, S. (medew.); Alberts, N. (medew.) (Erasmus Universiteit Rotterdam - School of Law, 2019)
      Er zijn verschillende indicaties dat hacken, het uitvoeren van DDoS-aanvallen, het verspreiden van ransomware en andere vormen van cybercriminaliteit in enge zin in omvang toenemen onder zowel jeugdigen als volwassenen. De wetenschappelijke kennis over deze dadergroep is tot op heden beperkt, anekdotisch, verouderd en versnipperd. In dit onderzoek is getracht op meer systematische wijze kennis over de kenmerken en profielen van jeugdige en volwassen daders van cybercriminaliteit in enge zin te genereren alsook inzichten te bieden in de vraag wat hierbij passende en effectieve interventies zijn. In dit onderzoek staat de volgende probleemstelling centraal:In hoeverre bestaan er verschillen qua profiel(en) van cyberdaders en daders van ‘traditionele’ criminaliteit, en in hoeverre en op welke wijze dienen (eventuele) verschillen gevolgen te hebben voor de aard van interventies voor cyberdaders? INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodologische verantwoording 3. Achtergrondkenmerken 4. Drijfveren en beleving 5. Percepties over strafbaarheid, pakkans en schade van (gepleegde) cyberdelicten 6. Criminele carrière 7. Interventies voor daders van cybercriminaliteit in enge zin 8. Interventies die aansluiten bij What Works en Desistance 9. Conclusie
    • De pakkans vergroot - evaluatie van de pilot gepercipieerde pakkans jongeren in Tilburg

      Schreijenberg, A.; Schijndel, A. van; Vaan, K. de; Homburg, G. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2011)
      Dit rapport bevat de resultaten van de evaluatie van de pilot Verhogen Pakkans zoals die in Tilburg vorm heeft gekregen. Het doel van dit onderzoek is te achterhalen hoe de in Tilburg ingezette maatregelen bijdragen aan een verhoging van de (gepercipieerde) pakkans onder overlastgevende en criminele jongeren en of dat is gelukt. Tevens beoogt het onderzoek waardevolle kennis op te leveren voor de jongerenaanpak in andere gemeenten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Aanpak jeugdgroepen in Tilburg 3. Planevaluatie 4. Procesevaluatie 5. Conclusie
    • Een Alcohol-Verkeers Project in de provincie Drenthe

      Cozijn, C.; Kouwenberg, R.F. (WODC, 1993)
      Doel van het onderzoek is het effect te meten van de getroffen maatregelen in het kader van het project 'preventieve aanpak rijden onder onder invloed in het arrondissement Assen'. Resumerend is de conclusie dat het AVP in Drenthe een gunstig effect heeft gehad op de houding ten opzichte van het rijden onder invloed. Enerzijds daalde het oordeel over de algemene limiet en over de limiet die men voor zichzelf hanteert, terwijl die daling zich buiten Drenthe niet, of althans in zo geringe mate voordeed dat er op statistische gronden geen betekenis aan mag worden gehecht. Anderzijds nam buiten Drenthe het aantal personen dat het eens was met de stelling, dat autorijden met een borreltje op moet kunnen, toe, terwijl deze toename in Drenthe achterwege bleef, althans te klein was om daar op statistische gronden betekenis aan te hechten.
    • Evaluatie van de beginnersregeling

      Smit, W.; Hulst, J. van der; Homburg, G. (Regioplan Beleidsonderzoek, 2018)
      Omdat beginnende, hoofdzakelijk jonge, bestuurders een groter risico vormen voor de verkeersveiligheid dan ervaren bestuurders, is in 2002 de beginnersregeling ingevoerd met als doel sneller actie te kunnen ondernemen bij beginnende bestuurders die herhaald ernstige verkeersovertredingen begaan. Het doel van dit onderzoek was inzicht te krijgen in de werking van de beginnersregeling. Het onderzoek richtte zich op de beleidslogica en de vormgeving van de beginnersregeling, op de uitvoeringspraktijk, het doelbereik en mogelijkheden voor optimalisatie van de regeling. INHOUD: 1. Inleiding 2. Beleidslogica van de beginnersregeling 3. Samenhang met andere bestuursrechtelijke maatregelen en straffen 4. Uitvoeringspraktijk beginnersregeling 5. Perspectief beginnende bestuurders 6. Effectiviteit beginnersregeling 7. Optimalisatie beginnersregeling 8. Conclusie
    • Evaluatie-onderzoek

      Unknown author (WODC, 1975)
      Onderwerp van dit themanummer is het onderzoek, dat tot doel heeft de effectiviteit van overheidsmaatregelen vast te stellen. Dit betekent. dat gepoogd zâl worden aan te tonen, welke betekenis weten schappelijk evaluatie-onderzoek kan hebben. In de inleiding wordt gebruik gemaakt van een aantal voorbeelden op het terrein van de generale preventie. De acht verkort weergegeven buitenlands artikelen die daarna volgen, dienen in de eerste plaats om te laten zien op welke manieren dit onderzoek kan worden verricht. Tegelijkertijd bieden zij een aantal resultaten van onderzoek naar d werking van de generale preventie.
    • Extra politie-inzet en rijden onder invloed - Verslag van een surveillance-experiment in de gemeente Weert

      Bovens, R.; Prinsen, P.J. (WODC, 1984)
      Met het onderzoek in Weert werd beoogd na te gaan welke invloed een reële vergroting van de surveillance-activiteiten heeft op de omvang van het delict rijden onder invloed.
    • Facilitering van mobiele bendes - Research synthese

      Gestel, B. van (WODC, 2014)
      De minister van Veiligheid en Justitie heeft de afgelopen jaren meerdere malen zijn zorgen geuit over het brede scala aan vermogensdelicten dat door rondtrekkende bendes wordt gepleegd en over de schade die dat bij burgers en bedrijven teweegbrengt (o.a. Kamerbrief 9 oktober 2013, Vergaderjaar 2013-2014, Tweede Kamerstukken 29911 nr. 85; Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar resp. 2009–2010 en 2010-2011, 28684, nrs. 273 en 301). Een intensivering van de aanpak van het probleem is volgens de minister vereist op zowel nationaal als Europees niveau. Doel van deze research synthese is kennis vergaren over de facilitering van mobiel banditisme. Het gaat bij facilitering om actoren en omstandigheden die - bewust of onbewust - mobiel banditisme mogelijk maken en gelegenheid bieden voor deze criminaliteit. INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Voorbereidingen 4. Planning en uitvoering van de roof 5. Verwerking van de buit 6. Slotbeschouwing
    • Fraudenummer

      Unknown author (WODC, 1983)
      Dit fraude-nummer wordt geopend met een inleiding van P.C. van Duyne. De schrijver behandelt — in vogelvlucht — de geschiedenis van tien jaar fraudebeleid; een beleid, dat slechts langzaam op gang is gekomen. De inleiding wordt gevolgd door een bewerking van een paper van M. Levi over de sociaal-psychologische aspecten van fraude. Twee artikelen in bewerkte vorm, zijn gewijd aan een bepaald soort fraude, nl. belastingontduiking.
    • Het motiverende effect van normatieve en afschrikwekkende boodschappen - een stated preference-benadering

      Graaf, S. de; Putte, B. van den; Werff, S. van der (SEO Economisch onderzoek, 2011)
      Onderzocht is welke voorlichtingsboodschappen volgens burgers en leidinggevenden van bedrijven het meest motiveren om lichte overtredingen niet meer te begaan. Een centrale vraag is of handhavingscommunicatie zich vooral moet bedienen van afschrikwekkende boodschappen (pakkans, sancties) of juist van normatieve boodschappen of een combinatie van deze elementen. Moet benadrukt worden dat er wordt gecontroleerd, en/of dat er sancties staan op het niet naleven van de regels, of is het effectiever om te benadrukken dat het niet naleven van de regels een kwalijk effect heeft op de samenleving en/of dat regelovertreding afwijkend gedrag is? Hoe reageren niet-overtreders op de boodschappen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Boodschappen: hoe onderzocht? 4. Burgers: sanctiekans meest motiverend 5. Bedrijven: boetehoogte meest motiverend 6. Conclusie en discussie
    • Justitie en demografie: over ontgroening, vergrijzing en verkleuring - Veranderingen in bevolkingssamenstelling en de gevolgen voor Justitie

      Laan, A.M. van der (red.); Vervoorn, L. (red.); Nimwegen, N. van (red.); Leeuw, F.L. (red.) (WODC, 2007)
      Op 11 mei 2006 hebben het WODC en het NIDI gezamenlijk een congres georganiseerd over de vraag wat de voorspelde demografische veranderingen met criminaliteit en met Justitie in het bijzonder doen. In twee plenaire lezingen en in zes parallelle presentaties zijn de gevolgen van de demografische veranderingen voor de bestudering van de criminaliteit en de maatschappelijke veiligheid systematisch beschouwd. Deze bundel is een neerslag van de aldaar gehouden presentaties. INHOUD: 1. Justitie en demografische ontwikkelingen 2. Demografische ontwikkelingen: trends, perspectieven en opvattingen 3. Nederland in 2035: angstiger, meer verschil en meer afzondering? 4. Onderzoek naar de criminele carrières: de relevantie voor theorie en beeld 5. Cohortgrootte en geweldscriminaliteit; het Easterlin-effect onderzocht in 20 landen 6. Demografische ontwikkelingen en het beroep op justitievoorzieningen 7. De invloed van etniciteit en pakkans op de geweldscriminaliteit van minderjarigen 8. De grootstedelijke bevolking en criminaliteitsverwachtingen 9. Families en criminaliteit 10. Zedendelicten door jeudige allochtone daders 11. Over risicofactoren, effectieve interventies en inconsistent overheidsbeleid inzake geweldscriminaliteit
    • Meer jeugdige verdachten, maar waarom? - een studie naar de relatie tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de veranderingen in het aantal jeugdige verdachten van een misdrijf in de periode 1997-2007

      Laan, A.M. van der; Blom, M. (WODC, 2011)
      In deze studie wordt voor de periode 1997 tot en met 2007 nader ingegaan op de relatie tussen diverse maatschappelijke ontwikkelingen in het aantal jeugdige verdachten in de leeftijd 12 tot en met 24 jaar en de delicten waarvan ze worden verdacht. De vraagstelling is uitgesplitst in drie onderzoeksvragen: Welke ontwikkelingen in rechtshandhaving zijn gerelateerd aan ontwikkelingen in het aantal jeugdige verdachten en de misdrijven waarvan ze worden verdacht? Welke demografische en sociale ontwikkelingen zijn gerelateerd aan de ontwikkelingen in het aantal jeugdige verdachten en de misdrijven waarvan ze worden verdacht? Welke ontwikkelingen in economische condities zijn gerelateerd aan de ontwikkelingen in het aantal jeugdige verdachten en de misdrijven waarvan ze worden verdacht? INHOUD: 1. Inleiding 2. Ontwikkelingen in rechtshandhaving 3. Demografische en sociale ontwikkelingen 4. Economische condities 5. Slotbeschouwing
    • Over grenzen op dievenpad - Een onderzoek naar de facilitering van mobiele bendes

      Gestel, B. van; Kouwenberg, R.F. (WODC, 2016)
      Doel van dit onderzoek is om actuele informatie te verzamelen over de facilitering van mobiele bendes, specifiek gericht op de Nederlandse situatie. In dit onderzoek staan de volgende vragen centraal: Hoe zijn de mobiele bendes samengesteld en op welke delicten zijn zij gericht? Op welke wijze worden mobiele bendes in Nederland gefaciliteerd? Welke actoren en omstandigheden kunnen daarbij worden onderscheiden? Op welke wijze wordt tijdens of na een opsporingsonderzoek informatie uitgewisseld met opsporingspartners in andere regio’s en andere landen? INHOUD: 1. Inleiding 2. Theoretisch kader 3. Zaken en verdachten 4. Voorbereiding en uitvoering van het criminele bedrijfsproces 5. Verwerking van de buit 6. Faciliterende dimensies en de opsporing 7. Informatie-uitwisseling 8. Slotbeschouwing
    • Papier en werkelijkheid - Een hypothesevormend onderzoek naar de invloed van registratie-effecten op de omvang van de geregistreerde jeugdcriminaliteit

      Ham, T. van; Bervoets, E.; Ferwerda, H. (Bureau Beke, 2015)
      Al enkele jaren is een daling waarneembaar in de door politie en Justitie geregistreerde jeugdcriminaliteit. Inzicht in de oorzaken van de daling van de jeugdcriminaliteit is noodzakelijk om te kunnen beoordelen welke organisatorische en beleidsmatige maatregelen al dan niet getroffen moeten worden op de korte en (middel)lange termijn. In het onderzoek staan de volgende vier vragen centraal:Op welke wijze vindt registratie bij politie en Openbaar Ministerie (OM) plaats?Welke factoren worden in de wetenschappelijke en grijze literatuur genoemd als (mogelijk) van invloed op de registratie van jeugdcriminaliteit?In welke richting, op welke wijze en in welke mate beïnvloeden deze factoren (mogelijk) de registratie van jeugdcriminaliteit? Op welke wijze is dit in de literatuur vastgesteld of onderbouwd?Wat is de reikwijdte (in tijd) van deze factoren? INHOUD: 1. Onderzoek naar de daling van jeugdcriminaliteit 2. Methoden van onderzoek 3. De registratie van criminaliteit 4. Opbrengsten literatuur- en documentstudie 5. Hypotheses nader onder de loep
    • Parkeerproblematiek III - Ingegaan op 1 mei 1978, het effect van de verhoging van het bedrag van de politietransactie bij parkeerovertredingen

      Cozijn, C.; Nijenhuis-Dijkhoff, N. (WODC, 1980)
      INHOUD: 1. Inleiding 2. Het preventief effect van het politie-optreden tegen het illegaal parkeren 3. De opzet van het exeperiment ter bepaling van het eventueel effect van de verhoging van het bedrag van de politietransactie bij het illegaal parkeren 4. De resultaten van het onderzoek 5. Samenvatting en slotbeschouwing SAMENVATTING: Het hier gerapporteerde onderzoek was opgezet om na te gaan wat het effect zou zijn van de verhoging van het bedrag van de politietransactie van vijftien naar vijfentwintig gulden.
    • Subjectieve pakkans bij snelheidsovertredingen

      Baas, N.J. (WODC, 1995)
      Het Aktiecentrum Naleving Snelheidslimieten heeft gevraagd om meer inzicht te krijgen in de samenstelling en werking van de subjectieve pakkans bij snelheidsovertredingen. Aan de hand van onderzochte literatuur worden hier de volgende onderwerpen beschreven: definitie en meetbaarheid van de subjectieve pakkans in het verkeer; de invloed van de subjectieve pakkans op het rijgedrag; factoren die de hoogte van de subjectieve pakkans kunnen beïnvloeden; differentiatie in subjectieve pakkansen per automobilist; en segmentatie bij automobilisten.
    • Toekomst van de rechtshandhaving

      Bunt, H.G. van de; Hoogenboom, A.B.; Fijnaut, C.; Velthoven, B.C.J. van; Hughes, G.; McLaughlin, E.; Muncie, J.; Schnabel, P. (WODC, 2002)
      ARTIKELEN: 1. .G. van de Bunt - Nota Criminaliteitsbeheersing; investeren in meer van hetzelfde 2. A.B. Hoogenboom - De Matrix; over de toekomst van misdaad en de inlichtingenfunctie van de politie 3. C. Fijnaut - De aanslagen van 11 september 2001 en de reactie van de Europese Unie 4. B.C.J. van Velthoven - Pakkansen, strafmaten, en het ‘marktmodel’ van Ehrlich; economische invalshoeken voor het criminaliteitsonderzoek 5. G. Hughes, E. McLaughlin en J. Muncie - Aan de rand van de afgrond; de toekomst van misdaadbestrijding en publieke veiligheid 6. P. Schnabel - Vervelende feiten; criminaliteit onder allochtone jongensSAMENVATTING: De diversiteit in het aanbod aan documenten die de criminaliteitssituatie over vijf à tien jaar tot onderwerp hebben heeft de redactie gesterkt in de overtuiging dat het zinvol is om een themanummer te wijden aan de toekomst van de rechtshandhaving. Voor het gemak hebben ook wij het jaar 2010 als ijkpunt genomen. Vanuit verschillende invalshoeken wordt een blik geworpen op relevante maatschappelijke ontwikkelingen die hun schaduw zullen werpen op de rechtshandhaving in dat jaar.
    • Vast(gelopen) in den vreemde - Een onderzoek naar het hoge aantal Nederlanders in buitenlandse detentie

      Miedema, F.; Stolz, S. (WODC, 2008)
      Het aantal Nederlandse gedetineerden in buitenlandse detentie is hoog in vergelijking met andere landen. Aan de hand van een inventarisatie van de kenmerken, de achtergronden en motivaties van Nederlandse gedetineerden, heeft dit onderzoek als doel inzicht te bieden in het hoge en stijgende aantal van hen. Daarnaast komt de vraag aan de orde waarom het aantal veroordelingen voor drugsdelicten zo hoog is. Tenslotte wordt bezien of de bevindingen aanknopingspunten bieden voor het formuleren van preventieve beleidsmaatregelen.