• Aan de grenzen van het meetbare - De methodologische kwaliteit van internationale studies naar de omvang van aan prostitutie gerelateerde mensenhandel met nadruk op Noordwest Europa

      Lensvelt-Mulders, G.; Lugtig, P.; Bos, P.; Elevelt, A.; Helms, A. (Universiteit voor Humanistiek (UvH), 2016)
      De aanleiding voor deze literatuurstudie was een motie van Segers/van der Staaij, waarin gevraagd werd om een wetenschappelijke vergelijking te maken van het prostitutiebeleid tussen landen in Noordwest-Europa en het effect van dat beleid op de omvang van mensenhandel in de betreffende landen. De onderzoeksvraag in deze studie luidt: Wat is er bekend over de relatie tussen prostitutiebeleid in Noordwest-Europa en de omvang van mensenhandel en wat valt er vanuit wetenschappelijk oogpunt te zeggen over de kwaliteit van de bestaande onderzoeken waarop de conclusies over deze relatie zijn gebaseerd? Om een zo goed mogelijk inzicht in bovengenoemde relatie(s) te krijgen, is dit onderzoek specifiek gericht op landen in Noordwest-Europa: Nederland, België, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Duitsland en Groot Brittannië. Deze landen dekken samen de belangrijkste, voor vergelijkend onderzoek relevante, vormen van prostitutiebeleid, en hebben een infrastructuur die in principe het best mogelijke onderzoek naar de omvang van mensenhandel mogelijk maakt. INHOUD: 1. Inleiding in de probleemstelling 2. Internationale beleidscontext 3. Methodologie van het onderzoek 4. Resultaten 5. Conclusies en methodologisch advies
    • Afwegingsinstrument 'Veiligheid en economie'

      Knoop, J. van der (WODC, 2009)
      Bij het invoeren van maatregelen ter verbetering van de veiligheid botsen de betreffende organisaties nog wel eens op economische belangen. Er bestaat nu nog geen instrument waarmee een afweging tussen deze twee belangen kan worden gemaakt. Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar een analytisch instrument om de kwaliteit van de keuze van veiligheidsmaatregelen tegen criminaliteit en overlast te verhogen.
    • Aggression and violence, posttraumatic stress and absenteeism in penitentiaries

      Kunst, M.J.J.; Schweizer, S.; Bogaerts, S.; Knaap, L.M. van der (Tilburg University, Intervict, 2008)
      The aim of the Judicial Penitentiary Service (DJI) is to gain insight into the possible effects of aggression and violence among employees and in the factors which are at the roots of it. The DJI is especially interested in absenteeism as a possible effect of aggression and violence among employees, and in the psychological factors that play a role. The findings of this study are presented in this report.
    • Analysing evaluative research - Paper presented at the Geneva Research Conference on Evaluative Research, held on 10-11 September 1975

      Buikhuisen, W.; Anjou, L.J.M. d' (WODC, 1975)
      INHOUD: 1. Introduction 2. The present situation 3. Explanation for the present situation 4. Improving evaluative research SAMENVATTING: This paper consists of three sections. The first will be about the present state of evaluative research. The second section will go into the reasons why evaluative research in the field of primary prevention has dropped behind both in quantity and quality. The last section will suggest a number of ways which evaluative research can be improved.
    • Analyzing a complaint database by means of a generatic-based data mining algorithm

      Dijk, J.J. van (WODC, 2009)
      In this paper the researcher have analyzed the complaint database of the National Ombudsman who handles complaints with regard to almost all government organizations in the Netherlands. The analysis aims to investigate the trend with regard to (the handling of) complaints during a period of 25 years. CONTENT: 1. Introduction 2. The database and mining questions 3. Genetic-based algorithm 4. Results 5. Conclusion
    • Antiterrorismebeleid en evaluatieonderzoek - Framework, toepassingen en voorbeelden

      Nelen, H.; Leeuw, F.; Bogaerts, S. (Maastricht University, 2010)
      In dit rapport worden de bevindingen gepresenteerd van een literatuurstudie naar de wijze waarop empirisch onderzoek kan worden verricht naar de werking en impact van maatregelen in de sfeer van antiterrorisme. Met het oog op de ontwikkeling van een evaluatiebeleid op dit terrein is ook aandacht besteed aan de ontwikkeling van een overkoepelend framework. INHOUD: 1. Evaluatie van antiterrorismebeleid en het belang van een evaluatie-framework 2. Beschikbaar evaluatieonderzoek in relatie tot antiterrorismebeleid 3. Het evaluatieframework: contouren en relevante aspecten 4. Voorbereiding en start van evaluatieonderzoeken 5. Methodisch-technische uitvoering van het onderzoek 6. Opzet en uitvoering van evaluatieonderzoek op drie deelterreinen 7. Leren en kennis delen 8. Discussie en hoe nu verder
    • Beleid bestrijding terrorismefinanciering - Effectiviteit en effecten (2013-2016)

      Wesseling, M.; Goede, M. de (Universiteit van Amsterdam - Amsterdam Institute for Social Science Research, 2018)
      Het Nederlandse beleid dat terrorismefinanciering tegengaat is gebaseerd op de veertig aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en op EU regelgeving die Nederland verplicht risicogericht beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering te voeren. De Beleidsmonitor terrorismefinanciering vormt onderdeel van een beleidscyclus waarin aan de hand van de risico’s van terrorismefinanciering het beleid tegen terrorismefinanciering wordt vastgesteld dat vervolgens op effectiviteit wordt geëvalueerd.De doelstelling van het rapport is om een breed overzicht te geven van de activiteiten, initiatieven en samenwerkingsverbanden in het Nederlandse landschap van de bestrijding van terrorismefinanciering. Daarbij geven we een overzicht van aantallen van meldingen, rechtszaken, bevriezing, aanwijzingen etc. De centrale vraagstelling van dit rapport is: Welke activiteiten hebben de actoren in het opsporings- en handhavingsnetwerk voor het bestrijden van terrorismefinanciering ontplooid in de periode 2013-2016, en hoe verhouden deze activiteiten zich tot de doelstellingen op dit gebied van de FATF? INHOUD: 1. Terrorismefinanciering en effectiviteit: een analyse van het FAFT raamwerk 2. Van effectiviteit naar effecten: een analyse van de wetenschappelijke literatuur 3. Onderzoeksmethoden en vertrouwelijkheid 4. Ministeries en toezichthouders in de strijd tegen TF 5. Operationele actoren in de strijd tegen TF 6. Informatie delen en samenwerkingsplatformen 7. Risico gericht werken in de praktijk 8. Opsporingsmethoden: typologieën versus namen delen
    • Beleidsevaluatie

      Farrington, D.P.; Welsh, B.C.; Pawson, R.; Klein Haarhuis, C.; Ooyen-Houben, M. van; Kleemans, E.; Leeuw, F.; Webbink, H.D.; Bijl, R.; Jong, A.H.M. de; et al. (WODC, 2005)
      ARTIKELEN: 1. D.P. Farrington en B.C. Welsh - Het belang van experimentele evaluaties in de criminologie 2. R. Pawson en C. Klein Haarhuis - Evaluatie van complexe programma's; een theoriegestuurde aanpak 3. C. Klein Haarhuis, M. van Ooyen-Houben, E. Kleemans en F. Leeuw - Rechtshandhaving geëvalueerd; een synthese van 31 onderzoeken 4. H.D. Webbink - Causale effecten van beleid; over gecontroleerde en natuurlijke experimenten 5. R. Bijl - Evaluatieonderzoek en het integratiebeleid 6. A.H.M. de Jong en D.L. Kabel - De rol van evaluaties in het begrotingsproces 7. Internetsites Beleidsevaluatie SAMENVATTING: De aanleiding voor dit themanummer is niet alleen de explosieve toename van het aantal evaluaties in Nederland en andere landen. Ook de discussies over de methoden van evaluatieonderzoek en het maken van syntheses van bestaande evaluaties bieden meer dan genoeg stof. Een interessante ontwikkeling is de opleving van het experiment als evaluatiemethode.
    • Beleidstheorieën

      Klein Haarhuis, C.; Leeuw, F.L.; Laan, P.H. van der; Ooyen-Houben, M. van; Bunt, H.G. van de; Haverman, R.H.; Wiebrens, C.; Aarts, L.T.; Goldenbeld, Ch.; Schagen, I.N.L.G. van (WODC, 2004)
      ARTIKELEN: 1. C. Klein Haarhuis en F.L. Leeuw - De reconstructie van programmatheorieën; beschikbare methoden en een toepassing op het anti-corruptieprogramma van de Wereldbank 2. P.H. van der Laan - Over straffen, effectiviteit en erkenning; de wetenschappelijke onderbouwing van preventie en strafrechtelijke interventie 3. M. van Ooyen-Houben - De drangaanpak van criminele harddruggebruikers; een programmatheoretisch model 4. H.G. van de Bunt - Evalueren met Beleid 5. R.H. Haverman - De rationaliteit van het supranationale straffen 6. C. Wiebrens - Gebiedsgebonden politiezorg; kennen en gekend worden 7. L.T. Aarts, Ch. Goldenbeld en I.N.L.G. van Schagen - Politietoezicht en snelheidsovertredingen; evaluatie van een handhavingsprogramma SAMENVATTING: Aanleiding voor dit thema is de gedachte (maar ook waarneming) dat de wetenschappelijke onderbouwing van (justitieel) beleid niet altijd even stevig is. De onderwerpen in dit themanummer zijn van zeer uiteenlopende aard: van anti-corruptiebeleid, straffen, internationale straftribunalen, drangvoorzieningen voor drugsverslaafden, politiebeleid tot snelheidsbeperkende maatregelen op de weg. Drie vragen komen daartoe steeds weer terug: Wat is de doelstelling van het beleid? Waarom denkt men dat de in te zetten middelen bijdragen aan de realisatie van deze doelstellingen? Ofwel: wat is de achterliggende (beleids)theorie? Worden die veronderstellingen ondersteund door enigerlei empirische kennis?
    • Beoordelingskader effecten variabele voertuigbezetting

      Bosland, G.J.; Krieken, J. van; Warners, E.; Groenendaal, J. (Berenschot Groep, 2013)
      Sinds enkele jaren wordt binnen de regionale brandweerkorpsen gewerkt met een variabele personeelsbezetting van brandweervoertuitgen (variabele voertuigbezetting). Er is verzocht om een eenduidig kader te onwikkelen waarmee de effecten van variabele voertuigbezetting in kaart gebracht kunnen worden en waarbij gekeken wordt naar de gevolgen voor de veiligheid van brandweerpersoneel en burgers. INHOUD: 1. Inleiding 2. Literatuurstudie 3. Het conceptueel kader 4. Van conceptueel kader naar model 5. Conclusies en aanbevelingen
    • Beperkt en gevangen? - De haalbaarheid van prevalentieonderzoek naar verstandelijke beperking in detentie

      Kaal, H.L. (WODC, 2010)
      Zowel in de politiek als bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) bestaat al lang de wens tot het ontwikkelen van beleid en het programmeren van onderzoek ten aanzien van licht verstandelijk beperkte (LVB) gedetineerden. In deze rapportage wordt verkend wat de knelpunten en oplossingsrichtingen zijn bij het opzetten van studie naar de prevalentie van LVB onder gedetineerden. Knelpunten en oplossingen zijn gevonden via bestudering van literatuur (o.a. buitenlandse studies) en het raadplegen van experts. INHOUD: 1. Achtergrond en relevantie van de studie 2. Nederlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 3. Buitenlands prevalentieonderzoek naar LVB in detentie 4. Vaststellen van LVB in detentie 5. Slotbeschouwing
    • Bewaarders en stress - een evaluatie van het gebruik van de vragenlijst organisatiestress

      Kommer, M.M. (WODC, 1987)
      In dit paper zal op een aantal aspecten van het gebruik van de aangepaste versie van de 'vragenlijst organisatiestress' worden ingegaan.
    • Big Data Analytics - Een verslag van R&D-activiteiten van het WODC in samenwerking met anderen

      Willemsen, F. (red.) (WODC, 2016)
      In dit verslag worden enkele activiteiten besproken die bij het WODC en in samenwerking met anderen in het kader van Research en Development op het terrein van big data zijn uitgevoerd. Van verschillende activiteiten zijn documenten beschikbaar die via een link op de site van het WODC zijn te vinden en te downloaden.
    • Blauwdruk evaluatie wet nationale politie

      Jacobs, G. (Erasmus University Rotterdam - Rotterdam School of Management (RSM), 2014)
      Erasmus Universiteit Rotterdam heeft een ontwerp opgesteld voor de evaluatie van de Politiewet 2012. Het ontwerp beschrijft een reconstructie van de beleidstheorie die ten grondslag ligt aan de politiewet. Hierbij wordt een plan van aanpak gepresenteerd voor de evaluatie van de nationale politie, inclusief een evaluatieontwerp met meetbare indicatoren. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de periode februari tot en met september 2014 en is uitgevoerd onder begeleiding van de Commissie Rinnooy Kan. Aan hand van de reconstructie van de beleidstheorie zijn relevante constructen en bijhorende indicatoren geïdentificeerd waarbij er een splitsing is gemaakt tussen de implementatiemeting, de effectmeting en de procesmeting. INHOUD: 1. Inleiding 2. Onderzoeksaanpak 3. Reconstructie en toetsing (Stap A, vragen 1-3) 4. Identificatie van indicatoren (Stap B, vragen 4-7) 5. Evalutatieontwerp (Stap C, vragen 8 en 9)
    • Buitenlandse gedetineerden in Nederland

      Mesman Schultz, K.; Methorst, G. (WODC, 1976)
      INHOUD: 1. Inleiding 2. De procedure van onderzoek 3. Resultaten 4. Konklusie en diskussie SAMENVATTING: Eind februari 1975 nam het United Nations Social Defence Research Institute (UNSDRI) het initiatief tot een internationaal onderzoek naar de problematiek rond buitenlandse gedetineerden. Enerzijds gaat het hier om problemen die door de buitenlandse gedetineerden zelf worden ervaren; anderzijds bestaan er problemen voor de inrichtingen waarin zij verblijven. Om enig inzicht te krijgen in deze twee kanten van de problematiek, en om een aanzet te geven tot verder onderzoek, stelde UNSDRI zich drie onderzoekdoelen:verkrijgen van feitelijke informatie omtrent problemen en moeilijkheden, die door buitenlandse gedetineerden worden ervaren;verkrijgen van informatie omtrent de meest voorkomende beleidsproblemen voor inrichtingen, als gevolg van het samen brengen van buitenlandse met niet-buitenlandse gedetineerden;het exploreren van geschikte onderzoekmethoden om op systematische wijze het probleem te benaderen.
    • Correlatie onderzoek MBI - Experiment ten behoeve van de toekomstige inrichting van het MBI onderzoek

      Samson, C.; Oomen, Ph. (WODC, 2004)
      Om het WODC te ondersteunen bij het maken van keuzes over de inrichting van het MBI (Monitor Bedrijven en Instellingen) onderzoek in komende jaren is een onderzoek uitgevoerd naar de correlatie tussen de metingen van 2002 en die van nu. In totaal zijn 102 bedrijven en instellingen ondervraagd. Het responspercentage onder de benaderde vestigingen, 51% is zeer goed te noemen voor business-to-business onderzoek.
    • Counterterrorism evaluation - Taking stock and looking ahead

      Bellasio, J.; Hofman, J.; Ward, A.; Nederveen, F.; Knack, A.; Meranto, A.S.; Hoorens, S. (RAND Europe, 2018)
      Recent years have seen an uptick in terrorist and violent extremist incidents occurring across Europe. European countries, including the Netherlands, face a wide threat spectrum and the volume of terrorism and violent extremism-related phenomena and crimes has also increased. In response, European countries have made significant investments in strategies, policies and programmes designed to prevent and counter terrorism, violent extremism and associated phenomena. Holistic policy responses, such as a national counterterrorism strategy, have been designed and implemented with a view to both respond to terrorist threats and attacks, and increase societal and individual resilience to the lure of extremist ideologies.Not least because of the dynamism and complexity of the phenomena involved, little is known as regards the effectiveness, relevance and impact of counterterrorism (CT) and preventing and countering violent extremism (PCVE) policies and programmes. Recent research suggests also that despite the volume of CT and PCVE initiatives established in recent years, the evidence base underpinning these remains limited and evaluation practice and investments are underdeveloped compared to the overall fields of CT and PCVE.In 2010, a study commissioned by the WODC aimed to assess evaluation practice and culture in the fields of CT and PCVE.3 The study found that evaluation of CT and PCVE strategies, policies and programmes was still in its infancy (see link at: More information).The current study investigates how evaluations of CT and PCVE policies in the Netherlands and abroad have been designed and conducted over the last five years. Furthermore, the study investigates what practical lessons can be drawn regarding such evaluations and what actions and measures could be taken in the short and medium terms to mitigate any existing shortcomings. CONTENT: 1. Introduction 2. Methodology 3. Understanding the study context and its key definitions 4. Building an analytical framework 5. Analysing CT and PCVE evaluations 6. Identifying issues and learning lessons from CT and PCVE evaluations 7. Overall conclusions and recommendations
    • Criminogene en beschermende factoren bij preventief gehechte jongens in een JJI

      Matkoski, S.; Vervaeke, G. (WODC, 2008)
      Dit rapport is opgebouwd uit twee delen: een literatuurstudie en een terreinverkenning. Deel I gaat in op de verschillende elementen uit onze titel, met name de aard van de criminogene en beschermende factoren bij preventief gehechte jongeren in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). Deel II bevat de terreinverkenning.
    • Cybercrime in cijfers - Een verkenning van de mogelijkheden om cybercrime op te nemen in de Nationale Veiligheidsindices

      Cuyper, R.H. de; Weijters, G. (WODC, 2016)
      De Nationale Veiligheidsindex (NVI) is een methode om zo betrouwbaar mogelijk de ontwikkeling in criminaliteit, overlast en onveiligheidsbeleving op landelijk niveau te beschrijven. Het doel van de NVI is de veelheid aan bestaande indices te vervangen en te komen tot een politiek-bestuurlijk bruikbare, duidelijk te communiceren rapportage over de ontwikkeling van de sociale veiligheid in Nederland. Dit onderzoek tracht de volgende vragen te beantwoorden:Hoe kan cybercrime het beste gedefinieerd worden?Kan cybercrime als los delicttype worden meegenomen in de NVI of moet er onderscheid worden gemaakt tussen verschillende vormen van cybercrime?Welke databronnen zijn beschikbaar en bruikbaar om de ontwikkeling in cyber-crime in Nederland weer te geven? INHOUD: 1. Inleiding 2. Definities 3. Cybercrime in de NVI 4. Conclusie en discussie