• De ontwikkeling van een onderzoekpakket naar het functioneren van coffeeshops - probleemanalyse en onderzoekthema's

      Leuw, Ed. (WODC, 1995)
      Coffeeshops vormen zonder twijfel één van de belangrijkste en moeilijkste (in termen van complexiteit en tegenstrijdigheid) beheersingsproblemen binnen het Nederlandse drugsbeleid. De centrale doelstelling van een onderzoeksprogramma naar coffeeshops dient bij dit gegeven aan te sluiten. Mogelijke (waarschinlijke) consequenties van beleidsopties voor de regulering van de consumptiemarkt voor cannabis zullen op basis van onderzoek moeten worden verhelderd.
    • Empirisch-juridisch onderzoek

      Leeuw, F.L.; Dijck, G. van; Elbers, N.A.; Malsch, M.; Hove, L. ten; Elffers, H.; Marseille, A.T.; Boom, W.H.; Leeuw, H.B.M. (medew.) (WODC, 2016)
      ARTIKELEN: 1. F.L. Leeuw - Amerikaans rechtsrealisme en empirisch-juridisch onderzoek 2. G. van Dijck - Naar een succesformule voor empirisch-juridisch onderzoek 3. N.A. Elbers en H.B.M. Leeuw (medew.) - Empirisch-juridisch onderzoek – toekomstmuziek of werkelijkheid? 4. M. Malsch, L. ten Hove en H. Elffers - Toepassing van rechtssocio logisch en rechtspsychologisch onderzoek in de rechtspraktijk 5. A.T. Marseille - Hoe de bezwaarprocedure bij de overheid kan profiteren van inzichten uit empirisch onderzoek 6. W.H. van Boom - Experimenteren met informeren SAMENVATTING: Empirisch-juridisch onderzoek wordt ook wel aangeduid als Empirical Legal Studies (ELS). De wortels van ELS gaan terug tot het begin van de 20e eeuw met de opkomst van de Legal Realists in de Verenigde Staten en in de jaren tachtig de revival in de vorm van een New Legal Realism. De oprichting van de Society of Empirical Legal Studies (SELS) en het Journal of Empirical Legal Studies (JELS) markeren het ontstaan van ELS begin deze eeuw. ELS verbreidde zich vervolgens ook in Europa. De meeste Nederlandse rechtenfaculteiten hebben inmiddels een leerstoel ingesteld voor de empirische bestudering van het recht. Daarmee wordt onderkend dat in verschillende rechtsgebieden sprake is van een groeiende behoefte aan juristen die niet alleen de wet kennen en de klassieke juridische vaardigheden beheersen, maar die ook bevindingen uit empirisch onderzoek naar waarde kunnen schatten en kunnen integreren in de uitoefening van hun professie. In dit themanummer wordt de geschiedenis van ELS geschetst en ingegaan op de vraag aan welke eisen goed empirisch-juridisch onderzoek moet voldoen en hoe dit kan bijdragen aan verbeteringen in de rechtspraktijk, in wetgeving en in het juridisch onderwijs. Daarnaast passeren in dit nummer concrete voorbeelden van empirisch-juridisch onderzoek uit verschillende rechtsgebieden en de (mate van) toepassing daarvan in de praktijk.
    • Naar meer evidence-based beleid binnen JenV

      Torenvlied, R.; Boer, H.F de; Couwenberg, S.; Linnenbank, J.H.M.; Meulen, B.J.R. van der (Universiteit Twente, 2022-05-10)
      Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) ziet kennis als een onmisbaar kompas voor een goed onderbouwd en effectief beleid. Een betere kennisbenutting leidt tot de verbetering van bestaand en nieuw beleid. In 2017 wordt daarom op het ministerie van JenV aangegeven dat de strategische kennisfunctie bij het ministerie zou moeten worden versterkt. De boodschap is helder: kennismanagement en kennisinnovatie, sturen op kennisbenutting en kennisontwikkeling, moeten (meer) aandacht krijgen binnen het ministerie van JenV. Het doel van het onderhavige onderzoek is om een beeld te krijgen in welke mate het werken en het beleid binnen JenV ‘evidence-based’ en/of ‘evidence-informed’ is. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: in hoeverre kan het werken en beleid binnen het ministerie van JenV worden gekarakteriseerd als ‘evidence-based’ en welke institutionele- en contextfactoren zijn hierop van invloed? INHOUD: 1. Aanleiding, doel en vraagstelling van het onderzoek 2. Institutionele inbedding 3. Wat is 'evidence-based' werken en -beleid 4. Daadwerkelijk gebruik van kennis en beleid 5. Motieven en belemmeringen bij 'evidence-based' werken en -beleid 6. Conclusies en aanbevelingen
    • Onafhankelijk onderzoek

      Diercks, G.; Diederen, P.; Elffers, H.; Huls, N.; Meershoek, G.; Hol, A. (WODC, 2019)
      ARTIKELEN: Gijs Diercks en Paul Diederen -Rijkskennisinstellingen op gepaste afstand 2. Henk Elffers - U vraagt, maar wij draaien niet? Over wetenschappelijk onderzoek in opdracht 3. Nick Huls - Opdracht- en ander onderzoek in het juridische domein. Een persoonlijke visie vanuit de rechtssociologie 4. Guus Meershoek - Bericht uit een fluwelen kooi. Over het onbehagen van een politieonderzoeker 5. Antoine Hol - De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018. SAMENVATTING: Begin dit jaar kwam het laatste van de drie onderzoeksrapporten uit naar aanleiding van de zogeheten WODC-affaire. Deze ontstond na een uitzending in december 2017 van het televisieprogramma Nieuwsuur waarin de onafhankelijkheid van het WODC in twijfel werd getrokken. De WODC-affaire heeft het nodige losgemaakt in de wereld van beleids- en opdrachtonderzoek. Voor veel onderzoeks- en kennisinstellingen was deze zaak aanleiding om zich te bezinnen op de eigen positie. Zo vroeg het Netwerk van Rijkskennisinstellingen naar aanleiding van de WODC-affaire vorig jaar het Rathenau Instituut om te onderzoeken hoe deze instellingen hun onafhankelijkheid en integriteit gewaarborgd hebben. Tussen onderzoek en beleid is per definitie sprake van een spanningsveld, en het laatste woord is daar voorlopig nog niet over gezegd, zo wordt duidelijk in dit themanummer over Onafhankelijk onderzoek. Voor gebruik en benutting van beleidsonderzoek is een zekere ‘nabijheid’ van de opdrachtgever functioneel, zolang politiek en beleid maar geen druk uitoefenen op aanpak en uitkomsten van onderzoek. En als dat wél gebeurt, zouden onderzoekers deze druk moeten kunnen weerstaan. Onderzoeker hebben niet alleen een verantwoordelijkheid jegens de opdrachtgever, maar ook tegenover de wetenschappelijke wereld. Dit betekent onder andere dat waarheidsvinding voorop moet staan en dat zij moeten voldoen aan eisen als openbaarheid, onafhankelijkheid, controleerbaarheid, aansluiten bij de huidige stand van de wetenschap en openstaan voor een gedachtewisseling met critici. Niet alle opdrachtgevers zitten daarop te wachten, zo blijkt bijvoorbeeld uit de bijdrage van Henk Elffers in dit nummer. De risico’s op schending van vrijheid van wetenschapsbeoefening kunnen in verschillende fasen van onderzoek optreden, zo stelt de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) in een briefadvies aan de Tweede Kamer in 2018. Deze doen zich voor bij het opstellen van de onderzoeksagenda (politieke keuzes bij de financiering van onderzoek, onwenselijke beïnvloeding door de financier), bij de uitvoering van het onderzoek (schoolvorming bij benoeming van personeel en tijdens het proces van peer review) en bij het gebruik van de onderzoeksresultaten (het spanningsveld tussen waarheidsvinding en maatschappelijk effect van onderzoeksresultaten, zelfcensuur). Maatregelen en protocollen ter bevordering van onafhankelijk onderzoek zullen moeten ingrijpen op deze verschillende fasen en situaties.
    • Onderzoek naar terrorisme, extremisme en contraterrorisme - Een eerste scan van het onderzoeksveld

      Ezinga, M.; Boelens, M.; Winter-Koçak, S. de (medew.); Kalka, D. (medew.) (Verwey-Jonker Instituut, 2019)
      De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) wil in de komende jaren state-of-the-art-onderzoeken laten uitvoeren op het gebied van cybersecurity, (contra)terrorisme en extremisme, en crisisbeheersing. Het onderhavig rapport heeft betrekking op (contra)terrorisme en extremisme. Voor het opstellen van de toekomstige onderzoekagenda van de NCTV is het voor de NCTV belangrijk om een goed overzicht te krijgen van de bestaande kennis op het gebied van (contra)terrorisme en extremisme. Het onderzoek wordt verricht in twee fasen. Het huidige rapport heeft alleen betrekking op fase 1. Het doel van deze fase is om een eerste scan te maken van het onderzoeksveld (contra)terrorisme en extremisme, de onderwerpen die daarbinnen aan de orde zijn, de onderbelichte onderwerpen die wellicht meer aandacht verdienen en de status van de literatuur. In fase 2 zal de literatuur nader worden verkend aan de hand van één of meerdere literatuurstudies.
    • Onderzoeknummer

      Unknown author (WODC, 1981)
    • Onderzoekprogrammering ministerie van Justitie 1997-1998

      Zwart, C.J.; Buitelaar, W.L. (WODC, 1997)
      Deze brochure bevat een globaal overzicht van de voorgenomen onderzoeksactiviteiten van het ministerie van Justitie voor de komende twee jaar en een meer gedetailleerd overzicht van de onderzoeksprojecten die in het eerste halfjaar van 1997 zullen worden aangevangen. Tezamen vormen zij het onderzoeksprogramma 1997-1998 van het ministerie, dat op 13 december 1996 is vastgesteld door de bestuursraad. Een deel van het onderzoek wordt verricht door de afdeling Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Het overige onderzoek wordt uitbesteed.
    • Onderzoeksnummer

      Unknown author (WODC, 1975)
    • Onderzoeksnummer

      Unknown author (WODC, 1976)
    • Onwetendheid en wetenschap in de criminologie - WODC-lezing 2005

      Fijnaut, C.J.C.F. (WODC, 2005)
      WODC-lezing in de Paleiskerk Den Haag, op 12 mei 2005. De lezing betreft twee vragen: Hoe is het mogelijk dat in een land waarin naar verhouding tot veel andere landen in Europa zowel veel geld wordt besteed aan de publicatie van basisgegevens omtrent criminaliteit en rechtshandhaving als aan beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek op deze gebieden, al bij al toch nog zoveel onwetendheid heerst omtrent problemen die de gemoederen al jaren bezig houden dan wel onverwacht schokkende gebeurtenissen van de afgelopen jaren? Hoe kan deze onwetendheid bestreden worden met meer wetenschap en hoe kan meer van deze wetenschap worden verkregen? Deze vragen worden behandeld aan de hand van een drietal recente studies: 1. De veiligheid en beveiliging van Pim Fortuyn; feiten en verantwoordelijkheden - Commissie Feitenonderzoek en Beveiliging Pim Fortuyn; 2. De sociale (on)veiligheid in Tilburg; een kritische analyse van de problemen en een reeks aanbevelingen voor hun aanpak - C. Fijnaut en I. Zaat; 3. Criminaliteit en rechtshandhaving in de Euregio Maas-Rijn, deel 1: de problemen van transnationale (georganiseerde) criminaliteit en de grensoverschrijdende politie, justitiële en bestuurlijke samenwerking. INHOUD: 1. Dankwoord 2. Onderzoekservaringen in drie recente onderzoeken 3. Algemene oorzaken van onwetendheid 4. De bevordering van de wetenschap 5. Een opgave in Europees perspectief
    • Over jaarverslagen en wetsevaluatie

      Veerman, G.J.; Paulides, G. (medew.) (WODC, 1992)
      De vraag van dit onderoek is wat de betekenis van jaarverslagen is voor de evaluatie van wetgeving. Door middel van een enquete aan opstellers en aan ;ontvangers van jaarverslagen is gepoogd een indruk te krijgen over de gepercipieerde evaluatieve inhoud van jaarverslagen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Evaluatie - een referentiekader 3. De vraagstelling en de opzet van het onderzoek 4. De resultaten van het empirisch onderzoek 5. Een beleid voor wetsevaluatie.
    • Politie en wetenschap

      Unknown author (WODC, 1998)
      Dit keer presenteert de redactie geen nummer met onderzoeksverslagen en -analyses, maar een heus discussienummer. In zeven bijdragen wordt de samenwerking tussen politie en sociale wetenschappen aan een kritische beschouwing onderworpen. Hoewel er onmiskenbaar positieve kanten schuilen in de toenadering wetenschap — politie, zijn er wellicht ook negatieve aspecten te bespeuren. De volgende vragen zijn van belang: dreigt de wetenschapper ingekapseld te raken in het politiebedrijf? Bestaat er genoeg ruimte voor een onafhankelijke visie? Hoe ver kunnen criminologen en andere wetenschappers gaan in hun poging met de politie mee te denken en opsporingsdiensten te ondersteunen? Hebben zij voldoende oog voor de machtspositie van de politie? Een andere vraag is of de politie — ondanks de toegenomen openheid — werkelijk ontvankelijk is voor wetenschappelijke kennis en aanbevelingen. In hoeverre worden onderzoeksresultaten ook daadwerkelijk geïmplementeerd en benut? Omgekeerd kan men zich ook weer afvragen of de verwachtingen die de politie van wetenschappelijk onderzoek heeft, niet te hoog gespannen zijn.
    • Psychopathologie en terrorisme - Stand van zaken, lacunes en prioriteiten voor toekomstig onderzoek

      Schulten, N.; Doosje, B.; Spaaij, R.; Kamphuis, J.H. (Universiteit van Amsterdam - Faculteit Maatschappij en Gedragswetenschappen, 2019)
      Anno 2018 lijkt er wel onder experts een consensus te bestaan dat psychopathologie niet opzichzelfstaand kan leiden naar radicalisering of terrorisme en dus geen directe risicofactor is. Psychopathologie wordt echter wel vaak betrokken bij risicotaxatie-instrumenten. Een genuanceerder beeld is dus nodig om de relatie tussen psychopathologie en terrorisme beter te begrijpen voor gedegen case-management. Via de huidige verkennende studie is daarom getracht de volgende twee hoofdvragen te beantwoorden: Wat is uit bestaand wetenschappelijk onderzoek bekend over de relatie tussen psychische stoornissen en radicalisering/terrorisme? Wat is een relevante en haalbare onderzoeksagenda op dit terrein? INHOUD: 1. Inleiding 2. Conceptuele definiëring psychopathologie en terrorisme 3. Methode 4. Prevalentie psychopathologie bij terroristen: literatuuroverzicht 5. Psychopathologie en de ontwikkeling naar radicalisering en terrorisme: theorievorming 6. Aanbevelingen onderzoeksagenda 7. Conclusies en discussie
    • Research Issue

      Unknown author (WODC, 1977)
      This publication contains a summary of research in the field of criminology going on in the Netherlands. Each year the number 7 issue of 'Justitiële Verkenningen' is devoted to the research carried out or financed by the Ministry of Justice. Furthermore it includes projects carried out by University institutes not fmanced by the Ministry. Every two years the research issue will be translated into English. This issue is a continuation of our pubfication `Law and crirninal justice — towards research minded poficy-making' (1976), and it is based on the number 7 issue of 1977. 3 The review of the research projects is preceded by two introductory articles that appeared in the 1976 and 1977 issues, respectively written by dr. D.W. Steenhuis and dr. J.J.M. van Dijk. For ease of reference an index has been included of all subjects dealt with. The projects have been arranged according to sub-field or subject investigated.
    • State of the art crisisbeheersing

      Lakerveld, J.A. van; Matthys, J. (Universiteit Leiden - Platform Opleiding, Onderwijs en Organisatie (PLATO), 2019)
      De hoofdvraag waarop het onderzoek een antwoord verschaft is: Welke onderwerpen op het gebied van crisisbeheersing binnen het wetenschappelijk onderzoeksveld en welke bijhorende concrete vraagstellingen zijn op dit moment en/of mogelijk in de toekomst relevant om door middel van (literatuur)onderzoek nader te belichten?Het state of the art onderzoek crisisbeheersing inclusief rampenbestrijding richtte zich op de volgende zes onderzoeksvragen:Hoe kan het domein van crisisbeheersing in kaart worden gebracht?In welke mate achten experts en onderzoekers de in kaart gebrachte deelgebieden van belang?Wat is de status van de kennis in het middels deze studie in kaart gebrachte onderzoeksdomein?Welke deelgebieden zijn niet of onvoldoende onderzocht?Welke onderzoeksvragen en bijhorende methodes kunnen geformuleerd worden in het kader van de voorgenomen tweede fase van het state of the art onderzoek, op basis van de geïdentificeerde onderwerpen?Welke concrete onderzoeksvragen worden richtinggevend geacht voor vervolgonderzoek? INHOUD: 1. Opzet van het onderzoek 2. Uitvoering van het onderzoek 3. Antwoorden op de onderzoeksvragen 4. Lijst van respondenten/deelnemers 5. Word Cloud Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing 2002 – 2017 6. Lijst van geraadpleegde Journals en hun impactfactoren 7. Literatuurverwijzingen
    • Terrorisme- en radicaliseringsstudies

      Graaf, B.A. de; Bal, M.; Bos, K. van den; Bakker, E.; Wagemakers, J.; Croes, M.T. (WODC, 2017)
      ARTIKELEN: 1. B.A. de Graaf - Terrorisme- en radicaliserings studies: Een explosief onderzoeksveld 2. M. Bal en K. van den Bos - Over waargenomen onrechtvaardigheid en radicalisering 3. E. Bakker - De Nederlandse jihadist: Typen en rollen binnen de jihadistische scene 4. J. Wagemakers - De radicalisering van moslims: De rol van religieuze ideologie 5. M.T. Croes - De relatie tussen islam en terrorisme: Een empirische benadering 6. O. Verkaaik - Sharia4Belgium en de verburgerlijking van de provocatie (Boekrecensie: ‘Als ik iemand beledigd heb, dan was dat mijn bedoeling’: Sharia4Belgiums ideologie en humorgebruik) SAMENVATTING: Het onderzoek op het terrein van terrorisme en radicalisering heeft sinds de aanslagen van 11 september 2001 in New York een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Het doel van dit themanummer is te reflecteren op de ontwikkelingen in dit vakgebied en verschillende onderzoeksbenaderingen aan bod te laten komen. Op deze wijze wordt duidelijk wat de sterke punten en de beperkingen van de verschillende benaderingen zijn en hoe deze elkaar kunnen aanvullen. Er is in dit nummer tevens aandacht voor de problematische kanten van wetenschappelijk onderzoek doen op dit terrein. Die betreffen onder andere het gebrek aan bronnen: enerzijds is veel informatie waarover de overheid beschikt vertrouwelijk of geheim, anderzijds is het bepaald niet gemakkelijk betrouwbare gegevens te verkrijgen van geradicaliseerde individuen en jihadistische organisaties. Vier van de zes bijdragen zijn in meer of mindere mate gebaseerd op lezingen die eind januari 2017 werden gehouden tijdens een conferentie van de Sociaal-Wetenschappelijke Raad (SWR) van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Aanvullingen zijn er in de vorm van een recensie en een artikel over Nederlandse Syriëgangers.
    • Toetsen en verbinden - over het WODC in de tijd en de relatie tussen onderzoek en beleid in het bijzonder

      Klein Haarhuis, C.M.; Hagen, L.L.C.; Scheepmaker, M.P.C. (medew.) (WODC, 2009)
      Dit boekje kan beschouwd worden als de opvolger van '25 jaar WODC' dat in 1998 verscheen en geeft een indruk van de rol die het WODC heeft vervuld van 1973 tot heden. Daarbij ligt de nadruk op de verhouding tussen onderzoek en beleid, waaronder de benutting van onderzoeksbevindingen. INHOUD: 1. Functies en taken van het WODC 2. Het WODC van 1973 tot heden 3. Het WODC anno 2009 4. Benutting van criminologisch en ander sociaal-wetenschappelijk onderzoek volgens de literatuur 5. Benutting van WODC-onderzoek volgens opdrachtgevers en (oud-)onderzoekers 6. Tot besluit
    • Varianummer

      Unknown author (WODC, 1976)
    • Varianummer

      Unknown author (WODC, 1975)