• Criminaliteitsonderzoek - Methoden, bronnen, mogelijkheden en beperkingen

      Nieuwkamp, S.M.G. (Universiteit Twente - Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken (IPIT), 2001)
      Het onderzoeksproject beoogde om helderheid te verkrijgen in de vragen: 1. Welke soorten onderzoek kunnen in de praktijk bij politie en justitie worden onderscheiden? 2. Welke bronnen zijn voor deze onderzoeken feitelijk toegankelijk en hoe worden ze gebruikt? 3. Welke beperkingen zijn er aan de toegankelijkheid van de bronnen opgelegd? 4. Hoe functioneert het verkennend onderzoek, zoals bedoeld met de invoering van de wet BOB (art 126 gg Sv) in de praktijk? In het onderzoek zijn 20 onderzoeken van verschillend karakter betrokken.
    • De rapportages 'Rechtstreeks' nader bezien

      Slotboom, A.J.J. (WODC, 1996)
      Het arrondissementsbestuur Arnhem heeft het WODC verzocht behulpzaam te zijn bij het vinden van een antwoord op een aantal vragen die het arrondissementsbestuur zich stelt naar aanleiding van de rapportages 'Rechtstreeks' van TerpstraTukker Organisatie Adviseurs bv. Het verzoek betreft met name 1) de conclusies c.q. suggesties die de beroepsintegriteit van de rechterlijke macht raken, met steekwoorden als partijdigheid, vooringenomenheid, willekeur en 2) de kwantificering van de conclusie dat 'de effectiviteit ruim 1,7 maal sneller kan'.
    • Governance Meerjaren Productie Prognose migratieketen

      Homburg, G.; Kuin, M.; Schols, H. (Regioplan beleidsonderzoek, 2020-12-30)
      De Meerjaren Productie Prognose (MPP) is een periodiek overzicht van ambtelijke prognoses voor de uitvoeringsdiensten in de migratieketen, waaronder de IND, het COA, de DT&V, de KMar en andere ketenpartners. De MPP wordt gebruikt voor de financiële cyclus en voorziet in jaarlijkse prognoses die elk halfjaar worden geüpdatet voor verschillende processen (zoals asiel, vreemdelingenbewaring of naturalisaties). De MPP wordt opgesteld door een werkgroep van ketenpartners en is dus een product van de migratieketen. Hierdoor kunnen vragen rijzen over de onafhankelijkheid en de mogelijkheid van oneigenlijke beïnvloeding. Om discussie hierover voor te zijn, heeft het WODC opdracht gegeven voor een onderzoek naar de voor- en nadelen die betrokkenen zien van de uitvoering van de MPP door een onderzoeksinstelling buiten de migratieketen. Het onderzoek is tussen juni en oktober 2020 uitgevoerd met documentstudie, interviews met ketenpartners en vertegenwoordigers van onafhankelijke onderzoeksinstellingen buiten de keten (met name Rijkskennisinstellingen) en een expertmeeting. INHOUD: 1. Aanleiding en doel onderzoek 2. Het MPP-proces, 3. Enkele andere prognoses: verkenning, 4. Voor- en nadelen, 5. Discussie en conclusie
    • Onafhankelijk onderzoek

      Diercks, G.; Diederen, P.; Elffers, H.; Huls, N.; Meershoek, G.; Hol, A. (WODC, 2019)
      ARTIKELEN: Gijs Diercks en Paul Diederen -Rijkskennisinstellingen op gepaste afstand 2. Henk Elffers - U vraagt, maar wij draaien niet? Over wetenschappelijk onderzoek in opdracht 3. Nick Huls - Opdracht- en ander onderzoek in het juridische domein. Een persoonlijke visie vanuit de rechtssociologie 4. Guus Meershoek - Bericht uit een fluwelen kooi. Over het onbehagen van een politieonderzoeker 5. Antoine Hol - De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018. SAMENVATTING: Begin dit jaar kwam het laatste van de drie onderzoeksrapporten uit naar aanleiding van de zogeheten WODC-affaire. Deze ontstond na een uitzending in december 2017 van het televisieprogramma Nieuwsuur waarin de onafhankelijkheid van het WODC in twijfel werd getrokken. De WODC-affaire heeft het nodige losgemaakt in de wereld van beleids- en opdrachtonderzoek. Voor veel onderzoeks- en kennisinstellingen was deze zaak aanleiding om zich te bezinnen op de eigen positie. Zo vroeg het Netwerk van Rijkskennisinstellingen naar aanleiding van de WODC-affaire vorig jaar het Rathenau Instituut om te onderzoeken hoe deze instellingen hun onafhankelijkheid en integriteit gewaarborgd hebben. Tussen onderzoek en beleid is per definitie sprake van een spanningsveld, en het laatste woord is daar voorlopig nog niet over gezegd, zo wordt duidelijk in dit themanummer over Onafhankelijk onderzoek. Voor gebruik en benutting van beleidsonderzoek is een zekere ‘nabijheid’ van de opdrachtgever functioneel, zolang politiek en beleid maar geen druk uitoefenen op aanpak en uitkomsten van onderzoek. En als dat wél gebeurt, zouden onderzoekers deze druk moeten kunnen weerstaan. Onderzoeker hebben niet alleen een verantwoordelijkheid jegens de opdrachtgever, maar ook tegenover de wetenschappelijke wereld. Dit betekent onder andere dat waarheidsvinding voorop moet staan en dat zij moeten voldoen aan eisen als openbaarheid, onafhankelijkheid, controleerbaarheid, aansluiten bij de huidige stand van de wetenschap en openstaan voor een gedachtewisseling met critici. Niet alle opdrachtgevers zitten daarop te wachten, zo blijkt bijvoorbeeld uit de bijdrage van Henk Elffers in dit nummer. De risico’s op schending van vrijheid van wetenschapsbeoefening kunnen in verschillende fasen van onderzoek optreden, zo stelt de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) in een briefadvies aan de Tweede Kamer in 2018. Deze doen zich voor bij het opstellen van de onderzoeksagenda (politieke keuzes bij de financiering van onderzoek, onwenselijke beïnvloeding door de financier), bij de uitvoering van het onderzoek (schoolvorming bij benoeming van personeel en tijdens het proces van peer review) en bij het gebruik van de onderzoeksresultaten (het spanningsveld tussen waarheidsvinding en maatschappelijk effect van onderzoeksresultaten, zelfcensuur). Maatregelen en protocollen ter bevordering van onafhankelijk onderzoek zullen moeten ingrijpen op deze verschillende fasen en situaties.