• Aanscherpingen glijdende schaal - Geschatte resultaten van recente en voorgenomen aanscherpingen

      Berdowski, Z.; Vennekens, A. (Panteia, 2014)
      Ter beoordeling van de vraag of de verblijfsvergunning van een vreemdeling, aansluitend op strafrechtelijke maatregelen bij misdrijven, moet worden ingetrokken is een ‘glijdende schaal’ (GS) opgesteld. Deze schaal relateert de hoogte van de opgelegde straf aan de duur van het rechtmatige verblijf in Nederland (tot het moment van het plegen of de aanvang van het misdrijf). Indien het onvoorwaardelijke strafdeel langer is dan de GS ‘toelaat’ is intrekking van de verblijfsvergunning mogelijk. De toepassing van de GS maakt deel uit van het vreemdelingenrechtelijk openbare ordebeleid (Staatsblad 2000, 497, 23 november 2000 en 2002, 371, 5 juli 2002). In verband met het ontbreken van voldoende inzicht in de resultaten van de eerdere aanscherpingen van de GS, beoogt dit onderzoek een cijfermatige bijdrage te leveren aan het beleidsproces ten aanzien van de beslissing over het wel of niet verder aanscherpen van de GS. De volgende onderzoeksvraag staat centraal: Wat zijn de geschatte resultaten van de aanscherpingen van de GS in het vreemdelingenbeleid in de jaren 2010 en 2012, en de voorgenomen aanscherping in 2013 in termen van het aantal verblijfsbeëindigingen?
    • Alternatieven voor het beroep van rechtswege in de Rijkswet op het Nederlanderschap - Een onderzoek naar alternatieven voor ambtshalve handelingen die leiden tot rechterlijke toetsing van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap in artikel 22a van de Rijkswet op het Nederlanderschap

      Graaf, K.J. de; Marseille, A.T.; Meulen, W.P. van der (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit Rechtsgeleerdheid, 2019)
      Artikel 14 lid 4 RWN verleent de Minister van Justitie en Veiligheid de bevoegdheid om – kort gezegd – in het belang van de nationale veiligheid het Nederlanderschap in te trekken van iemand van ouder dan zestien jaar die zich buiten het Koninkrijk bevindt en die zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. In artikel 22a RWN is bepaald dat over een besluit op grond van artikel 14 lid 4 RWN steeds een bestuurs-rechter oordeelt, hetzij omdat de betrokkene tijdig beroep heeft ingesteld, hetzij omdat de betrokkene, als deze geen beroep heeft ingesteld, geacht wordt beroep te hebben ingesteld. In dit laatste geval ontstaat een beroep van rechtswege in naam van de betrokkene. De bestuursrechter raakt op de hoogte van een dergelijk beroep doordat de Minister de rechtbank Den Haag in kennis stelt van een besluit tot intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14 lid 4 RWN.De centrale vraag van het onderzoek luidt als volgt: Wat zijn (te ontwikkelen) alternatieve procedures voor het ambtshalve verrichten van een han-deling die leidt tot rechterlijke toetsing van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap? INHOUD: 1. Inleiding 2. De regeling in de Rijkswet op het Nederlanderschap 3. Randvoorwaarden voor alternatieven 4. Alternatieven 5. Beantwoording onderzoeksvraag
    • Evaluatie wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid

      Marseille, A.T.; Bex-Reimert, V.M.; Winter, P. de; Wever, M.; Winter, H.B. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit rechtsgeleerdheid, 2020)
      Op 1 maart 2017 is een aantal anti-terrorismewetten in werking getreden, waaronder de wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) in het belang van de nationale veiligheid. Door de toevoeging van artikel 14, vierde lid, aan deze wet, kreeg de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) de daarop volgende vijf jaar de bevoegdheid om het Nederlanderschap te ontnemen van uitreizigers die zich vrijwillig hebben aangesloten bij een terroristische organisatie die een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. Het gaat hierbij om een preventieve maatregel waartoe de minister zonder voorafgaande strafrechtelijke veroordeling kan beslissen. De legale terugkeer van Nederlandse leden van buitenlandse, jihadistische organisaties naar ons land wordt op deze manier verhinderd door middel van intrekking van hun Nederlanderschap. Met dit onderzoek wordt invulling gegeven aan de toezegging aan de leden van de Eerste Kamer om de wet drie jaar na haar inwerkingtreding te evalueren (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2015-2016, 34.356 (R2064), nr. 26). Het betreft een plan- en procesevaluatie.Tijdens de behandeling van de wetswijziging in de Eerste Kamer heeft de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie toegezegd dat artikel 14 lid 4 RWN drie jaar na inwerkingtreding zou worden geëvalueerd om vast te stellen of de bepaling na de vervaldatum (1 maart 2022) zal worden gehandhaafd, al dan niet in gewijzigde vorm. In het evaluatieonderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal: In hoeverre heeft de invoering van artikel 14 lid 4 RWN de legale terugkeer van Nederlandse leden van buitenlandse, jihadistische organisaties naar Nederland door middel van intrekking van hun Nederlanderschap weten te verhinderen? Ter beantwoording van die vraag is een planevaluatie en een procesevaluatie uitgevoerd. INHOUD: 1. Inleiding 2. Vraagstelling en onderzoeksmethode 3. Ontneming Nederlanderschap op grond van artikel 14 lid 4 RWN 4. Planevaluatie 5. Procesevaluatie 6. Conclusies
    • Toepassing en aanscherping van de glijdende schaal

      Berdowski, Z.; Eshuis, P.; Vennekens, A. (WODC, 2009)
      De Tweede Kamer heeft gesproken over het al dan niet aanscherpen van de ‘glijdende schaal’, aan de hand waarvan wordt besloten over de verblijfsvergunning van rechtmatig verblijvende vreemdelingen die een strafbaar feit hebben gepleegd. Met de resultaten van dit onderzoek wil de Staatssecretaris van Justitie beoordelen of de aanscherping van de ‘glijdende schaal’ gewenst is.