• Ervaren hulpverleners (politie, brandweer, ambulance) belemmeringen bij het inzetten van burgers in noodsituaties?

      Velden, P. van der (Instituut voor Psychotrauma (IVP), 2012)
      Dit onderzoek valt onder het kabinetsbeleid “Strategie Nationale Veiligheid”: versterken van zelfredzaamheid van burgers en bedrijven om de impact van rampen en crises te verminderen. Het ministerie van VenJ probeert de (zelf)redzaamheid van burgers en bedrijven te vergroten. In dit rapport worden de volgende vragen beantwoord: Ervaren hulpverleners (brandweer, politie, ambulance) zelf belemmeringen om burgers in te schakelen in noodsituaties? Spelen formele en/of informele, handelingsregels of protocollen een rol bij het niet inzetten van burgers in noodsituaties (cq. motief om burgers niet in te zetten)? Hangen karakteristieken van de noodsituaties (gepercipieerde gevaar, aantal aanwezige burgers, type incident, (reeds) aanwezige hulpverleners, etc.) samen met ervaren belemmeringen om burgers niet in te zetten in noodsituaties?
    • Orde in de openbare orde

      Jong, M.A.D.W. de; Woude, W. van der; Zorg, W.S.; Broeksteeg, J.L.W.; Nehmelman, R.; Tappeiner, I.U.; Kummeling, H.R.B.M. (Universtiteit Utrecht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid afdeling SBR, 2016)
      De afgelopen decennia is het aantal openbare-ordebevoegdheden van de burgemeester sterk gegroeid. De burgemeester is daarmee een factor van grote betekenis geworden in de keten van rechtshandhaving in de publieke ruimte. Dit onderzoek betreft het in kaart brengen van de mogelijkheden om de overzichtelijkheid en toepasbaarheid van het openbare-orderecht te verbeteren. Gelet op de hierboven gegeven schets van de achtergrond van dit onderzoek, springt een aantal nadere onderzoeksthema’s in het oog. Deze kunnen worden verdeeld in drie hoofdcategorieën. Het betreft: 1. de bevoegdheden zelf; 2. de drager(s) van de bevoegdheden; en 3. de juridische inbedding daarvan. Het eerste deelonderzoek betreft de openbare-ordebevoegdheden zelf. Ten aanzien van deze bevoegdheden is in kaart gebracht hoe deze in de praktijk functioneren en welke juridische en praktische knelpunten zich daarbij voordoen. Dit betreft de ‘klassieke’ openbare-ordebevoegdheden, zoals deze zijn opgenomen in de Gemeentewet, de Wet veiligheidsregio’s (voor wat betreft het opperbevel bij brand) en de Wet openbare manifestaties. Het tweede deelonderzoek betreft de dragers van de bevoegdheden. Gelet op zijn grote bevoegdhedenarsenaal staat de burgemeester daarin centraal. Het derde deelonderzoek betreft een meer wetssystematisch onderzoek naar de vraag welke de juridische gevolgen zijn van het op een andere manier systematiseren van de betreffende bevoegdheden, bijvoorbeeld door deze onder te brengen in een afzonderlijke wet. INHOUD: Deelonderzoek I: Openbare-ordebevoegdheden burgemeester 1. Inleiding 2. Artikel 172 Gemeentewet (taak en bevelsbevoegdheid) 3. Artikel 172a en 172b Gemeentewet (voetbalvandalisme en ernstige overlast) 4. Artikel 174 Gemeentewet (in het bijzonder het tweede lid) 5. Artikel 175 en 176 Gemeentewet (noodbevel en noodverordening) 6. Artikel 154a en 176a Gemeentewet (bestuurlijke ophouding) 7. Artikel 151b (aanwijzing veiligheidsrisicogebied) en artikel 174b (spoedfouillering) 8. Artikel 151c Gemeentewet (cameratoezicht) 9. Artikel 174a Gemeentewet (woningsluiting) 10. Artikel 13b Opiumwet (bestuursdwang) 11. Concept-artikel 151d Gemeentewet (gedragsaanwijzing) 12. Artikel 509hh Wetboek van Sv (gedragsaanwijzing door OvJ) 13. Artikel 540-550 Wetboek van Sv (rechterlijke bevelen ter handhaving openbare orde) 14. Artikel 2 Wet tijdelijk huisverbod (huisverbod) 15. Artikel 507 jo. artikel 2 Wet openbare manifestaties 16. Artikel 4 Wvr (bevoegdheid bij brand en ongevallen) en andere aspecten van de Wvr 17. Slotbeschouwing - Deelonderzoek II: De ontwikkeling van het ambt van burgemeester en zijn verhouding tot andere gemeentelijke ambten 1. Inleiding 2. Ontwikkelingen 3. Competentie in het openbare-orderecht; verhouding tussen de ambten 4. Tot slot - Deelonderzoek III: Scenario's ter verbetering van inzichtelijkheid en toepasbaarheid van het openbare-orderecht 1. Inleiding 2. Probleemanalyse 3. Algemene observaties 4. Varianten van herstructurering 5. Conclusie
    • State of the art crisisbeheersing - fase 2

      Lakerveld, J. van; Wolbers, J.; Zonneveld, A.; Matthys, J.; Akerboom, M. (Universiteit Leiden - Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), 2020-12-30)
      De NCTV laat state of the art onderzoeken uitvoeren op het gebied van cybersecurity, (contra) terrorisme en extremisme op het gebied van crisisbeheersing. Deze states of the arts zijn onderdeel van een programma dat zich richt op het realiseren van een NCTV-brede onderzoekagenda. PLATO en ISGA hebben in deze state of the art onderzoeken de eerste fase van het overkoepelende onderzoek naar crisisbeheersing uitgevoerd. In dit rapport staat het tweede fase onderzoek centraal waarin is voortgebouwd op de kennis en literatuurbestanden van het eerste fase onderzoek. Op grond van de conclusies van het eerste fase onderzoek is de volgende probleemstelling geformuleerd: Wat is volgens de wetenschappelijk literatuur de laatste stand van zaken met betrekking tot het domein crisisbeheersing voortbouwend op de resultaten van het onderzoek state of the art crisisbeheersing fase 1 (Lakerveld & Matthys, 2019). Aan de hand van deze probleemstelling zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd. 1. Welke trends in soorten risico’s en crises en de omgang daarmee in het kader van crisisbeheersing kunnen worden vastgesteld? 2. Welke factoren bevorderen op meso-(organisatie) en micro-(individueel) niveau de effectiviteit en tijdigheid van crisisbeheersing? Op welke wijze zijn deze factoren te beïnvloeden? Wat betekent dit concreet voor de besluitvorming tijdens crisisbeheersing in de Nederlandse context? 3. Op welke wijze zijn factoren die bijdragen aan effectiviteit zo te beïnvloeden dat daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit (doelmatigheid en doeltreffendheid) van de crisisbeheersing/rampenbestrijding? INHOUD: 1. Samenvatting, 2. Inleiding, 3. Opzet van het onderzoek, 4. Het analyseren van crisismanagement, 5. Onderzoeksresultaten, 6. Conclusies, 7. Conclusies bezien in het licht van de Covid-19 crisis, 8. Literatuur, 9. Bijlagen, 10. Executive summary
    • Verkenning doelrealisatie communicatiemiddelen Caribisch Nederland

      Molen, I. van der (red.); Berendsen, J.; Gerardts, R.; Haverkort, B.; Meijerink, B.; Misana-Ter Huurne, E.; Rojer, G.; Schoop, R.; Torenvlied, R. (Universiteit Twente - Kenniscentrum Risicomanagement en Veiligheid, 2017)
      Dit rapport is de uitkomst van een onderzoek naar de technische en operationele mogelijkheden voor het verbeteren van communicatie en informatie-uitwisseling tussen burgers, hulpdiensten en besturen op Caribisch Nederland.De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de inzet en effectiviteit van beschikbare communicatiemiddelen, zoals noodnummers, mobiele en vaste telefoons, portofoons, mobilofoons, marifoons, satellietmiddelen, televisie, radio en sociale media. Deze middelen worden ingezet ten behoeve van: a. de operationele communicatie- en informatie uitwisseling binnen en tussen hulpverleningsdiensten en lokale besturen in reguliere omstandigheden en bij een ramp of crisis op basis van 24/7; b. de communicatie- en informatie uitwisseling tussen de besturen in Caribisch Nederland en Europees Nederland in reguliere omstandigheden en bij een ramp of crisis; c. de noodcommunicatie van burgers naar hulpverleningsdiensten in reguliere omstandigheden en bij een ramp of crisis; d. het waarschuwen van de bevolking bij een ongeval/ramp.Crisis wordt hierbij gedefinieerd als situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast (Veiligheidswet BES, 2010, artikel 1). INHOUD: 1. Inleiding en onderzoeksopzet 2. Minimale eisen ten aanzien van communicatie 3. Effectiviteit van communicatiemiddelen 4. Praktische oplossingen en nieuwe ontwikkelingen 5. Inbedding in wetgeving, beleids- en toezichtskader 6. Conclusies en aanbevelingen