• De effectiviteit van de aanpak weigerende verdachten in het Pro Justitia onderzoek - Achtergrond en contouren van een onderzoeksprogramma

      Nagtegaal, M.H. (WODC, 2021-12-30)
      Sommige verdachten van een strafbaar feit weigeren mee te werken aan Pro Justitia (PJ-)onderzoek, gedragskundig onderzoek dat nodig is om te bepalen of er ten tijde van het plegen van een delict een psychische stoornis was. Dit kan ertoe leiden dat er geen behandeling wordt opgelegd, zoals een maatregel terbeschikkingstelling (tbs), als er te weinig informatie over de verdachte beschikbaar is. Dit kan een onwenselijke situatie zijn op het moment dat behandeling wel nodig is om de kans op recidive terug te dringen of op een aanvaardbaar niveau te houden. Om deze weigerproblematiek terug te dringen heeft de wetgever verschillende maatregelen getroffen, gezamenlijk bekend als de weigeraanpak. Het WODC is door het Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen, afdeling Toezicht en Behandeling van het ministerie van JenV gevraagd om voor de evaluatie van de weigeraanpak een onderzoeksprogramma te schrijven. Dat programma is het huidige stuk. INHOUD: 1. Kader 2. Onderdelen weigeraanpak
    • Expertmeetings PIJ onderzoeksprogramma

      Unknown author (WODC, 2008)
      Doelstelling is: input vergaren van experts (beleid, uitvoering en wetenschap) t.b.v. de tot standkoming van het PIJ onderzoeksprogramma en het samenstellen van een PIJ-onderzoeksprogramma.
    • Inzicht en onderbouwing voor een effectieve en efficiënte reclassering - een advies voor een meerjaren onderzoeksprogramma

      Leeuw, F.L. (voorz.); Leeuw. F.L. (voorz.); Poort, R.; Eppink, K. (Adviescommissie Onderzoeksprogrammering Reclassering, 2009)
      Binnen het huidige kabinetsbeleid heeft veiligheid een hoge prioriteit. Het kabinet beoogt een vermindering van de recidive met 10%-punt ten opzichte van 2002. Om deze doelstelling te bereiken is een verhoogde effectiviteit van de sanctietoepassing en een beter functionerende strafrechtsketen onmisbaar. De reclassering maakt van deze keten onderdeel uit. Binnen de strafrechtspleging vervult zij een belangrijke rol bij de voorlichting en advisering ten behoeve van allerlei justitiële beslissingen, oefent toezicht uit bij de naleving van voorwaarden, voert gedragsinterventies uit bij justitiabelen en houdt zich bezig met de tenuitvoerlegging van taakstraffen.De effectiviteit van de reclasseringstaak is echter op dit moment nog onvoldoende helder. Er is nog niet duidelijk genoeg waarom reclasseringsinzet in bepaalde gevallen wel of juist niet bijdraagt aan het terugdringen van recidive. Er is al wel gestart met het ontwikkelen van effectieve reïntegratieprogramma’s die aan wetenschappelijke criteria voldoen. Op dit moment zijn zeven op recidivevermindering gerichte gedragsinterventies (voorlopig) erkend door de onafhankelijke Erkenningscommissie. De kennis op het terrein van de effectiviteit van de reclassering staat echter niet stil. Om hierover inzicht te verkrijgen zal wetenschappelijk onderzoek moeten worden verricht naar de bijdrage van de reclassering aan een effectievere sanctietoepassing en een beter functionerende strafrechtsketen. Tegen deze achtergrond heeft het ministerie van Justitie een adviescommissie ingesteld met als opdracht het uitbrengen van een advies over een onderzoeksprogramma dat voorziet in een agenda van relevant wetenschappelijk onderzoek voor de komende jaren. Het advies moet voorzien in een inventarisatie van gewenst wetenschappelijk onderzoek naar nog ontbrekende kennis over de effectiviteit, kwaliteit en doelmatigheid van het reclasseringwerk.De commissie doet in dit rapport verslag van haar bevindingen en formuleert een advies voor een wetenschappelijke meerjaren onderzoeksagenda voor de reclassering. De commissie heeft voor haar advies gebruik gemaakt van uitgebreid (nationaal en internationaal) literatuuronderzoek naar de effectiviteit, doelmatigheid en de kwaliteit van de reclasseringswerkzaamheden. Dit onderzoeksrapport vormt de basis van het advies en is opgesteld door de heer drs. R. Poort en mevrouw drs. K. Eppink. Het literatuuronderzoek had niet alleen tot doel de empirische validiteit te toetsen van veronderstellingen die aan reclasseringoptreden ten grondslag liggen, maar maakt ook duidelijk welke kennislacunes het meest prangend zijn en waar verder onderzoek van belang is. De commissie heeft op deze manier een bijdrage willen leveren voor een effectieve, efficiënte en kwalitatief optimale reclasseringinzet.De leden van de adviescommissie bestond uit de volgende personen: Prof. dr. F.L. Leeuw (voorzitter) is directeur van het Wetenschappelijk Documentatie- en Onderzoekscentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en tevens hoogleraar recht, openbaar bestuur en sociaal-wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht. Mr. W.E. Zandbergen (secretaris) is teamcoördinator reclassering en onderzoekscoördinator van de afdeling sanctie- en reclasseringsbeleid van de Directie Sanctie- en Preventiebeleid van het Ministerie van Justitie. Daarnaast is hij universitair docent strafkunde aan Universiteit van Leiden. Mr. dr. M.M. Boone is als universitair hoofddocent en onderzoeker verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Dr. A. A. van den Hurk is als onderzoekscoördinator werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie. Dr. M.W.J. Koeter is als onderzoeker verbonden aan het Amsterdam Institute for Addiction Research (AIAR) en lid namens de Stichting Verslavingsreclassering GGz Nederland. De heer Koeter heeft in januari 2007 de commissie verlaten wegens werkzaamheden elders. Prof. dr. P. H. van der Laan is als senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en is bijzonder hoogleraar Socaal pedagogische hulpverlening en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Universiteit van Amsterdam. Tevens is hij lid van de Erkenningscommissie Gedragsinterventies. Drs. B. van der Linden was programmaleider van het programma Terugdringen Recidive, dat wordt uitgevoerd door de directie Sanctie- en Preventiebeleid van het Ministerie van Justitie, de Dienst Justitiële Inrichtingen en de drie reclasseringsinstellingen. De heer Van der Linden heeft de commissie in september 2007 verlaten wegens aanvaarding van de functie van inspecteur bij de Inspectie voor de Sanctietoepassing. Mw. drs. A. Slotboom is senior beleidsadviseur bij het Parket Generaal van het Openbaar Ministerie en docent bij de vakgroep strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Drs. L. Tigges is adviseur wetenschappelijke en buitenlandse betrekkingen van het landelijk kantoor van Reclassering Nederland. Dr. F. Tulder is werkzaam bij de Raad voor de Rechtspraak. Dr. J.A. van Vliet is beleidsadviseur bij Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering en tevens als programmaleider verbonden aan het lectoraat Werken in Justitieel Kader bij de Hogeschool Utrecht. De commissie was samengesteld uit deskundigen met verschillende disciplinaire achtergrond, die ofwel vanuit de wetenschap of vanuit hun functie betrokken zijn bij actuele vraagstukken rondom effectiviteit en kwaliteit van de reclassering. Bij de samenstelling is er bewust voor gekozen de opdrachtgevers van de reclassering deel van de commissie te laten uitmaken, te weten het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Rechtspraak en de Dienst Justitiële Inrichtingen. Daarnaast bestaat de commissie uit personen die nauw verbonden zijn met elk van de drie reclasseringsorganisaties. Dit zijn Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering GGz en de reclassering van het Leger des Heils. Ten slotte zijn een aantal deskundigen onderdeel van de commissie die zich binnen de wetenschapsbeoefening specifiek bezighouden met de reclassering en/of effectiviteitsonderzoek.
    • Monitoring en Evaluatie Adolescentenstrafrecht - Onderzoeksprogramma, versie 2

      Unknown author (WODC, 2014)
      Meer informatie is te vinden op de speciale webpagina 'Monitoring en evaluatie Adolescentenstrafrecht' op de WODC-website. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wat wordt gemonitord en geëvalueerd 3. Gewenste onderzoeksgegevens 4. Klankbordgroep en begeleidingscommissies 5. Producten 6. Planning
    • Onafhankelijk onderzoek

      Diercks, G.; Diederen, P.; Elffers, H.; Huls, N.; Meershoek, G.; Hol, A. (WODC, 2019)
      ARTIKELEN: Gijs Diercks en Paul Diederen -Rijkskennisinstellingen op gepaste afstand 2. Henk Elffers - U vraagt, maar wij draaien niet? Over wetenschappelijk onderzoek in opdracht 3. Nick Huls - Opdracht- en ander onderzoek in het juridische domein. Een persoonlijke visie vanuit de rechtssociologie 4. Guus Meershoek - Bericht uit een fluwelen kooi. Over het onbehagen van een politieonderzoeker 5. Antoine Hol - De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018. SAMENVATTING: Begin dit jaar kwam het laatste van de drie onderzoeksrapporten uit naar aanleiding van de zogeheten WODC-affaire. Deze ontstond na een uitzending in december 2017 van het televisieprogramma Nieuwsuur waarin de onafhankelijkheid van het WODC in twijfel werd getrokken. De WODC-affaire heeft het nodige losgemaakt in de wereld van beleids- en opdrachtonderzoek. Voor veel onderzoeks- en kennisinstellingen was deze zaak aanleiding om zich te bezinnen op de eigen positie. Zo vroeg het Netwerk van Rijkskennisinstellingen naar aanleiding van de WODC-affaire vorig jaar het Rathenau Instituut om te onderzoeken hoe deze instellingen hun onafhankelijkheid en integriteit gewaarborgd hebben. Tussen onderzoek en beleid is per definitie sprake van een spanningsveld, en het laatste woord is daar voorlopig nog niet over gezegd, zo wordt duidelijk in dit themanummer over Onafhankelijk onderzoek. Voor gebruik en benutting van beleidsonderzoek is een zekere ‘nabijheid’ van de opdrachtgever functioneel, zolang politiek en beleid maar geen druk uitoefenen op aanpak en uitkomsten van onderzoek. En als dat wél gebeurt, zouden onderzoekers deze druk moeten kunnen weerstaan. Onderzoeker hebben niet alleen een verantwoordelijkheid jegens de opdrachtgever, maar ook tegenover de wetenschappelijke wereld. Dit betekent onder andere dat waarheidsvinding voorop moet staan en dat zij moeten voldoen aan eisen als openbaarheid, onafhankelijkheid, controleerbaarheid, aansluiten bij de huidige stand van de wetenschap en openstaan voor een gedachtewisseling met critici. Niet alle opdrachtgevers zitten daarop te wachten, zo blijkt bijvoorbeeld uit de bijdrage van Henk Elffers in dit nummer. De risico’s op schending van vrijheid van wetenschapsbeoefening kunnen in verschillende fasen van onderzoek optreden, zo stelt de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) in een briefadvies aan de Tweede Kamer in 2018. Deze doen zich voor bij het opstellen van de onderzoeksagenda (politieke keuzes bij de financiering van onderzoek, onwenselijke beïnvloeding door de financier), bij de uitvoering van het onderzoek (schoolvorming bij benoeming van personeel en tijdens het proces van peer review) en bij het gebruik van de onderzoeksresultaten (het spanningsveld tussen waarheidsvinding en maatschappelijk effect van onderzoeksresultaten, zelfcensuur). Maatregelen en protocollen ter bevordering van onafhankelijk onderzoek zullen moeten ingrijpen op deze verschillende fasen en situaties.
    • Onderzoek op strafrechtelijk en criminologisch terrein

      Unknown author (WODC, 2007)
      Dit is het jaarlijkse onderzoeksnummer. De informatie over lopend en afgesloten onderzoek staat zoals intussen gebruikelijk op een bijgeleverde cd-rom die achterin het boekje is opgenomen. Via deze WODC-website (www.wodc.nl) is een database met lopend en afgesloten onderzoek beschikbaar. Het betreft onderzoek dat door het WODC zelf wordt gedaan en onderzoek dat in opdracht van het WODC door andere (commerciële) instellingen wordt verricht.
    • Onderzoek op strafrechtelijk en criminologisch terrein

      Unknown author (WODC, 2004)
      Dit is het jaarlijkse onderzoeksnummer.
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1985)
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1982)
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1978)
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1984)
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1986)
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1979)
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1980)
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1983)
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1981)
    • Onderzoekprogrammering ministerie van Justitie 1997-1998

      Zwart, C.J.; Buitelaar, W.L. (WODC, 1997)
      Deze brochure bevat een globaal overzicht van de voorgenomen onderzoeksactiviteiten van het ministerie van Justitie voor de komende twee jaar en een meer gedetailleerd overzicht van de onderzoeksprojecten die in het eerste halfjaar van 1997 zullen worden aangevangen. Tezamen vormen zij het onderzoeksprogramma 1997-1998 van het ministerie, dat op 13 december 1996 is vastgesteld door de bestuursraad. Een deel van het onderzoek wordt verricht door de afdeling Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Het overige onderzoek wordt uitbesteed.