• Harmonisation in forensic expertise - An inquiry into the desirability of and opportunities for international standards

      Nijboer, J.F. (ed.); Sprangers, W.J.J.M. (ed.) (Leiden University - Study Centre on Evidence, 2000)
      This volume contains contributions regarding different aspects of the following questions:What are the differences and similarities between the various national jurisdictions in European countries concerning the law and practices regarding forensic experts and legal professionals?What instruments are available to legislators, politicians and legal professionals to create more unity in legal systems and practices?What frameworks and tools can be developed in this context by international organizations such as the European Union, the Council of Europe and non-governmental organizations such as the European Network of Forensic Science Institutes?
    • Internationale bewijsgaring in strafzaken - Nederland, Engeland en Wales

      Groot, S.K. de (Universiteit Leiden - Seminarium voor bewijsrecht, 2000)
      Het onderzoek is het eerste in een reeks van drie, waarin een rechtsvergelijking wordt gemaakt tussen de strafvorderlijke stelsels en in het bijzonder het bewijsrecht van Nederland enerzijds en respectievelijk Engeland en Wales, Duitsland en Frankrijk anderzijds. Het Engelse (straf)procesrecht verschilt in vele opzichten van het Nederlandse. Zo is in Engeland het recht niet in wetboeken geordend, maar in rechtspraak en acts of parliament. Een vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie is in Engeland onbekend. In het Engelse recht is het vooronderzoek geheel in handen van de politie totdat het is afgerond. De rechtspositie van de verdachte is dan ook strikter geregeld dan in Nederland. Het getuigen- en deskundigenverhoor speelt in het Nederlandse recht een grotere rol dan in het Engelse recht, waar immers het onmiddelijkheidsbeginsel bepaalt dat verhoren die voorafgaand aan de zitting zijn afgenomen, geen zelfstandige waarde tijdens het onderzoek ter terechtzitting. In Engeland en Wales kunnen, in tegenstelling tot Nederland, verschoningsgerechtigden en geheimhoudingsplichtigen wel worden afgeluisterd. In het Engelse recht mogen de telefoontap-verbalen niet en de verbalen die van het direct afluisteren worden gemaakt wel als bewijs ter terechtzittingzitting worden gebruikt.
    • Internationale bewijsgaring in strafzaken II - Nederland en Duitsland

      Groot, S.K. de (Universiteit Leiden - Seminarium voor bewijsrecht, 2000)
      Dit boek is het tweede in een reeks van rechtsvergelijkende studies waarin ten behoeve van het internationale rechtshulpverkeer inzicht wordt geboden in diverse strafprocessuele stelsels. Na een algemeen deel, waarin wordt ingegaan op de bewijsstelsels van Nederland en Duitsland alsmede op het internationale strafprocesrecht, volgt een bijzonder deel, waarin de regelingen betreffende de verschillende bewijsgaringsmethoden worden behandeld. Daarbij is aandacht besteed aan de nieuwe regeling zoals die is gaan gelden met de inwerkingtreding van de Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden. In dit deel staan het Nederlandse en het Duitse recht centraal.
    • Over getuigen, confrontaties en bewijs

      Boor, L.E.C. van der (WODC, 1992)
      Dit onderzoek heeft betrekking op het vóórkomen van herkenningstesten in strafzaken met getuigen bij de meervoudige kamer, de hierbij toegepaste procedures en de rol die de herkenningen bij het bewijs spelen. Dit is gedaan aan de hand van een dossieronderzoek en gesprekken met de politie.