• Alternatieve systemen voor kapitaalbescherming

      Boschma, H.E.; Lennarts, M.L.; Schutte-Veenstra, J.N. (Rijksuniversiteit Groningen - Faculteit rechtsgeleerdheid, 2005)
      Het onderzoek naar alternatieve systemen voor kapitaalbescherming is uitgevoerd door het Instituut voor Ondernemingsrecht te Groningen; het is gedaan in het kader van de versoepeling van de regels voor besloten vennootschappen. Volgens Justitie moet de BV gebruiksvriendelijker worden en meer aansluiten bij de behoeften van ondernemers. Voorschriften die overbodige administratieve lasten veroorzaken, worden geschapt. Een deel van de BV regels gaat over bescherming van schuldeisers van de BV. Daarvoor bestaat nu het stelsel van kapitaalbescherming. Kapitaalbescherming wordt echter bekritiseerd. Het zou zijn doel - de bescherming van crediteuren en aandeelhouders – maar gedeeltelijk bereiken en het brengt voor vennootschappen veel kosten mee. De onderzoekers deden rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtsstelsels van Delaware en Australië; daarnaast is de RMBCA onderzocht. Dit is een modelwet opgesteld door de American Bar Association, die op een groot aantal punten navolging heeft gevonden in diverse staten van de VS.
    • Doelbereiking en effectiviteit van de Wet aanpassing enquêterecht in de praktijk

      Lafarre, A.J.F.; Schippers, B.C.J.; Bosch, S.F.W. van den; Elst, C.F. Van der; Sangen, G.J.H. van der (WODC, 2018)
      In dit onderzoeksrapport staat de evaluatie van de op 1 januari 2013 in werking getreden Wet aanpassing enquêterecht, zoals neergelegd in art. II van deze wet, centraal. De volgende onderzoeksvraag is hierbij geformuleerd: ‘In welke opzichten en in welke mate wordt het doel van het enquêterecht, te weten het snel en doeltreffend oplossen van het geschil, zodat de rechtspersoon verder kan opereren, bereikt door de invoering van de Wet aanpassing enquêterecht en welke andere effecten kunnen worden onderscheiden?’.De Wet aanpassing enquêterecht bestaat uit vijf wetswijzigingscategorieën, betreffende 1. ontvankelijkheidscriteria; 2. de koppeling van onmiddellijke voorzieningen en het onderzoek; 3. waarborgen ten aanzien van het onderzoek; 4. het indienen van verweerschriften en; 5. de kosten van verweer. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het juridisch- en onderzoekskader 3. Algemene descriptieve gegevens uit de jurisprudentieanalyse 4. Wetswijzigingscategorie 1: ontvankelijkheidscriteria 5. Wetswijzigingscategorie 2: onmiddellijke voorzieningen 6. Wetswijzigingscategorie 3: waarborgen in de onderzoeksfase 7. Wetswijzigingscategorie 4: indienen verweerschriften 8. Wetswijzigingscategorie 5: kosten van verweer 9. De Wet aanpassing enquêterecht in haar totaliteit 10. Conclusie
    • Mededingingsproblemen bij het ontwerpen van wetgeving - Onderzoek naar een mededingingstoets voor wetgeving

      Baarsma, B.E.; Geffen, S.M. van; Nooij, M. de; Theeuwes, J.J.M. (WODC, 2002)
      Dit onderzoek is bedoeld om het inzicht te vergroten in de wijze waarop mededingingsproblemen als gevolg van wetgeving kunnen ontstaan. Op systematische wijze worden de (potentiële) mededingingsproblemen die kunnen optreden bij ontwerpwetgeving in kaart gebracht. Het voorliggende onderzoeksrapport is geschreven om als basismateriaal te dienen ter vervaardiging van een checklist die kan worden gebruikt door een brede doelgroep, namelijk eenieder die binnen ministeries te maken heeft met wetgeving, en daarbij mogelijk profijt zou kunnen hebben bij een algemeen checklist van gerechtvaardigde en niet-gerechtvaardigde mededingingsbeperkingen. Bij dit onderzoek is uitgegaan van de veronderstelling dat deze nog te vervaardigen checklist voornamelijk een karakter zal hebben dat zich beperkt tot een alarmerende functie, en geen definitieve zekerheid zal kunnen bieden over de verenigbaarheid met het mededingingsrecht.
    • Misbruik van buitenlandse rechtspersonen - Een verkennend onderzoek naar de aard, omvang en ernst van misbruik van buitenlandse rechtspersonen in Nederland

      Bunt, H.G. van de; Koningsveld, T.J. van; Kroeze, M.J.; Vorm, B. van der; Wezeman, J.B.; Wingerde, C.G. van; Zonnenberg, A. (Erasmus universiteit Rotterdam - Faculteit der Rechtsgeleerdheid, 2007)
      Achtergrond van dit onderzoek is de toenemende internationalisering van het handelsverkeer en van de (georganiseerde) criminaliteit, signalen uit het veld van toenemend misbruik van buitenlandse rechtsvormen in Nederland en misbruik van stichtingen voor terrorismefinanciering. Twee hoofdvragen staan in dit verkennende onderzoek centraal. De eerste hoofdvraag betreft de aard, omvang en ernst van misbruik van buitenlandse rechtspersonen in Nederland. Ten tweede staat de problematiek van de buitenlandse rechtspersoon voor de praktijk van toezicht en controle centraal.
    • Rechtsvorm en gebruik van LLp's en LLC's

      Blanco Fernández, J.M.; Olffen, M. van (WODC, 2007)
      Het onderzoek heeft willen nagaan of uit die stelsels lessen kunnen worden getrokken ter verbetering van het Nederlandse ondernemingsrecht. Het ging daarbij om ondernemingen met een besloten kring van vennoten/aandeelhouders. Het onderzoek heeft zich gericht op de Limited Liability Partnership (LLP) in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk en de Limited Liability Company (LLC) in de Verenigde Staten. De beschrijving van de juridische regeling van de onderzochte rechtsvormen is gedaan op grond van studie van buitenlandse wetgeving en literatuur. De gegevens over het gebruik van de rechtsvormen zijn ontleend aan overheidsinstanties in de onderzochte landen. De uitkomsten van het onderzoek zijn telefonisch besproken met een twintigtal deskundigen uit wetgeving, wetenschap en praktijk in de onderzochte landen.
    • Zorgplichten van Nederlandse ondernemingen inzake internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen - Een rechtsvergelijkend en empirisch onderzoek naar de stand van het Nederlands recht in het licht van de UN Guiding Principles

      Enneking, L.; Kristen, F.; Pijl, K.; Waterbolk, T.; Emaus, J.; Hiel, M.; Schaap, A.-J.; Giesen, I. (Universiteit Utrecht -Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall), 2015)
      In dit rapport wordt verslag gedaan van de zoektocht naar antwoorden op de vraag op welke manier en in hoeverre er in de Nederlandse wet en/of jurisprudentie een zorgplicht van Nederlandse vennootschappen ten aanzien van MVO is geregeld dan wel toegepast en in hoeverre de huidige stand van zaken wat dat betreft zich verhoudt tot de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en tot de stand van zaken in de ons omringende landen. Conform de nadruk die de laatste jaren niet alleen in Nederland maar ook op EU-niveau en in internationaal verband gelegd wordt op maatschappelijk verantwoord ondernemen in een internationale context, ligt de focus van dit onderzoek op zorgplichten van Nederlandse ondernemingen in het kader van IMVO. Het is juist in deze internationale context, waar het draait om de mogelijke negatieve gevolgen van de activiteiten van in Nederland gevestigde internationaal opererende ondernemingen – of van hun buitenlandse dochtermaatschappijen of ketenpartners – op mens en milieu in gastlanden, dat de meest prangende juridische vragen bestaan rond het bestaan en de reikwijdte van zorgplichten. INHOUD: 1. Inleiding 2. Nederland 3. Rechtsvergelijking 4. De invloed van (I)MVO-regelgeving op het vestigingsklimaat 5. Overkoepelende beschouwingen